Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Deuken rijden en dergelijke : Ga je het eerlijk op de zaak vertellen als je een deuk hebt gereden? Of steek je dat krasje in de doofpot? Heb je jezelf als directeur nu ook schuldig gemaakt aan bedrijfsschade veroorzaken of kan je nog steeds je personeel op het matje roepen als ze met de heftruck een steunpaal van het gebouw rammen? Een lastige kwestie! Een zakenrelatie komt bij ons op bezoek om een containertje te komen halen. Hij heeft altijd de gewoonte om nogal hard de oprit op-en af te rijden. Niet het perfecte voorbeeld rijgedrag voor een eigenaar van een aanzienlijk transportbedrijf. Ook dit keer verliet hij in allerhaast ons kantoor. Al telefonerend stapt hij in zijn auto met volle gas achteruit. Enkel stond het stambeeld van mij en mijn vader in de weg. Met volle vaart knalt hij tegen ‘ de ijzeren versie’ van mijn vader aan. Kwaad stapt hij uit zijn auto, terwijl wij verbaasd uit het raam staan te kijken. Woedend schopt hij een extra keer tegen zijn bumper, zodat deze nog schever aan zijn auto hangt en stapt weer in zijn auto. Op het beeld is geen schrammetje te bekennen , enkel een beetje verf van de bumper van zijn BMW. Diezelfde week kom ik de relatie weer tegen op een receptie. ‘ Zo, jij was ook snel vertrokken’, grapte ik. ‘ Nee, jullie maar lachen achter dat raam.’, antwoorde hij terug. ‘ Ik moet wel zeggen dat mijn vader overeind bleef staan. Maar die BMW van jou was er slechter aan toe.’, ik kon het niet laten hem wat te plagen. ‘Ja, dat is waar. Enkel heb ik net een nieuwe wagen besteld en deze auto al verkocht. Nu zit ik met die stomme deuk.’ ‘En, heb je het op de zaak verteld?’ ‘ Je denkt toch niet dat ik gek ben. Ik heb gezegd dat een vrouwtje tegen mij is aangereden en weggereden is zonder schadeformulier in te vullen.’ ‘ Ja, dat geloven ze vast bij jouw op de zaak? Hopelijk roddelt mijn personeel niet tegen die werknemers van jou’, roep ik terug. Lekke band Hoe los je zo’n gênante situatie op? Als je gelogen hebt en de waarheid komt later boven water, dan heb je toch een probleem. Je kan als directeur toch ook weleens een inschattingsfoutje maken. Bandenverbruik of stoepranden rijden: alles is zichtbaar op een bedrijf, zeker bij mijn vader die lijstjes opstelde voor het bandengebruik en het schadevrij rijden van zijn chauffeurs. Hij maakte er een wedstrijd van met scores en bonussen. Hij hanteerde zelfs verschillende categorieën: de zuinigste rijder qua brandstof, de netste chauffeur die geen stoprandjes raakt of veel banden verslijt. De hoofdprijs ging naar de chauffeur die een jaarlang totaal schadevrij had gereden. Kanttekeningen hierbij waren wel, dat chauffeurs met een hoge score zich ziekmelden bij sneeuw en hagel om geen botsingen te veroorzaken en zo hoog in het tabelletje van pa te eindigen. Er waren geen excuses voor een schrammetje of een beschadigde velg: pa zag alles, echt alles. En niet enkel pa (de oud eigenaar), personeel ziet helemaal alles. Ze hoeven enkel een blik uit het raam te werpen op de bedrijfsparking en ieder schrammetje is zichtbaar. Is het wel handig om als directeur een deuk eerlijk toe te geven of komt je voorbeeldfunctie dan in het gedrang? Ik ben een grote voorstander van alle ongelukjes direct eerlijk opbiechten. Het maakt je menselijker en sympathieker als je eerlijk je deuk opbiecht. Vertellen dus, ook al ben je de baas. Maar indien er echt geen getuigen zijn en je hebt niemand anders schade berokkend, dan natuurlijk ook geen slapende honden wakker maken onder je personeel! Als directeur zijn er naast deuken rijden, nog meer autoblunders die je kunnen overkomen. Bijvoorbeeld: in allerhaast wegrijden met de bedrijfsfolders nog op het dak van je auto. Dit zorgt wel voor een snelle distributie van de brochures, enkel was dit niet helemaal de bedoeling. Of vertrekken met een draaiende auto zonder de autosleutel. Dit kan gebeuren met een automatisch start- en stopsysteem op je auto. Enkel vond mijn echtgenoot het minder leuk om even de sleutel langs te brengen. Een noodgeval: ik was wel aangekomen op de plaats van bestemming zonder sleutel (minstens een uur rijden) , maar ik kon niet meer vertrekken. Mijn personeel kon er wel smakelijk om lachen. Fouten maken is menselijk, zelfs als de directeur het doet.

Persoonlijke Groei

Fouten maken is menselijk, ook voor managers

Fouten maken is menselijk, maar moet je als manager alles opbiechten aan je personeel? Kristel Groenenboom denkt van wel.

author Kristel Groenenboom

clock 3 min

Lifehacks

Arko in 60 seconden: hoeveel geld moet ik reserveren voor mijn pensioen?

