Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

MT Carriere – Geldweetjes

Hoe kom ik aan status?

Wat? De lintjesregen natuurlijk. Want, wat is er nu statusverhogender dan zo'n oranje-wit-blauw lintje op de revers? Voor de meeste managers zal een militaire onderscheiding waarschijnlijk onbereikbaar blijven, maar er zijn ook twee onderscheidingen voor burgers. Zo kennen we de Orde van Oranje-Nassau en de Orde van de Nederlandse Leeuw. De eerste is leuk, maar wordt vooral toegekend aan mensen die ‘waardering en erkenning verdienen uit de samenleving'. Bestuurders en mensen die door hun inzet verenigingen draaiend houden en organisaties toegankelijk maken voor de samenleving.

De tweede, daar gaat het om. Dat is namelijk de oudste orde voor maatschappelijke verdiensten in Nederland. Voor deze orde komen mensen in aanmerking met zeer uitzonderlijke verdiensten voor de samenleving. Het gaat dan om prestaties of inspanningen die erg belangrijk zijn voor de maatschappij. Nu alleen nog een activiteit bedenken die ‘erg belangrijk voor de maatschappij is'.

Variabel zwangerschapsverlof

Een vrouw moet zelf kunnen kiezen wanneer zij haar zwangerschapsverlof wenst op te nemen.

Veronique van Zanten (38), eigenaar koning & vogel communicatieadvies en moeder van twee zoontjes van 6 en 7

"Het is zowel voor de werkgever als de (aanstaande) moeder wijsheid dat het einde van de zwangerschap en het herstel daarna binnen het verlof valt. Daar is zwangerschapsverlof voor bedoeld en daarin is al een paar weken flexibiliteit ingebouwd. Bij nog meer flexibiliteit heeft de werkgever geen zekerheid wanneer het verlof wordt opgenomen, en de vrouw voelt zich wellicht moreel verplicht door te werken. Zwangerschapsverlof biedt werkgever zekerheid en werknemer bescherming. Houden zo."

Simone Huibers (33), Marketingcommunicatie manager Freo en moeder van Taeke (5 maanden)

"Op dit moment heb je de keuze of je 4 of 6 weken voor je uitgerekende datum wilt stoppen. Het is goed dat een vrouw min of meer gedwongen wordt om het dan rustiger aan te doen. Het is mijn ervaring dat je deze tijd echt nodig hebt om je voor te bereiden. Niet alleen lichamelijk maar ook emotioneel. Het is niet iets wat je er zomaar even ‘bij' doet. Dit realiseer je je vaak nog onvoldoende."

Wekelijks de nieuwsbrief van Werk en Leven ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Eveline ter Laak (36), senior communicatie adviseur Bex*communicatie en moeder van Tom (4 jaar) en Ruth (5 maanden)

"De huidige regel is vanuit het oogpunt van ‘bescherming' best goed. Zo bouw je een buffer in voor een grote verandering in je leven. Die kun je goed gebruiken om tot rust te komen, zaken op orde te brengen, je mentaal voor te bereiden. Vooral bij je eerste kind wordt daar nogal laconiek over gedaan. Maar vier weken (of minder!) rust is geen luxe. Er zullen velen zijn die die ‘wettelijke' stok achter de deur nodig hebben."

De collega die te laat komt, vinden we laks — maar doen we het zelf, dan zijn het de omstandigheden

Die collega die pas binnenkomt als de vergadering al is begonnen? Die neemt de meeting vast niet serieus. Maar zijn we zelf te laat, dan ligt dat aan de omstandigheden. Deze denkfout maken we allemaal. Op de werkvloer zorgt dat voor onnodige irritaties en wantrouwen, waarschuwt columnist Simone van Neerven.

Fundamentele attributiefout - spiegel
Foto: Getty Images

Het is een strakblauwe zomerdag en een postbezorger fietst fluitend door de nauwe straatjes van de stad. Hij geniet van de zon en doet rustig zijn werk. Dan komt een auto hem tegemoet. Die laat bijna geen ruimte meer voor de postbezorger. Hij moet zich dus langs de auto wurmen, waarbij zijn fietstassen de auto lichtjes raken.

