Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Advertorial: Van Lanschot Bankiers

Vermogensregie binnen private banking

Van Lanschot Bankiers is specialist in private banking. Met een toegewijde vermogensregie creëert de bank een naadloze aansluiting op de persoonlijke wensen en het vermogen van zijn cliënten. Een centrale rol is hierbij weggelegd voor de advisering op basis van geavanceerde scenarioanalyses.

Private banking richt zich op het realiseren van de doelstellingen die een cliënt met zijn kapitaal nastreeft. Het is volgens directeur private banking Joost Rietvelt een specialisme dat een persoonlijke benadering richting de cliënt vereist. Hij ziet echter dat de meeste banken deze vorm van bankieren als een van hun reguliere diensten beschouwen. "Ze stellen hun advies samen aan de hand van algemene profielen en generieke planningsmodellen. Vervolgens wordt elke portefeuille beheerd op basis van de eigen marktvisie. Een cliënt ziet in deze vorm van vermogensbeheer dan ook nauwelijks iets terug van zijn persoonlijke wensen."

Als tweede tekortkoming noemt Rietvelt de neiging van banken om het verwachte vermogensverloop op gemiddelde rendementen te baseren. Volgens hem leidt dat voor een cliënt die op enig moment geld aan zijn vermogen gaat onttrekken tot een verkeerde voorstelling van zaken. "Stel, een cliënt heeft een startkapitaal van één miljoen euro. Hij wil dit vermogen de komende twintig jaar in stand houden, maar er tegelijkertijd jaarlijks zestigduizend euro als inkomen aan onttrekken. Met een statisch rendement van zeven procent krijgt deze cliënt een te rooskleurig beeld voorgespiegeld – namelijk een lichte vermogensgroei. Door sterke koersfluctuaties van jaar tot jaar kan het vermogen bij dit gemiddelde rendement echter ook dalen. Een cliënt heeft hier vanuit de gestandaardiseerde benadering van de meeste banken weinig zicht op. Wij maken dit soort situaties wél transparant. Hetzelfde geldt overigens voor het vaak onderschatte effect van inflatie op de haalbaarheid van doelstellingen."

Scenarioanalyse

Private banking heeft zich bij Van Lanschot ontwikkeld tot een hoogwaardige dienstverlening. Volgens Rietvelt is dit vooral toe te schrijven aan de gehanteerde vermogensregie. "We zijn als een van de weinige partijen in Europa in staat om een directe relatie te leggen tussen de verschillende vermogenscomponenten van onze cliënten en hun individuele financiële doelstellingen. We gebruiken hiervoor een gecertificeerd en objectief model dat oorspronkelijk voor de pensioensector is ontwikkeld. Vanaf het moment dat dit model beschikbaar kwam voor de particuliere sector, hebben wij het omarmd. Met deze techniek analyseren we maar liefst vijfhonderd economische scenario's, waaruit de haalbaarheid van die individuele doelstellingen kan worden afgeleid. Ons advies is een staaltje van ambachtelijk maatwerk."

Rietvelt noemt als grote kracht van de scenarioanalyse dat deze de invloed van een veelvoud aan factoren kan berekenen en daarmee beslissingen objectief kan onderbouwen. "Neem de directeur-grootaandeelhouder", legt hij uit. "Zijn kapitaal bestaat vaak uit verschillende componenten, waarvan een deel in het bedrijf zit. Het is een complexe taak om die componenten met inachtneming van wetgeving en fiscale regels goed te structureren en te managen. Wij kunnen die taak aan en tegelijkertijd kunnen we ook voorrekenen wat het effect is van bijvoorbeeld de aankoop van een boot of kunstwerk op de haalbaarheid van de oorspronkelijke financiële doelstellingen en de optimale inrichting van het vermogen."

