Nee, niet alleen allochtonen worden verwacht in de nog te openen Haikiki-winkels, zegt oprichter Kees van Vuuren. Hij presenteert zijn keten als ideale mix van Hollands en allochtoon productaanbod. Veel Nederlanders zijn volgens hem geïnteresseerd in buitenlandse waar, maar ze schrikken nog vaak terug voor het amateurisme van exotische winkels. Haikiki kent een meer gereguleerde uitstraling, terwijl het franchisemodel juist uitstekend geschikt is voor de allochtone ondernemer. “C1000 of Albert Heijn kan niks met 600 of 800 vierkante meter. Haikiki komt juist uitstekend tot zijn recht op die winkelvloeroppervlakte, terwijl we ook juist op zoek gaan naar buurten met veel allochtonen”, zegt Van Vuuren.
Van Vuuren heeft eerder met het bijltje gehakt. In 2002 startte hij de Fresh & Snackstore-formule, waarvan er twaalf als zodanig herkenbaar zijn in Nederland. Hier hield de ondernemer nog niet zo vast aan de franchiseformule: er bestaan ook 71 Fresh & Snackstores die Van Vuuren weliswaar heeft begeleid, maar die er niet voor hebben gekozen om een stevige verbintenis met hem aan te gaan. Bij die winkels is het vrijblijvendheid troef. Dus geen F&S-beeldmerk en al helemaal geen dwingende afnameverplichting.
Inkoopvoordelen
Haikiki is eigenlijk een serieuzere voortzetting van de F&S-winkels. De allereerste winkel gaat open in Apeldoorn, hoewel het nog geheim is in welk pand de winkel van start gaat. “De prijzenoorlog in de supermarktwereld heeft ook het rendement van Fresh & Snackstores sterk onder druk gezet. Klanten hadden steeds meer aandacht voor de prijs, terwijl dat component juist in de buurtwinkelaanpak van Fresh & Snackstore niet bovenaan stond. Grossier Van Tol in Bodegraven, die de droge kruidenierswaren leverde, kon heel goed mee in het prijsgevecht, maar was niet over de gehele linie de goedkoopste. Dat bracht het gros van de F&S-ondernemers er toe om elders op zoek te gaan naar nog scherper geprijsde inkoopvoordelen. Die ontwikkeling betekende in feite de nekslag voor de identiteit van F&S. Als ondernemers zich niet gebonden voelen aan de inkoop, dan heeft ook de formule geen betekenis meer”, zegt Van Vuuren.
De prijzenoorlog heeft dus haarfijn de ontrouw van aangesloten ondernemers blootgelegd. Maar aan dat overspel wordt onder de Haikiki-vlag korte metten gemaakt. Ondernemers die willen aanhaken, komen het eerste half jaar in loondienst als bedrijfsleider. Na dat halve jaar, als ze de discipline van het franchiseconcept hebben geleerd, mogen ze de exploitatie als franchisenemer uitproberen.
Döner-specialiteiten
Daar komt bij dat de F&S-formule vooral in trek bleek bij de allochtone ondernemer, hoewel het concept ook open stond voor autochtonen. Dat zal bij Haikiki waarschijnlijk niet anders zijn.. “Haikiki kent vier pijlers: vlees, agf (aardappelen, groenten en fruit), droge kruidenierswaren en horeca. Dat horecagedeelte zal voor een belangrijk deel in het teken staan van Döner-specialiteiten, terwijl op de kruidenierswarenafdeling een mix komt te staan van buitenlandse en Nederlandse producten. Voor beide segmenten voer ik nu onderhandelingen met grossiers, die ik ook al had benaderd in de F&S-tijd. Dit concept staat open voor iedereen, hoewel de ervaring leert dat vooral Turkse, Marokkaanse en Surinaamse ondernemers geïnteresseerd zijn.”En juist in die allochtone groepen, heeft Van Vuuren ondervonden, worden het businessmodel minder scherp nagekomen dan Nederlanders dat doen. De allochtone ondernemers krijgen in tegenstelling tot Nederlandse winkeliers veel meer hulp van partner, kinderen en zelfs van ooms, tantes, neven en nichten. Die knusse ondernemersvorm kent ook zijn weerslag op het nakomen van afspraken met de franchisegever. “Vandaar ook dat ik aspirant franchisenemers eerst een half jaar als bedrijfsleider in dienst neem. Daarmee maken ze kennis met alle aspecten van het franchiseconcept, inclusief het volgen van overeenkomsten. Zonder besef dat er een inkoopverplichting bestaat, kan geen enkele franchiseformule het overleven.”