Direct galmt uit het open raam: ‘Hé mafklapper, doe ‘es niet zo idioot man!’ De postbezorger schiet beduusd in de verdediging, maar de automobilist wil nergens van horen en rijdt met stoom uit zijn oren door.

Wat was hier nou aan de hand? Er was voldoende ruimte in de straat voor de automobilist om iets meer opzij te gaan, zodat de postbode er wel makkelijk langs had gekund. De automobilist creëerde dus zijn eigen probleem, maar overzag dat niet (of wilde het niet zien) en concludeerde dat de postbode asociaal gedrag vertoonde.

Attribution bias

Dit soort taferelen zien we niet alleen op straat, het gebeurt net zo goed op het werk – goed, misschien met wat minder expliciet gescheld. Maar hoe vaak denk je wel niet over een collega die iets zegt of doet wat vanuit jouw oogpunt onhandig lijkt: ‘Jeetje, wat een idioot is dat, zeg!’

Lees ook: 8 irritante types op de werkvloer – en hoe daar toch de positieve dingen van te zien

Het fenomeen dat hier speelt, heet de ‘fundamentele attributiefout’. Dat is de neiging om het gedrag van anderen te snel toe te schrijven aan hun persoonlijkheid of karakter, in plaats van aan de situatie. Interessant genoeg doe je bij jezelf vaak het tegenovergestelde. Dan schrijf je fouten juist wel toe aan de omstandigheden en ligt het vrijwel nooit aan jezelf.

We kennen dit verschijnsel allemaal maar al te goed. Als we in een vergadering zitten en iemand komt te laat binnen, denken we al snel dat diegene de afspraak niet serieus neemt. Komen we zelf te laat, dan wijten we dat aan een onverwachte file of een eerdere afspraak die uitliep. Als een presentatie niet goed verloopt, concluderen we al snel: ‘Hij of zij kan ook gewoon niet goed presenteren.’ Terwijl je, als het bij jou gebeurt, de schuld geeft aan de beperkte voorbereidingstijd of techniek die het laat afweten.

Spanning op de werkvloer

Op de werkvloer trekken we dus razendsnel conclusies over elkaar. We plakken liever een etiket op een persoon dan dat we stilstaan bij de situatie. En precies daar gaat het mis. Als we gedrag verkeerd interpreteren, verdwijnt het vertrouwen en maken irritaties en misverstanden al snel de dienst uit.

Ook feedback schiet dan zijn doel voorbij: in plaats van te vragen wat er speelde, krijgt iemand te horen dat hij niet gemotiveerd genoeg is.

Voor leidinggevenden ligt hier misschien wel de grootste valkuil. Wie gedrag direct koppelt aan iemands karakter, mist wat er werkelijk speelt. Terwijl juist daar vaak de oplossing ligt. Zolang structurele problemen, zoals een te hoge werkdruk of rommelige processen, niet worden aangepakt, blijft hetzelfde gedrag terugkomen. Niet omdat medewerkers niet willen, maar omdat het systeem hen in de weg zit.

#DOESLIEF

Daarbij komt dat de lontjes steeds korter lijken te worden. We zijn steeds meer op zoek naar ons eigen gelijk en onze tolerantie voor andere perspectieven neemt met de dag af.

Op sociale media zitten we in onze eigen bubbel en zien we vooral losse, korte fragmenten zonder context, die speciaal zijn gemonteerd om een snelle en meestal negatieve mening te ontlokken. Tegelijkertijd zorgen hoge werkdruk en tijdsdruk ervoor dat we sneller oordelen en minder tijd nemen om de context beter te begrijpen, of stil te staan bij andere mogelijke verklaringen.

Lees ook: Passieve agressiviteit zorgt op kantoor voor meer conflicten dan roddelen en pesten

In 2019 deed SIRE onderzoek waaruit bleek dat veel Nederlanders vonden dat de omgangsvormen verslechterden. Van anderen althans, want – niet verrassend – driekwart van de mensen vond zichzelf juist wél aardig tegen de ander. SIRE lanceerde de campagne #DOESLIEF om mensen bewuster te maken van hun onvriendelijke en soms asociale gedrag.

