Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Hoe SMART Photonics zijn groei financiert

Je leest nu: Hoe SMART Photonics zijn groei financiert

Eindhoven en licht: ze zijn al lang met elkaar verbonden. Na het succes van de lucifer- en de gloeilampenindustrie in de voorbije anderhalve eeuw, groeide de ‘Lichtstad’ de afgelopen decennia uit tot wereldwijd brandpunt van de fotonica.

Relatief nieuwe loot aan die stam: het in 2012 opgerichte SMART Photonics. Het Eindhovense bedrijf ontwikkelt zogenoemde fotonische chips (zie ook kader onderaan). Deze chips worden onder andere gebruikt voor de verwerking van data via glasvezel . En met dezelfde technologie zijn sensoren te maken die tot wel duizend keer nauwkeuriger meten dan met conventionele toepassingen.

Toepassingsmogelijkheden zijn er dan ook volop, schetst CEO Richard Visser. ‘Vooral in de telecommunicatie kunnen fotonische chips van enorme waarde zijn. Om de uitdagingen van ons toekomstige internet mogelijk te maken bijvoorbeeld. Maar ook op het gebied van sensoren zijn allerlei toepassingen denkbaar, onder meer in de lucht- en ruimtevaart, medische technologie, de automotive industry en de machinebouw. Allemaal sectoren waarin nauwkeurigheid een belangrijke eis is.’

Diep dal

De onderliggende technologie werd de afgelopen decennia ontwikkeld door de Technische Universiteit Eindhoven. Visser heeft die technologie samengebracht met productiekennis en ervaring van fotonische componenten. In 2012 zag uiteindelijk SMART Photonics het levenslicht, met de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) als partner.

Visser realiseerde zich al snel dat het zonder concreet product lastig zou worden om het hoofd boven water te houden. ‘De fotonicamarkt bevond zich eind 2011, toen ik aan een businessplan begon te schrijven, in een enorm diep dal. Voor ons was dat juist een goed startpunt: de vraag zou eigenlijk alleen nog maar omhoog kunnen. Met het TU/e Innovation Lab als partner konden we bovendien de kosten laag houden doordat we voor het ontwikkeltraject gebruik konden maken van de cleanroom van de universiteit tegen uitgestelde betaling.’

Businessmodel

Maar ook het businessmodel dat Visser koos bleek een cruciale succesfactor. ‘We besloten te gaan werken volgens het zogenoemde “pure play foundry-model”. Dat komt erop neer dat we geen eigen toepassingen ontwikkelen, maar dat we alléén voor derden produceren.’

‘Momenteel is de vraag naar ‘gewone’ lasers nog heel groot, dus die ontwikkelen we óók in opdracht van onze klanten. Ondertussen werken we achter de schermen met diezelfde klanten aan de applicaties van de toekomst.’

Zonder klanten wordt het als startup simpelweg heel lastig om te overleven, constateert Visser. ‘Als je eenmaal een stabiele inkomstenstroom hebt, praat je veel makkelijker met financiers. En dat was nodig ook, want bij de banken kregen we aanvankelijk nul op het rekest. De eerste periode zijn we dan ook alleen doorgekomen met de inkomsten uit klanten, de financiële afspraken met het TU/e Innovation Lab en de bijdrage die we kregen vanuit het stimuleringsprogramma Bright Move.’

Private investeerders

Eind 2014 ging Visser op zoek naar alternatieve financieringsmogelijkheden. ‘Met een investeringsmemorandum onder de arm zijn we private investeerders gaan benaderen. Hadden zij wellicht interesse om in te stappen? Van de benaderde investeerders toonden er een fiks aantal uiteindelijk interesse.’

‘Ik was er best trots op dat die eerste investeringsronde zo goed verliep: het was voor mij een bevestiging dat onze plannen écht veelbelovend zijn. Investeerders waardeerden vooral onze duidelijke langetermijnvisie, met helder gedefinieerde, onderbouwde mijlpalen. Uiteraard profiteerden we ook van de historisch lage rentestand, die maakte instappen extra aantrekkelijk.’