Ken je cliënt

Van Lanschot betrekt een cliënt nauw bij het beheer van diens kapitaal. Dat begint met een inventarisatie van de doelstellingen van de cliënt. "We stimuleren onze cliënten om zo gedetailleerd mogelijk te vertellen hoe ze hun vermogen voor de toekomst willen gaan inzetten", vertelt Rietvelt. "Zo vragen we bijvoorbeeld of ze ooit een tweede huis willen kopen of een stichting willen oprichten. Dan blijkt vaak dat een cliënt niet geleerd heeft zijn toekomstwensen zo zorgvuldig te formuleren."

Alle informatie die financieel is te kwantificeren wordt vervolgens in de eerste scenarioanalyse verwerkt. Waarna Van Lanschot weer met de cliënt aan tafel gaat zitten. "We leggen de cliënt precies uit wat onze analyse voor hem betekent", verklaart Rietvelt. "Hij krijgt daarmee een veel concreter inzicht in de haalbaarheid van zijn doelstellingen. Een cliënt verzucht nogal eens dat hij na zo'n analyse eindelijk overzicht over zijn financiële leven heeft. Om daarna zijn wensen in meer of mindere mate nog eens aan te passen. Juist door deze wisselwerking komen we tot de beste inrichting van de portefeuille."

Doorlopende advisering

Uiteindelijk zit Van Lanschot meerdere keren met een cliënt aan tafel. "We voeren soms wel vijf keer een scenarioanalyse uit voordat het plaatje rond is", lacht Rietvelt. "Dat hoort bij onze taak. We nemen graag de verantwoordelijkheid voor een adequate dienstverlening, maar wel bij voorkeur in relatie tot een goed geïnformeerde en kritisch beslissende cliënt. Immers, iedere verandering in zijn gedragspatroon beïnvloedt zijn financiële toekomst."

Bovendien is het door privé- of marktontwikkelingen noodzakelijk om gemiddeld één keer per jaar voor iedere cliënt een nieuwe scenarioanalyse uit te voeren. "Het gaat dan om echt substantiële verschuivingen", benadrukt Rietvelt. "De kleinere fluctuaties zijn al in het model verweven, die hebben nauwelijks invloed. Door iedere keer de terugkoppeling te maken van de gewijzigde situatie naar de haalbaarheid van de oorspronkelijke doelstellingen, zorg je voor consistentie in de advisering. Ook voorkom je hiermee dat je je in de beslissing over een portefeuille al te veel laat leiden door een actuele marktvisie."

Van Lanschot Bankiers

Hooge Steenweg 29, 5211 JN 's-Hertogenbosch

Postbus 1021, 5200 HC 's-Hertogenbosch

Telefoon: (073) 548 35 48

Fax: (073) 548 81 36

E-mail: [email protected]

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

www.vanlanschot.com

Procureur-generaal Sue Preenen (Topvrouw 2026): ‘Ik weet dat ik op mezelf kan vertrouwen’

Procureur-generaal Sue Preenen strijdt tegen huiselijk geweld en femicide, en voor meer vrouwelijke boegbeelden aan de top. De in Zuid-Korea geboren Topvrouw van het Jaar is zelf zo’n rolmodel, al besefte ze dat jarenlang niet. ‘Ik ben een vrouw van kleur, maar ik ben heel Hollands opgevoed.’

Sue Preenen
Sue Preenen wil de publieke zaak dienen. 'Advocaat ging ik echt niet worden, en al helemaal niet bij een commercieel kantoor.' Foto: Loes Spruijt – van der Meer

Procureur-generaal Sue Preenen (51) lacht graag, en veel. Als ze uitlegt waarom ze voor een rechtenstudie koos bijvoorbeeld, de eerste stap op een weg die haar in 2023 tot het hoogste bestuursorgaan van het Openbaar Ministerie (OM) bracht.

De opleiding kon haar, in alle eerlijkheid, op dat moment niet zoveel schelen. Het ging haar om de plek. ‘Ik woonde in Nijverdal, een dorp in Twente. En ik wist één ding heel zeker: ik wilde naar de hoofdstad. Daar gebeurde het. Wat precies, daar had ik totaal geen beeld bij natuurlijk. Maar ‘het’ gebeurde zeker niet in Nijverdal.’