In de schoenen van de ander

Vaak hebben we niet eens door dat we onaardig zijn en zien we niet wat ons asociale gedrag doet met de ander, terwijl we het wel verdomd goed voelen als iemand zo tegen jou doet. Bewustwording van je eigen gedrag, zoals werd beoogd met de #DOESLIEF-campagne, is dus een goede eerste stap.

Wat ook goed helpt, is om in de schoenen van de ander te gaan staan. Je bekijkt de situatie dan vanuit het perspectief van de persoon die je eigenlijk maar een idioot vindt. Door jezelf de vraag te stellen: ‘Wat zou er ook aan de hand kunnen zijn?’, dwing je jezelf om de pauzeknop in te drukken en je oordeel uit te stellen. Vervolgens ga je op zoek naar minstens twee redenen waarom het gedrag voort zou kunnen komen uit de situatie.

Niet zo persoonlijk maken

Daniel Stalder, sociaal psycholoog en hoogleraar psychologie aan de University of Wisconsin–Whitewater, deed hier onderzoek naar. Daaruit kwam naar voren dat mensen die meer oog hadden voor de context, gedrag minder snel persoonlijk opvatten. Ze oordeelden minder snel over anderen, bleven rustiger wanneer ze slecht werden behandeld en schoten minder snel in de verdediging.

En durf je echt iets radicaals te doen? Ga dan in gesprek met de ander, en laat nieuwsgierigheid het winnen van het oordeel.

Lees ook deze columns van Simone van Neerven:

Merkactivisme is niet op zijn retour, zegt deze communicatie-expert, ‘het is volwassen geworden’

Bedrijven houden zich stil. Geen stevige uitspraken meer over duurzaamheid, geen regenboogvlaggen, geen ceo's in debatten over maatschappelijke thema's. Is merkactivisme dood? Nee, schrijft communicatie-expert Gijs Moonen, het is juist volwassen geworden. 'Merkactivisme begint waar opportunisme ophoudt.'

pride-amsterdam
De meest geloofwaardige Pride-campagnes nemen afscheid van de oppervlakkige regenboogmarketing die jarenlang zo dominant was. Foto: Getty Images

Nog geen vijf jaar geleden leek ieder maatschappelijk debat ook een communicatiemoment. Na de dood van George Floyd (Back Lives Matter-protesten), tijdens Pride of in het klimaatdebat voelden organisaties de druk om publiekelijk stelling te nemen. En daarmee kwamen de likes, het bereik, en ogenschijnlijk een betere reputatie.

Die periode heeft onmiskenbaar bijgedragen aan de zichtbaarheid van maatschappelijke thema’s en een piek in merkactivisme waar veel bedrijven en bureaus beter van werden. Maar in dat laatste zit voor mij ook de schaduwzijde. Niet ieder maatschappelijk standpunt kwam voort uit een diepgewortelde overtuiging.

Positieve aandacht

Regelmatig leek maatschappelijke betrokkenheid vooral een manier om relevant te blijven, aansluiting te vinden bij de tijdgeest of positieve aandacht te krijgen als merk. Naarmate meer organisaties zich uitspraken over vrijwel ieder maatschappelijk onderwerp, verloor het maatschappelijke standpunt iets van zijn onderscheidende waarde. Merkactivisme werd eerder een marketing- of communicatiestrategie in plaats van een overtuiging.

Juist daarom is de huidige terughoudendheid ergens geruststellend, maar ook interessant. Belangrijke maatschappelijke thema’s verdwijnen geruisloos uit campagnes, bestuurders mengen zich minder vaak in het publieke debat en veel organisaties communiceren terughoudender over hun maatschappelijke ambities. Het is verleidelijk om daaruit te concluderen dat merkactivisme op zijn retour is. Onlangs stelde MT/Sprout die vraag dus ook. Het antwoord was genuanceerd: merkactivisme is niet dood, maar wel ingewikkelder geworden.

Lees ook: Is merkactivisme dood en begraven? ‘Het wordt wel moeilijker’

Volgens mij kijken we daarmee nog steeds naar de verkeerde ontwikkeling. Merkactivisme staat niet onder druk, maar opportunistisch merkactivisme wel.