Arko van Brakel beantwoordt ondernemersvragen in 60 seconden. In deze aflevering: hoeveel geld reserveer je voor je pensioen?

author Arko van Brakel

clock 0,5 min

Management

Een zwarte lijst voor zakelijke klanten: zo vermijd je smaadclaims

Een zwarte lijst aanleggen van zakelijke klanten mag volgens de wet. Maar als je smaadclaims wil vermijden moet je wel zorgvuldig te...

author Arnoud Engelfriet

clock 1,5 min

Goedemorgen Bob, Ik krijg net te horen dat ene Henk-Jan hier stage wil komen lopen. Zijn achternaam: Van der Dussen. Inderdaad, zoon van het lid van de Raad van Bestuur. Dus kunnen we niet nee zeggen. Maar heb jij enige idee waar we hem drie maanden lang kunnen wegzetten? Hij heeft rechten gestudeerd (niet afgemaakt) en kunstgeschiedenis (niet afgemaakt) en Mandarijn (nauwelijks aan begonnen). Volgens zijn vader heeft hij talenten die nog ontdekt moeten worden. Flauw maar wel waar: dat kun je natuurlijk van iedereen zeggen. Angelique de Bruijn HRM-Manager Angelique, Daar moeten we wel even goed over nadenken, want zijn vader moet binnenkort wel advies uitbrengen over onze strategienota en als hij die afkeurt zou ik het echt even niet meer weten. We moeten die jongen bovenal de indruk geven dat dit een leuke en dynamische divisie is. Is Sales een optie? Bob Bob, Sales? Geen goed idee. De sfeer is daar helemaal verziekt, die idiote pissing match tussen Richard en Johan gaat maar door, ik weet werkelijk niet hoe dat nog op te lossen is, en dan heb je ook nog Francine die al maanden bezig is om Charlotte weg te pesten. Angelique de Bruijn HRM-Manager Angelique, Tjee, wist ik niet eens. Moet je wel oplossen hoor, dat gedoe met Richard en Johan en Francine en Charlotte. Is Digital Marketing misschien wat? Bob Bob, Onder Wouter? Onder de grootste zenuwpees van het westelijk halfrond? Die verandert drie keer per dag van mening, áls hij al ergens een mening over durft te hebben. Toen jij hem een half jaar terug per se de leiding wilde geven zei ik nog: Bob, doe het niet! Ik heb onderhand al heel zijn afdeling op bezoek gehad. Angelique de Bruijn HRM-Manager Angelique, Dat moet je echt een keer oplossen hoor, met Wouter, dat kan zo niet natuurlijk. Zeg, wat dacht je van IT, wel wat saai misschien, maar dat is misschien wel goed, een saaie afdeling. Bob Bob, Ik denk niet dat iemand die rechten heeft gestudeerd (niet afgemaakt) en kunstgeschiedenis (niet afgemaakt) en Mandarijn (nauwelijks aan begonnen) verstand heeft van software. En je weet het hè: Thijs heeft totáál geen geduld met mensen die geen verstand hebben van software. Daarom is het ook verschrikkelijk om onder hem te werken. Wat je ook doet, je doet het altijd fout. Nou ja, ik heb je er indertijd voor gewaarschuwd toen jij hem promoveerde. Angelique de Bruijn HRM-Manager Angelique, Daar moet je Thijs echt op aanspreken hoor, snel en vooral streng, want dat is natuurlijk geen manier van leidinggeven. Maar goed. Zeg, hoe zit het eigenlijk met jouw afdeling, zijn daar ook zulke problemen? Bob Bob, We zijn eigenlijk wel een vriendenclub te noemen. Heeft de een teveel op zijn bord, dan neemt de ander dat als vanzelfsprekend over. En als leidinggevende laat ik veel dingen los; dat is cruciaal: vertrouwen hebben in je medewerkers. Angelique de Bruijn HRM-Manager Angelique, Prima. Ik heb die jongen zojuist laten weten dat hij zich maandag bij jou kan melden, en hem gezegd: je komt echt op een tópafdeling te werken. Succes ermee, Angelique! Bob PS: Hij is trouwens niet de eerste de beste hoor. Hij studeerde én rechten én kunstgeschiedenis én, jaja, Mandarijn, wist je dat al?

Carrière

Bob zoekt een stageplek voor de zoon van de baas

Bob is divisiedirecteur van een groot concern Bob doet zijn best. In aflevering 228 probeert Bob een stageplek te vinden...

author Hans Verstraaten

clock 2,5 min

Kantoorpolitiek is iets vies, vuigs en achterbaks. In elk geval iets waar je niet mee bezig mag zijn. En zelf heb ik het eigenlijk ook altijd als zodanig beschouwd en wilde dus ook alleen maar werken op plaatsen waar zulks niet wordt getolereerd. Maar ik had het mis. Een kantoor zonder politiek bestaat niet. En als het bestaat, dan wil ik er helemaal niet werken. Want een kantoor waar geen politieke spelletjes worden bedreven, is niet funcitoneel. Politiek bepaalt namelijk wie, wat, hoe krijgt en wanneer Dat heb ik niet bedacht, maar de Amerikaanse politicoloog Harold Lasswell. Hanteer je Lasswells definitie dan kan geen enkele organisatie zonder politiek. Immers, hoe effectief is een bedrijf waar niemand probeert zijn zin te krijgen. Daar gebeurt werkelijk helemaal niets. Waarom dan die afkeer van politiek? Een artikel op HBR.org werpt licht op de zaak. Wij gebruiken de term politiek niet goed, of in elk geval heel selectief. Als we zelf bezig zijn ons territorium af te bakenen, de baas warm te maken voor een project of die dysfunctionele collega de deur uit te werken, dan noemen we het geen politiek. Nee, dan doen we 'gewoon ons werk'. We noemen iets kantoorpolitiek zodra we zelf niet degenen zijn die van de uitkomst van een machtstrijd profiteren. Als jij iemand verwijt dat hij aan kantoorpolitiek doet, dan heeft hij waarschijnlijk zijn zin gekregen, en jij niet. Dat is ook niet zo heel gek. Het is zelfs bewezen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de mate waarin mensen aangeven dat hun organisatie 'politiek' is, omgekeerd evenredig samenhangt met hun betrokkenheid.  Medewerkers die klagen over politieke spelletjes zijn vaak ook minder productief en eerder geneigd om te vertrekken. Klaagt er dus iemand over politiek, dan is dat een alarmsignaal. Machiavellisme op de werkvloer Maar voordat ik kantoorpolitiek de prullenbak inwerp als een term louter gebruikt door losers, wel een grote kanttekening. Er bestaan namelijk wel degelijk organisaties waar politiek leidt tot een verrotte sfeer, chaos en uiteindelijk minder productiviteit. Zoals een democratie alleen maar functioneert in een rechtstaat, zal een bedrijf ook alleen maar functioneren als er regels zijn. Die regels -de ongeschreven variant noemen we vaak cultuur - geven aan binnen welke grenzen medewerkers politiek mogen bedrijven. In de praktijk komt dat neer op geen messen in iemands rug om zelf hoger op te komen. Geen roddel en achterklap om iemands positie te ondermijnen louter en alleen omdat je er zelf beter van wordt. Deals in achterkamertjes zijn alleen verdedigbaar als het echt niet anders kan en het grotere doel dient.  Zolang de cultuur van een bedrijf of organsatie goed is, zullen uitwassen in kantoorpolitiek  worden opgelost. Is de cultuur echt behoorlijk verziekt - zoals bij Uber het geval geweest lijkt te zijn - dan leidt het vrijwel altijd tot willekeur, chaos en erger en zullen niet de beste, maar alleen de meest gehaaide medewerkers overblijven. Kantoorpolitiek kun je dus niet uitbannen, maar wel indammen.

Management

Kantoorpolitiek is niet uit te bannen

Politiek is een vies woord geworden. Weinig mensen willen er 'in', velen willen er niets mee te maken hebben en...

author Thijs Peters

clock 2 min

De zakenwereld is een ‘doe-wereld’. Een kracht die onder dreiging van een brandend platform – hoe ironisch – genaamd digitalisering al snel verandert in een beperking: topdown, urgentie-gedreven ingrijpen met beproefde methoden. Provocerend gezegd: als een kip zonder kop. Ik roep op tot ‘stop en denk!’ Gemakkelijk in een column. Maar er is moed voor nodig om in de ‘disruptieve kerk’ van de zelfverklaarde predikers van de vierde industriële revolutie te zeggen dat digitaal eigenlijk maar een slap aftreksel van analoog is, dat op zijn beurt weer een kopie van de werkelijkheid is. En dat het niet bepaald van wijsheid getuigt om technologie die vooralsnog niet tot productiviteitsstijging heeft geleid, tot heilige graal te verklaren. Plotseling is alles Digitaal. Onze strategie, onze transformaties, ons leiderschap, ja zelfs onze cultuur. En wat niet digitaal is, is dús achterhaald, traag, gedoemd te mislukken. Serieus? Ja, de VUCA-aanhangers zijn bloedserieus. Niemand trekt nog in twijfel dat de wereld Volatile, Uncertain, Complex, and Ambiguous is, met digitalisering als drijvende kracht. Iedereen begint zijn jaarverslag, artikel of presentatie met ‘in een wereld waarin veranderingen sneller en ingrijpender zijn dan ooit’. Maar is dat waar? Of leiden we aan chronocentricity? Zijn we geobsedeerd met onze eigen tijd, er werkelijk van overtuigd dat de periode waarin wij leven de belangrijkste, meest dynamische periode ooit is? Vooral in de zakenwereld is die neiging groot. Een variant op deze vorm van chronocentrisme is om de eigen leeftijdsgroep superieur te achten aan andere: ‘de jeugd van tegenwoordig ontbeert arbeidsethos’ is een bekend voorbeeld van een uitspraak die voor het eerst gedocumenteerd is in de tijd van Socrates... Chronocentrisme laat geen ruimte voor historisch besef. Hoe ‘VUCA’ was het leven tijdens de industriële revolutie? En welke impact hadden technologische vernieuwingen als de boekdrukkunst, elektriciteit, riolering of de auto? De financiële crisis heeft ons geleerd dat de geschiedenis zich herhaalt en lessen bevat die ons vermogen risico’s te managen drastisch zouden kunnen vergroten. Maar gebrek aan zelfrelativering is een kenmerk van chronocentrisme. Wie beweert dat de wereld net zo goed CUSE is als VUCA, net zo goed Calm als Volatile, Unchanging als Uncertain, Simple als Complex en even Explicit als Ambiguous, kan rekenen op hoongelach. Is het tempo er niet behoorlijk uit? Robert J. Gordon (Rise and Fall of American Growth), bijvoorbeeld, beweert dat het laaghangende fruit al is geplukt en dat technologische vernieuwing vanaf nu traag zal zijn. Bovendien, door de eeuwen heen verandert er toch ook heel veel niet? Menselijke behoeften zijn behoorlijk stabiel, van brood op de plank, een dak boven ons hoofd en een gemeenschap om bij te horen tot bevredigende dagelijkse bezigheden en de ruimte om ons te ontplooien. En gelet op de stijgende levensverwachting slagen we – in ons deel van de wereld – steeds beter in de vervulling daarvan zonder gevaar voor eigen leven. Ook onze dagelijkse gewoonten zijn tamelijk veranderingsresistent. Wat we eten, hoe we ons kleden en verplaatsen. Overigens denk ik dat er voldoende – te veel! – plaatsen op de wereld zijn waar mensen ongezien zouden tekenen voor ons toch ietwat verwende VUCA-gevoel. Chronocentrisme gecombineerd met urgentie: een recept voor slecht doordachte verandering. Juist dat wat fundamenteel en stabiel is, wordt onvoldoende meegenomen. Het begint met tijd nemen. Voor helder denken. Wat is digitaal eigenlijk? En wat analoog? Is een platform niet eigenlijk een gemonopoliseerde virtuele marktplaats? En is digitale transformatie niet gewoon een ander woord voor automatiseren?

Persoonlijk Leiderschap

Waarom digitalisering vraagt om moedige ‘stop en denk!’ leiders

Het is moeilijk om in deze tijd even stil te staan aan na te denken als leider. Toch zouden we...

author Ronald Meijers

clock 2,5 min

Management

Ben jij aan het ondernemen, of doe je aan show business?

Ondernemers die hun succes afmeten aan dure auto's en maatpakken doen aan show business, schrijft gastblogger Joost Diepenmaat. En dat leidt...

author Joost Diepenmaat

clock 2 min

Leeftijd is een omstreden begrip. Ik heb vaak rare opmerkingen naar mijn hoofd gekregen omdat ik op 23-jarige leeftijd het bedrijf van mijn vader overnam. Ik kreeg direct dertig man onder mij, met de bijhorende verantwoordelijkheden. Sommige klanten vonden het gewoon lachwekkend, terwijl je in onze huidige internetcultuur met veel jonge IT-directeuren (zoals Marc Zuckerberg) wel wat meer begrip zou verwachten. Niet alleen bij de overname van de zaak werd mijn leeftijd bekritiseerd. Dezelfde weerstand voelde ik toen ik mijn huis bouwde, deelnam aan een oldtimerrally en bij een makelaar appartementen ging bezichtigen. Ik voldeed niet aan het stereotiepe beeld dat bestond bij potentiële klanten. Ik was gewoonweg te jong. Ik ben niet de enige die af en toe gefrustreerd raakt over de vooroordelen omtrent leeftijd. Astrid Homan, professor aan de Universiteit van Amsterdam, onderzoekt de uitdagingen waar jonge managers voor staan. Uit haar studies blijkt dat jonge leidinggevenden vaak worden afgewezen vanuit het vooroordeel dat ze gebrek aan expertise en kennis hebben. Die afwijzing heb ik ook vaak meegemaakt. Heel vervelend, maar het heeft mij wel sterker gemaakt. Het idee achter het vooroordeel is dat jonge bazen nog niet hard genoeg hebben gewerkt voor hun positie als leidinggevende. Hun aanstelling wordt als niet legitiem gezien en met moeite geaccepteerd door derden. Jongere leidinggevenden hebben nog niet de leeftijd bereikt waarop men er automatisch van uitgaat dat je genoeg status, ervaring, overwicht en kennis hebt verkregen. De eerste indruk die de omgeving van een ‘te jonge’ baas heeft, is moeilijk te beïnvloeden. Vaak krijg je allerlei onbeschofte opmerkingen naar je hoofd met de benadrukking dat je wel erg jong bent. Daarvoor heb ik inmiddels een standaardantwoord: “Oud word je vanzelf, dat is een van de weinige dingen in het leven waar je echt niks voor hoeft te doen.” Meestal krijg ik dan een glimlach terug, of de vraag: “Hoe oud bén jij eigenlijk?” – “Gelukkig net meerderjarig.” Jonge leidinggevenden moeten zich dubbel bewijzen. Homan spreekt zelfs over de noodzaak van een andere vorm van leiderschap. Dit kan een meer doordacht strategisch beleid zijn om als jonge directeur het overwicht te houden, of een stelselmatige aanpak. De jonge baas heeft het moelijker om zijn team aan te sturen en moet een gerichte leiderschapsstijl kiezen en zich hier consequent aan houden. Het is zonder meer moeilijker om een jongere baas te zijn, dat valt niet te betwisten. Het succes van de jonge hond Het valt niet mee om als snotneus zelf je positie als directeur te erkennen en te accepteren. Maar als je zelf ook zo’n jonge ondernemer bent, verlies dan niet je voorsprong uit het oog. Als puppy sta je onbevangen in het zakenleven en kijk je automatisch verder dan het vakgebied waarin je terechtgekomen bent. Je durft meer uitdagingen aan en hebt niet de belastende rugzak van een carrière met teleurstellingen en gemiste kansen in het bedrijfsleven. Met een frisse kijk begin je aan een enorme uitdaging. Het is te eenzijdig gedacht als je jonge honden enkel het voordeel van handig omgaan met IT en smartphones toedicht. Dat is gewoon te kort door de bocht. Enthousiasme, een open mind en een goede opleiding zijn troeven die ongelofelijk nuttig kunnen zijn in een vastgeroeste organisatie. Een jonge baas kan beter inspelen op veranderende markten, crisissituaties en een bedrijfsleven dat continu transformeert. Tijdens hun opleiding hebben de puppy’s geleerd dat banken failliet kunnen gaan, dat het niet meer gegarandeerd is dat pensioenmaatschappijen uitbetalen, dat de rente tot onder nul kan zakken en dat er na 2008 nog ontelbare crisissen gaan volgen. Dit is een ander wereldbeeld, maar wel een zeer realistische invalshoek om een bedrijf te leiden. Jonge bazen houden frequenter overleg, luisteren meer en zijn oprecht geïnteresseerd in het privéleven van hun personeel. Ze scoorden zeer hoog in het leiderschapsonderzoek van de KU Leuven. Jana Deprez, een van de onderzoeksters, was zelfs verbaasd over de grote prestaties. De leiderschapsstijl van de jongere baas wordt als bijzonder positief ervaren, zowel in het takenpakket (de expertise van de directeur) als op relationeel vlak (baas-werknemerrelatie). De jonge leidinggevende heeft meer aandacht voor de wensen van de medewerkers en communiceert zijn visie duidelijker. Hij heeft een actievere rol als baas, hij wil weten wie zijn mensen zijn en wat ze van hem verwachten. Hoe de jongere baas zijn rol invult, is afhankelijk van het bedrijf. Er wordt welbewust meer tijd besteed aan leidinggevende taken, zoals het voeren van functioneringsgesprekken en informele gesprekken met het team. De jongere baas is meer gericht op het behalen van goede resultaten. Hij heeft met overtuiging gekozen voor zijn leidinggevende functie en is niet als logisch gevolg van het beklimmen van de carrièreladder op deze plaats beland. Die bewuste keuze zorgt voor extra motivatie om helemaal voor de functie te gaan. Maar onderlinge verschillen blijven altijd bestaan. Je mag niet zomaar spreken van generatiebrede eigenschappen. Leeftijd op zich is geen indicator voor iemands kwaliteiten. Een jonge hond is niet automatisch een goede leidinggevende. Leidinggeven op jongere leeftijd is zwaar, maar dat wil niet zeggen dat je niet succesvol kunt zijn. Ik heb het als jonge ondernemer best heavy gehad. Zo heb ik echt voor mijn functie moeten knokken. Het is dubbel zo hard werken om serieus te worden genomen. Wel zie ik het als een enorme voorsprong om zo jong te starten. Beter jong geleerd dan oud gedaan. Soms is de situatie er gewoon naar dat je op jonge leeftijd een hoge positie krijgt. Je gaat er dan voor, ongeacht je leeftijd. Zo’n kans laat je niet liggen, al is het voor jezelf lastig om je eigen positie te accepteren. Op mijn dertigste ben ik nog steeds jong, alleen heb ik intussen wel geleerd om mijn positie te aanvaarden. Ik weet dat ik overwicht heb en dat mijn team mij respecteert. Ik heb voor een zware weg gekozen, maar het heeft mij enorm veel gebracht. Ondertussen heb ik veel kunnen opbouwen met mijn bedrijf. Terwijl andere 30-jarigen net starten met hun bedrijf, kan ik de volgende stap al zetten. Wacht niet te lang met het waarmaken van je dromen. Ik wens iedereen veel tijd toe, maar dat is nu eenmaal een schaars goed. Ik heb in ieder geval een stukje tijdspanne gewonnen door zo jong te starten. Die tijd neemt niemand mij meer af. Kristel Groenenboom schreef een boek over vooroordelen tegen vrouwen aan de top: ‘Mag ik meneer Kristel even spreken?’ Je kunt het boek hier bestellen. 

Carrière

Hoezo te jong?

Jonge ondernemers aan de top van een bedrijf hebben het vaak zwaar, stelt columnist Kristel Groenenboom. Veel (oudere) werknemers vragen...

author Kristel Groenenboom

clock 4,5 min

Lifehacks

Arko in 60 seconden: hoe stimuleer je creatieve innovatie?

Hoe stimuleer je creatieve innovatie? Arko van Brakel geeft antwoord in 60 seconden. 

author Arko van Brakel

clock 0,5 min

Hoi pappa, Ik moet een werkstuk maken over het broeikaseffect. Nou moeten we aan onze pappa’s en mamma’s vragen wat zij op hun werk doen tegen dat effect. Mamma’s bazen doen heel veel, zegt ze. Ze gebruiken spaarlampen en hebben de verwarming teruggezet naar 16 graden. Wat doen jullie op het werk, pappa? Groetjes! Bas Hoi pappa, Heb je me mailtje gelezen, pappa? Waarom mail je niks terug? Groetjes! Bas Ha die Bas! Sorry, Bas, maar ik had een meeting, en toen nog een meeting, nou zo ging dat maar door, dus zie ik nu pas je mailtjes. Ja, op pappa zijn bedrijf doen we van alles om die klimaatverandering tegen te gaan. Onze raad van bestuur – dat zijn zeg maar de bazen van pappa – heeft nu zelfs in het jaarverslag laten opnemen dat ze érg ongerust zijn over ons klimaat. Heb je hier wat aan, Bas? Groetjes! Pappa Bob Hoi pappa, Mamma zegt me dat ik je moet vragen of je beter kunt uitleggen wat de raad van bestuur dan precies gaat doen. En ik moet ook nog vragen of je nog in die Audi A6 rijdt, want dat is volgens haar een benzineslurper en dat is heel slecht voor ons klimaat. Groetjes! Bas Hoi pappa, Heb je mijn laatste mailtje niet gelezen, pappa? Waarom antwoord je nou niet? Groetjes! Bas Ha die Bas, Nou had pappa ineens wéér een meeting, onverwacht. Hij moest snel de cijfers doornemen voor 2018, want de raad van bestuur blijft die maar afkeuren. Maar nu ben ik er weer. Kijk eens Bas, je moet wel zélf vragen stellen, want nu doet mamma dat allemaal en dat is natuurlijk niet de bedoeling. Bovendien werkt mamma bij Shell en die kunnen volgens mij wel wat meer doen aan ons klimaat dan spaarlampen indraaien en de verwarming op 16 graden zetten! Groetjes, Pappa Bob Hoi Pappa, Mamma zegt dat Shell heel veel doet aan alternatieve brandstoffen en dat dat heel goed is voor het milieu. Mamma zegt ook dat als pappa wil wijzen hij dat maar naar Exxon Mobil moet doen, want dat zijn volgens mamma mensen die heel slechte dingen doen met ons milieu en ze zegt dat jullie daarvoor werken pappa. Ik zei haar dat pappa zoiets nooit zou doen en toen lachte ze een beetje gemeen. Maar dat doe jij toch niet, pappa? Groetjes! Bas Hoi Bas, Nou, dat is wel flauw van mamma, hoor. Ze doet nou net of Shell heel netjes is voor het milieu en dat is helemaal niet zo. Anders moet je mamma maar eens vragen hoe dat ook alweer in Nigeria zat. Ja, pappa’s bedrijf werkt héél soms voor Exxon Mobil, maar dat doet bijna iedereen, want dat is echt een héél groot bedrijf, véél groter dan Shell. Groetjes, Pappa Bob Hoi pappa, Mamma zegt dat de bazen van Exxon Mobil helemaal niks om het milieu geven. Je moet echt heel boos worden als je ze ziet, pappa! Groetjes! Bas Hoi pappa, Heb je mijn mailtje gelezen, pappa? Heb je die mensen van Exxon Mobil al gesproken? Groetjes! Bas Ha die Bas! Sorry, ik was weer even in een meeting. Bas, luister eens: pappa komt die bazen van Exxon Mobil nooit zelf tegen. Dus ik kan ze ook niet vragen of het nou klopt wat mamma over ze zegt. Zal ik je trouwens iets leuks vertellen? Toen pappa en mamma nog getrouwd waren, reden we een keer door Frankrijk. Mamma zat achter het stuur en de benzine was bijna op. En het enige pompstation dat ze kon vinden was er een van… Exxon Mobil! Ja, toen moest pappa héél erg lachen en werd mamma héél boos op pappa! En nou moet ik weer een bilateraal in, Bas! Groetjes, Pappa Bob Hoi pappa, Mamma las net jouw mailtje en nou is ze weer heel erg boos. Ze zei dat je zeker weer een bilateraal met Heleen in moest. Wie is dat, pappa? Groetjes! Bas Hoi pappa, Waar ben je nou pappa? Ben je nog steeds met Heleen bezig? Mamma zegt dat we het verder wel zonder jou afkunnen. Doei, pappa! Bas

Carrière

Bob probeert het klimaat te redden

Bob is divisiedirecteur bij een groot concern. Hij doet zijn best. Dit keer probeert hij zelfs om een beetje de...

author Hans Verstraaten

clock 3 min

Het was groot nieuws in de Verenigde Staten eind juli. Amazon is hiring! In totaal waren er 50.000 nieuwe banen te vergeven aan de bezoekers van de Amazon job fair. We zagen op CNN lange rijen mensen die heel graag wilde werken voor de grootste winkel van de wereld. Als markteer, of als runner in een van de distributiecentra. Het klinkt behoorlijk indrukwekkend: 50.000 nieuwe banen. Dat was ook de reden dat de media het verhaal oppikten. Maar eigenlijk is het bitter weinig. Stel je namelijk eens voor hoeveel mensen je nodig zou hebben gehad als je de producten die door die nieuwe mensen bij Amazon worden verstuurd en bezorgd, in gewone winkels had verkocht. Dan waren er hoogstwaarschijnlijk 500.000 mensen mee in de weer geweest.   Robotisering kost banen. Zoveel is wel duidelijk. En dat geldt niet alleen in de retail, waar het een relatief nieuw fenomeen is, maar zeker ook in de maakindustrie. En toch is gek genoeg een gebrek aan gekwalificeerd personeel het allergrootste probleem waar de CEO’s in de maakindustrie mee worstelen. Dat lijkt met elkaar in tegenspraak, maar is het niet. De industrie maakt namelijk een indrukwekkende groeispurt door. De totale omzet van de 100 maakbedrijven in onze lijst op pagina 20 nam van 2012 tot 2016 toe met circa 3 miljard euro. De bedrijven worden groter, maar de aanwas van gekwalificeerde technici groeit nauwelijks. Het gevolg: zelfs als je meer en meer robots inzet, kom je handen te kort. En dan is er nog een betrekkelijk nieuw fenomeen in de maakindustrie: reshoring. Waar aan het eind van de vorige en het begin van deze eeuw de productie verdween richting China, zijn er nu steeds meer bedrijven die de productie terughalen. Dankzij de robot is het namelijk niet langer een gegeven dat produceren in China zoveel goedkoper is. Per saldo gaan er wel banen verloren, maar het gaat dan alleen om Chinese banen. In Nederland krijgen we er dankzij de robotisering banen bij. Net als in het geval van Amazon gaan er netto banen verloren, maar voor ons land is het saldo positief.

Management

De robot als banenmachine

De inzet van robots kost banen. Maar dat zijn niet per se Nederlandse banen, schrijft Thijs Peters.

author Thijs Peters

clock 1,5 min

Wij leiders stapelen graag. In onze diepgewortelde optimalisatiedrang zoeken we steeds naar nieuwe manieren om beter, sneller, winstgevender te presteren. We maken en vragen langere dagen, beleggen pressure cooker meetings, formeren sushiteams. Allemaal vanuit oprechte ambitie en/of enthousiasme, maar vaak zonder het beoogde resultaat. We vergeten namelijk ruimte te maken. Een weg in een dorpje in het westen van het land dient als metafoor voor het punt dat ik wil maken. Dat dorpje en die weg liggen in de groene weiden tussen Amsterdam en Utrecht. En elke keer als er een bovengemiddeld regenfront overtrekt, stroomt het verzamelde hemelwater uit de grote steden in de richting van die weg in dat dorp. De gemeente concludeerde dat ze de pech hadden zich in een Randstedelijk afvoerputje te bevinden en liet een onderzoek uitvoeren naar mogelijke oplossingsrichtingen. “We hebben toch echt al heel veel maatregelen getroffen, maar het helpt niet”, was een kanttekening bij hun hulpvraag. Wat bleek? De gebruikelijke maatregel tegen de wateroverlast bestond uit het ophogen van de weg. Steeds opnieuw een dikke laag nieuw asfalt. Maar het dorpje ligt in veenweidegebied. Al die tonnen asfalt deden de weg alleen maar sneller wegzakken, met opnieuw wateroverlast tot gevolg. Stuurgroepen en bosdagen Dat zie ik vaak ook in bedrijven gebeuren. Loopt het niet? Zet er een stuurgroep op. En als dat niet werkt: nóg een, vaak grotendeels bemenst met dezelfde personen. Teams en afdelingen gaan samen zeilen, of doen een bosdag; niet ter broodnodige ontspanning, maar om straks met frisse moed nog meer van hetzelfde te doen. Hoopvolle concepten als holocracy, agile en scrum en worden in oude systemen ingebracht. Managementboeken leveren leiders inspiratie voor nóg een ander concept. Vaak nemen we niet de tijd om eerst na te denken over de vraag waaróm iets niet werkt, voor we op zoek gaan naar iets nieuws. We vragen ons niet af wat er weg kan, welke methoden ons blijkbaar niet langer dienen. We vergeten letterlijk om op te ruimen, ruimte te maken. De implicaties van het hoopvolle nieuwe concept voor onze huidige sturingsprincipes, voor onze manier van rapporteren, voor ons leiderschap, zien we meestal pas achteraf. Als blijkt dat het niet werkt. We stapelen de ene hippe aanrader op de ander: allemaal nieuwe lagen asfalt. Als een trein Johan Cruyff heeft daar ook eens een mooie uitspraak over gedaan. Zijn Barcelona stond in de rust met 2-1 achter, maar na wat wissels wonnen ze alsnog. Op de vraag van een journalist, wat zijn overwegingen daarin precies geweest waren, antwoordde hij: ‘Het is heel simpel. Het is net als met de trein: er moeten eerst mensen uit, voor er nieuwe in kunnen.’ De gemeente in het dorpje tussen Amsterdam en Utrecht had zelf de niet in de gaten dat hun oplossing een deel van het probleem vormde. Dat er eerst asfalt áf moest voor een beter, duurzaam alternatief. Er is enige afstand nodig om dit principe te herkennen in je eigen organisatie. Maar het loont te moeite jezelf de tijd te gunnen om ruimte te maken. Want hoe langer je wacht met opruimen, hoe groter de stapel asfalt en hoe kostbaarder de uiteindelijke ingreep.

Management

Niet nóg een stuurgroep

Wanneer een bepaald project of proces binnen de organisatie niet goed loopt, hebben managers snel de neiging om er maar...

author Marcel de Rooij

clock 2 min

Management

Concurreren met webshops: als je jouw toegevoegde waarde kunt uitleggen ben je nooit te duur

In de strijd met webshops kiezen veel ondernemers ervoor om mee te gaan in de prijzenoorlog. Dat is niet alleen...

author Fred Rutgers

clock 2 min

Er zijn jaarlijks twee natuurlijke momenten dat je een nieuwe start kunt maken. Twee momenten waarbij je even ‘pauze’ hebt en tijd besteedt aan andere dingen dan normaal. Momenten waarbij je op adem komt, dingen relativeert of juist laat bezinken. Vaak is het ook de tijd om eens na te denken over hoe het loopt op werk en wat anders kan. De momenten waarop je eindelijk de tijd hebt om een (management)boek te lezen ter inspiratie. Kortom, je kan en wil er weer tegenaan. Deze twee momenten zijn het nieuwe jaar na de kerstvakantie en de eerste dagen na je welverdiende zomervakantie. Aan de slag met durf Met deze vernieuwde energie zou ik alle managers en leiders willen oproepen om eens met meer durf aan de slag te gaan. Het is een woord wat naar mijn idee echt bij Hollanders past, maar in de vergetelheid is geraakt. Ik weet niet waarom, maar ik mis vaak het element durf in het doen en laten van managers. Spreker en auteur Daan Quakernaat stelt: er worden te weinig kathedralen gebouwd. Geweldig hoe Daan durf vertaalt naar gewoon doen. Bij het bouwen van een kathedraal in het jaar 1200 waren er geen uitgewerkte bouwtekeningen. Er moest een grootse kathedraal komen en men begon gewoon. Bouwen, proberen en gaan. Viel een muurtje om, dan begon men opnieuw. Uiteindelijk stond er wel een indrukwekkend kunstwerk. Durf: een kort en sterk woord. Synoniem voor daadkracht. Een woord van aanpakken, vertrouwen, vallen en opstaan, fouten maken. Een woord van leren, van niet bang zijn of van dingen anders doen. Het lijkt soms alsof we weinig meer durven. Alles wordt eerst dubbel gecheckt, uitgezocht, vastgelegd, bestudeerd of beproefd. Met als gevolg dat er weinig actie is, veel wordt vergaderd of dat we hele procedures, processen en contracten opstellen om alles maar zeker te hebben. Vaak nog een schijnzekerheid bovendien. Ga maar eens na hoe vaak dingen mis gaan of er zelfs gefraudeerd wordt ondanks al die procedures. Keurslijf Het gekke is dat een ieder van ons de durf wel in zich heeft. Als kind kennen we weinig angst en durven we veel meer. Onze ouders moedigen ons aan om alles te leren en te doen. Met letterlijk de woorden ‘vallen en opstaan’. We mogen als kind nog fouten maken, gek doen, spontane acties ondernemen. Naarmate we opgroeien, worden we steeds meer in een keurslijf geplaatst. We moeten normaal doen, minder opvallen, minder fouten maken en minder spontane acties ondernemen. Herkenbaar? Op school passen we allemaal in hetzelfde stramien. Keurig stilzitten en luisteren. Als je iets wil, moet je je vinger opsteken. De focus komt te liggen op waar je niet goed in bent. Je slechtste rapportcijfer wordt aangepakt. Bijles, extra leerstof. Ik heb nog nooit gehoord dat je dat vak mag laten vallen en dat je bijles krijgt in je beste vak, zodat je er nog beter in wordt. Je ouders willen dat je je nog beter gedraagt, want je wordt inmiddels ouder. Netjes eten, keurig praten, niet te hard gillen en stilzitten. Deze verwachtingen worden nog eens versterkt in je vervolgopleidingen en tijdens je eerste baan. Spontaniteit en creativiteit worden er op die manier systematisch beetje bij beetje uit gesloopt. Resultaat: de durf ontbreekt om weer eens spontaan en met creativiteit het werk aan te pakken. Zonde! Hierdoor laten we veel potentie liggen, want daardoor gebeurt er een stuk minder, blijven dingen bij het oude en is er weinig plezier en effectiviteit in het werk. Zakendoen met durf Wanneer gaan we weer zakendoen op basis van vertrouwen, je eigen instinct en gevoel? Gewoon common sense. Geen dik contract met behulp van juristen. Geen ingewikkelde arbeidscontracten voor medewerkers. Geen lange vergaderingen. Alsof die contracten veel helpen. Als een klant van je af wil, dan gebeurt dat toch wel. Een contract kan het hooguit vertragen. Net als bij je medewerker. Hij werkt graag of niet voor je, daar kan geen contract tegen op. Contracten kosten tijd, geld en energie en leveren zelden iets positiefs op. Allemaal zaken gebouwd op angst. Angst is voor mij het tegenovergestelde van durf. Zelf gebruik ik vaak het woord vertrouwen als synoniem voor durf. Angst is negatief, verlamt, kost tijd en energie en is dus duur. Durf is positieve energie, actie en vernieuwing. Durf levert veel op. Met durf bedoel ik dus niet, voor de cynici onder ons, onbezonnen te werk gaan. Dat is het andere uiterste. Natuurlijk moet je altijd blijven nadenken, maar vertrouw ook op je gezonde verstand. Dat draait toch altijd wel ergens op de achtergrond door. Stel je eens voor dat je weer meer durft. Met durf kom je meer in actie, hoeft er minder te worden vergaderd. Met durf hoef je minder procedures in te richten, dat scheelt veel organisaties tijd. Met durf straal je meer vertrouwen uit en vertrouwen geeft positieve energie. Medewerkers gaan weer in het bedrijf geloven. Klanten willen sneller zaken met je doen. Met durf kan je meer tijd besteden aan je product en dienst en daarmee de klant. Met durf ben je naar buiten gericht in plaats van naar binnen. Durf het eens anders te doen dan de rest. Hierdoor word je onderscheidend ten opzichte van je concurrent. Voordat je het weet, val je op. Ik zou zeggen: durf het eens aan met je vernieuwde zomerenergie. Allard Droste is ondernemer en professioneel dromer. De afgelopen tien haar heeft hij een bestaand bedrijf van een bureaucratie omgetoverd tot een zelfsturende en gemotiveerde omgeving die winst maakt. Hierover schreef hij het boek Semco in de polder. 

Management

Manager, durf je op te vallen?

Ondernemer Allard Droste mist wat in het bedrijfsleven: durf. We breken niet meer uit het keurslijf waar we vroeger in...

author Allard Droste

clock 3,5 min

Lifehacks

Arko in 60 seconden: hoe verkort ik de inwerktijd van mijn medewerkers?

Arko van Brakel beantwoordt ondernemersvragen in 60 seconden. In deze aflevering: hoe maak ik meer indruk tijdens een presentatie?

author Arko van Brakel

clock 0,5 min