Inmiddels startte Visser eind 2016 een nieuwe investeringsronde. ‘Die verloopt, met een opbrengst tot nu toe van bijna 8 miljoen euro, opnieuw uiterst succesvol. Het opgehaalde geld gebruiken we om de huidige cleanroom en het researchprogramma verder uit te breiden. Momenteel zijn we ook bezig met een dérde investeringsronde. Die willen we gebruiken om in 2019 een eigen productielocatie te openen. Vanaf dat moment kunnen we zelf grote hoeveelheden chips maken.’

Voldoende personeel vinden

Daarmee doemt volgens Visser wel een volgende ‘uitdaging’ op: het vinden van voldoende personeel. ‘We hebben natuurlijk het geluk dat hier in Eindhoven toponderzoek wordt verricht op het gebied van fotonica. Wereldwijd is er maar een kleine groep mensen met diepgaande wetenschappelijke kennis van dit vakgebied, en daarvan hebben wij diverse toppers weten binnen te halen.’

Maar het daadwerkelijk produceren van fotonische chips is iets anders dan het ontwikkelen ervan, erkent Visser. ‘Waar we eind dit jaar verwachten tussen de 40 en 50 medewerkers uit te komen, verwacht ik dat we eind volgend jaar weer verdubbeld zullen zijn qua personeel.’

‘Daarbij zal het vooral gaan om mbo’ers en hbo’ers. Die geen diepgaande kennis op het gebied van fotonica nodig zullen hebben, maar juist proces- en productie-ervaring hebben opgedaan in bijvoorbeeld een farmaceutische opleiding of werkomgeving. Vooral ervaring met het werken in een cleanroom is dan een pre.’

‘We overwegen nu zelfs een Smart Photonics Academy op te richten, waar we deze mensen zelf opleiden en waar we hun basiskennis verrijken met specifieke fotonische praktijkervaring.’

Kennis behouden

Ambities genoeg, benadrukt Visser. ‘Tijdens mijn carrière heb ik heel vaak gezien dat een veelbelovende technologie hier werd ontwikkeld en vervolgens in Azië werd vermarkt. Doodzonde. Met Smart Photonics wil ik het anders aanpakken: we ontwikkelen de kennis hier en we houden hem hier.’

Door het slim aan te pakken, denkt Visser dat ook het produceren in Nederland of Europa mogelijk moet zijn en dat gaat hij bewijzen met zijn nieuwe fabriek. ‘Met bedrijven die van onze technologie gebruik willen maken, trekken we graag samen op om er uiteindelijk samen succesvol mee te worden.’


Wat zijn fotonische chips?
Fotonische chips van SMART Photonics‘Fotonische chips werken niet – zoals conventionele chips – met elektriciteit, maar met licht’, legt CEO Richard Visser uit. ‘Ze worden ook niet gemaakt van het alom bekende silicium, maar van het zogenoemde indiumfosfide.’

‘Wat ze wel gemeen hebben is dat er in de chips veel verschillende losse componenten zijn samengevoegd tot een nieuw circuit. Voor de lichtchips zijn dat geen transistoren, weerstanden en condensatoren zoals in de elektronica, maar bijvoorbeeld lasers, en detectoren. Groot voordeel daarvan is dat in het materiaal licht is op te wekken in de vorm van lasers waardoor deze chips onder andere gebruikt worden voor de verwerking van data via glasvezel.’

‘Daarmee gaan de chips een belangrijke rol spelen in het internet van de toekomst. Zeker nu het wereldwijde dataverkeer de komende jaren flink toeneemt – denk alleen al aan de groei van het internet of things – is dat een uitkomst. Bovendien zijn er met dezelfde technologie sensoren te maken die zeer nauwkeurig zijn. Bepaalde metingen worden tot wel duizend keer nauwkeuriger dan met conventionele toepassingen.’


Dit artikel is onderdeel van het dossier Made in NL. Bij MT vinden we dat Nederland trotser mag zijn op zijn maakbedrijven. Met Made in NL wil MT de kennisdeling binnen én over de sector bevorderen en maakbedrijven een podium bieden. Opdat we terecht trots zijn op de hidden champions van de maakindustrie. In deze missie wordt MT vergezeld door de volgende partners: Centraal Beheer, MBCF, NIBC, Salesforce en TNO.

Lees ook: