Bijna een derde van de Nederlandse werknemers heeft overgewicht, 7,5 procent kampt zelfs met zwaar overgewicht (obesitas).
Dat blijkt uit een onderzoek van TNO. Daarvoor zijn van 2000 tot 2002 gegevens verzameld over het beweeggedrag en het gewicht van 2.417 werknemers uit 28 branches.
De verschillen tussen branches zijn groot. Het slechts scoort de voedings- en genotsmiddelen industrie: meer dan de helft van de werknemers heeft overgewicht. Werknemers binnen de cultuur, sport en recreatie sector en de papier(waren)industrie hebben het minst vaak overgewicht. Slechts een vijfde van hen is te dik.
Uitgesplitst naar beroepsgroep hebben werknemers in ambachtelijke, industriële, transport en aanverwante functies het vaakste overgewicht (38,1 procent). Beleidsmedewerkers en hoger leidinggevenden scoren gemiddeld, een derde van hen is te dik. Wetenschappelijke en andere vakspecialisten hebben het minst vaak overgewicht, minder dan een kwart is te zwaar.
Bij leidinggevenden lijkt er een samenhang te zien tussen overgewicht en onvoldoende beweging in het werk en vrije tijd. Deze samenhang gaat echter niet altijd op: zo hebben wetenschappers weliswaar relatief bewegingsarme functies, maar toch is het percentage overgewicht lager dan gemiddeld, terwijl in de bouw wel veel overgewicht voorkomt, terwijl het werk vaak veel beweging vereist. Mogelijk hangt overgewicht in deze groepen samen met een te hoge energie-inname of een inactieve leefstijl in de vrije tijd.



