‘Je hoort mensen vaak zeggen dat ze duurzaamheid belangrijk vinden, omdat ze de wereld beter willen achterlaten voor hun kinderen of kleinkinderen. Dat is allang niet meer de discussie’, zegt Peter Bakker. ‘Nog tijdens mijn leven gaan dingen al in ons gezicht exploderen. Ik wil toch zo veel mogelijk hebben bijgedragen aan het tegenhouden van de meest negatieve effecten van klimaatverandering.’
D 64-jarige Bakker bruist van de intrinsieke motivatie. Sinds 2012 is hij ceo van de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD), en hij heeft getekend voor een nieuwe termijn tot 2030. Daarmee is de voormalige ceo van TNT (de voorloper van PostNL) een flink eind op weg om achttien jaar vol te maken bij het internationale netwerk van ceo’s dat zich inspant om een duurzame bedrijfsvoering bij grote multinationals te verankeren.
Wat hem zo aantrekt in deze functie? ‘Kapitalisme op een spandoek bekritiseren is makkelijk. Echte verandering teweegbrengen is minder eenvoudig. Dat is een lange reis. Ik merk dat ik in deze rol en met deze organisatie veel invloed kan uitoefenen om ceo’s te mobiliseren. Dat doe ik natuurlijk niet alleen, maar als je ergens langer zit bouw je een persoonlijke geloofwaardigheid op. Dat helpt om dingen onder de aandacht te brengen bij ceo’s.’
Duurzaamheid in Davos
Bakker is net terug van het World Economic Forum in Davos als we hem spreken over de actuele uitdagingen voor corporates bij verduurzaming. ‘In Davos heb je een lange winkelstraat, de Promenade. Elke groot merk heeft daar tijdens de conferentie een stand. Tot een jaar of vier geleden was dat allemaal beplakt met “Sustainability’” of “Climate Action”. Dat is nu helemaal verdwenen. Dit jaar was sowieso een beetje bijzonder, omdat de Amerikaanse president bepaalde eisen had over wat er wel en niet op het programma mocht komen.’
In de hotels rondom het congrescentrum waar het World Economic Forum plaatsvindt, worden ook allerlei lunches en vergaderingen georganiseerd. Daar merkte Bakker heel andere dingen. ‘Je zag dit jaar veel aandacht voor natuur, dat had ik niet eerder in die mate gezien. En de ceo’s die ik daar sprak zijn allemaal committed als het gaat over duurzaamheid. Alleen gebruiken partijen die handel drijven met de VS of daar gevestigd zijn, niet meer het woord “sustainability”, omdat… laten we zeggen, het daar momenteel niet zo aanslaat.’
Waar praten ze dan wel over?
‘Het gaat over de energietransitie en fysieke risico’s in toeleveringsketens. Je hebt ook veel verzekeraars en herverzekeraars die daar nu uitgebreid en open over spreken. Die zien dat de risico’s die ze in hun eigen modellen al langer waarnemen zo groot zijn geworden, dat ze daar openheid over moeten geven en aandacht voor vragen.
Daar komt bij dat er vlak voor de start van Davos vanuit de wetenschap een heel duidelijke boodschap kwam over de grens van 1,5 graden opwarming van de aarde. Waar eerder werd gedacht dat we die niet voor 2040 gingen overschrijden, is de consensus nu dat dat binnen drie tot vijf jaar gaat gebeuren.
Daarmee komen ook risico’s rond tipping points in beeld, zoals het smelten van de Groenlandse ijskap en het verdwijnen van koraalriffen. In combinatie met de fysieke risico’s die extreme weersgebeurtenissen meebrengen, is dat een boodschap die heel goed wordt begrepen door bedrijfsleiders.’
Wat doen multinationals daarmee?
‘De discussie concentreert zich veel meer op de korte termijn. Dus in plaats van te kijken naar wat het doel moet zijn voor 2050, wordt de vraag: welke acties kun je nu ondernemen om de komende vijf jaar op de goede koers te komen?
Dan kom je uit bij vragen als: kunnen ceo’s duidelijker maken dat de energietransitie positieve impact heeft op de weerbaarheid en het risicoprofiel van hun bedrijf? Heb je daar een businesscase voor? En kunnen ze kapitaalmarkten zover krijgen dat die investeringen op dit vlak belonen in plaats van afstraffen? Dat zijn belangrijke aandachtspunten voor de komende jaren.’
Hoe helpt WBCSD ceo’s om die vragen te beantwoorden?
‘Afgelopen jaar hebben we in september tijdens de New York Climate Week een handboek voor ceo’s gepresenteerd over fysieke risico’s en weerbaarheid in waardeketens. Dat is één van de meest gedownloade publicaties ooit van WBCSD.
De boodschap die we geven is dat dit niet alleen de ceo of de sustainability officer raakt. De hele organisatie moet gaan meedenken: van inkoop en operations tot finance. We hebben aangegeven welke vragen je moet stellen, zodat dit bij verschillende afdelingen op de agenda komt. Dat is heel goed opgepakt.
We zijn nu bezig met een tool om de vervolgvraag te beantwoorden: hoe maak ik er een businesscase van? Dan gaat het erom hoe je risico’s kwantificeert, want dan weet je of een investeringscasus hebt die je kunt uitvoeren en waarmee je aandeelhouders kunt overtuigen. We brengen die tool dit jaar naar buiten. Dat zal tot heel concrete aanbevelingen leiden.’
