Bill Clinton beschreef Nederland ooit treffend als volgt: “Small country, big footprint”. Maar het buitenland laat met zijn investeringen in Nederland een minstens even grote voetafdruk achter als Nederland in het buitenland.
Dit blijkt uit een studie van het CPB en het CBS naar directe buitenlandse investeringen. Volgens de onderzoekers hebben circa 6000 bedrijven in Nederland een buitenlandse eigenaar. Dit is slechts 1 procent van alle in Nederland gevestigde bedrijven. Maar niet minder dan 15 procent van alle Nederlandse werknemers werkt bij zo’n onderneming. Deze bedrijven voegden in 2009 samen ongeveer 70 miljard euro waarde toe aan de Nederlandse economie.
Vooral Europese eigenaren
De meeste bedrijven in buitenlandse handen zijn actief in de handel (ruim 2500) en de industrie (ruim 1200). Tweederde van de buitenlandse eigenaren komt uit Europa, met het merendeel hiervan uit het VK, Belgie, Duitsland, Luxemburg, Zwitserland en Frankrijk. Een vijfde van de buitenlandse eigenaren komt uit de VS.
Opvallend is dat de arbeidsproductiviteit bij ondernemingen in buitenlandse handen bijna de helft hoger ligt dan bij Nederlandse bedrijven. Dit zou volgens de onderzoekers een gevolg kunnen zijn van de sectoren waarop investeringen gericht zijn. In bijvoorbeeld industrie en informatie en communicatie ligt de arbeidsproductiviteit hoger.
Veel uitgaven r&d
Verder blijken deze bedrijven in buitenlandse handen relatief heel veel uit te geven aan onderzoek en ontwikkeling (r&d). In 2009 in totaal 1,1 miljard euro, terwijl Nederlandse ondernemingen niet meer dan 2,6 miljard euro spendeerden aan r&d.
Dit laatste punt werpt de vraag op of buitenlandse partijen zich bij overnames en investeringen in Nederland vooral richten op kennisintensieve industrieën. Om deze te kunnen beantwoorden is volgens het CPB meer onderzoek nodig.



