Een overwinning van Oranje is misschien beter voor de sfeer op kantoor, maar Italiaanse winst zou beter zijn voor de wereldeconomie. Dat schrijven economen van ABN AMRO in het onderzoeksrapport ’Soccernomics 2006’.
De directe effecten van een WK op de economie zijn klein. Het gaat dan bijvoorbeeld om extra consumpties in de horeca. Maar uit het onderzoek blijkt dat goede prestaties op het veld indirect wel degelijk een economie stimuleren. In het verleden bleek dat landen die wereldkampioen werden gemiddeld een 0,7 procent hogere economische groei kenden. Ook was bij de laatste drie WK’s de relatieve performance van de winnend finalist op de beurs een stuk beter dan die van de verliezer. Gemiddeld was er in absolute termen een positief rendement bij de wereldkampioen en een negatief rendement bij de nummer twee (+10 procent om -25 procent).
Charles Kalshoven van het Economisch Bureau van ABN AMRO: “De Italiaanse economie is een langzame groeier met een inflexibele arbeidsmarkt en een verslechterde concurrentiepositie. Italiaanse winst in de WK-finale zal consumenten en producenten het nodige vertrouwen geven, met hogere bestedingen als gevolg.” Ook kan het ’Italiaanse product’ in het buitenland profiteren. De economische groei kan daardoor stijgen.
De economen van ABN AMRO gaan bij hun redenering uit van de onevenwichtigheden in de wereldeconomie, waaronder het tekort op de lopende rekening van de Verenigde Staten. Extra groei in Europa zou helpen om de onvermijdelijke correctie geleidelijk te laten verlopen. Om dit te bereiken, moet een groot Europees land winnen dat ook een conjuncturele opleving kan gebruiken. De ’economische finale’ in Soccernomics gaat daarom uiteindelijk tussen Duitsland en Italië, waarbij Italië er met de winst vandoor gaat.



