Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Suiker. We gebruiken het vrijwel elke dag. Maar wat de meeste Nederlanders waarschijnlijk niet weten is de weg die het product bewandelt voordat het in onze monden belandt. Bij Suiker Unie hebben ze dit proces de afgelopen jaren flink weten te verduurzamen. “En dat begint al bij de oogst”, vertelt Pieter Brooijmans, die opereert als Manager Agrarische Dienst Centraal. “Een belangrijk deel van de plant is het bietenblad, het zogeheten loof. Dat laten we bewust achter op het land zodat de nutriënten in het blad weer teruggaan naar de grond. Die zijn belangrijk om de plant te laten groeien.” De mineralenkringloop sluiten De bieten zelf gaan naar de fabriek voor een grondige wasbeurt. De restjes bietengrond worden ingedikt en gedroogd en kunnen vervolgens weer worden hergebruikt, voor dijkverzwaring bijvoorbeeld. Tijdens het wassen breken ook kleine stukjes biet af. Deze stroom werd vroeger nog afgevoerd naar een composteerder, maar daar heeft Suiker Unie een beter doel voor gevonden: de biomassavergister. Wat erin gaat als bietresten komt eruit als biogas. “De bieten zelf snijden we in kleine reepjes. Nadat de suiker uit het snijdsel is gehaald, blijft er bietenpulp over. Dit wordt gebruikt om koeien te voeren. De mineralen komen zo weer terecht in de mest en die wordt vervolgens weer terug gebracht naar de akkers. Aan het ruwe sap voegen we kalk toe dat de overige mineralen aan elkaar bindt en waarna het uit het sap wordt verwijderd. Deze meststof gaat ook weer naar de landbouw. Zo sluiten we de mineralenkringloop en werken we aan het behoud van een gezonde bodem”, aldus Brooijmans. Energiebesparingen De biogas-installaties van Suiker Unie verwerken jaarlijks meer dan 100.000 ton kg plantaardig restmateriaal, allemaal afkomstig van het eigen productieproces. “Als we volledig draaien, dan leveren we per jaar meer dan 30 miljoen kubieke meter groen gas aan het net. We zijn daarmee in Nederland de grootste producent van duurzaam gas”, zegt Brooijmans. De biomassavergister is overigens niet de enige manier waarop Suiker Unie CO2 bespaart. De productielocaties in Dinteloord en het Groningse Vierverlaten behoren inmiddels zelfs tot de grootste en meest energiebesparende bietverwerkende fabrieken van Europa. De afgelopen jaren is hier fors geïnvesteerd, onder meer in meertraps verdamping, thermocompressie en LED-verlichting. “Het is onze doelstelling om in 2020 zeker 50 procent minder energie te gebruiken ten opzichte van 1990. Zo beschikken beide fabrieken over een WKK-installatie waarmee warmte en elektriciteit wordt geproduceerd. Wat we zelf niet nodig hebben, leveren we weer terug aan het net.” Ook op de weg zijn maatregelen genomen. Zo rijdt een deel van de wagenvloot sinds 2011 op groen gas. Daarnaast heeft Suiker Unie dertien bulkwagens die dagelijks tonnen suiker afleveren. Deze kolossen rijden op een mengsel van aardgas en dieselolie, stoten daardoor niet zoveel roet uit en maken bovendien minder lawaai dan andere vrachtwagens. Maar daarmee zijn de duurzame ambities van Suiker Unie nog niet bereikt. “We kijken continu naar neiuwe ontwikkelingen die ons weer een stap verder kunnen bregen qua besparing, bijvoorbeeld naar de mogelijkheden van een nieuwe vrachtwagen die voor 100 procent op groen gas kan rijden.” .

Management

Suiker Unie sluit de kringloop

Suiker Unie maakt al jaren volop werk van duurzaamheid. Zo wordt het merendeel van de mineralen in de suikerbiet weer...

author John van Schagen

clock 2 min

David Arnoux Growth tribe

Management

Growth hacken als groeiversneller in B2B

Erachter komen wat je klant écht wil? Ga meten in plaats van gissen, zegt David Arnoux. Hij is één van...

