Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Herbert van Hoogdalem over de strandtent uit zijn jeugd

Sproutcolumnist en marketeer Herbert van Hoogdalem gaat terug naar het dorp aan zee waar hij in de weekeinden opgroeide. En treft daar een strandtent die van vader op zoon was overgegaan.

Als ik mijn vader ergens dankbaar voor ben (ik moest even diep graven), dan is het wel dat hij me afraadde de zaak in te gaan. Nu stelde die zaak niet zoveel voor, hoor. Een middelgrote drogisterij in het aarsgat van Zuid-Holland: Schiedam. In de volksmond ook wel ‘Zwart Nazareth’ genoemd – en terecht. Gelegen in de wijk Nieuwland, een naam die in schril contrast stond met de destijds al wildgroeiende schotelantennes op balkonnetjes van treurige flats waar ik elke zaterdag weer één van de tienduizend folders in de door aanmaningen van gerechtsdeurwaarders te volle brievenbussen duwde. Tienduizend stuks, elke zaterdag weer: een wanhopige poging om het hoofd te bieden aan de als paddenstoelen uit de grond schietende Etossen en Kruidvaten van deze wereld. 

Dit artikel komt uit Sprout Magazine.

Abonnement?

Ik herinner me mijn vader vooral als een overal tegen protesterende winkelier, in zijn hoedanigheid als voorzitter van de plaatselijke winkeliersvereniging. Met name ‘die lui op het stadhuis’ kregen het vaak zwaar te verduren. Bijna wekelijks stond ie op de voorpagina van het Stadsblad, met zijn eeuwige V&D-trui en een bijna afgerold Samson-shagje in de aanslag. Meer nieuws was er waarschijnlijk niet.

Er zijn ook mooie herinneringen. Een paar. Zoals aan Ouddorp, waar ik in de weekenden opgroeide. Afgelopen zaterdag ging ik daar lopen, langs het strand, om de smeltkroes van mijn hersenspinsels te ontwarren, te laten stollen. Toen dat niet lukte, stapte ik strandtent De Zeester binnen, die er na dertig jaar nog steeds stond. Onveranderd, behalve van eigenaar. Achter de bar stond het zoontje van de baas, volgens mij hebben we vroeger nog eens ruzie gehad. Over een bal. Of een meisje. Iets totaal onbelangrijks, in elk geval. Hij was groter, dikker, volwassener, een veertiger nu – maar verder een kopie van vroeger.

De mantel der liefde – een behoorlijk dure, schat ik zo in

Net als zijn ouders. Die – uiteraard – aan de bar zaten. Die waren kopieën van de kopieën die zij waren op hun veertigste, en op dat moment begon het leven zich te kopiëren. Te herhalen. Met verbazing heb ik zitten kijken. Zoonlief, nu duidelijk de baas maar zich nog steeds (on?)bewust van de goedkeuring van zijn vader, pakt pa’s lege glas en tapt bijna achteloos een fluitje, om het net zo achteloos voor pa’s neus neer te zetten. Zo achteloos, alsof hij het bijna niet deed – ik moest echt goed kijken. Ook had ik niet meegekregen of pa er nu wel of niet om vroeg – misschien hadden ze een soort ongeschreven geheimtaal, een blik, een trekje aan de mondhoek. Zo’n gebaar waarover nooit is afgesproken wat het betekent, maar waarvan iedereen precies weet wat de bedoeling is. Dan ma’s lege wijnglas. “Ma… nog een witje?” Een achteloze, ongeïnteresseerde knik van ma, waar zoonlief niet eens op wachtte. Die knik zag ik dan wel. En daar gleed – heel smooth – een chardonnay ma’s kant op. De jongen keek weer op. Bijna alsof hij checkte of iemand het gezien had.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

En daar gingen mijn gedachten. Hoe zou dat gaan, daar? In die familie? Zouden pa en ma elke dag aan de bar zitten, op dezelfde plek? Zo zag het er wel uit. Zo hingen ze erbij. Achteloos, alsof ze er niet zaten. En belangrijker nog: hoe zou dat gaan met het betalen van de rekening? Hebben ze het daar over gehad, tijdens de overdracht van de aandelen? Wist de zoon dat zijn ouders elke dag aan de bar zouden komen hangen, omdat de strandtent nu eenmaal hun leven was – en ze niet wisten hoe ze dat gat moesten vullen? Heeft hij er rekening mee gehouden? Staat er een post in de boeken ‘versnaperingen pa & ma’? Gaat het tegen inkoopprijs (die pa natuurlijk donders goed weet)? 

Hebben ze een bon, op de lat? Om de hoeveel tijd wordt hij afgerekend? Wordt hij wel afgerekend? Wie begint daar dan over? Pa, ma, zoonlief? Of… zijn vrouw? Die er ook bij zat, trouwens. En met argusogen naar het toegeschoven fluitje en langs glijdende ‘witje’ keek. Zou zij nou ‘s avonds thuis – extreem laat natuurlijk, want het blijft bikkelen in de horeca – tegen hem zeggen: “Je moet er nu toch echt eens over beginnen met je ouders, hoor. Het loopt de spuigaten uit op deze manier!” En zou hij er zich iets van aantrekken? Ik hield mijn hart vast. Het plaatje zag eruit alsof het zo nog generaties door kon gaan, zonder dat iemand er ooit iets over zou zeggen. De mantel der liefde – een behoorlijk dure, schat ik zo in.