Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Happy Shrimps: ‘We zijn wel groen, maar niet gek’

Je bent groen en sociaal, maar hoe zorg je dat de wereld het weet? Laat dat maar over aan Bass & Gill van de Happy Shrimp Farm. De jonge Rotterdammers hebben nog geen garnaal gekweekt, maar haalden al alle media. ‘Ons verhaal is onze reclame’

De vierentwintig kweekbaden in de grote kas van de Happy Shrimp Farm zijn bijna klaar voor gebruik. De baden, gelegen aan weerszijden van een lang looppad, zijn nu nog leeg, maar over acht maanden komen daar de eerste gelukkige garnalen uit. “En dan zetten we hier een leuk muziekje op, daar worden de garnalen lekker rustig van”, zegt directeur Gilbert Curtessi (33). Serieus? “Nou ja, dat heb ik een keer op het NOS Journaal geroepen en dat was de enige opmerking die ze er niet uitgeknipt hebben.” Maatschappelijk verantwoord ondernemen doet Curtessi graag, maar wel met humor. Het is bijzonder om op een milieuvriendelijke manier de eerste garnalenkwekerij in Europa te beginnen, maar er moet wel geld mee te verdienen zijn. “Zoals wij hier zeggen: we zijn wel groen, maar niet gek.”
Zo heel gek is de opmerking over muziek in de garnalenkwekerij overigens niet, legt operationeel manager en bioloog Job Munten (25) uit. Hij is in de kassen bezig met het boren van gaten, waar straks het warme water doorheen kan stromen. “Muziek zorgt voor constante trillingen. De garnalen raken daaraan gewend en hebben zo minder last van andere trillingen, zoals van mensen die langs de baden lopen.” Curtessi houdt van opmerkelijke, milieuvriendelijke oplossingen voor bestaande problemen. Daarom is het ook niet vreemd dat de milieugeograaf en zijn mededirecteur, bedrijfskundige Bas Greiner (31), in het koude Nederland een tropische garnalenkwekerij zijn begonnen op de Maasvlakte, tegenover de elektriciteitscentrale van E.ON Benelux. De restwarmte van de centrale, die eerder ongebruikt verloren ging, wordt straks ingezet om de tropische garnalen een lekker warm bad te verzorgen. De garnalen worden daarna via Schmidt Zeevis Rotterdam in opperbeste stemming verkocht aan toprestaurants in de omgeving. Goedkoop zijn ze niet – 35 euro per kilo – maar daar staat volgens Curtessi de kakelverse kwaliteit tegenover. De garnalen van Curtessi en Greiner krijgen alle ruimte in de grote tanks, en krijgen gezond voedsel.
Het ‘happy’ uit ‘happy shrimp farm’ staat voor biologisch en duurzaam. “Duurzaam is een term die een beetje uitgekauwd is. We zochten iets anders en kwamen zo uit op happy”, verklaart Greiner de naam van zijn kwekerij. “ ‘Duurzaam’ en ‘biologisch’ zijn woorden die we niet al te veel willen gebruiken”, zegt Curtessi. “Daar krijg je zo’n muesli-gevoel bij. De garnalen worden uiteindelijk toch beoordeeld op hun versheid en smaak. Het biologische aspect geeft misschien een extra waarde, maar zal voor de meeste mensen niet het belangrijkst zijn.”

Greiner en Curtessi wisten drie jaar geleden nog niets van garnalen, behalve dat ze die graag op hun bord hebben. Ze werkten allebei bij het Havenbedrijf in Rotterdam, waar ze onderzoek deden naar mogelijkheden voor duurzame technologie en co-siting: bedrijven die naast elkaar gevestigd zijn en samen op zoek gaan naar energievoordelen. Wat kun je allemaal doen met de restwarmte van een energiecentrale, warmte die normaal gesproken ongebruikt verloren gaat? Een industriële wasserette was het eerste idee, maar Greiner en Curtessi wilden iets wat ze zelf ook leuk vonden. Iets met het kweken van vis, bijvoorbeeld.
Uiteindelijk kwamen ze uit op gamba’s: in Noord-Europa niet vers te krijgen en dus een gat in de markt. Bovendien zijn gamba’s snel te produceren, binnen een maand of zeven zijn de beestjes volgroeid en hebben ze relatief weinig voedsel nodig. De restwarmte van de energiecentrale bleek voldoende om de baden op de vereiste 30 graden te houden. Er waren vijf mogelijke locaties bij verschillende industriële bedrijven, E.ON op de Maasvlakte bleek uiteindelijk de beste en even enthousiast als Greiner en Curtessi zelf.
Twee jaar lang waren ze bezig met het vergaren van kennis. “We hebben allerlei partijen benaderd en verteld van onze plannen. Via Nutreco kwamen we op de beurs Aquavision in het Noorse Stavanger terecht. We hadden nog geen verstand van vis en garnalen, maar wel van techniek, industrie en marketing. Op die beurs hebben we heel veel geleerd”, zegt Curtessi. Ze maakten kennis met Arie Ouwehand senior. van het bekende visbedrijf Bertus Dekker Seafood, leerden later bij Wageningen Universiteit wat garnalen precies zijn en wat ze doen, voerden gesprekken bij het ministerie van Landbouw met een beleidsmedewerker die, toevallig, zelf in de garnalenkwekerij had gezeten. Ruim een jaar geleden kwam bioloog Job Munten bij het project. Hij deed tijdens zijn studie al onderzoek naar garnalen. In een Wagenings proeflaboratorium heeft hij afgelopen maanden onderzocht wat de ideale omstandigheden voor gelukkige garnalen zijn. De eerste babygarnaaltjes worden eind december of begin januari aangeleverd uit het buitenland. Uiteindelijk wil de Happy Shrimp Farm deze zelf gaan kweken, en na een maand of zeven moeten de eerste garnalen klaar voor consumptie zijn. Hoe lang ze er precies over doen, is nog de vraag. Het blijft tenslotte een nog niet eerder vertoond kunstje.