De spelregels zijn veranderd

Die ontwikkeling kent meerdere oorzaken. Internationale ondernemingen voelen steeds nadrukkelijker de gevolgen van geopolitieke spanningen. Onder druk van de veranderde politieke verhoudingen in de Verenigde Staten verdwijnen diversiteitsprogramma’s naar de achtergrond en worden maatschappelijke standpunten binnen internationale concerns zichtbaar voorzichtiger geformuleerd.

Tegelijkertijd zien we op een heel ander terrein een vergelijkbare beweging. Rond duurzaamheid is greenhushing inmiddels een ingeburgerd begrip geworden. Bedrijven investeren nog altijd in verduurzaming, maar communiceren daar bewust minder over uit angst onmiddellijk te worden beschuldigd van greenwashing of inconsequent handelen.

Toch verklaren geopolitieke druk en reputatierisico’s slechts een deel van het verhaal.

Maatschappelijke volwassenwording

De belangrijkste verandering is volgens mij dat maatschappelijke uitspraken niet langer op zichzelf worden beoordeeld. Waar het voorheen vooral ging om wat men zei, staat tegenwoordig eerst de afzender ter discussie. Niet langer overheerst de vraag ‘waar staat dit merk voor?’, maar we beginnen met ‘heeft deze organisatie het recht om dit standpunt in te nemen?’

Dat is een fundamenteel andere dynamiek. Een duurzaamheidsclaim leidt onmiddellijk tot vragen over de eigen uitstoot. Een Pride-campagne roept discussies op over personeelsbeleid of activiteiten in landen waar homoseksualiteit strafbaar is. Een inclusiviteitscampagne wordt langs de meetlat gelegd van de samenstelling van de directie. Organisaties worden niet langer uitsluitend beoordeeld op hun woorden, maar vooral op de mate waarin hun handelen die woorden ondersteunt.

Sommigen zijn geneigd dit te scharen onder een groeiend cynisme of zelfs een ‘cancelcultuur’. Maar ik denk dat we kunnen spreken van maatschappelijke volwassenwording. De tijd waarin goede intenties voldoende waren, ligt achter ons. Het draait veel meer om geloofwaardigheid.

Pride als actueel voorbeeld

Misschien zie je dat nergens zo duidelijk als de komende weken rond Pride in Amsterdam, en in andere steden wereldwijd. Op het eerste gezicht lijkt het alsof bedrijven zich massaal terugtrekken. Minder organisaties varen mee, minder campagnes kleuren regenboog en de jaarlijkse social post is minder vanzelfsprekend geworden.

Maar wie beter kijkt, ziet vooral een andere vorm van betrokkenheid. Vogue Business beschreef onlangs hoe de meest geloofwaardige Pride-campagnes juist afscheid nemen van de oppervlakkige regenboogmarketing die jarenlang zo dominant was. In plaats van een tijdelijk logo of een campagne in juni investeren organisaties in langdurige samenwerkingen met lchgbtq+-organisaties, ontwikkelen zij campagnes samen met de gemeenschap en verbinden zij daar concrete acties aan die ook buiten de Pride-maand zichtbaar blijven.

Die bedrijven zijn hard bezig om de maatschappelijke ambitie, die ze al jaren hebben, zo geloofwaardig mogelijk invulling te geven. Want de organisaties die zich vandaag nog nadrukkelijk uitspreken, zijn vaak de organisaties die dat onderwerp al veel langer onderdeel hebben gemaakt van hun beleid, cultuur en keuzes. Het standpunt volgt niet langer uit de campagne; de campagne volgt uit het standpunt.

Lees ook: De lhbti+-gemeenschap steunen als bedrijf? Met alleen een paradeboot tijdens Pride ben je er niet

Eerst reputatie, dan een standpunt

Dat is de belangrijkste verandering voor bestuurders en marketeers. Jarenlang moest een maatschappelijk standpunt vertrouwen opleveren. Tegenwoordig moet dat vertrouwen er al zijn.

Dat verandert ook de betekenis van merkactivisme. Het is geen marketingmiddel meer dat organisaties naar behoefte kunnen inzetten zodra een maatschappelijk onderwerp de actualiteit domineert. Merkactivisme begint pas op het moment dat een organisatie bereid is een overtuiging jarenlang vol te houden, ook wanneer de maatschappelijke wind draait of commerciële voordelen uitblijven.

