Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Afas-ceo: ‘Als iedereen straks zelf kan programmeren, waarom bestaan we dan nog?’

Vibecoden heeft Bas van der Veldt volledig te pakken. Het dwingt hem als ceo van een bedrijf dat software ontwikkelt tot een ongemakkelijke vraag. Wat is nog je bestaansrecht als straks iedereen zelf kan programmeren, vraagt hij zich in zijn column af.

Bas van der Veldt bouwde een app zonder één regel code te schrijven: moet hij zich zorgen maken om zijn bedrijf?

Er zijn van die dingen die je al lang wéét, maar waar je anders naar gaat kijken als je ze zelf erváárt. Dat AI al ons werk echt gaat veranderen is zoiets. En dat heeft gevolgen voor de vragen die we onszelf moeten stellen.

– ‘Bas, kom je eten?’
– ‘Jaha, ik kom zo.’
– ‘Bas, we gaan nú eten!’

Zo ongeveer gaat het de afgelopen weken in huize Van der Veldt. Dat komt omdat ik een nieuwe verslaving heb, vibecoden. Dat is zeg maar programmeren zonder dat je een programmeur bent. Je praat gewoon tegen een chatvenster, vergelijkbaar met dat van ChatGPT, en AI regelt de rest. Fascinerend.

Zelf apps bouwen

Bij ons thuis maken we de dingen graag gemakkelijker en beter. De boodschappen, de financiën, noem maar op. Eerder bouwde ik daarvoor modelletjes in Excel. Door te vibecoden kan ik nu zelf hele applicaties maken, alleen maar door de juiste vragen te stellen.

Nu ben ik bijvoorbeeld bezig met een vitaminemanager. Daarin staat precies wie in huis wat slikt, en hoeveel. We hadden altijd al van die bakjes met de dagen van de week erop. Hoef je alleen maar in het weekeinde pop-pop-pop al die bakjes te vullen, en klaar ben je.

Helemaal perfect was het nog niet. Soms kwamen we er bijvoorbeeld te laat achter dat een pot bijna leeg was, en grepen we mis in de voorraad. Met de vitaminemanager gebeurt dat niet meer.

Lees ook: Afas-ceo Bas van der Veldt over het verhaal dat 700 collega’s muisstil maakte

De beer is los

Sterker: als ik een foto van een pot maak, weet ie precies hoeveel tabletten erin zitten, en krijgen we twee weken voordat de bodem in zicht is, een seintje: ‘Van der Veldt, nieuwe kopen.’ Bovendien kijkt de vitaminemanager meteen naar de bestanddelen, en legt hij kruisverbanden met andere supplementen die we slikken, zodat we niet tevéél van iets binnenkrijgen.

Toegegeven, ik heb hem misschien een beetje over-geëngineerd, maar als het zó gemakkelijk is, kun je heel snel, heel ver gaan. Nu is de beer dus los.

Waarom nu?

Toen ik mijn app aan onze directeur productontwikkeling liet zien, zei hij: ‘Prachtig Bas, maar waarom nú? Vibecoden bestaat al een paar jaar.’

Goeie vraag wel. Het had te maken met gebruiksgemak. Natuurlijk had ik wel eens eerder geprobeerd te vibecoden, maar ik liep steeds vast. Een beetje zoals toen ik 10 was, en ik van mijn net gespaarde geld een soundblaster had gekocht om geluid uit mijn computer te krijgen. Ik was dagen aan het pielen met stekkertjes en draadjes, en dan nóg werkte het niet. Superfrustrerend.

Paar uurtjes werk

Onlangs zocht ik een applicatie waarmee we geautomatiseerd kunnen zien of iedereen die zich op het internet als officiële AFAS-partner presenteert, ook de juiste licenties heeft. Dat moet er zijn, zou je zeggen, maar ik kon het niet vinden. Totdat mijn collega Bart Grootveld zei: ‘Joh, Bas, maar dan bouwen we dat toch gewoon?’ Hij was een paar uurtjes bezig, en … kláár. Het werkt als een tierelier.

Lees ook: Bas van der Veldt : ‘Sommige ceo’s zijn terminaal serieus bezig met hun vak’

Ik was zwaar onder de indruk, maar Bart zei: dat kun jij ook hoor. En hij heeft het me uitgelegd (voor de nerds: voor de editor gebruik ik Visual Studio Code, voor de database Supabase, de opmaaktalen zijn HTML en CSS, voor de runtime omgeving gebruik ik Node.js, voor de front-end JavaScript, en voor de deployment Vercel).

Voor iemand met een beetje IT-achtergrond is dit echt al goed te doen. En voor de gemiddelde Nederlander ergens de komende jaren ook. Dat wist ik op zich al wel, en jij waarschijnlijk ook, maar het is anders als je het echt zíét en erváárt. Ik ben totaal gegrepen door het feit dat het zo goed en zo gemakkelijk werkt.

Je bestaansrecht

Dat zette me wel aan het denken. Want als iedereen straks zelf kan programmeren, wat betekent dat dan voor de old school programmeurs bij AFAS? Sterker nog: als iedereen zelf kan programmeren, waarom zouden bedrijven dan niet gewoon lekker hun eigen ERP-software bouwen, in plaats van te betalen voor die van ons?

Deze vragen gaan uiteindelijk over je bestaansrecht als organisatie. En ze zijn nodig om te stellen. Of je nu een softwarebedrijf, een school of een accountantskantoor leidt.

Je hand ervoor in het vuur

Ik denk dat dit bestaansrecht te maken heeft met je hand ergens voor in het vuur durven te steken, omdat je serieuze expertise hebt, op het gebied van de inhoud én de techniek. Als we kijken naar mijn vitaminemanager, heb ik dat niet. Als het niet zou werken, kan ik niet onder de motorkap kijken om te zien hoe ik het kan oplossen. Dat geldt voorlopig overigens voor zo’n beetje alle apps die met vibecode zijn gemaakt.

Lees ook: Afas-topman: ‘In het bedrijfsleven rust taboe op gevoel. We kijken liever naar spreadsheets en dashboards’ 

Onze programmeurs kunnen dat wel als het om onze eigen software gaat. Zij kennen bovendien de markt, de wet- en regelgeving én snappen wat dit betekent voor de techniek. Zij weten wat er onder de motorkap gebeurt, en weten wanneer iets bijvoorbeeld niet veilig of niet te onderhouden is. Daardoor kunnen onze klanten er bijvoorbeeld op vertrouwen dat ons product aantoonbaar voldoet aan de kwaliteits- en betrouwbaarheidseisen die gelden voor een accountantscontrole.

Ons bestaansrecht zit ook in de ondersteuning die we bieden. Met een heel team aan geweldige supportmedewerkers, consultants, succesmanagers en salesmanagers staan we klaar om klanten te helpen als ze vast dreigen te lopen, en vooral: om software zó te gebruiken dat werk er merkbaar leuker en beter van wordt.

Sturen op ontwikkeling

Wij als directeuren moeten vooral zorgen dat die dingen allemaal goed gaan. Dat onze collega’s zich blijven ontwikkelen én de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de kwaliteit. En ik kan je zeggen: het helpt daarvoor enorm als je er zelf mee aan de slag gaat. Voor het inzicht en het gevoel bij de impact die dit gaat hebben.

Thuis knutsel ik intussen lekker verder. Aan de boodschappenmanager om precies te zijn. Dus de komende tijd zullen ze me nog wel vaker aan tafel moeten roepen.

Lees ook: Het stomste wat je kunt doen, volgens Bas van der Veldt? Een innovatiemanager aanstellen