Quirijn Bolle en zijn medewerkers werden er toch wel een beetje zenuwachtig van. Bij de opening van Sprout Challenger Marqt was geen klant te bekennen. Alsof de karrenvrachten verswaar voor niets waren aangeleverd. Na drie kwartier druppelden de eerste klanten binnen. Vanaf dat moment hoefde Bolle en co zich echter geen zorgen meer te maken.
Want het liep al snel storm in de versmarkt aan de Overtoom in Amsterdam. Op de eerste zaterdag na de opening moest er zelfs veel extra waar met spoed worden gebracht of vervaardigd. “Ik had de helft verwacht”, vertelt een opgewekte Bolle. “De dagomzet die we nu al maken had ik pas voor over zes maanden ingeraamd.”
Voorafgaand aan dit startsucces gaat een moeizame periode van zeker twee en een half jaar. Bolle was het grootste gedeelte van die periode op zoek naar de juiste investeerders. “Er zijn een hoop mensen met veel geld, meer dan je denkt. Maar ik had mensen nodig die wat in mijn idee zagen omdat ze hun verantwoordelijkheid als vermogend persoon nemen. Die dachten ‘zo’n zaak moet er komen, want als het goed gaat, betekent dat heel veel voor de manier waarop we met voedsel omgaan’.
Marqt is een plek waar verschillende (lokale) producenten van biologisch, vers voedsel hun waar kunnen verkopen. Bolle ontvangt een percentage van hun omzet. Door diverse schakels uit het traject van producent naar klant uit te schakelen, blijven de prijzen bij Marqt te overzien. Een tweede filiaal is in ontwikkeling.
Investeerder
Bolle zegde in 2006 zijn baan als salesmanager voor de Amerikaanse Ahold-dochter Foodservices op en keerde terug naar Amsterdam. Hier ging hij op zoek naar de juiste investeerders om hem te helpen met zijn versmarkt-plannen.
Het eerste jaar na zijn vertrek bij Ahold had Bolle het zwaar. “Toen moest ik alles zelf bekostigen. In het tweede jaar had ik, net op tijd, een investeerder gevonden. Toen kreeg ik eindelijk zelf weer wat brood op de plank dankzij een lening. En ik kon, samen met mijn zakenpartner Meike Beeren, aan de slag. Eerst hadden we alleen maar een business-idee, dankzij die investeerder werd het een onderneming. We konden een aantal mensen aannemen en concreet zoeken naar een vestigingsplek.”
Hobbels op de weg
Ook dat viel niet bepaald mee. Vind maar eens een kleine duizend vierkante meter winkelruimte op een goede locatie in Amsterdam. Om over het hele vergunningentraject nog maar te zwijgen. Bolle heeft er veel van geleerd. “Je moet goed begrijpen uit welke componenten alle voorbereidingen bestaan. Eerst lieten wij alles, van formatontwikkeling tot communicatiestrategie, door één partij regelen. Dat werkte niet. Nu schakelen we verschillende partijen in.”
Bolle benadrukt wel dat je niet zomaar alles aan externe partijen kunt overlaten. “Je moet de boel goed blijven aansturen, want veel bedrijven verslikken zich in een start-up. Zij zijn gewend om met professionele grote bedrijven te werken waarbij alles al goed geregeld is.”
Bolle zal zich ook niet snel meer iets laten aanpraten. “Veel adviseurs nemen geen verantwoording over hun adviezen. Je betaald ze wel per uur, maar je kunt ze niet afrekenen op een bepaald resultaat. Met zulke mensen ga ik niet meer in zee.” Hoe denkt Bolle hier het kaf van het koren te scheiden? “Simpel”, antwoordt hij. “Je moet jezelf zo oninteressant mogelijk maken. Als ze dan nog ja zeggen, zit je goed.”