author John van Schagen

clock 3,5 min

Nergens in Nederland vind je zoveel legkippen als in en rondom Venray. Naar schatting worden er hier zo’n vier miljoen gehuisvest in grote boerderijen. Verreweg het meest bijzondere onderkomen is dat van Kipster. Grote ramen bedekken de voorzijde van het gebouw en het dak is gevuld met bijna elfhonderd zonnepanelen. Eenmaal binnen valt met name de ruimte op. Kippen zitten hier niet zij aan zij, maar kunnen zich vrij bewegen. Dat moet ook, vinden de initiatiefnemers. Volgens hen zijn we dan ook te gast bij de meest dier-, milieu- én boervriendelijke kippenboerderij van de wereld. Gebroken stukjes beschuit Bij Kipster leven de kippen als god in Frankrijk. Ze hebben alle ruimte, kunnen naar hartenlust rondjes lopen en zelfs naar buiten toe als ze daar zin in hebben. Maar ook voor mens en milieu is Kipster in veel aspecten een stap vooruit, zo benadrukt medeoprichter Maurits Groen, die in dit project samen optrekt met pluimveehouder Styn Claessens, lector Gezonde Pluimveehouderij Ruud Zanders en Olivier Wegloop, oprichter van Boomerang. “De meeste CO2-uitstoot in deze sector komt van de voerproductie”, aldus Groen. “Er worden bomen omgehakt om landbouwgrond vrij te maken en pesticides gebruikt tegen ongedierte. De sojaplanten gaan vervolgens met een stinkende dieselboot richting de boerderijen. Wij pakken het helemaal anders aan. Onze kippen worden gevoerd met resten van bakkerijen, zoals stukjes gebroken beschuit en rijstwafels.” Dat Groen het woord afval niet gebruikt is geen toeval. Hij vindt het een rotwoord. “Het zijn hoogwaardige producten die je op de juiste manier moet gebruiken.” Hoe belangrijk het is dat er met deze manier van voeren geen kostbare landbouwgrond wordt verspild, staat ook te lezen op één van de bordjes in de kippenstal: ‘Wist je dat 70% van alle landbouwgrond op de wereld voor boerderijdieren is?’ De Lidl Een half jaar is Kipster nu in bedrijf. Productie? Tussen de 150.000 en 200.000 eieren per week. En elk daarvan draagt de drie sterren van het Beter Leven-keurmerk. Een Kipster-ei kost iets meer dan een doorsnee scharrelei (“Scharrel betekent nog steeds negen kippen op een vierkante meter”, aldus Groen), maar is goedkoper dan de biologische variant. Met de verkoop gaat het dus goed. “Elke week zijn alle eieren uitverkocht”, zegt Groen. “Af en toe moeten ze bij Lidl zelfs kaartjes in het schap leggen met de boodschap dat deze eieren voor nu even zijn uitverkocht. ‘Sorry, we leggen maar één ei per dag’, staat er dan.” Lidl, de naam is gevallen. Dat Kipster nu volop draait was niet mogelijk geweest als de bijzondere samenwerking met de supermarktketen niet tot stand was gekomen. Toen de plannen voor Kipster niet meer waren dan ambities, enkele schetsen op papier en een excelletje met prognoses durfde Lidl al in te stappen. “Het is uniek dat een supermarkt z’n handtekening zet onder een vast gegarandeerd bedrag voor de boer en dat voor vijf jaar vooruit. En het is al helemaal bijzonder dat een supermarkt dat doet met een leverancier die nog helemaal niet kan leveren. We hadden op dat moment nog geen grond, geen vergunningen, geen boerderij en geen kippen. Ze zijn ingestapt op basis van een goed idee.” Groene stroom Met de afzetgarantie van Lidl in de pocket konden de initiatiefnemers voldoende financiering ophalen voor hun ambitieuze project. En zo draait in Oirlo, bij Venray, sinds september van het afgelopen jaar ’s werelds meest duurzame kippenboerderij. Die zich (uiteraard) all electric mag noemen. “We hebben geen gasaansluiting, de bijna elfhonderd zonnepanelen op het dak produceren maar dubbel zoveel energie dan we nodig hebben om het hele bedrijf te laten draaien. Dan moet je naast de verlichting onder meer denken aan ventilatie, transportbanen en inpakmachines. De rest van onze stroom leveren we terug aan het elektriciteitsnet. Daarmee compenseren we de transportbewegingen die nodig zijn om Kipster te laten draaien. Wel onderzoeken we nog hoe we het vervoer van onder meer de kippen zelf zoveel mogelijk kunnen verduurzamen.” Met de ventilatie die Groen zojuist noemde, is overigens ook iets bijzonders aan de hand. Machines zuiveren de lucht die de stal uitkomt. Dat gaat fijnstof tegen en juist dat is bij grote kippenboerderijen een big issue. Kippenpoep En dan is er nóg iets waar de bedenkers van Kipster mee aan de slag moesten: kippenpoep. Hoogwaardige grondstoffen, in de visie van Groen en zijn compagnons. En prima te gebruiken voor het bemesten van grond. “We zijn nu bezig om de uitwerpselen te voorzien van een hoger stofgehalte zodat het veel droger wordt en we het als mest kunnen gaan verkopen. Ook daarover zijn we in gesprek met Lidl.” Nog concreter is de komst van een ander Kipster-product, dat vanaf deze maand in de schappen ligt: de haanburger. “In Nederland worden vleeskuikens in 42 dagen opgefokt. Dat worden dan de kipfilets die je in de winkel ziet liggen”, vertelt Groen. “Haankuikens groeien langzamer en hebben meer voer nodig. Ze zijn daarom simpelweg oneconomisch verklaard en worden op hun geboortedag meteen vergast of gehakseld. Hanen kunnen nu eenmaal geen eieren leggen. Wij hebben met Lidl afgesproken om haanburgers te gaan leveren, nadat ze eerst in alle rust en vrijheid zijn opgegroeid in één van onze andere stallen. Zo kunnen we echt een burger van goede kwaliteit leveren, een premium product.” Nu opschalen De eerste haanburgers liggen vanaf 19 februari in de winkel. En daarna? “We zijn volop bezig met de voorbereidingen voor Kipster twee, drie vier, vijf en meer. We hebben nu laten zien dat het kan. Een kippenboerderij laten renderen zonder schade toe te brengen aan dieren, mensen, het milieu en het klimaat. En iedereen mag komen kijken hoe wij dat in het noorden van Limburg doen.”

