Gerard Sanderink (1948) bouwde zijn imperium op vanuit bescheiden Twentse roots. Als boerenjongen uit Weerselo klom hij op tot eigenaar van een internationaal zakenimperium met bedrijven als ict-reus Centric, bouwconcern Strukton en ingenieursbureau Antea. Samen gaven deze bedrijven werk aan 14.000 mensen wereldwijd en hadden ze een jaaromzet van bijna 3 miljard euro.
Jarenlang gold Sanderink als het toonbeeld van een betrouwbare ondernemer. Bot en rechtlijnig, maar wel iemand die zijn verplichtingen nakwam. Hij meed de spotlights en leidde geen jetsetleven. Tot de zomer van 2018 alles veranderde.
Op zijn zeventigste ontmoette de multimiljonair Rian van Rijbroek, een 21 jaar jongere vrouw die zichzelf presenteerde als cyberexpert, geheim agente en superhacker. Ze claimde te werken voor buitenlandse mogendheden, alles te weten over Irans uraniumvoorraden en zelfs de geheime broncodes van Kaspersky te bezitten. Enige probleem: dat bleek allemaal verzonnen.
Dat leidde uiteindelijk tot de spectaculaire val waarbij Sanderink zijn bedrijfsimperium verloor, zijn vermogen zag slinken en uiteindelijk de controle over zijn eigen leven kwijtraakte.
Maar wie was Gerard Sanderink eigenlijk, voordat zijn wereld instortte? Wat voor man bouwde dit zakelijke imperium op? En wat heeft hem zo uiterst kwetsbaar gemaakt voor manipulatie? Acht anekdotes over het excentrieke karakter van de Twentse zakenman.
#1 Angstig vogeltje met een minderwaardigheidscomplex
Zelfs als een van de rijkste ondernemers van Nederland blijft Gerard Sanderink het angstige schooljongetje. Tijdens een cursus leidinggeven ver na zijn vijftigste verjaardag krijgt hij de opdracht een gedicht voor te dragen. ‘Dan breekt het zweet me uit. Ik word helemaal panisch en sla dicht’, vertelde hij in 1999 aan Tubantia.
Het komt door zijn jeugd, die allesbehalve gemakkelijk is. Als hij naar de basisschool gaat, spreekt hij alleen Twents – de pastoor heeft zijn moeder namelijk wijsgemaakt dat de kleuterschool ‘nergens voor nodig’ is. Op de lagere school gaat hij drie keer voorwaardelijk over, wat hem een diep minderwaardigheidscomplex bezorgt.
‘Je mag rustig stellen dat ik een angstig vogeltje was’, zou hij later zelf toegeven in het Tubantia-interview. ‘Klein van postuur, had geen spat zelfvertrouwen. Hoe meer ze me dwongen, hoe angstiger ik werd. Dat zit heel diep, hoor, die angsten en gevoelens van minderwaardigheid. Tot op de dag van vandaag heb ik er last van.’
#2 ‘Diefstal’ op zaterdagochtend op bevel van de baas
Op een zaterdagmorgen in 1994 gebeurt er iets bijzonders bij een kantoorpand in Nieuwegein. Computerprogrammeurs van Sanderink lopen af en aan met tafels, stoelen en apparatuur. Niets bijzonders, zou je denken, ware het niet dat de spullen helemaal niet van hen zijn.
Sanderink wil het failliete bedrijf Topview overnemen, maar de onderhandelingen verlopen stroef. Dus besluit hij kort te zijn: zijn mensen gaan gewoon de boel leeghalen. De medewerkers kijken elkaar verbaasd aan. Dit is toch eigenlijk gewoon diefstal? Maar niemand durft iets te zeggen, zo schrijft journalist Angelique Kunst in het boek Er is hier maar een de baas over Gerard Sanderink.
De medewerkers werken al zestig tot zeventig uur per week, en nu moeten ze ook hun vrije zaterdag opofferen voor deze twijfelachtige operatie. Maar dat is Sanderink ten voeten uit: als hij iets wil, gebeurt het. En natuurlijk helpt hij zelf mee met het sjouwen.
Later blijkt de overname gewoon door te gaan, en worden de ‘geleende’ spullen keurig terugbetaald.
#3 De 55-jarige miljonair die nog bij zijn moeder woont
Terwijl andere multimiljonairs jetsetten in het Gooi, woont Gerard Sanderink lange tijd gewoon thuis bij zijn moeder in Lemselo. Elke avond drinken ze samen een glaasje fris voor de televisie, waarbij hij knabbelt op droge Melbatoastjes – ‘zonder datte d’r wat op hef smeerd’, zoals zijn 89-jarige moeder het in plat Twents uitlegt aan een journalist van Tubantia.
Op zondag rijdt hij haar trouw in zijn versleten Audi 80 naar de kerk in Oldenzaal. Journalisten smullen van deze bijzondere band en van de steenrijke ict-ondernemer die nog altijd bij zijn bejaarde moeder woont. Sanderink heeft er vrede mee. ‘Men moet maar accepteren dat ik anders ben dan anderen. Ik ben best tevreden met het leven dat ik leid.’
Als zijn moeder in 2003 sterft, valt zijn veilige wereld in duigen. Voor het eerst in zijn leven is de 55-jarige multimiljonair echt alleen.
#4 Zo bang om ziek te worden
Zijn hele leven is Sanderink doodsbang voor ziekte. Na een hartinfarct op zijn 26e raakt hij in paniek bij elk pijntje. Hij rookt niet, drinkt geen alcohol en is zo bang om dik te worden dat hij volgens ingewijden op het randje van anorexia balanceert. Dat verklaart ook de droge Melbatoastjes bij zijn moeder. De man die miljoenen verdient, eet als een monnik.
Al die obsessieve voorzorgsmaatregelen helpen niet. Hij krijgt maagbloedingen, nierstenen en opnieuw hartproblemen. In 2017 moet hij na een infarct vijf maanden bij zijn toenmalige vriendin Brigitte van Egten intrekken. Begin 2018 wordt hij weer ziek en logeert dan drie maanden bij haar. De angst voor de dood beheerst zijn leven.
#5 De shirtsponsor die erbij wil horen
Sanderink is zo verlegen dat hij een hobby nodig heeft, vindt zijn beste vriend Willem Neeskens. Hij is sportverslaggever en oppert: word shirtsponsor van voetbalclub De Graafschap met it-bedrijf Centric. Het mes snijdt aan twee kanten volgens Neeskens: ‘Gerard krijgt hierdoor een leuke hobby voor in het weekend en het is goed voor de naamsbekendheid van Centric’, aldus Neeskens in het boek Er is hier maar een de baas.
Een geweldig idee vindt Sanderink – eindelijk heeft hij op zondag iets te bespreken met anderen. Hij poseert stralend voor de camera bij de contractondertekening in 1999.
Zijn eigen topmanagers zijn woedend als de foto de volgende dag in De Telegraaf verschijnt. Ze vinden dat Sanderink had moeten overleggen. Wat moet een bedrijf uit Gouda met De Graafschap? Hoe kunnen ze klanten uitnodigen voor een voetbalwedstrijd in Doetinchem?
Sanderink begrijpt de ophef niet – hij wil gewoon ergens bij horen. Maar ook bij De Graafschap gaat het mis. Hij geeft in de media geregeld zijn mening over het beleid en bekritiseert de prestaties van trainers en spelers. Na talloze aanvaringen vraagt de club in 2011 aan Sanderink om te stoppen als hoofdsponsor. Een jaar later keert hij terug als commissaris, maar na twee maanden is er alweer ruzie en besluit hij zijn taken neer te leggen.
