De businesscase voor de transformatie naar duurzamer staal in Europa is niet sterk genoeg, zelfs niet met financiële steun. Met dat argument wijst de Luxemburgse staalgigant ArcelorMittal eind juni 1,3 miljard euro aan Duitse federale en lokale staatssteun af. Dat geld was al toegezegd voor het ombouwen van twee staalfabrieken, maar nog niet uitbetaald.
Beide fabrieken, die in Bremen en in Eisenhüttenstadt, zouden gebruik gaan maken van een moderne Direct Reduced Iron-installatie en elektrische boogovens. Diezelfde duurzame stappen staan ook in de intentieverklaring die Tata Steel Nederland met de overheid en het Indiase moederbedrijf maandag heeft ondertekend.
In België heeft ArcelorMittal, het op één na grootse staalbedrijf van de wereld, een verduurzamingsproject van 2 miljard euro in de haven van Gent al langer in de ijskast staan. Met dezelfde mededeling: niet rendabel te maken. Ook niet met de 260 miljoen euro van Europa, 600 miljoen van Vlaanderen en de belofte van tien jaar goedkope stroom.
Kernenergie is niet genoeg
Zelfs in Frankrijk, waar dankzij kernenergie de stroomprijzen lager liggen, twijfelt ArcelorMittal nog altijd over verduurzaming in Duinkerke. Of dat doorgaat, hangt af van de hoeveelheid subsidie die het bedrijf daarvoor kan losweken. En of ze in Brussel een beetje kunnen dimmen met die klimaatdoelstellingen.
Duitsland produceert nog altijd het meeste staal van Europa, zo’n 37 miljoen ton in 2024. De Duitse overheid heeft in totaal 6,9 miljard euro subsidie over voor de transformatie naar groener staal. Of dat bedrag ooit wordt uitgekeerd, is nog de vraag. Er zijn namelijk meer staalbedrijven die hun businesscase niet rond krijgen.
ThyssenKrupp is de grootste van Europa. Het bedrijf steekt, inclusief 2 miljard staatssteun, 3,5 miljard euro in een directe-reductie-installatie in Duisburg. Die zal net zoals bij Tata Steel eerst op gas gaan draaien, want er is niet voldoende groene waterstof te krijgen.
Grenzen aan haalbaarheid
De beschikbaarheid daarvan heeft de staalgigant onderschat en dat heeft consequenties. ‘We opereren momenteel op de grenzen van economische haalbaarheid. Of, zoals de zaken er vandaag voorstaan: daarbuiten’, zegt ceo Miguel Lopez tegen Reuters. Of die fabriek ooit economisch rendabel wordt, is nog altijd een groot vraagteken. Niet in de nabije toekomst, dat weet de ceo nu al.
De op één na grootste staalmaker van Duitsland, Salzgitter, laat half september weten dat de uitbreiding van hun waterstofproject – Salcos – met drie jaar wordt uitgesteld. ‘De economische omstandigheden zijn er gewoon niet naar’, zo klinkt het tegen Reuters.
De eerste steen voor de nieuwe fabriek in Salzgitter, met opnieuw dezelfde soort technologie waar Tata Staal mee aan de slag wil, is al gelegd. Voor het project is 2,5 miljard euro voorzien, maar alleen de eerste, veel kleinere fase wordt uitgevoerd.
Lees ook: Europese staalindustrie piept en kraakt
Verkiezingsstunt
De grote spelers maken in Europa dus vooral een terugtrekkende beweging. Verduurzamingsplannen, zelfs het overschakelen van kolen naar gas, zijn gewoon niet haalbaar. De volgende stap is pas echt een bottleneck: van gas naar biomethaan of groene waterstof. Dan pas is er sprake van fossielvrij staal of groen staal.
De problemen waar de staalindustrie mee worstelt in Europa zijn ook nog lang niet opgelost. Dat zijn dumping van China, hoge elektriciteitsprijzen, te weinig hernieuwbare energie en een gebrek aan duurzame alternatieven om de ovens op te stoken.
Zwemt Tata Steel dan tegen de stroom in? Dat kan een goede zet zijn. ‘Nee, dit is een onhoudbare verkiezingsstunt’, reageert Boris Schellekens, Tata-kenner en onderzoeker bij SOMO. ‘Bedoeld om VVD-minister Sophie Hermans nog even te laten shinen.’
De deal met Tata wordt hier erg positief neergezet, maar in moederland India wordt er veel voorzichtiger over gerapporteerd, geeft hij aan. ‘Daar hebben ze het vooral over niet-bindend, een eerste stap en veel dingen die nog onzeker zijn.’
Onderhandelingstactiek
Het is mogelijk een onderhandelingstactiek, zegt Rens van Tilburg, economic fellow van het Instituut voor Milieuvraagstukken van de VU. ‘Bedrijven sluiten een deal en als vervolgens de prijzen voor energie of iets anders stijgen, dan zullen ze zeggen dat het niet meer lukt en dat er een nieuwe deal moet komen.’
Op dat moment zal bij de overheid een bekende bias opduiken, die van de verzonken kosten. Er is al zoveel in dit project geïnvesteerd, ermee stoppen is dan taboe, zelfs al kost het meer dan het ooit zal opbrengen.
De econoom benadrukt dat hij niet per se een tegenstander is van steun aan Tata. ‘Maar ik mis de analyse die nodig is om te kunnen besluiten of dit wel een verstandige inzet van publieke middelen is.’