Management

Bij Kipster eten de kippen beschuit in plaats van soja

In Noord-Limburg staat de eerste klimaatneutrale kippenboerderij ter wereld. Verreweg de meeste CO2-winst zit ‘m volgens de initiatiefnemers in het...

author John van Schagen

clock 4 min

Langs snelwegen, in de binnenstad, op stations en in grote winkelcentra; het groene logo van La Place kom je tegenwoordig overal tegen. Het afgelopen jaar kreeg de restaurantketen maar liefst 15 miljoen gasten over de vloer. Mensen die met name worden aangetrokken door de beloftes die La Place doet over het eten: natuurlijk, dagvers en huisgemaakt. Wat weinig mensen weten is dat de open keuken – één van de typische kenmerken van de formule – min of meer per toeval is ontstaan. Gasten geloofden namelijk niet dat de jus die ze kregen ook echt vers was en daarom besloot het management de jus-pers dan maar in het zicht te zetten. Een schot in de roos, zo bleek al snel. Receptuur Wat ook weinig mensen weten is dat het huidige management team eerst alle producten zelf probeert, voordat die een plekje krijgen in de vitrine. ‘Dat doen we elke week, tijdens het overleg’, vertelt CEO Bart van den Nieuwenhof. ‘We proeven ‘blind’ om er zo achter te komen of we de producten lekker genoeg vinden om aan onze gasten te serveren. Dat staat voor ons namelijk op één. Als we overtuigd zijn geraakt, dan gaan we vervolgens alle sporen na die tot de receptuur leiden. Welke producten er gebruikt worden, van welke leverancier ze komen, wie er met hun handen aan gezeten hebben en hoeveel kilometer het voedsel heeft moeten reizen.’ Wat kunt u vervolgens met die informatie? ‘Op de eerste plaats probeer je er op deze manier achter te komen of je een product kunt aanbieden dat voor gasten ook nog enigszins betaalbaar is. Daarnaast gaan we op zoek naar manieren om het proces te verduurzamen. Commercie en idealen blijken dan prima hand in hand te kunnen gaan.’ Een concreet voorbeeld? ‘Neem mozzarella. Zoals de meeste mensen wellicht weten, komt dat product uit Italië en wordt het gemaakt van buffelmelk. Eigenlijk wil je mozzarella al binnen 48 tot 72 uur op het bord hebben liggen, want dan is het op z’n lekkerst. Wij hebben daarom besloten om een aantal buffels naar Nederland te halen, die staan nu te grazen in Duiven. Op die manier zijn we erin geslaagd om verse mozzarella aan te bieden. Het resultaat? Een beter product, een lagere kostprijs en positieve effecten voor het milieu. Er hoeft nu namelijk geen vliegtuig, vrachtwagen of boot meer van Italië naar Nederland te reizen. Veel bedrijven zijn bezig om hun bij-activiteiten klimaatneutraal te krijgen, maar wij proberen juist ook in onze core-producten winst te halen. Denkt u dat gasten van La Place bezig zijn met de vraag of de kaas die ze krijgen duurzaam geproduceerd is? ‘Ze willen allereerst natuurlijk vooral lekker eten. Maar het duurzaamheidsbewustzijn wordt wel steeds belangrijker, ik merk dat zelfs al aan mijn eigen kinderen. Mede door alle informatie die ze op internet zien, denken ze veel bewuster na over alles wat met eten te maken heeft. Die generatie – en dat zijn over tien, twintig jaar onze gasten – gaan partijen ontwijken die niet goed omgaan met duurzaamheid. Mensen die eerder geboren zijn denken misschien dat het zo’n vaart niet zal lopen, maar het gaat echt die kant op. Goed omgaan met je eigen omgeving, het milieu, mens en dier wordt een voorwaarde voor elke vorm van ondernemerschap. Dat betekent dat je als bedrijf niet mag achterblijven als je over tien jaar nog bestaansrecht wil hebben.’ Een ander voorbeeld, jullie koffiedrab. Die verdwijnt niet in de verbrandingsoven toch? ‘Klopt, die wordt ingezameld en brengen we naar GRO Mushrooms. Dat bedrijf mengt de drab met oesterzwammensporen die zo een prachtig plekje vinden om te groeien. Vervolgens worden de oesterzwammen geoogst en een deel daarvan vindt weer z’n weg in de gerechten van La Place. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan onze verse wokgerechten en pizza. Momenteel onderzoeken we of sinaasappelschillen kunnen worden hergebruikt, bijvoorbeeld voor schoonmaakmiddelen.’ Wat doen jullie met het voedsel dat niet wordt verkocht? ‘Een deel daarvan gaat naar de voedselbank. Maar dat kan niet altijd, omdat je nu eenmaal ook met de houdbaarheid te maken hebt. Dat betekent dat we blijven zitten met reststromen en daarvoor zoeken we nu naar een oplossing in de vorm van compost. In Zoeterwoude hebben we een composteermachine achter de vestiging staan en daar heb ik zelf heel hoge verwachtingen van. Als deze proef een succes wordt, gaan we dit op meer locaties doen.’ Wat adviseert u andere bedrijven die het hoog tijd vinden om duurzaamheid te gaan omarmen? ‘Het is een onderwerp dat je er niet even bij doet of waar je aan het einde van het jaar een keer over gaat nadenken. Wij hebben elke week een vast moment waarop we nieuwe producten proeven en onszelf daarbij altijd de vraag stellen wat het betekent voor de omgeving. Zo is duurzaamheid bij La Place een vast agendapunt geworden in elke bijeenkomst van het management.’

Impact

Klimaatneutraal ondernemen bij La Place: ‘Je doet het er niet even bij’

La Place is één van de meest succesvolle horecaformules van Nederland. Naast vers zet het bedrijf al jarenlang vol in...