Tijdens een open dag van de UvA bezocht ze de Oudemanhuispoort, in de binnenstad. ‘Ben je daar weleens geweest? Het is een oud hofje, een prachtige plek.’ Ze was op slag verliefd. ‘Ik dacht: hier wil ik studeren. En in dat pand zat dus de rechtenfaculteit.’

Strijd tegen femicide

Het is rustig op het Parket-Generaal in Den Haag, het landelijke hoofdkantoor van het OM, als we Preenen op een zonnige vrijdagmiddag bezoeken. Het eerste wat we zien, is de foto die collega’s op haar deur hebben geplakt: een stralende Preenen, gehuld in kobaltblauw, op de avond dat ze Topvrouw van het Jaar 2026 werd. Weer een lach. ‘Iedereen hier is supertrots.’ Zelf vindt ze het ‘ongelooflijk eervol’. ‘Dit is niet alleen een persoonlijke waardering. Het is ook een enorme erkenning voor het OM en het werk dat we hier doen.’

Preenen ontving de titel voor haar leiderschap, haar inzet voor diversiteit en inclusie binnen het OM én haar strijd tegen huiselijk geweld en femicide. Ze wil de veiligheid van vrouwen vergroten: in de publieke ruimte, op de werkvloer en achter de voordeur. Daar is nog een wereld te winnen, want de realiteit is dat in Nederland gemiddeld elke acht dagen een vrouw wordt vermoord.

Lees ook: Sue Preenen (Topvrouw 2026) strijdt tegen femicide én voor meer vrouwelijke boegbeelden

In ongeveer de helft van de gevallen is de dader een partner of ex. Dat cijfer is al vijftien jaar hetzelfde. Het is ook nog eens veel hoger dan in omliggende landen. Hoe dat komt?

‘Dat weten we dus niet’, zegt Preenen. Al denkt ze dat cultuur en traditionele rolpatronen meespelen. ‘Ik denk dat de rol van de vrouw in Nederland nog steeds met een patriarchale blik wordt bekeken. Het hardnekkige idee dat vrouwen thuis moeten blijven, bij de kinderen, is nog steeds springlevend. Dat zie je aan onze deeltijdcultuur. Dat culturele systeem werkt afhankelijkheid en onveilige situaties in de hand.’

OM kan meer doen

Lange tijd was de heersende gedachte: wat achter gesloten deuren gebeurt, is privé, daar had de overheid zich niet mee te bemoeien. Dat is gelukkig ten goede veranderd, ziet Preenen. Het gaat de staat namelijk wél aan. ‘Huiselijk geweld werkt generaties lang door. Mensen die daar als kind getuige van zijn, hebben een verhoogde kans later zelf dader of slachtoffer te worden. Ik kan er geen bedrag op plakken, maar dat kost de samenleving enorm veel geld.’

Zelf kwam ze een paar jaar geleden tot de conclusie dat ook het OM meer kan doen om vrouwen te beschermen. ‘Het strafrecht moet niet alleen straffen, het kan ook iets toevoegen. Bij zaken waar sprake is van een afhankelijkheidsrelatie – huiselijk geweld, maar ook jeugd- en zedenzaken – zit die toegevoegde waarde in het beschermen van de slachtoffers. Niet alleen achteraf leed vergelden, maar ook groter leed voorkomen.’

Sue Preenen Topvrouw 2026
Sue Preenen (midden) werd vorige maand uitgeroepen tot Topvrouw van het Jaar 2026. Ook Charlotte Hanneman (cfo Philips, links) en Hester Bijl (rector magnificus TU Delft) waren genomineerd. Foto: Paul Tolenaar

En femicide kán worden voorkomen, daar gelooft ze heilig in. Mits de signalen op tijd worden herkend. Die signalen zijn er: aan femicide gaat vrijwel altijd een vast patroon vooraf. Eerst worden vrouwen door hun partner overspoeld met cadeaus, daarna geïsoleerd, vervolgens steeds meer gecontroleerd en afhankelijk gemaakt. En dan begint het geweld. Het OM traint officieren van justitie om die ‘rode vlaggen’ beter te herkennen.

‘Vroeger werd een zaak bijvoorbeeld gestaakt als een vrouw haar aangifte introk’, vertelt Preenen. ‘Dat gebeurt veel, omdat er kinderen in het spel zijn of ze nergens naartoe kunnen. Nu kijken we veel breder. Als we een patroon van controle of geweld herkennen, kan de vervolging alsnog worden doorgezet.’

Publieke belang dienen

Preenen studeerde in 2000 af in het ondernemingsrecht, doorgaans de weg naar de advocatuur. Maar advocaat ging ze echt niet worden. ‘En al helemaal niet op een commercieel kantoor. Ik wil iets bijdragen aan de samenleving, het publieke belang dienen. Dat heb ik altijd gehad.’ Ze heeft het met de paplepel ingegoten gekregen. ‘En dat is in mijn geval best gek om te zeggen, want die lepel kwam steeds van een andere verzorger.’

Haar jeugd is, om het zo te zeggen, versnipperd. Preenen werd in 1974 geboren in Zuid-Korea en op vierjarige leeftijd ter adoptie aangeboden, samen met haar jongere broer. De twee kwamen bij een communistisch echtpaar in Friesland terecht. Glimlachend: ‘Dat is misschien de bron voor dat gelijkheidsideaal.’

Lees ook: Voor vrouwen van kleur kent de weg naar de top nóg meer hobbels

Het gezin woonde in een dorp waar iedereen wit was. Gediscrimineerd werd ze niet – of beter gezegd, ze kreeg weleens opmerkingen, maar die heeft ze nooit als discriminatie of racisme ervaren. ‘Misschien is het een copingsmechanisme, maar ik kan me de ontroerende momenten beter herinneren dan de negatieve. Zo zat ik ooit in de trein tegenover een jongetje dat me aankeek, zijn ogen dichtkneep en vervolgens in volle verwondering vroeg: “Kun je daar nou wat door zien?”’ Ja, antwoordde ze. ‘Ik vond het mooi dat hij dat vroeg. Het was heel feitelijk.’

Weggelopen van huis

Toen haar ouders een paar jaar later scheidden, gingen Preenen en haar broertje bij hun moeder wonen. Er brak een moeilijke periode aan. ‘Door de scheiding hadden we het thuis niet breed. En toen mijn moeder een nieuwe relatie kreeg en we van Friesland naar Hengelo verhuisden, was er doorlopend ruzie. Echt, continu conflict.’

De dertienjarige Preenen besefte: ik kan hier niet langer blijven. ‘Ik heb mijn tas gepakt en ben van huis weggelopen. We hadden intussen een maatschappelijk werker toegewezen gekregen, Marieke, en die kwam toen bij mij op de lijn. In de jeugdzorg is de hulpverlening gericht op herstel van de relatie met de ouder. En dat wist ik. “Ik ga echt niet terug naar huis”, heb ik tegen Marieke gezegd. “Dat is niet goed voor me.” Marieke was haar tijd ver vooruit, want ze luisterde naar het kind, naar mij.’

Ze hebben altijd contact gehouden. ‘Ze leeft nu niet meer, maar Marieke was erbij toen ik, jaren later, als officier van justitie geïnstalleerd werd. Ze was apetrots.’

Preenen ontwikkelde door haar jeugd een sterk innerlijk kompas. ‘Ik weet dat ik op mezelf kan vertrouwen. En ik weet dat je de regie kunt pakken en uit een moeilijke situatie kunt stappen. Daar ligt ook de link met de vrouwen die ik nu wil helpen. Ik zoek een manier om ze te empoweren. Ik denk dat je daar gelukkiger van wordt dan wanneer iemand anders je redt.’