#6 De onhandigheid die veel vrouwen schattig vinden
Als baas is Sanderink ‘nogal aanrakerig’, zoals oud-medewerkers het omschrijven in Er is hier maar een de baas. Midden in vergaderingen begint hij zomaar aan het haar van vrouwelijke collega’s te frummelen, of plukt hij aan hun beha-bandjes – gewoon waar iedereen bij staat. Het leidt tot pijnlijke situaties, maar hijzelf lijkt er totaal geen erg in te hebben.
Het gekke is: veel vrouwen vinden het eigenlijk nog schattig ook. Hij komt niet over als een viezerik, meer als een onschuldige, wereldvreemde professor die geen benul heeft van sociale codes. Zijn topmanagers zien het probleem wel en staan paraat om hem met een smoes uit gênante momenten weg te slepen.
#7 Extreme zuinigheid: gratis koffie voor topoverleg
Sanderink heeft een hekel aan vergaderen en vindt het zonde van de tijd. Toch heeft zijn groeiende bedrijf wel regelmatig overleg nodig. Daarom bedenkt hij een slimme oplossing: elke zaterdagmorgen zitten zijn topmanagers bij het AC Restaurant in Apeldoorn voor de wekelijkse vergadering. Hij kiest dit restaurant omdat je er de tweede kop koffie gratis krijgt.
Medewerkers maken onderling wel grappen over hoe zuinig hun baas is, maar tegelijkertijd hebben ze respect voor hem. Zonder morren vergaderen ze op hun vrije zaterdagochtend.
Zijn obsessie met geld besparen is legendarisch. Hij draagt kleding en schoenen totdat ze helemaal kapot zijn. Bedrijfsjuriste Marjan Bouman moet daarom met hem pakken gaan kopen. De slimme blondine heeft hem helemaal om haar vinger gewonden – hij is stapelgek op haar. Maar zij vindt een relatie met haar excentrieke baas veel te gecompliceerd.
#8 Volledig vertrouwen op zijn beste vriend
Willem Neeskens is de enige die Sanderink echt durft tegen te spreken. De robuuste Almeloër neemt geen blad voor de mond en zegt gewoon waar het op staat. Elke zaterdag zitten de twee vrienden urenlang in restaurant Van der Valk in Hengelo om over zaken en het leven te praten.
Sanderink vertrouwt Neeskens volledig en bespreekt alles met hem – van belangrijke bedrijfsbeslissingen tot persoonlijke kwesties. Als de zakenman weer eens doorslaat in zijn wantrouwen jegens ambtenaren, roept Willem resoluut: ‘Kom op Gerard, doe effe normaal!’ Hij is de enige die Sanderink kan kalmeren, schrijft Angelique Kunst in Er is hier maar een de baas.
Neeskens vindt ook dat zijn rijke vriend meer van het leven moet genieten. ‘Hij heeft miljoenen op de bank, waarom doet hij daar geen leuke dingen mee?’, vraagt hij zich af.
Wanneer Neeskens in 2014 overlijdt, is Sanderink ontroostbaar. In een rouwadvertentie schrijft hij over hun jarenlange vriendschap en gedeelde gevoel voor rechtvaardigheid. Na dit verlies wordt Sanderink nog teruggetrokkener en eigenwijzer dan hij al was.
Het tragische einde van een Twentse droom
Vandaag leeft Sanderink als een gevallen keizer in een Duits dorpje ergens in de buurt van Kleef, vlak over de grens bij Nijmegen. De man die ooit trots zijn moeder naar de kerk reed, durft Nederland niet meer binnen te komen. Hij heeft geen auto meer, geen vrienden, geen familie waarmee hij nog spreekt.
Een verslaggever van Tubantia zocht hem eind 2024 op. ‘Als ik morgen niet meer wakker word, is het ook goed’, zei Sanderink tegen de journalist. ‘Want dit is geen leven, geen maatschappij waarin je wilt leven.’