author John van Schagen

clock 3,5 min

Werkgevers, de vakbonden, de overheid, maatschappelijke organisaties en een flink aantal kennisinstellingen. Ze staan allemaal op de foto die op 24 januari van dit jaar wordt gemaakt in Den Haag. De feestelijke toost betekent het startschot voor een nieuw rijksbreed programma: Nederland Circulair in 2050. In de volksmond beter bekend als het Nationaal Grondstoffenakkoord. Niet minder dan 180 partijen zetten hun krabbel onder een set van afspraken die moeten leiden tot een economie die volledig draait op herbruikbare grondstoffen. En dat al over iets meer dan dertig jaar. Grondstoffen raken op Of kun je zeggen: pás over dertig jaar? Want het klinkt tegelijkertijd als iets van ver in de toekomst. ‘Dat is het niet. Als we met z’n allen zo’n grote verandering willen bewerktstelligen, dan zullen we daar nu al voortvarend mee aan de slag moeten’, aldus Jacqueline Cramer. Zij is ambassadeur Circulaire Economie in de Amsterdam Economic Board en waarschuwt ondernemers niet met hun handen over elkaar te blijven staan. ‘De grondstoffen raken op. Zo simpel is het echt. Als we zo blijven doorgaan, dan krijgen we op den duur gebrek aan heel kritische grondstoffen. Wacht dus niet, is mijn oproep. En het loont ook, want hergebruikte grondstoffen worden in tegenstelling tot nieuwe grondstoffen goedkoper. We komen steeds dichterbij dat economische kantelpunt.’ Sluiten van ketens Maar wat is het nu precies, dat circulaire ondernemen? Om het eerste misverstand maar meteen even uit de wereld te helpen: circulair ondernemen is net even anders dan recycling. Daarbij ga je na gebruik nadenken over een tweede leven. Circulair betekent in feite niets anders dan een kringloop, het sluiten van ketens. Het is een economische manier van denken waar al bij het ontwerp van een product wordt nagedacht over de herbruikbaarheid van grondstoffen. En dat is hard nodig, want de voorraad grondstoffen die nodig is om huizen, auto’s, telefoons en laptops te maken is simpelweg niet oneindig, zo vertelde Cramer al. Bier brouwen Bij Bavaria is dat besef er al een poosje. Het familiebedrijf wil dat ook volgende generaties een gezond bedrijf en een schone wereld krijgen en zet hier daarom nu vol op in. De Brabantse bierbrouwer wil al in 2020 voor minimaal vijftig procent circulair draaien. Een hele uitdaging, zo erkent ook Global Sustainability Manager Martijn Jungeburth. ‘Als je kijkt naar het proces van bierbrouwen zelf, dan zit de CO2-footprint vooral in het verwarmen en de koeling. Daarnaast maken we in de keten natuurlijk gebruik van grondstoffen als gerst en water’, aldus Jungeburth. Om één hectoliter bier te kunnen brouwen hebben de grote bierbrouwers nog altijd ruim drie liter water nodig. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Bavaria vooral hier de pijlen op heeft gericht. ‘Het water dat we na gebruik niet meer nodig hebben wordt nu gezuiverd en vervolgens weer teruggegeven aan de akkers. Dat is het project ‘Boer, Bier en Water. De boeren hoeven zo minder water van elders te betrekken om het vochtniveau in de bodem op peil te houden. We voorkomen hiermee dat de grond uitdroogt en sluiten zo de keten. De komende jaren gaan we dit project dan ook fors uitbreiden.’ Daarnaast wil de brouwer ook de eigen energievoorziening fors gaan vergroenen. Onder meer met behulp van geothermie (aardwarmte), een technologie waarbij warmte van honderden meters onder de grond naar boven wordt gepompt. Steun van management Als Global Sustainability Manager kan Jungeburth rekenen op de volledige steun van de directie. Volgens hem een absolute noodzaak om echt het verschil te kunnen maken. ‘Wanneer je als organisatie echt concrete stappen wilt maken naar duurzaam ondernemen, dan is het belangrijk dat het topmanagement de doelstellingen omarmt. Er zijn nu eenmaal investeringen en meestal ook organisatiewijzigingen mee gemoeid en daarvoor heb je een directie nodig.’ Hoewel Bavaria nu meters aan het maken is, moet het bedrijf nog zien af te rekenen met een aantal uitdagingen. Het meten van alle circulaire inspanningen bijvoorbeeld. ‘Bij watergebruik is dat nog wel te overzien, maar bij verpakkingen en de teelt van gerst wordt dat al een stukje ingewikkelder. Dat goed in kaart krijgen lukt alleen met de juiste partners en een goede samenwerking in de keten. En dat is nu ook precies wat we aan het opzetten zijn.’

Management

Hoe Bavaria over 2 jaar de leiding pakt in circulair ondernemen

Circulair ondernemen betekent slimmer omgaan met grondstoffen, producten en diensten. Steeds meer bedrijven experimenteren ermee. ‘Wachten tot je buurman het...