Keuzes maken
De overheid geeft veel geld uit aan een vestiging van een eigenaar in India. Tata moet alle grondstoffen uit het buitenland halen, omdat Nederland zelf geen ijzererts, kolen en gas heeft. En het exporteert 80 procent van zijn productie naar het buitenland, somt hij op. ‘Dus met Nederland zelf heeft het allemaal niet zo veel meer te maken. Behalve dan al dat belastinggeld.’
Ondertussen zit ons land wel vol op allerlei vlakken: er is geen capaciteit meer op het stroomnet, er is geen ruimte meer om te bouwen en er zijn niet voldoende arbeidskrachten. ‘Dus er moeten keuzes gemaakt worden. En als je kiest voor Tata, dan betekent dat er andere dingen dus niet kunnen. Dat is wat ik mis in de discussie. Renderen onderwijsuitgaven en steun aan recyclebedrijven niet veel beter?’
Lees op Change Inc.: Toekomst van Tata Steel heeft grote invloed op de energietransitie
Het maken van staal kost erg veel energie. Zou Tata overschakelen op de meest duurzame versie met het gebruik van groene waterstof, dan vraagt dat bijna 20 procent van het totaal van de energie die in Nederland vandaag wordt opgewekt.
Maar ook groene waterstof zal nog lange tijd duur blijven in onze contreien. ‘Als je kijkt naar energieprijzen en de verwachtingen daarover naar de toekomst, dan is het heel lastig om te zien dat Tata een goede businesscase heeft’, vervolgt Van Tilburg.
Goedkopere productie
De staalproductie kan in Scandinavië of in het zuiden van Europa veel goedkoper plaatsvinden dan in Nederland. Daar is een overvloed aan respectievelijk waterkracht, zonne- en windenergie vanwege de lage grondprijzen. Wat de productie van groene waterstof dan ook meteen goedkoper maakt.
ArcelorMittal heeft al veel capaciteit in Spanje, Celsa Group heeft ook een sterk marktaandeel. ‘Tata moet alles nog gaan bouwen. Spanje heeft al achttien elektrische boogovens staan in de staalindustrie, de stap naar produceren met waterstof is daar een stuk kleiner dan bij ons’, vult Schellekens aan.
Van Tilburg: ‘Er wordt in IJmuiden dus iets neergezet wat miljarden kost. Maar je kunt dus verwachten dat je in de toekomst elk jaar nog veel extra geld nodig zal hebben om de concurrentie met die andere Europese landen aan te kunnen.’
Zweden loopt voorop
Zo’n andere concurrent is ook Zweden, al jaren bezig met het opzetten van een duurzame staalproductie. Met vallen en opstaan. Stegra, dat in het noorden – in Boden – met waterkracht groen staal wil produceren, loopt inmiddels twee jaar achter. Vorig jaar haalde het bedrijf 6,5 miljard euro aan kapitaal op, maar dat geld blijkt niet toereikend.
Gelukkig heeft het in september een deal met Microsoft gesloten, waarin het staal gaat leveren voor het groeiende netwerk aan datacentra van de techgigant. Daarmee hoopt het nu echt de businesscase voor groen staal te versnellen. Stegra wil tegen 2030 5 miljoen ton groen staal produceren. Tata Steel Nederland zit jaarlijks tussen de 5 en 7 miljoen ton, de fossiele versie.
Ook Hybrit profiteert van de goedkope waterkracht en de ruimte in het noorden. De Zweedse staalconcerns SSAB, LKAB en Vattenfall pompten er samen al miljarden in. Dat leverde in 2021 een wereldprimeur op: de eerste productie van fossielvrij staal.
Kans voor Tata
Vandaag is het nog altijd een testcentrum. De technologie is inmiddels klaar om op te schalen naar industriële schaal. Dat gebeurt voorlopig in een demonstratiefabriek van LKAB in Gällivare. Die moet jaarlijks 1,3 miljoen ton aan fossielvrij staal gaan produceren. SSAB belooft vanaf volgend jaar om de fabriek in Oxelösund omgebouwd te hebben voor de productie van groen staal.
Ook de Zweden zijn er dus nog niet, ondanks alle voordelen die ze hebben. Dat biedt juist kansen voor Tata in Nederland, althans volgens Erik Vegter, directeur van M2i. Dat is een samenwerkingsverband van de universiteiten en de industrie die het programma Groeien met Groen Staal leiden.
‘Wat elders in Europa gebeurt, is misschien ook wel geavanceerd, maar toch vaak op kleine schaal of in een experimentele fase.’ Tata maakt het verschil door concreet in te zetten op grote fabrieken, legt hij uit. ‘Over vier, tot vijf jaar wil het bedrijf daadwerkelijk in grote volumes groen staal gaan produceren. Daarmee kan het dus voorop gaan lopen in Europa.
Staal recyclen
Dan zal Tata toch iets anders moeten gaan produceren dan rollen staal, merkt Schellekens op. Dat is namelijk een commodity en daar gaat het gevecht voornamelijk om de prijs. Dat soort producten zijn niet langer haalbaar in Noordwest-Europa. ‘Het recyclen van staal is interessanter. Het nieuwe staal dat je eventueel nodig hebt, kun je dan importeren uit Spanje.’
Van Tilburg vraagt zich af wat Nederland nog met een staalproducent aan moet. ‘Dat zou anders zijn als dit een ASML-achtig bedrijf was met enorm veel verbindingen met allerlei andere bedrijven in het land, met het soort van kennis waar allemaal nieuwe producten uit kunnen gaan komen. Maar in de staalproductie bestaan dit soort spillovers eigenlijk niet of nauwelijks.’
Lees ook: Tata-ceo Hans van den Berg vond emotionele binding te ver gaan