Ook al moet de eerste garnaal nog uit de kweekbaden komen, toch heeft de Happy Shrimp Farm al een afnemer, Schmidt Zeevis uit Rotterdam. Schmidt gaat de dagverse garnalen leveren aan de betere restaurants. Die zaten blijkbaar te springen om een goed alternatief voor de diepgevroren gamba’s die nu uit bijvoorbeeld Azië worden geïmporteerd. Greiner en Curtessi weten nu al dat ze de komende drie jaar uitverkocht zijn, en dat wisten ze al voordat de enorme stroom aan publiciteit voor het bedrijf op gang kwam. Want het duo is niet meer weg te slaan uit de media: begonnen als starter op sprout.nl en vervolgens een stroom aan artikelen en interviews in kranten en tijdschriften, een item in 2Vandaag, op het NOS Journaal en in een radiocommercial van E.On Benelux. Hoe kregen ze het voor elkaar, een piepjong bedrijf (begonnen in december 2005), met alleen maar plannen?
Goede connecties en jezelf kunnen onderscheiden is een eerste vereiste om die aandacht te genereren, legt Curtessi uit. “We hebben bewust geen reclamebureau ingehuurd. Ons verhaal is onze reclame, het klopt en mensen zien dat het uit het diepst van ons hart komt. We zijn een voorbeeld van hoe duurzaam heel goed binnen een onderneming past.” Volgens Greiner komt het ook vooral doordat ze zoveel mogelijk met hun verhaal naar buiten willen treden. “We hebben geen geheime businessplannen, maar hebben juist alle informatie over ons bedrijf zoveel mogelijk verspreid. Dat was ook wel nodig, omdat we voor dit plan een groot aantal partners nodig hebben. Daarom hebben we meegedaan aan wedstrijden, seminars en zijn we hard bezig geweest met het opbouwen van een netwerk. We hebben de afgelopen twee jaar met duizenden mensen gesproken.” De samenwerking met andere bedrijven is niet alleen nodig om de garnalenkwekerij tot een succes te maken, maar horen bij het grotere plan dat Greiner en Curtessi hebben. Met hun Bass & Gill BV willen ze meer eco-industriële bedrijven opzetten. Curtessi ziet nieuwe mogelijkheden voor Nederland. “Er zit zoveel potentie in milieuvriendelijke techniek. Neem de hightech kassenbouw die we in dit land hebben. Daar zijn we echt goed in, en daar zouden we veel meer mee naar buiten moeten treden. Net zoals waterzuivering en energiebeheer.”