author John van Schagen

clock 3 min

Was er een directe aanleiding om iemand in deze functie aan te stellen? ‘Dat niet zozeer. Noem het meer een intrinsieke motivatie van de organisatie zelf. De belangstelling voor maatschappelijk verantwoord ondernemen is de laatste jaren natuurlijk sterk toegenomen, ook in onze branche. Dan kun je er als bedrijf voor kiezen om dit takenpakket bij Communicatie of Marketing neer te leggen. Maar wil je MVO-beleid echt integraal onderdeel laten zijn van je dagelijks doen en laten, dan is het beter om daar iemand verantwoordelijk voor te maken.’ Welke doelstellingen heb je destijds meegekregen? ‘Er zijn niet direct harde targets op tafel neergelegd. Wij zien maatschappelijk verantwoord ondernemen meer als een zoektocht die je samen aangaat. Ik richt me in mijn rol op twee specifieke gebieden: milieu en mens & maatschappij. Als ik even mag inzoomen op het milieu-aspect, dan begin je zo’n ontdekkingsreis met de vraag waar nu eigenlijk de bottlenecks in je organisatie zitten. Waar zit het laaghangend fruit en kunnen we dus snel winst behalen? De grootste uitstoot van CO2 zit bij ons met name op het gebied van mobiliteit. Van de 2400 medewerkers zitten er ongeveer 1900 dagelijks op de weg. Die reizen van huis naar kantoor, van kantoor naar klanten en volgen ook nog eens regelmatig trainingen op locatie.’ Wat heb je op het gebied van mobiliteit kunnen bereiken de afgelopen jaren? ‘Een aantal dingen. Eén daarvan is ervoor zorgen dat mensen in aanraking komen met elektrisch rijden, want wij geloven echt dat het die kant op gaat. Zo hebben we heel snel een elektrische auto voor de deur gezet die door alle medewerkers met een rijbewijs gebruikt mag worden. Je kunt die wagen boeken alsof je een vergaderzaal reserveert. ‘Ervaar nou eens hoe het is om in een auto te zitten met een beperkte actieradius’, zeggen we tegen onze mensen. De reacties zijn bijna allemaal positief trouwens. Daarnaast rijdt een deel van onze mensen op de weg inmiddels in een hybride lease-auto. Nu de fiscale voordelen voor die wagens zijn weggevallen, moeten we de mensen wel blijven stimuleren om hiervoor te kiezen.’ Die medewerker kan ook gebruik maken van een NS-Businesscard toch? ‘Klopt, als manager duurzaam ondernemen richt ik me vooral op bewustwording. Mensen laten zien dat ze een bijdrage kunnen leveren, dat het ook anders kan. Elke medewerker krijgt van ons dus ook zo’n NS-Businesscard. Ze rijden dan met de auto naar het station en pakken daarna de trein. Je moet elkaar daar in de organisatie wel op blijven attenderen.’ Meten jullie ook of dit soort interventies effect hebben? ‘Absoluut, we werken met de CO2-prestatieladder waarmee je je eigen CO2-footprint in kaart brengt. Zes jaar geleden zaten we op 15.000 ton uitstoot en inmiddels zijn we gedaald naar iets minder dan 11.000 ton. We zien bijvoorbeeld dat er duidelijk meer OV-kilometers gemaakt worden dan destijds. Daar tegenover staat wel een economische groei. We hebben om die reden meer opdrachten en dus ook meer mensen aan het werk, waardoor je footprint weer iets toeneemt.’ Het andere aspect in jullie duurzame beleid gaat over mens & maatschappij. Kun je dat concreet maken, wat bedoelen jullie daarmee? ‘Je wilt met elkaar werken aan een duurzame onderneming. Dat heeft enerzijds effect op het milieu, maar anderzijds ook op de vraag wat je als organisatie nu eigenlijk wilt betekenen in de maatschappij. We hebben ervoor gekozen om medewerkers daar bewust bij te betrekken. Zo kunnen zij op ons intranet bijvoorbeeld suggesties doen voor het ondersteunen van goede doelen, mits ze daar zelf bij betrokken zijn. We reserveren ook tijd en geld om die ideeën te omarmen. We stellen medewerkers die een poosje ziek zijn geweest bovendien in de gelegenheid om te re-integreren bij een goed doel. Denk aan stichting De Opkikker bijvoorbeeld. Dat werkt enorm motiverend, zo is gebleken.’ Educatie speelt in deze pijler ook een rol van betekenis. In welke zin precies? ‘Als IT-dienstverlener vinden we het heel belangrijk dat er op scholen voldoende aandacht wordt besteed aan computerkennis en technologie. Zo leiden we leerkrachten in het basisonderwijs op om les te geven in de basisbeginselen van het programmeren. Daarnaast hebben we op hogescholen al vier jaar lang Project B lopen waarbij studenten een IT-innovatie bedenken én prototypen voor mensen met een beperking.’ Hoe belangrijk is het dat ook de directie dit soort initiatieven omarmt? ‘Dat is essentieel. Ik vergelijk het wel eens met leren autorijden. De eerste lessen zijn zwaar en staat het zweet in je oksel. Ook bij Sogeti hebben we in het begin moeten zoeken naar het juiste format, maar nu we op stoom zijn is maatschappelijk verantwoord ondernemen niet meer weg te denken in de organisatie. Iedereen, en zeker ook de directie, beseft dat we niet meer zonder kunnen.’ Maar is dat ook echt zo? Het doet toch niet zoveel met je omzet? ‘De reden waarom je dit als organisatie doet heeft in beginsel te maken met de vraag welke rol je wilt spelen in onze samenleving. Uiteraard heeft dat ook een positieve uitstraling naar klanten en je collega’s. Verder vraagt de markt om de juiste certificeringen. Als wij bijvoorbeeld meedoen aan overheidstenders, dan moeten we aan allerlei MVO-doelstellingen voldoen. Geloof me, duurzaam ondernemen is enorm belangrijk.’

Management

Hoe de consultants van Sogeti hun CO2 uitstoot met ruim 30 procent omlaag kregen

Zes jaar geleden kreeg IT-consultancy Sogeti Nederland met René Speelman haar eerste manager duurzaam ondernemen. Aan hem de taak om...

author John van Schagen

clock 3,5 min

true pricing

Impact

Zo berekent Europa’s grootste importeur van bio-fruit de échte prijs van jouw tomaat

True pricing, dat wat een product écht kost doorrekenen aan de klant. Dat er maar weinig bedrijven zijn die dit...