Patriarchale patronen

Zelf kwam ze door de regie naar zich toe te trekken in Nijverdal terecht, bij een dienstbaar protestants-christelijk pleeggezin. ‘Dat dienende zit ook in mij’, zegt Preenen. ‘Je hebt maar één leven en dat probeer ik zo goed mogelijk in te vullen.’

Dus gaat ze na haar rechtenstudie opnieuw in de leer als rechterlijk ambtenaar in opleiding (raio). Daarna wordt ze officier van justitie bij het parket Amsterdam. In die periode beginnen de ‘patriarchale patronen’ bij het OM haar op te vallen. ‘Op de raio-opleiding was het merendeel vrouw, en in Amsterdam kwam ik in een team met heel veel vrouwelijke officieren van justitie. Maar onze leidinggevenden waren allemaal mannen. Op één vrouw na, de plaatsvervangend hoofdofficier.’

Lees ook: Een diverse werkvloer leidt niet automatisch tot inclusie – integendeel, stellen onderzoekers

Na zes jaar maakt ze zelf de stap naar leidinggevende functies. De reden is dat ze meer inhoudelijke invloed wil uitoefenen – maar Preenen beseft dat ze haar positie ook kan gebruiken om haar werkgever diverser en inclusiever te maken. Zo neemt ze deel aan een ‘spiegelsessie’ met Amsterdamse rechtenstudenten om te vragen waarom ze na hun studie wel of juist niet voor het OM zouden kiezen.

‘Nou nee, zeiden die studenten: het is hier veel te corporaal. Een wit mannenbolwerk. Met de aanbevelingen die we van ze kregen, hebben we onder andere onze vacatureteksten aangepast.’

Heel Hollands opgevoed

Zelf stuitte ze bij het parket Amsterdam, waar ze inmiddels in het management zat, op een ander knelpunt: de sollicitatiebrieven. ‘Als juristen letten wij op goed geschreven brieven. Maar wat als je de eerste in je familie bent die is gaan studeren en je niemand in je netwerk hebt – pappie, mammie of een van hun vrienden – die je brief even naloopt voor je ‘m opstuurt?’

Ze heeft er veel discussies over gehad met de rest van het management. ‘Dat kon flink schuren. Dan werd er bijvoorbeeld gezegd dat we bij de werving en selectie ‘niet op kwaliteit moesten inboeten’. Waarop ik vroeg: wat is kwaliteit dan volgens jou? Iemand die een goede brief kan schrijven? Hoe weten we dan wat we niet zien?’

Het duurt jaren voor ze ontdekt dat ze niet alleen verschil kan maken door dingen te benoemen, maar dat haar persoon er ook toe doet. Niet alleen omdat ze een vrouw is, maar vooral ook omdat ze een vrouw van Aziatische afkomst is. ‘Ik ben een vrouw van kleur, maar ik ben heel Hollands opgevoed’, zegt ze. ‘Daardoor heb ik me nooit zo gerealiseerd dat mijn aanwezigheid iets kan betekenen voor mensen met een andere culturele achtergrond.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dat besef kwam in 2018, toen ze plaatsvervangend hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Noord-Holland werd, en opnieuw in 2023, toen ze lid werd van het College van procureurs-generaal. ‘Beide keren werd ik overstelpt met felicitaties’, vertelt Preenen. ‘Op Linkedin kwamen berichten uit alle hoeken en gaten, van mensen die ik niet kende.’ Gemene deler: de meeste gelukswensers waren, net als zij, niet wit. ‘Zij zeiden: “Wat fantastisch dat dit kan in Nederland!”

Lees ook: Nathalie de Geus (Topvrouw 2025): ‘Wat als je hartaanval niet wordt herkend omdat je een vrouw bent?’