Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

iPad-killer van Microsoft

Als Microsoft de tablet opnieuw uitvindt, kan het niet aankomen met een iPad-kloon. De Surface Tablet staat dus bol van de pc-genen.

 

 

Vasthouden kunnen we hem nog niet, de Microsoft Surface. Hij moet ook nog worden gemaakt, maar Microsoft-baas Steve Ballmer heeft hem gisteravond al aan de wereld gepresenteerd: een tablet van 10.6 inch dat vanzelfsprekend draait op het komende Windows 8. Hij kan daardoor uitstekend overweg met Word, Excel en de andere Office-software. En dat is misschien wel het belangrijkste: in de hoes van de Surface zit een toetsenbord plus trackpad verwerkt, de touch cover en type cover. Zo lijkt het wel een laptop. 

Productiviteit

Die keuze van Microsoft is niet onbelangrijk. Een tablet was tot nu toe geen pc: het handzame schermpje is vooral bedoeld voor mediaconsumptie en communicatie. Zeker als het een iPad betreft, zijn de mogelijkheden om er randapparatuur op aan te sluiten beperkt. Maar als Microsoft  met een tablet aan de slag gaat, valt te verwachten dat productiviteit, tekstverwerken, spreadsheets behandelen, centraal komt te staan. Vandaar ook dat zijn tablet makkelijk op een groot scherm is aan te sluiten en dat hij beschikt over usb- en videopoorten om hem te koppelen aan andere apparatuur. 

Surface light

Natuurlijk is het niet alleen kantoorwerk waar de Surface goed in is, er is ook gelegenheid om te spelen: films, muziek en de bekende Xbox-spellen; het wordt minstens zo'n bonte kermis als op de te kloppen iPad van Apple. Zodra het publiek er echt mee aan de slag kan, zal de app-winkel van Microsoft ook weer zijn doorgegroeid en in elk geval meer dan alleen de noodzakelijke software bevatten. Op dat moment komt er eerst de keuze uit een light-versie van de Surface, die draait op een tabletversie van Windows 8 voor Nvidai-processoren, en een versie met een volwaardige Windows 8, die de bekende desktop-pc evenaart en draait op Intel.

Strategische draai

Maar belangrijker dan de specs van zijn tablet is de strategische draai die Ballmer er nu mee maakt. Tot nu toe ging zijn bedrijf in de pc-wereld helemaal over de software. Afgezien van de succesvolle speeldoos XBox en de geflopte iPod-killer Zune en niet te vergeten de sms-telefoon Kin, bleef het bedrijf trouw aan zijn roots: Bil Gates en Paul Allen schreven een besturingssysteem voor de eerste IBM-pc's, MS DOS. En zo is het altijd gebleven: de software van de pc's kwam van Microsoft, de hardware – aanvankelijk altijd een combinatie van Intel-chips en IBM-compatible – van de grijsgoedpartners.

Tablet PC

Blijkbaar wil Ballmer nu niets aan het toeval overlaten: een succesvolle tablet is té belangrijk in een wereld waarin de pc van tijd tot tijd wordt doodverklaard vanwege de mobiele revolutie. En hij is een gewaarschuwd man. Alweer 10 jaar geleden ging het namelijk wel fout: in 2001 was het uitgerekend Microsoft die de naam Tablet PC lanceerde voor de nieuwe categorie pc's die door zijn partners zouden worden groot gemaakt. Maar die tablet sloeg nooit aan, door een reeks eigenschappen die zowel de software als de hardware betroffen: een te zwaar besturingssysteem voor de voorhanden rekenkracht, een te lomp ontwerp en een touchscreen dat niet lekker reageerde. 

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Mac-guys en pc-guys

Het was pas toen Apple jaren later de – inmiddels voortgeschreden – technologie combineerde met een licht en gebruiksvriendelijk besturingssysteem in een aantrekkelijk jasje, dat de tablet doorbrak. En hoe. Het moet voor de Microsoftingenieurs en de pc-bouwers pijnlijk zijn geweest om te zien, hoe de Mac-guys tientallen miljoenen iPads verkochten alsof ze het wiel hadden uitgevonden. Een wiel dat lang daarvoor al was aangezwengeld door de pc guys.

Relatie met PC-makers

Al wijst het zijn hardwaremakers niet als schuldige aan voor de mislukte Tablet PC, nu Microsoft zijn eigen tablet gaat maken, neemt het toch enige afstand van zijn natuurlijke wederhelft. Dat vraagt om uitleg. Gisteravond hield Ballmer vol dat de pc-makers al geruime tijd op de hoogte waren van zijn doe-het-zelfactie. En hoe reageerden ze dan? "Geen commentaar." Oei, dat klinkt alsof de pc-vrienden Microsofts alleingang niet helemaal in dank afnemen. Ze moeten het voorlopig doen met de gedachte dat een tablet waar Microsoft zijn volle gewicht achter zet, de brede acceptatie van Windows 8 zal bespoedigen. En dat is uiteindelijk het systeem waarop het gros van de bureaucomputers op zal draaien.

