Het Stanfordmodel werkt ook voor Nederland, dat heeft Graduate Ventures nu wel bewezen. Het alumnifonds waarmee Frans van Houten, Michiel Muller, Menno Antal en andere alumni van TU Delft, Erasmus Universiteit en Erasmus MC vijf jaar geleden begonnen, investeert in (soms heel prille) startups van vooral wetenschappers en alumni. Vorige week was de Delftse quantum-startup FrostByte nummer 80.
Een pre-seedfonds, dat wordt gevoed door donaties van alumni, investeert bedragen tot 75.000 euro. Voor startups in de fase erna staat er op dit moment een seedfonds klaar van 50 miljoen euro, dat tickets tot 2 miljoen doet, en nog grotere bedragen in vervolgrondes. De Delftse spin-out QuantWare, ooit de eerste investering uit dat fonds, haalde vorige week nog 152 miljoen euro op bij internationale investeerders, en ook Graduate Ventures.
Lees ook: Delfts QuantWare is klaar voor quantumsprong met 152 miljoen vers kapitaal
Treintje voor valorisatie
‘QuantWare is echt een schoolvoorbeeld van wat wij doen’, zegt managing partner Auke van den Hout. ‘Zo zouden we er meer willen hebben: een bedrijf dat vanuit de academische wereld is opgezet, een tijdlang door ons is ondersteund en vervolgens wordt opgepakt door nieuwe investeerders. Het is een treintje, waarin wij redelijk voorin zitten.’
De 4 miljoen die vanuit het pre-seedfonds is geïnvesteerd, heeft inmiddels geleid tot 40 miljoen aan vervolginvesteringen, stelt Van den Hout. Maar minstens zo belangrijk is dat de founders die dat willen, worden ondersteund door het uitgebreide netwerk van inmiddels meer dan 200 alumni. Die doneren en investeren hun geld, maar staan ook klaar met hun expertise en netwerk, of als coach voor de ondernemers.
‘Ons netwerk kan wetenschappers die natuurlijk heel sterk zijn in hun eigen domein, onder meer helpen bij marktgericht denken. Hoe regel je internationale patenten? Hoe zet je de sales op in Duitsland? Hoe maak je je klaar voor een volgende investeringsronde?’
Business maken van wetenschap
Het is exact die wisselwerking tussen alumni, hun alma mater en de nieuwe generatie founders die je in Stanford en MIT ziet en die Graduate Ventures (tot een jaar geleden nog Graduate Entrepreneur Fund) in Nederland wilde creëren.
Inmiddels heeft het zesde studententeam zich kunnen onderdompelen in ondernemerschap en het investeren in startups. Er is het Graduate Ventures-platform, waarmee de vragen en verzoeken van founders worden gematcht met de juiste alumni. Er zijn regelmatig bijeenkomsten waarop alumni en ondernemers met elkaar netwerken, of waarin kleine groepjes startups sparren over hun uitdagingen.
Het model draait al vijf jaar goed en draagt bij aan iets waar de academische wereld in Nederland al heel lang zijn best voor doet: kennisvalorisatie. Business maken van wetenschap. ‘Daar is veel meer dan alleen geld voor nodig’, zegt Van den Hout. ‘Het vraagt om een cultuurverandering waarbinnen meer ondernemerschap een belangrijk onderdeel is. Het vertalen van een patent naar een startup, en die startup vervolgens naar een scaleup brengen. Met dat opschalen heeft Nederland een probleem, en dat tackelen we met ons ervaringsnetwerk.’
Lees ook: Boost voor campus-innovatie: universiteiten komen met betere deals voor startups uit eigen stal
Landelijke uitbreiding van Graduate Ventures
Dus waarom zou je het beperken tot Rotterdam en Delft? Naarmate Van den Hout en zijn team meer alumni en wetenschappers aan het ondernemen wisten te krijgen, meldden zich ook universiteiten uit andere steden. Wageningen sloot zich dit voorjaar aan, deze week werd bekend dat Amsterdam (UvA, VU en Amsterdam UMC) en Eindhoven volgen. ‘Ze willen toegang krijgen tot een netwerk dat ze kan helpen om research naar de markt te krijgen.’
Graduate Ventures gaat nog verder het land in, want Van den Hout heeft ook contact met Universiteit Twente. ‘Dan hebben we alle technische universiteiten aan boord, en dekken we de domeinen waarin we investeren mooi af. Deeptech uit de TU’s, Wageningen verdiept het thema climate en agri, Amsterdam UMC en straks Twente versterken health tech en de UvA en VU zijn natuurlijk heel sterk in software en AI, wat past bij digital tech.’
Cultuurverschil met universiteiten
Al die universiteiten worden partner en stappen in via hun eigen universiteitsfondsen. ‘Daardoor kun je als alumnus van pakweg Wageningen bij je donatie ook aangeven dat het geld alleen bestemd is voor startups uit die stad.’
Via de universiteiten komt Graduate Ventures in contact met een nieuwe groep alumni en krijgt het een inkijkje in de veelbelovende spin-outs die op stapel staan. ‘We hebben geleerd dat je dicht tegen de universiteiten moet aanzitten. We hebben regelmatig overleg met de KTO’s, de knowledge transfer offices.’
Maar die landelijke uitrol leidt niet tot een grote organisatie waarin al die universiteiten ook mogen meebeslissen, verzekert de fondsmanager. ‘Anders is het niet mogelijk om snel zaken te doen en tempo te maken. Je moet bij valorisatie heel veel opties uitproberen en natuurlijk gaat een deel fout. Universiteiten zijn van nature voorzichtig en dat is ook goed. Dat cultuurverschil hebben we wel gemerkt de afgelopen jaren.’
Studenten schrijven investeringsvoorstel
Graduate Ventures heeft nu 10 teamleden en een even groot studententeam. Door de uitbreiding gaan vooral in meer steden studenten aan het werk. In Amsterdam wordt studenten-startupfonds ASIF onderdeel van Graduate. In Eindhoven geldt hetzelfde voor Round One Ventures, het fonds dat is verbonden aan de TU Eindhoven.
‘Die studenten doen het voorbereidende werk in het pre-seedfonds,’ verduidelijkt Van den Hout. ‘Ze schrijven een serieus investeringsvoorstel, waarvoor ze met allerlei experts uit het netwerk gaan praten, die hun opinie geven. Dat voorstel gaat vervolgens naar een professionele investeringscommissie. De studenten beslissen het dus niet zelf.’
Van de zestig oud-studenten die dit traject hebben doorlopen, zijn er meerdere ondernemer geworden. Anderen belandden bij risicokapitaalfondsen en een enkeling vertrok naar Silicon Valley. Wat Van den Hout opvalt: ‘Je ziet zo’n 22-jarige student binnenkomen, zo groen als gras. Die leert het vak en ziet heel veel startups. En ze gaan weg met de vraag: welk bedrijf ga ik zelf bouwen? Dat vind ik mooi om te zien.’
Tweede fonds van 80 miljoen
Parallel aan de geografische uitrol is inmiddels de fundraise gestart voor een tweede seedfonds van 80 miljoen euro – een klap groter dan de huidige 50 miljoen. Maar de kern van de investeerdersbasis blijft particulier.
‘Dat willen we echt zo houden,’ benadrukt Van den Hout. ‘Het is een bewerkelijk model om op te zetten, want je moet al die mensen individueel steeds interesseren. Maar dat is tegelijkertijd wat we daarna inzetten hè? We verviervoudigen ons netwerk.’
Wat die vroegefaseinvesteringen betreft; dat worden er straks honderden. ‘Toen we dit vijf jaar geleden begonnen, was het nog een belofte, maar we kunnen nu laten zien dat het werkt. Onze bedrijven doen het goed, ons seedfonds verkeert nog in de investeringsfase maar behoort tot het kwart best presterende fondsen in de EU en we hebben een hele actieve gemeenschap van alumni die echt meehelpt. Dat zeggen de startup founders ook: heel veel vc’s beloven je hulp, maar jullie maken het echt waar.’