De experts over Haikiki
Jan-Willem Grievink
directeur FoodService Instituut Nederland
“Ontwikkelingen buiten Nederland (USA, UK, Frankrijk) geven aan dat een kleinschalig foodconcept zoals dat van Van Vuuren wel degelijk grote kans van slagen heeft. Ik heb er genoeg gezien. Dan moet er volgens mij voldaan worden aan drie voorwaarden. Allereerst moet dit concept volstrekt afwijken van een gewone buurtsupermarkt. Door (langere) openingstijden en door een service en dienstverlening die doen denken aan de gastvrijheid van de horeca.De tweede randvoorwaarde is dat meer dan de helft van het assortiment bestaat uit artikelen die echt anders zijn dan in de supermarkt. Apart en lekker zijn de sleutelwoorden. De grootste en lekkerste sinaasappels, peren, appels. Uiteraard moeten er veel gemaksproducten verkocht worden en mag er veel horeca-achtig assortiment in de schappen. Dus producten die een andere supermarkt gewoon niet heeft.
En de laatste randvoorwaarde is het businessconcept. Er moet slim gespeeld worden met de margemix. Ik geloof niet in een strak franchiseconcept voor zoiets. Deze formule hoort zich als een kameleon aan een marktgebied aan te passen. En dan zijn alle familieleden van de ondernemer stuk voor stuk apetrots op ‘hun winkeltje’. Dat vind je bijna uitsluitend bij allochtone families.”
Roline Redmond
Redmond Reportage & Research
“Een mooie niche, dit concept. De formule sluit mooi aan bij de bestaande praktijk van de gemengde etnische winkel. Enkele randvoorwaarden voor succes: een haalbaarheidsonderzoek, deels inkopen bij etnische grossiers en inschakelen van een
adviseur uit de etnische groepen zelf. Deze adviseur kan het profiel van de franchisenemer
helpen samenstellen, het soort begeleiding aangeven en conflicten helpen oplossen. Eén van de knelpunten bij ondernemers – en in het bijzonder etnische ondernemers- is de administratie. Men moet de tijd nemen om de nieuwe ondernemers te wijzen op de gevaren van een slecht
gevoerde boekhouding en hen externe administratie aanbieden.
Verder zijn er nog vele andere
zaken zijn van belang. Wat doe je bijvoorbeeld met de ‘hangmannen’ in een etnische winkel? Het publiek stoort zich hieraan, maar deze mannen boud de deur wijzen zal geen positief imago opleveren binnen de groep. Natuurlijk zijn er ook weet ik vanuit mijn positie
manieren om dit op te lossen.
Kortom: een spannend concept. Ik zou graag één van de eerste vestigingen zien in de Utrechtse kop van Lombok. Dat is dé plek waar alle etnische groepen elkaar zouden kunnen ontmoeten.
Allochtonen ondernemen meer
- Er zijn relatief meer allochtone dan autochtone ondernemers. Tussen 1999 en 2004 nam het aantal migranten met een eigen onderneming toe met 44 procent. Bij autochtonen was dat 2 procent
- Tussen 1999 en 2004 kwamen er in ons land 15 duizend bedrijven bij die zijn opgericht door allochtonen.
- In 1998 leidden ze vierduizend bedrijven, in 2003 waren dat er tienduizend.
- Volgens de Monitor Ethnisch Ondernemerschap waren er in 2000 circa vijftigduizend allochtone ondernemers (inclusief eenmanszaken), waarvan zo’n 10 procent behoorde tot de tweede generatie.
- Van alle allochtone ondernemingen zit 15 procent in de detailhandel en horeca.
- Medio 2004 zijn er 124.490 ondernemers actief in de detailhandel, waaronder zich 18.070 allochtone ondernemers bevinden. De bijna 125 duizend ondernemers exploiteren bij elkaar 92.460 bedrijven, waarvan er 16.210 bedrijven aangemerkt kunnen worden als allochtone ondernemingen.
- Vooral Turken, Marokkanen en Surinamers zijn ondernemend, gevolgd door Indiërs, Pakistanen, Chinezen, Afghanen, Iraniërs en Iraki.
(bronnen: hoofdbedrijfschap detailhandel, kamer van Koophandel, cbs, NRC Handelsblad).