author John van Schagen

clock 3,5 min

Dat vergroening een actueel thema is binnen familiebedrijven, bleek een aantal jaar geleden al. Uit een onderzoek van het ING Economisch Bureau uit 2013 geeft maar liefst 90 procent van de familiebedrijven te kennen hier aandacht aan te besteden. Ondernemers vertellen in het rapport zelfs dat ze de ontwikkeling van producten met potentie laten schieten als die niet voldoen aan de eigen duurzaamheidsprincipes. Rogier van Ewijk is sinds 2009 CEO van Terberg Leasing en herkent zich wel in dat beeld. ‘Wij kijken vooral naar de langere termijn, naar de generatie die na ons komt en die weer daarna. Dat merk je in het beleid. Zo is hier geen sprake van kwartaalachtige hitsigheid met snelle targets, maar gaat het altijd om duurzame groei. Dat is al zo sinds de oprichting in 1869.’ Duurzame projecten Met zo’n 2400 medewerkers en een omzet van bijna 1 miljard euro heeft het bedrijf sindsdien een flink sprong voorwaarts gemaakt. Toch is het familiaire karakter nooit verloren gegaan, zo benadrukt Van Ewijk. ‘De familie Terberg is nog steeds nauw bij het bedrijf betrokken. Zo is net de vijfde generatie in dienst gekomen. Om ervoor te zorgen dat er ook voor hen straks nog een gezonde onderneming staat, zetten we vol in op duurzame projecten. Denk onder meer aan deelauto’s en een esthetisch fraai vormgegeven solar tree waarmee bedrijven hun elektrische fietsen kunnen opladen. Bij Terberg Leasing zie je een familie die bezig is met haar eigen passie en de toekomst. Dat is een groot verschil met een onderneming die vooral financieel wordt gedreven. Bij ons ligt de focus niet op geld verdienen, we zien het vooral als gevolg van onze activiteiten.’ Verspilling tegengaan Ook bij Van Zelst Automaten kijken ze graag naar de wereld van morgen. Maarten van Zelst nam het bedrijf van zijn ouders over en bouwde het uit tot totaalleverancier van automaten en horecaproducten voor het bedrijfsleven. Duurzaamheid speelde er al een rol toen het woord zelf nog niet eens bestond. ‘Mijn ouders moesten hard werken en hadden het aanvankelijk niet breed. Verspilling is zonde, dat leefde heel erg bij ons thuis en heeft zich in het DNA van het bedrijf genesteld.’ Dat het juist familiebedrijven zijn die duurzaamheid hebben omarmd, kan Van Zelst wel verklaren. ‘Als je te maken hebt met externe aandeelhouders, dan spelen voor hen vaak andere belangen dan de verre toekomst. Dat maakt het iets lastiger om het over dit onderwerp met elkaar eens te worden. Bij familiebedrijven gaat het meestal om één of slechts een paar personen die ook nog eens dicht bij de onderneming betrokken zijn. Het bedrijf dat ik van mijn ouders heb meegekregen probeer ik groter en gezonder te maken om het uiteindelijk weer door te geven aan de volgende generatie. Diezelfde methodiek zie je ook bij duurzaam ondernemen. Je tracht je omgeving te koesteren en mooier te maken zodat onze kinderen straks ook nog een wereld hebben waarin het prettig leven is.’ 1300 zonnepanelen Peter Verseveldt staat sinds 1996 aan het roer van Sivomatic. Het familiebedrijf begon ooit met de verkoop van honden- en kattenvoer, maar richt zich tegenwoordig op de productie en verkoop van kattenbakkorrels die nare luchtjes en plasjes absorberen. Duurzaamheid wordt volgens Verseveldt niet alleen gedreven door de generaties die na ons komen, het is een wens die zijn klanten nu al hardop uitspreken. ‘Winkels en de eindconsument vragen erom. Dan moet je als bedrijf meebewegen, wil je over 5 tot 10 jaar nog steeds bestaan.’ Omdat Sivomatic niet te maken heeft met externe aandeelhouders die vooral kijken naar wat er onder de streep overblijft, kan het bedrijf volgens Verseveldt beslissingen nemen die de jaarwinst een beetje geweld aandoen. Hij doelt daarmee onder meer op het besluit om het dak van zijn fabriek uit te rusten met 1300 zonnepanelen. ‘De terugverdientijd van die investering ligt niet op 3 kwartalen, maar op 18 jaar. Voor ons niet zo erg, wij willen immers nog veel langer doorgaan. De panelen gaan zo’n 20 jaar mee. Feitelijk hebben we dus voor 20 jaar vooruit stroom gekocht. Of we zo’n beslissing er bij externe aandeelhouders doorheen hadden gekregen? Laat ik zeggen dat we daarover dan zeer waarschijnlijk een flinke discussie zouden hebben gevoerd.’

Management

Waarom familiebedrijven als Terberg Leasing en Van Zelst bezig zijn met vergroening

Familiebedrijven hebben zich altijd al bekommerd om volgende generaties. Logisch daarom dat opvallend veel van deze bedrijven extra stappen zetten...

author John van Schagen

clock 3 min

Management

Alle grote automerken doen zaken met deze Hollandse mkb’er

Grote autofabrikanten zitten in Duitsland, Frankrijk, de Verenigde Staten en Azië. Toen Arplas een nieuwe lastechnologie introduceerde, moest het Amersfoortse...

