Klagen over discriminatie op de werkvloer pakt doorgaans nadelig uit voor de indiener van de klacht. Dat concluderen het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR) en het Europees Antiracisme Netwerk (Earn) in een onderzoek naar discriminatie op het werk op grond van ras, etniciteit, nationaliteit en godsdienst.
De twee organisaties kregen signalen dat het meestal niet goed afloopt met werknemers die klagen over discriminatie. Daarom hebben ze de gevolgen van klagen in kaart gebracht voor 24 mensen, waarvan meer dan de helft besloot geen officiële klacht in te dienen.
Geen van de negen mensen die een officiële klacht hadden ingediend bij een Anti Discriminatie Bureau of de Commissie Gelijke Behandeling, werkt nog in de functie waar de discriminatie zich voordeed. Ook is er geen aanwijzing dat werkgevers maatregelen hebben genomen om herhaling te voorkomen.
LBR en EARN concluderen dat de klagers in eerste instantie serieus worden genomen, maar dat een onderzoek uitblijft. Ook worden er geen maatregelen genomen. Mensen voelen zich genoodzaakt om hun klacht te herhalen, raken gedemotiveerd of melden zich ziek. Op een gegeven moment vindt een omslag plaats en wordt de klager als het probleem gezien. Daarop volgt in bijna alle gevallen ontslag.
(ANP)



