Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

‘Het bedrijf was altijd mijn grootste zorg’

Ed Hakbijl (64) was tot vorig jaar eigenaar van Hakbijl Glas, een familiebedrijf in decoratief glaswerk. Omdat hij met pensioen ging, nam Eric Voges het bedrijf via een management buy-in van hem over voor een onbekend bedrag.

“Van alle bedrijven die worden getroffen door een brand, gaat 70 procent niet meer verder. Van ons pand was na de brand in 2006 helemaal niets meer over. Het glaswerk, dat negen meter hoog had gestaan, lag als één klomp op de grond. Maar er werkten zoveel enthousiaste mensen in mijn bedrijf, dat wilde ik niet laten lopen. Exact een jaar later stond er een nieuw bedrijfspand.

De brand had ons aardig wat publiciteit gebracht. Andere ondernemers vroegen of ze eens mochten komen praten. Tuurlijk, zei ik dan. Koffie heb ik altijd voor je. Overnameadviseur Marktlink benaderde mij regelmatig, om te zien of ik al klaar was voor een verkoop. Al met al heeft het nog twee jaar geduurd voor het zover was. Omdat ik niet zo nodig hoefde, had ik een goede onderhandelingspositie. Wat ik zelf miste was een stuk marketingkennis.

Hakbijl Glas
Sinds: 1931
Medewerkers: 46
Omzet: onbekend

Eric Voges, aan wie Marktlink mij koppelde, had eerder posities bij L’Oreal en Redbull en hij heeft zo’n honderd zaken van Kentucky Fried Chicken opgezet. Hij heeft ervaring met het in de markt zetten van handel. Hij vulde mij aan. Dat wil niet zeggen dat hij daarmee ook het directievak te pakken heeft, maar ik kan hem bijstaan waar of wanneer hij dat nodig heeft.

Zoektocht naar de kopie van jezelf

Mij werd aangeraden om een eigen adviseur mee te nemen naar de onderhandelingen. Dat werd het bureau Rembrandt, een onderafdeling van de Rabobank. Zij regelden de overdracht. Daar betaal je fors voor, dus ik eiste dat ze me inlichtten en op de details wezen, de kleine letters. Zo’n overname is haast niet te volgen voor een leek. Eigenlijk wil je een kopie van jezelf hebben. Iemand die er met volle overgave en visie tegenaan gaat. Hakbijl Glas was een familiebedrijf, mijn vader heeft het opgericht en ik heb het 46 jaar lang gerund. Eerst samen met twee broers en tot 2003 met een neef. 


Dit artikel komt uit Sprout Magazine. Abonnement?

De broer en zus die ik nog over heb, vonden het uitstekend dat ik het bedrijf verkocht. Het is een behoorlijke verantwoordelijkheid, je bent er dag en nacht mee bezig. Twee van mijn drie kinderen werken in de zaak en ik vroeg ze wat ze wilden; de zorgen – het directievak is toch anders – of de erfenis. Ze kozen voor de erfenis.
Het bedrijf was altijd mijn grootste zorg. Ik ben nooit achter het geld aangelopen en ik wilde ook niet dat het personeel of leveranciers iets zouden merken als tijden moeilijker werden. Nu heb ik, dankzij de overname, privé meer financiële ruimte dan voorheen, maar mijn houding is niet veranderd. De verkoopsom is ondergebracht in een BV, zolang het daar blijft is de fiscus niet aan de orde.

Birmese vluchtelingen

Tegenwoordig maak ik nog mijn eigen ontwerpen van glas, en ik reis nog mee naar verschillende landen. Ik adviseer ook heel andere bedrijven, een reclamebureau en een fabriek in Portugal bijvoorbeeld. En verder ben ik betrokken bij de zorg voor Birmese vluchtelingen in Thailand.
Op de zaak ben ik niet meer dagelijks. Natuurlijk zijn er dingen die ik anders had aangepakt. Maar als mijn opvolger het zou doen zoals ik, zou het niet werken.”

Dit is de derde en laatste aflevering uit een serie over exits. 

Lees ook de eerdere verhalen:

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.