En dat is uiteindelijk helemaal geen slechte ontwikkeling. Een campagne is niet langer genoeg. Wie zich uitspreekt, wordt positief of negatief afgerekend op wat een organisatie al jaren doet.

Vijf jaar geleden moest een merk een standpunt innemen om geloofwaardig te zijn. Vandaag moet een merk eerst geloofwaardig zijn om zich een standpunt te kunnen veroorloven.

Merkactivisme begint wanneer opportunisme ophoudt. En laten we dat koesteren. In de hoop dat meer merken daarmee aan de slag gaan.

Lees ook: Ceo’s voelen druk om zich uit te spreken, maar dat kan ze duur komen te staan

 

Fairphone-ceo: Europese autonomie begint met culturele intelligentie, niet protectionisme

Wie internationaal zakendoet, ziet twee werelden naast elkaar bestaan, stelt Fairphone-ceo Raymond van Eck. 'Op het wereldtoneel verharden geopolitieke verhoudingen, maar in vergaderkamers kom je in een parallel universum terecht.'

Raymond van Eck Fairphone
Foto: Fairphone

De afgelopen twee weken reisde ik voor Fairphone door de Verenigde Staten en Azië. Als je in zo’n kort tijdsbestek tussen deze continenten navigeert en in de periode daarvoor bijvoorbeeld ook in Afrika aan de onderhandelingstafel zat, voel je de geopolitieke tektonische platen bijna fysiek verschuiven. De krantenkoppen staan vol van protectionisme, de-risking en een nieuwe, hardere taal van economische machtspolitiek.

Cijfers onderbouwen die kille realiteit. Volgens het IMF is het aantal wereldwijde handelsbeperkingen in het afgelopen decennium vervijfvoudigd, van zo’n 600 per jaar naar meer dan 3.000. Landen trekken muren op.

Maar zodra je de vergaderkamers binnenstapt en plaatsneemt aan tafel met leveranciers en partners, kom je in een parallel universum terecht. De afstandelijke retoriek van het wereldtoneel maakt daar direct plaats voor wat uiteindelijk echt telt: de menselijke dynamiek.

Waar overheden praten in termen van sancties, praten wij als ondernemers, of dat nu in Shanghai, Miami of Kolwezi is, over gezamenlijke innovatie, gedeelde uitdagingen in de toeleveringsketen en het bouwen van wederzijds vertrouwen. Die constructieve, menselijke sfeer vormt een schril contrast met de kille geopolitieke werkelijkheid.

Vrije markt niet vanzelfsprekend

Toch mogen we als Europa niet naïef zijn. De wereldwijde markt is definitief veranderd. Recentelijk las ik het uitstekende rapport ‘Markt en Macht’ van de denktank DenkWerk. We leven in een tijdperk waarin de vrije markt niet meer vanzelfsprekend open is, is de urgente boodschap. Landen zetten hun marktmacht proactief in om hun eigen positie te beschermen. DenkWerk stelt het scherp: ‘Wie speelveld is, wordt gebruikt; wie speler is, bepaalt de kaders’.

Europa staat op een kruispunt. Hoe worden we die krachtige speler die zélf de kaders bepaalt, zonder de waardevolle verbinding met onze wereldwijde partners te verliezen? Voor iedere leider die internationaal zakendoet, zijn dit de fundamentele inzichten die ik uit de praktijk meeneem:

1. Begrijp de ongeschreven regels op de ‘Culture Map’

Als je zakendoet op drie verschillende continenten, leer je razendsnel dat wat in Amsterdam effectief is, in Azië of de VS de plank volledig mis kan slaan. De Amerikaanse auteur en INSEAD professor Erin Meyer beschrijft dit treffend in haar Culture Map. Ze laat zien hoe extreem we wereldwijd van elkaar verschillen in de manier waarop we vertrouwen opbouwen en beslissingen nemen.