author John van Schagen

clock 4,5 min

Wie in de richting van een klimaatneutrale organisatie wil bewegen, gaat het liefst snel aan de slag. Logisch. Maar de beste resultaten haalt u door eerst de koppen bij elkaar te steken en pas daarna stappen te gaan nemen. Werken volgens een plan dus. En dat start altijd met het omschrijven van een duidelijk doel. Zodra u de CO2-footprint van uw onderneming kent is dat te doen. Bepaal welke activiteiten in de organisatie in aanmerking komen om de CO2-footprint van uw organisatie terug te dringen. Ambitie is prima en in de huidige tijd zelfs wenselijk, maar maak het concreet en realistisch door een planmatig maatregelen te gaan nemen. Energie besparen door isolatie, slimme LED verlichting of zelfs zonnepanelen? De extra aanschafkosten heeft u in de meeste gevallen al binnen twee jaar terug verdiend. Concrete doelen kunnen zijn: de CO2-uitstoot van alle gereden kilometers binnen 2 jaar met 50 procent reduceren, door een ander mobiliteitsbeleid en andere lease auto’s. Of het met 70 procent terugbrengen van de CO2-uitstoot door energieverbruik, door het overstappen op groene stroom. Maar het kan ook nog veel kleiner, door minder te printen. Om deze ambities te kunnen bereiken is het uiteraard wel zaak om erachter te komen hoeveel die uitstoot en het verbruik op dit moment bedraagt. Bereken daarom de CO2-footprint van de organisatie, zodat je ziet waar je veel kunt besparen. Werkt u internationaal en maakt u veel zakelijke vliegreizen? Dan is daar veel klimaatwinst te behalen en zijn er kosten te besparen, door het reisbeleid aan te passen. In de praktijk blijkt dat bij bedrijven CO2 én kostenbesparingen van 10-25% haalbaar zijn op zakelijk reizen. Hoe? Door minder te vliegen, anders te reizen en daar een betere balans in te vinden. De volgende stap? Iemand in de organisatie aanwijzen die met de gestelde doelen aan de slag gaat en daarover regelmatig rapporteert. Klimaatneutraal ondernemen is namelijk nooit één keertje aan een paar knoppen draaien, maar moet vast onderdeel worden van het bedrijfsproces. Stel een lijst met besparingsmaatregelen op. Een aantal daarvan kunt u waarschijnlijk best zelf verzinnen, maar het helpt wel om u hierbij goed te laten voorlichten door specialisten. Zij kunnen helpen uw duurzaamheidsbeleid te plaatsen in een kader van (komende) regelgeving, gunningsvoordelen, subsidies en communicatie. Kijk in de keten. Neem uw inkoopbeleid eens onder de loep. Wat je van ver haalt is lekker gaat steeds minder op. Lokaal inkopen wordt de norm. Eenvoudig voor catering en office supplies. Naast het consequent uitvoeren en blijven monitoren van alle besparingsmaatregelen is ook het kweken van enthousiasme op de werkvloer van groot belang. Klimaatneutraal ondernemen is namelijk nooit een kwestie van alleen techniek, het zit ‘m voor een groot deel in het gedrag van de medewerkers. Pas wanneer zij zich bewust zijn van de doelen en de motivatie om duurzaam te ondernemen, heeft de ambitie kans van slagen. Dat lukt meestal niet door enkel maatregelen van bovenaf op te leggen, veel effectiever is het om medewerkers onderdeel te maken van de nieuwe duurzame koers. Lever daarom regelmatig feedback. Vertel hoe het beter kan en deel successen. Dat de organisatie het voor elkaar gekregen heeft om de CO2-uitstoot van het transport met 30 procent te verminderen omdat meer medewerkers de fiets pakken, is dus een prima reden om ‘s ochtends een keer bij stil te staan met taart. Door iedereen bij dit succes te betrekken, komt er meer en meer draagvlak in de organisatie. 
 Tussen 2000 en 2500 toeren naar een hogere versnelling schakelen. Het is slechts één van se vele tips tijdens een cursus energiezuinig rijden. Door medewerkers hierin mee te laten doen, bespaart u jaarlijks vele liters brandstof.
 De maakindustrie is grootverbruiker van energie; dat maakt het wel een stuk eenvoudiger om de CO2-voetafdruk te verkleinen. Een energiescan kan u helpen om de juiste maatregelen te treffen. Snel resultaat bereiken? Dan zijn zonnepanelen waarschijnlijk de slimste keuze. Meer dan de helft van de bedrijven in het MKB zou zonnepanelen willen installeren, maar stellen dit uit omdat zij onvoldoende op de hoogte zijn van de subsidies en de besparingen die dit op kan leveren. Jammer, want juist zonnepanelen zijn haalbaar. Het hele actieplan van A tot Z uitgevoerd? Mooi! Goede resultaten behaald? Nóg mooier! Maar de kans is groot dat u nog steeds niet 100 procent klimaatneutraal bent. Ook het laatste restje broeikasgassen vergroenen, kan door te gaan compenseren. Kort gezegd: elders op de wereld de CO2-uitstoot verminderen. Daarvoor zijn tal van klimaatprojecten in het leven geroepen die de moeite waard zijn. Communiceren over uw duurzaamheidsprestaties? Doen! Uw duurzame prestaties verdienen een plekje in uw communicatie, bijvoorbeeld op uw website. Wees transparant over wat u doet en wat de resultaten zijn. Potentiële klanten zullen hier steeds vaker naar vragen en naar op zoek gaan!

Management

Stap voor stap naar een klimaatneutrale organisatie

Klanten en aandeelhouders vragen er om, wetgeving dwingt je er wellicht toe. Misschien zie je kansen voor duurzame producten of...