Het blijkt nog altijd lastig om één van meest voor het hand liggende acties in gang te zetten: het gebruik van fossiele brandstoffen serieus afbouwen. Nederland en Colombia willen daar in april een internationale conferentie voor organiseren. Wat is de positie van WBCSD in dit dossier?
‘De energietransitie en het terugdringen van CO2-emissies kunnen niet worden gerealiseerd zonder vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen. Het initiatief van Nederland en Colombia is belangrijk, omdat je daarmee een ‘coalition of the willing’ bij elkaar kunt brengen in de hoop dat die genoeg momentum krijgt. Helemaal nu de VS zich hebben teruggetrokken uit het Klimaatakkoord van Parijs moeten we op andere manieren gaan samenwerken.
Als de VS zich willen positioneren als het land dat vol blijft gaan voor fossiel, is dat hun keuze. Mijn stelling is dan heel simpel: die keuze gaat de economische positie van de VS op de lange termijn enorme schade toebrengen. Op een gegeven moment zal de wereld die producten niet meer willen kopen.
Vanuit WBCSD hebben we samen met anderen al veel langer geroepen dat fossiele brandstoffen moeten worden afgebouwd. De vraag is natuurlijk: hoe dan? We zetten nu veel zwaarder in op elektrificatie, want bijna alles kan geëlektrificeerd worden. Dat geldt voor het transport, maar ook voor de industrie, waar je voor allerlei processen elektrische ovens kunt gebruiken.
Op systeemniveau moet je enorm investeren in elektriciteitsnetwerken, batterijopslag en hernieuwbare energie. En AI biedt veel kansen voor efficiëntiewinst door vraag en aanbod slimmer op elkaar af te stemmen. Zo kun je enorme stappen zetten. Wij proberen bedrijven te helpen om scherp te krijgen hoe ze die kant op kunnen bewegen.’
Tot de leden van WBCSD behoren ook grote olie- en gasconcerns als Shell en BP. Hoe verloopt de interne discussie met bedrijven uit de fossiele sector?
‘De bedrijven op onze ledenlijst zijn supergroot en behoren tot de belangrijkste ter wereld. Ik zal nooit zeggen dat elk bedrijf op de ledenlijst helemaal in overeenstemming handelt met dat wat we als bestuur uitdragen. Onze houding is dat je bedrijven beter binnen dan buiten de tent kunt hebben, want dan kun je veel effectiever de dialoog opzoeken.
De olie- en gasbedrijven onder onze leden zijn volop betrokken bij het debat over elektrificatie en de conversatie over carbon capture, het afvangen en opslaan van CO2. Het is wel zo dat bedrijven in de fossiele sector een keuze moeten maken: gaan ze mee in de transitie en stemmen ze hun investeringen daarop af? Of blijven ze zo lang mogelijk bij het huidige businessmodel?
Je zult een splitsing gaan zien. Bedrijven die kiezen voor doorgaan op de huidige voet zullen zich uiteindelijk minder thuis voelen bij ons en mogelijk vertrekken. Anderen zullen concluderen dat de transitie onherroepelijk moet plaatsvinden. En dan kun je er maar beter op tijd bij zijn om te begrijpen wat de consequenties zijn voor jouw bedrijfsvoering.’
In de Visie 2050 pleit WBCSD voor een ander soort kapitalisme, gebaseerd op duurzame waardecreatie. Dat lijkt nogal haaks te staan op het transactionele kapitalisme van Donald Trump, met nadruk op het recht van de sterkste. Hoe schat je de kansen voor een duurzame transitie momenteel in?
‘Er is een sterke neiging om te focussen op alles wat er in de VS gebeurt, maar de wereld is echt veel groter. In Azië zie ik geen enkele terughoudendheid op het gebied van duurzaamheid. Dat wordt gezien als cruciaal voor je concurrentievermogen. China loopt vele jaren vooruit op de rest van de wereld en heeft zeer succesvolle bedrijfsmodellen ontwikkeld. Veel Chinese elektrische auto’s zijn op dit moment bijvoorbeeld gewoon beter dan Europese en Amerikaanse modellen.
In Amerika zie je een groot verschil tussen Noord en Zuid. Zuid-Amerika neemt de duurzaamheidsagenda uiterst serieus, omdat men weet dat de risico’s van klimaatverandering daar zwaar gevoeld gaan worden. In de VS is sustainability met veel kabaal aan de kant gezet, maar grappig genoeg was meer dan de helft van onze aanwas van nieuwe leden afgelopen jaar afkomstig uit de VS. Ze lopen er alleen niet erg mee te koop, om begrijpelijke redenen.
Europa hangt een beetje tussen de VS en Azië in. Er moet een duidelijke keuze worden gemaakt. Gaan we de Green Deal doorzetten of laten we het allemaal een beetje verwateren, tot er weinig meer van over is? Daar doorheen speelt natuurlijk ook de vraag bij welke grootmachten we ons een beetje comfortabel voelen en dat gaat allemaal vrij langzaam.
Ik heb de Davos-speech van de Canadese premier Mark Carney inmiddels vier keer bekeken, omdat ik vermoed dat dat over twintig jaar een historische toespraak zal blijken te zijn. Het punt dat hij maakt over het einde van de oude wereldorde en de noodzaak voor middelgrote mogendheden om een eigen radar te ontwikkelen, zal heel relevant worden.’
Dit artikel verscheen eerder op Change Inc.
Lees ook: Zes hardnekkige misvattingen over China: ‘Europa heeft twee keuzes, samenwerken of afzien’