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Laat het maar aan Bass & Gill over om die boodschap uit te dragen. Curtessi en Greiner zijn drukbezette mensen, dat blijkt wel uit de constant rinkelende mobieltjes. Op de ene lijn heeft Curtessi Arie Ouwehand, op de andere een garnalenkweker uit Portugal die even over is om een kijkje te nemen in de farm-in-aanbouw. Even later wordt hij gebeld over de caravan die opgehaald moet worden en bij de bouw op de Maasvlakte als kantoorruimte gaat dienen. “Ja, we worden echt trailer boys”, grapt Curtessi. Hij verontschuldigt zich voor de chaos, zijn zakenpartner is wat meer gestructureerd dan hij, zegt hij even later. “Daarom vormen we een goed team.”
Greiner en Curtessi lijken in de verste verte niet op de geitenwollensokken-types die lange tijd het alleenrecht op ‘biologisch en duurzaam’ hadden. Met de Happy Shrimp Farm willen de twee laten zien dat het ook op een leuke manier kan. Via de website wordt er ook hard gewerkt aan dit imago. Op de home-page maken garnalen vrolijke duikelingen boven het water en er is – onder het motto ‘Shrimp up your life’ – merchandising te koop als T-shirts en een eco-sphere, een glazen bol waarin tussen de algen een garnaal zwemt.
Humor maakt biologisch en duurzaam beter verteerbaar. Op de duurzaamheidsbeurs Innovation Playground laat Curtessi zien hoe hij zijn verhaal verkoopt. Naast een grote bolvormige vissenkom vertelt hij wat de Happy Shrimp Farm doet. “Kijk ‘m eens zwemmen”, roept hij enthousiast uit wanneer een garnaal zich vrolijk door het water beweegt. Hij maakt een grap, maar legt daarna wel serieus uit hoe het allemaal werkt. Een journalist van Het Financieele Dagblad komt erbij staan en al snel heeft Curtessi een kleine schare toehoorders. Ze hebben allemaal wel al eens gehoord van de garnalenkwekerij. “Jullie stonden laatst toch ook in de Intermediair?”, vraagt iemand. Een ander heeft een artikel in Trouw gelezen. “De Happy Shrimp Farm is aaibaar en aandoenlijk, we combineren leuk en duurzaam”, verklaart Curtessi even later de belangstelling voor zijn bedrijf. “Een goede ondernemer moet humor hebben. Alleen onze naam is al leuk.” Iets wat aantrekkelijk is, kun je beter communiceren, zegt Curtessi. “Je kunt een windmolen ergens neerzetten, maar je kunt van een windmolen ook een kunstwerk maken, zodat het er mooier uitziet.”

Seminars, beurzen, lezingen: waar ze maar kunnen, vertellen ze hun verhaal. Curtessi en Greiner zijn er non-stop mee bezig om hun boodschap van praktisch idealisme uit te dragen. “We hebben echt de drang om iets te doen aan het energieprobleem.” Wie maatschappelijk verantwoord wil ondernemen, moet het ook vóelen. “Deze generatie heeft een heftige erfenis van vervuiling meegekregen”, zegt Curtessi. “Dat kun je de vorige generaties niet aanrekenen, maar we moeten nu wel gaan werken aan een goede balans.” En er moet geld mee te verdienen zijn. “Het moet bijdragen aan een beter milieu, maar ook aan mijn bankrekening. Ik wil niet óf de wereld verbeteren óf geld verdienen, ik wil én én. Zonder geld kan ik niks. We willen laten zien dat duurzaam heel goed een onderdeel van je onderneming kan zijn.”
Het sluiten van compromissen hoort daar nu eenmaal bij. The Happy Shrimp Farm krijgt de restwarmte van E-ON, een energiecentrale die op kolen werkt. De bouwmaterialen voor de garnalenkas zijn, waar mogelijk, duurzaam. Maar soms ook niet. Greiner is net terug van een reis naar Brazilië. Een vakantie, maar natuurlijk ook een kans om de Braziliaanse gamba’s eens goed te proeven. Een bezoek aan een garnalenkwekerij zat er niet in, de dichtstbijzijnde lag zo’n vijfhonderd kilometer verderop. “Maar ik heb in die twee weken heel veel gamba’s gegeten, vers uit de zee. Hoewel je eigenlijk geen wilde garnalen moet eten, de zeeën worden echt leeggevist. Maar ze waren er nu eenmaal toch al en dan wil ik die kans toch niet laten schieten.”
Milieuvriendelijk bezig zijn, waar mogelijk. Het afvalwater van de garnalen blijkt de ideale voedingsbodem te zijn voor zilte zeegroenten, zoals zeekraal. Waarom dan niet boven de bassins in bakken deze groenten kweken? Het water dat daarna over is, komt gezuiverd terecht in de ‘oase’, het stukje natuurontwikkeling dat achter de kas gepland staat. Een open vijver met plantjes en dieren. Cyclisch produceren, noemt Curtessi het. Bass & Gill willen nog veel meer van dit soort oplossingen gaan uitwerken. Het omzetten van de rookgassen van de E-.ON centrale in algen, die vervolgens gebruikt kunnen worden voor het produceren van biobrandstoffen, is een volgend project. En in de nabije toekomst willen ze op meer plaatsen in Europa garnalenkwekerijen beginnen bij energiecentrales.
Maar voor dat alles moet toch die eerste lading garnalen geproduceerd worden. Is de druk, juist door al die publiciteit en aandacht, niet enorm groot geworden? “We zijn niet zo bang. Bij iedere onderneming heb je nu eenmaal risico’s. De Pathfinder, een project van miljóenen, werd naar Mars gestuurd en ging daar kapot. Zoiets kan altijd gebeuren”, zegt Greiner. “We hebben ons verhaal altijd zó verteld dat veel mensen dachten dat de kwekerij er al stond. Omdat we zelf weten dat het verhaal aan alle kanten klopt.”