Waar wij in Europa vaak sterk leunen op contracten en expliciete afspraken, draait zakendoen in grote delen van Azië en Afrika fundamenteel om de persoonlijke relatie. Pas als het vertrouwen in de méns er is, volgt de zakelijke deal. In een tijd waarin macro-politiek polariseert, is het op microniveau cruciaal om diepgaande culturele empathie te tonen. Strategische autonomie voor Europa begint niet met protectionisme, maar met culturele intelligentie. Echte competitiviteit zit in het vermogen om de context van je internationale partners écht te doorgronden en van daaruit solide bruggen te bouwen.

Lees ook: 4 dilemma’s van Erin Meyer over het bouwen van een innovatieve cultuur

2. Speel als Europa je eigen spel (en kopieer niet blind)

Als we in Europa onze economische weerbaarheid willen vergroten, is de verleiding groot om de spierballentaal van andere grootmachten te kopiëren. Maar laten we eerlijk naar de data kijken. We lopen structureel achter in schaalgrootte. Terwijl de VS en China respectievelijk zo’n 3,4 en 2,4 procent van hun BBP aan R&D besteden, blijft de EU steken rond de 2,2 procent. We hebben minder durfkapitaal en een gefragmenteerde interne markt.

We gaan het spel van gigantische staatssubsidies of agressieve schaalvoordelen niet winnen op hún voorwaarden. Net als bij het opschalen van een impact-bedrijf geldt: je moet het systeem van binnenuit veranderen, maar wel vanuit je eigen unieke krachten.

Onze Europese kracht ligt niet in winner-takes-all tech-monopolies, maar in onze voorlopersrol op het gebied van circulariteit, robuuste kwaliteitsstandaarden, klimaattechnologie en een diepgeworteld geloof in eerlijke ketens. Laten we die waarden niet zien als een bureaucratische rem op onze groei, maar als onze unieke, ijzersterke propositie. We moeten de arena in en durven mainstream te worden, maar wel theatraal op onze eigen voorwaarden.

Lees ook: Hoe je opschaalt zonder je ziel te verliezen, volgens de baas van Fairphone

3. Accepteer dat strategische autonomie een investering is

Het rapport van DenkWerk legt de vinger op de zere plek. Echte autonomie is niet gratis. Jarenlang was de internationale handel puur gericht op de allerlaagste prijs en maximale efficiëntie op de korte termijn. Die hyper-efficiëntie heeft ons echter extreem kwetsbaar gemaakt.

Een ongemakkelijke statistiek: Europa importeert op dit moment maar liefst 98 procent van zijn zeldzame aardmetalen uit één enkel land (China). Voor een bedrijf dat smartphones maakt, is dat een realiteit waar je niet omheen kunt.

Bij Fairphone ervaren we dagelijks dat het diversifiëren van je keten en het investeren in eerlijke, veerkrachtigere lijnen offers vraagt. Het is zelden de meest lineaire of goedkoopste weg. Maar het levert wel iets op wat in de huidige wereld onbetaalbaar is: robuustheid. Europa moet duurzaamheid, circulariteit (waarmee we materialen binnen onze eigen grenzen houden) en strategische partnerships in Afrika en Latijns-Amerika niet langer beschouwen als een idealistisch ‘vinkje’, maar als de ultieme investering in onze concurrentiepositie en onafhankelijkheid.

Lees ook: Als Trump aast op Groenland, is circulariteit geen ‘groen extraatje’ meer

Shoot for the moon

De wereld snakt niet naar een Europa dat zich angstig terugtrekt achter nieuwe handelsbarrières. En onze internationale partners, die aan de onderhandelingstafel juist zo constructief en innovatief meedenken, zitten daar al helemaal niet op te wachten. De markt heeft behoefte aan een zelfbewust Europa dat kaders durft te stellen, volop meespeelt en economische impact maakt door volume te creëren.

Impact vereist volume, en volume vereist onbescheiden doelen. Laten we als Europees bedrijfsleven die gedurfde stip op de horizon zetten. Om de wereld het onweerlegbare bewijs te leveren dat een competitieve, schaalbare economie naadloos samen kan gaan met wereldwijde menselijke verbinding en ethisch leiderschap.

Lees ook: Fairphone wil een miljoen toestellen per jaar verkopen: ‘Dán ben je een speler van formaat’