Alexander Pechtold (40) won in juni de strijd om het lijsttrekkerschap van D66 van Lousewies van der Laan. Eerder was hij minister van Bestuurlijke Zaken en Koninkrijksrelaties.
We hebben 500 seconden de tijd voor dit gesprek. Waar wilt u het graag over hebben?
“Over het wegnemen van barrières. Als je kijkt naar de arbeidsmarkt in Nederland zijn er nog te veel barrières.”
Over welke barrières hebben we het dan?
“Nou ja, het is al door velen genoemd: de kinderopvang bijvoorbeeld. Maar ook de participatie van 55-plussers in het arbeidsproces. Het algemeen bindend verklaren van cao-afspraken is ook niet flexibel. Op die manier zit een hele branche vast aan een cao die veel beter tussen or, werkgevers en werknemers geregeld kan worden. Er moet meer vertrouwen komen tussen werkgevers en werknemers. De generatie die er nu aankomt, heeft daar behoefte aan.”
Maar zijn bedrijven die daar nu pas aandacht aan besteden niet veel te laat?
“Ik denk niet zozeer dat het aan de bedrijven ligt, die willen wel. De overheid heeft te veel ‘dichtgeregeld’. Zeker met een florerende arbeidsmarkt en een economie die in de lift zit, is het goed om als overheid wat minder regelzuchtig te worden. Het zou heel anders zijn als er een hoge werkloosheid is. Dan is meer zorg vanuit de overheid nodig, maar dat is nu niet het geval. Op dit moment is het voor de overheid zaak om nog even sneller te schakelen dan ze nu doet.”
Waar maakt u zich op dit moment zorgen om?
“Ik ben een optimistisch mens, maar ik zie nu toch veel stilstand in ons denken. We zijn intoleranter geworden en de ondernemersgeest loopt terug of verplaatst zich naar het buitenland. We stonden in Nederland altijd bekend om onze handelsgeest en dat maken we op dit moment niet waar.”
Maar hoe los je dat op?
“Door te beginnen bij de basis: het onderwijs. D66 wil daar vijf miljard in investeren. Daarnaast moet de overheid met haar tijd mee aan. De PvdA gelooft in een grote rol voor de overheid, de VVD ziet die rol het liefst zo marginaal mogelijk. Wij geloven dat je vooral moeten kijken naar de tijdgeest.”
Wat is er behalve politieke maatregelen nog meer nodig om die Hollandse ondernemersgeest terug te krijgen?
“Optimisme. Ik lees en hoor te weinig over mensen met ideeën voor de toekomst. Sinds de millenniumwisseling is er stilstand in ons denken. Ons zelfvertrouwen lijkt een deuk opgelopen te hebben.”
Hoe komt dat?
“De 21ste eeuw kent andere problemen. Ik ben van oorsprong kunsthistoricus en kijk ook met die blik naar de samenleving. Na de oorlog is het heel snel zo veel beter gegaan in Nederland: er is een generatie die de jeugd in armoede heeft doorgebracht en in de loop van het leven naar een volledige welstand en sociale zekerheid is gegaan. Daarna is er een periode van verslapping ontstaan, waardoor het optimisme is weggezakt. Het is aan de overheid om daar iets aan te doen. Maar wel met een moderne blik. Ik zeg dit omdat er mensen zijn die naar de jaren vijftig terugverlangen, want
‘toen kon je de deur nog gewoon van het slot laten’. Dan zeg ik altijd: ja, dat komt omdat de vrouw toen nog altijd thuis zat en er materieel niets te halen viel. Naar zo’n tijd willen we natuurlijk niet meer terug.”