Lees ook:

Meer burn-outs voorkomen? Leer als leider de vroegtijdige signalen beter lezen

Werknemers die vaker te laat komen, deadlines missen of op vrijdag thuisblijven. Signalen van een naderende burn-out zijn er vaak al maanden voordat iemand uitvalt. Toch pikt slechts één op de elf leidinggevenden ze op. Daar valt dus nog veel winst te behalen. 'Zelfs als je die veranderingen niet ziet, kun je als leidinggevende toch een beginnetje maken.'

burn-out-signalen
Slechts 1 op de 11 leidinggevenden pikt de vroegtijdige signalen van een burn-out op. Foto: Getty Images

Burn-outs ontstaan niet van de ene op de andere dag. Ze beginnen veel subtieler. Mensen raken sneller geïrriteerd, hebben moeite met hun concentratie, voelen zich opgejaagd of juist lusteloos. Meer dan 70 procent van de mensen die zich ziekmelden met burn-out klachten voelt eigenlijk al maandenlang dat het niet goed met ze gaat.

Bij 42 procent speelt dat gevoel zelfs al zes maanden tot een jaar lang, blijkt uit onderzoek uit 2025 van het Nederlandse bedrijf Acture, specialist in vitaliteit, verzuim en verzekeren. ‘Het schrikbarende is dat slechts één op de elf leidinggevenden merkt dat er iets aan de hand is’, zegt Acture-ceo Annabelle Hagoort, tegen MT/Sprout.

Vandaag heeft één op de vijf werkende Nederlanders last van lichte tot zware burn-out verschijnselen. Dat zijn 1,5 miljoen mensen. Hagoort pleit voor veel meer preventie direct op de werkvloer. Dat hoeven geen grote en meeslepende programma’s te zijn. Er is al veel winst te behalen in de kleine dagelijkse dingen die managers kunnen doen.

Signalen zijn informatie

Dat betekent niet dat leidinggevenden nu therapeutische gesprekken moeten gaan voeren over mentaal welzijn. Daar zijn ze niet voor opgeleid. Oprechte interesse tonen in de mensen is al een enorme stap vooruit.

‘Als je goed oplet als leidinggevende dan herken je die veranderingen wel. Mensen zijn vaker te laat, missen deadlines, sluiten niet meer aan bij de borrel. Dan kun je daar ook iets mee. Je kunt in gesprek gaan van mens tot mens en onderzoeken wat iemand nodig heeft. Met die ondersteuning worden ook werknemers geactiveerd om verantwoordelijkheid te pakken in hun eigen welzijn.’

Zulke signalen zijn een hele belangrijke bron van informatie voor leiders, vult Patrick Nijhoff aan. En die worden nog te vaak genegeerd. Hij is auteur van het net verschenen De Bedrijfsburn-out. Als organisatieontwikkelaar is hij al meer dan dertig jaar bezig met vitale organisaties. Dat zijn organisaties die mensen niet uitputten, maar energie geven.

Lees ook: Burn-out kost 60.000 euro, dus de businesscase is snel gemaakt

Werk anders inrichten

Hij ziet dat de belangrijkste oorzaak voor burn-outs ongemoeid blijft: hoe het werk is ingericht. Overbelasting wordt nog altijd beloond. Bureaucratische processen zorgen voor voortdurende stress. Leiders sturen nog te veel op processen, rapporten en targets, geeft hij aan.

Het is niet eens zo ingewikkeld om erachter te komen wat schuurt. Luister bewust naar wat mensen zeggen bij de koffieautomaat, bij vergaderingen of tussen de regels door. ‘De organisatie blijft in het groen bij uitspraken als: we doen het samen, dit gaat ons lukken of wat heb jij van mij nodig’, zegt hij tegen MT/Sprout. ‘Problemen zijn er altijd, maar die worden besproken en getackeld. Met volle energie.’

Als de samenwerking wat stroever begint te lopen, reacties vertragen, de service minder scherp is, dan is de gele fase op komst. Het moment waarop aan mensen vaak wordt gevraagd nog even gas te geven. Maar eigenlijk zijn ze daarvoor al te vermoeid en beginnen de foutjes erin te sluipen.

Iedereen in het rood

‘Dit is de fase waar het meest overheen wordt gewalst in bedrijven. Deze signalen worden snel weggewuifd met het is nu even druk, maar volgend kwartaal wordt het minder druk. Of de mensen moeten nog wennen aan een nieuw systeem of aan de fusie. Terwijl juist daar de aandacht naar toe zou moeten gaan. Wat betekent dat dan, dat het even druk is, want voor je het weet, wordt er nog een tandje bijgezet en loopt iedereen op z’n tandvlees.’

Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer sales opnieuw een grote klant binnenhaalt, terwijl de productie niet kan volgen. En toch blijven zulke orders over de schutting gegooid worden. Dan verzucht de werkvloer dat er niet geluisterd wordt naar de mensen. Of dat al zo vaak is gezegd dat er geen project meer bij kan. ‘Dat is de rode fase waarin je mensen echt aan het overbelasten bent.’

Andere vroegtijdige waarschuwingen zijn dat er helemaal niks meer wordt gezegd. Dat mensen op vrijdag vaker vrij nemen, meer thuis gaan werken, overdag gaan sporten ‘om te ontkoppelen’. Ook een klacht van een klant, een manager die aan de bel trekt over werkdruk of een enthousiaste teamspeler die gedemotiveerd raakt, is een teken aan de wand.

Lees ook: Vierdaagse werkweek is een effectieve en goedkope oplossing tegen burn-out

Levensfases hebben impact

Alleen worden die signalen afgehandeld als incidenten, merkt Nijhoff op. Zulke meldingen komen vaak terecht bij verschillende afdelingen, bij HR, de ondernemingsraad of de klantenservice. Daardoor wordt het grotere patroon niet gezien. ‘Iedereen hoort wel wat de signaaltjes in zijn of haar silo, maar ze denken vervolgens allemaal dat het wel overwaait.’

Uit data valt ook enorm veel te leren, sluit Hagoort aan. Acture heeft inmiddels gegevens verzameld van de 1,3 miljoen ziekmeldingen die het bedrijf behandeld heeft. Ze wijst erop iedereen zo’n beetje door dezelfde levensfases gaat. De eerste baan na het afstuderen, het stichten van een gezin, en op latere leeftijd vaak een periode met mantelzorg.

‘Die life-changing events hebben gewoon impact op hoe mensen werk doen. Iedere werkgever krijgt daarmee te maken. Daar kun je je gewoon op voorbereiden. Je kunt je mensen helpen door op dat moment meer rekening te houden met hun thuissituatie en het werk daarop ook in te richten. Daarbij is de werknemer natuurlijk ook zelf verantwoordelijk voor het eigen welzijn.’

Zorgen over pensioen

Zo viel bij een grote autoproducent in Duitsland een afdeling op met kort maar wel veelvuldig verzuim. Nader bekeken speelde ook hier de levensfase een grote rol. Het waren vijftigplussers die zich ernstig zorgen maakten over hun pensioen en het combineren van werk met mantelzorg, vertelt Hagoort.

Ze vroegen zich af ze hun hypotheek nog konden betalen, of ze vrijwilligerswerk konden gaan doen, of ze nog een opleiding konden volgen. Daar is vervolgens op ingespeeld met een dag waarop iedereen vragen kon stellen aan financiële experts, pensioen- en carrière-adviseurs.

‘Mensen willen in principe zelfredzaam zijn, ze willen eruit komen, en met zo’n dag waren ze dus ook echt geholpen.’ Het jaar daarop bleek het ziekteverzuim enorm gedaald. De mensen gingen ook gemakkelijker met hun leidinggevende in gesprek. Over dat ze over twee jaar met pensioen willen. Over hun rol als mantelzorger en wat dat betekende.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

‘Als werkgever kun je er met advies, coaching of training voor zorgen, dat mensen weer grip op hun leven krijgen. En meer grip brengt rust.’ Die rust betaalt zich vanzelf terug met minder verzuim en meer betrokkenheid.

Zelf een beginnetje maken

Managers die signalen negeren en ze niet bespreekbaar maken, vergeten dat het de individuele werknemer is die uiteindelijk de prijs betaalt. Uitvallen met een stevige burn-out kan zo zes maanden tot een jaar duren. Daarom is afwachten geen optie, managers moeten in beweging komen, vindt Hagoort.

‘Zelfs als je die veranderingen in gedrag en signalen niet ziet, kun je als leidinggevende toch een beginnetje maken. Ga een uurtje per week de werkvloer op, drink vaker een kop koffie met iemand. Je kunt ook gewoon de vraag even stellen op een maandagochtend. Hoe zit je erbij? Is er iets wat je wil bespreken? Kan ik je helpen om je werk te kunnen doen. Klopt het voor jou nog hier? Change happens one conversation at a time.

Duurzame inzetbaarheid moet bij elk gesprek het vertrekpunt zijn, vindt ze. ‘Mensen moeten zich al sinds de industriële revolutie continu aanpassen aan werk. Ik zou het graag andersom zien. Hoe kun je het werk aanpassen aan wat de mens nodig heeft om het beste uit zichzelf te halen om dat werk te doen? Dat is de sleutel om mensen op de arbeidsmarkt gezond, vitaal, duurzaam inzetbaar te houden.’

Lees ook: Microstress: hoe kleine stressmomentjes kunnen leiden tot een burn-out