author John van Schagen

clock 3,5 min

Klimaatneutraal vliegen, klimaatneutrale koffie, klimaatneutrale gebouwen en zelf hele gemeentes die klimaatneutraal willen worden. Het woord komen we steeds vaker tegen. Zo ook in het bedrijfsleven, waar organisaties ernaar streven om in hun processen niks meer bij te dragen aan klimaatverandering. Zo’n ambitie krijgt pas gestalte wanneer u als manager of ondernemer in kaart brengt hoeveel die uitstoot van schadelijke broeikasgassen momenteel bedraagt. Met andere woorden: u zult de CO2-voetafdruk moeten berekenen. Direct versus indirect Natuurlijk, dat is geen onderwerp waar u elke dag mee bezig bent. En daardoor klinkt het misschien zelfs als een ingrijpend proces dat veel tijd en energie vergt. Toch hoeft dat niet zo te zijn, zeker niet wanneer u als dienstverlener actief bent. Het berekenen van de CO2-uitstoot is in dat geval vooral een kwestie van data verzamelen, die u al voorhanden heeft. Dan gaat het om verbruiksgegevens over onder meer gas, elektriciteit en autokilometers en vliegreizen. We noemen dit de directe stromen. Het gaat dan om uitstoot waar u zelf verantwoordelijk voor bent en waar u direct invloed op kunt uitoefenen. Denk aan het overstappen op groene stroom, isoleren van ramen en deuren en het gebruik van de fiets in plaats van vervuilende benzineslurpers. Daarnaast zijn er CO2-stromen die meer indirect in de keten liggen. Een hele rits aan producten ligt dan weliswaar in het warehouse, maar wordt niet in de eigen fabriek vervaardigd. Outsourcing dus. Veel bedrijven vinden vandaag de dag dat ze eveneens verantwoordelijk zijn voor de CO2-uitstoot in andere delen van de keten en richten zich daar bij het vergroenen van hun bedrijf dan ook op. Life cycle analysis Dit voorbeeld laat meteen zien dat het in kaart brengen van de CO2-footprint voor productiebedrijven een iets ingewikkelder verhaal is. Want hoe zit het met de uitstoot bij het oogsten, wat gebeurt er tijdens het transport, hoeveel ligt er in het warehouse en waar is dat gebouw eigenlijk van gemaakt. Die gegevens boven tafel krijgen lukt alleen met het opstellen van een zogeheten life cycle analysis. Een proces waar de nodige expertise bij komt kijken en waar de meeste bedrijven dan ook externe hulp bij nodig hebben. Als dienstverlener kunt u nog wel een start maken met een gratis calculator op internet, dat geldt dus duidelijk niet voor productiebedrijven die hier serieus mee aan de slag willen. De quick wins Bedenk wel dat zo’n CO2-footprint nog maar het begin is. De echte uitdaging zit ‘m in het proces daarna: de reis naar een 100 procent klimaatneutrale organisatie. Die reis begint met het analyseren van de data, zodat het laaghangend fruit als eerste kan worden aangepakt. Waar zit met andere woorden het grootste deel van mijn uitstoot? Is dat papier, mobiliteit, brandstof, elektra of bijvoorbeeld gas? Wanneer een bedrijf dat eenmaal weet, word het een stuk makkelijker om de quick wins te realiseren met een gerichte reductiestrategie. Dat kunnen bijvoorbeeld gedragsprogramma’s, technologische programma’s of mobiliteitsprogramma’s zijn. In de praktijk zit de meeste winst bij dienstverleners vooral in het transport van medewerkers. Door deelfietsen beschikbaar te stellen of een gericht OV-plan uit te rollen, blijken dit soort organisaties in staat om hun CO2-footprint razendsnel te reduceren. Ook bij productiebedrijven speelt mobiliteit een belangrijke rol, al liggen de verhoudingen daar wel duidelijk anders en is het aandeel door energieverbruik veel groter. Juist bij die bedrijven liggen gunstige kansen voor zonnepanelen. Er zijn veel vierkante meters dak beschikbaar die steeds vaker worden benut voor eigen opwekking! Met subsidies die er zijn is dat een slimme investering. Draagvlak in de organisatie Al dit soort plannen ontwikkelen en uitrollen lukt alleen wanneer het vergroenen van de organisatie een ambitie is die gezamenlijk wordt gedragen. Er is een projectverantwoordelijke nodig, iemand die de kar wil trekken en zorgt voor voldoende enthousiasme op de werkvloer. Daarbij is ook commitment van de directie absoluut noodzakelijk, wil je als organisatie snelheid kunnen genereren. In de praktijk komt het echter regelmatig voor dat MVO-managers de kar willen trekken, maar daarbij niet gesteund worden door enthousiasme in de top. Op die manier blijkt het vaak erg lastig om het schip in beweging te krijgen. Terwijl je ziet dat binnen de organisatie het werken aan duurzame doelstellingen enorm leeft, sterker nog het verbindt de medewerkers. Omarmen dus, die duurzaamheidsstrategie. Want alleen zo bent u als bedrijf echt in staat om concrete stappen te maken.

Management

Vergroening? Zo krijg je inzicht in de CO2-footprint van je bedrijf

Hoe ver is jouw organisatie om klimaatneutraal te worden? Grote kans dat je dat niet meteen kunt oplepelen, al is...

author John van Schagen

clock 3 min

marketing over de grens internationaal zakendoen

Management

Marketing over de grens vraagt andere aanpak: ‘Duitsers zijn allergisch voor superlatieven’

Televisiereclames en social media heb je overal. Toch kunnen bedrijven niet in elk land dezelfde marketingstrategie uitrollen. Daarvoor zijn de...

author John van Schagen

clock 4,5 min

blunders bij internationaal zakendoen

Management

6 legendarische blunders bij internationaal zakendoen

Hopeloze misverstanden, taalblunders en andere culturele uitglijers. Bedrijven die internationaal zakendoen, willen nog wel eens een bananenschil tegenkomen. Leer van...

author John van Schagen

clock 3 min

ORTEC buitenlandse vestiging openen

Management

Een buitenlandse vestiging openen? Zo doet ORTEC het

Heb je een buitenlandse vestiging echt nodig om toegang tot de markt te krijgen? En maak je dan gebruik van...

author John van Schagen

clock 3,5 min

product exporteren naar Amerika

Management

Zit Amerika wel te wachten op jouw product of dienst?

Op zoek naar the American Dream voor jouw product? De Verenigde Staten zijn een enorm land met grote verschillen. Begin...

author John van Schagen

clock 3,5 min