De wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar is niet meer van deze tijd. Het doet namelijk geen recht aan de grote gezondheidsverschillen tussen groepen mensen.
Dit stelde Jan Donselaar, lid van het Actuarieel Genootschap, gisteren tijdens het vijfde verkiezingsdebat van Nova, BNR Nieuwsradio en Het Financieele Dagblad.
“Dat we de 65-jarige pensioenleeftijd zo voor heilig verklaren snap ik niet. Mensen met een hoog inkomen hebben gemiddeld meer dan tien gezonde levensjaren na hun 65ste. Bij arme ouderen beginnen de gezondheidsproblemen ongeveer bij die leeftijd. Dus als zij moeten doorwerken tot hun 65ste mogen ze daarna nog een tijdje sukkelen tot ze doodgaan,” aldus Donselaar.
Donselaar bepleit differentiatie van pensioenleeftijd naar beroepsgroepen. Daarbij zouden mensen in laaggeschoolde beroepen veel eerder met pensioen mogen gaan, temeer omdat ze vaak al op veel jongere leeftijd gaan werken.
Volgens Gerda Verburg, Tweede-Kamerlid voor het CDA, is in de praktijk die ontwikkeling allang op gang gekomen. In veel cao’s zijn al regelingen opgenomen voor eerder uittreden bij zwaar slijtende beroepen, stelde zij. “Aan de andere kant zie je uitzendbureaus ontstaan voor ouderen die na hun 65ste nog willen werken.”
(Het Financieele Dagblad)



