Er is geen sprake van structurele misstanden bij de beloningspraktijk van topambtenaren. Wel zijn bij de toekenning van bonussen ‘foute beslissingen’ genomen. Dat schrijft minister Johan Remkes vanochtend in een brief aan de Tweede Kamer.
De bewindsman liet de afgelopen maanden een grootschalig onderzoek uitvoeren op zes ministeries. Aanleiding was het nieuws over gegraai bij topambtenaren van het departement Onderwijs en Wetenschappen. Remkes komt tot dezelfde conclusies als minister Maria van der Hoeven destijds. Er is geen sprake van gegraai door topambtenaren. Sterker nog: hun salarisverhoging daalde in 2003 van 12 procent naar 6,6 procent. Slechts in een enkel geval moest een onterecht toegekende salarisverhoging worden teruggedraaid.
Wel erkent Remkes dat onterecht variabele beloningen zijn uitgedeeld terwijl daar geen geleverde prestatie tegenover stond. Zo kreeg in één enkel geval een ambtenaar een ov-jaarkaart eerste klas, terwijl de regels slechts in een tweede klas trajectkaart voorzien. Terugvordering is ‘juridisch niet haalbaar´. Een andere ambtenaar die zijn ov-jaarkaart niet tijdig genoeg had ingeleverd, kan wel worden aangepakt. In dit geval wordt 1.180 euro teruggevorderd.
Kruimelwerk, vindt Remkes, maar om verdere misstanden bij het vaststellen van salarissen te voorkomen, heeft het kabinet toch besloten om de minister eindverantwoordelijk te maken voor de beloning van de 74 topambtenaren uit de zogeheten Top Management Groep. Hieronder vallen de secretarissen-generaal, directeuren-generaal en inspecteurs-generaal. Deze groep heeft sinds 2000 een aparte rechtspositie.
Uit de nu gepubliceerde cijfers blijkt dat steeds meer topambtenaren een variabele beloning krijgen. Opvallend genoeg wint de periodieke toeslag aan populariteit, terwijl die juist minder afhankelijk is van jaarlijkse prestatie-indicatoren. Uit de bijlagen blijkt dat er nog steeds sprake is van scheefgroei tussen ambtenaren en ministerssalarissen. Een secretaris-generaal verdient jaarlijks gemiddeld 117.371 euro, een minister ‘slechts’ 114.381. Een terwijl een directeur-generaal met 111.848 euro naar huis gaat, vangt een staatssecretaris 107.324. Dat gaat, als het aan het kabinet ligt, ‘drastisch veranderen’. (RM)



