Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Creatief idee maar de markt zegt ‘nee’

Je bent startende ondernemer en hebt een droom de markt te veroveren. Vol moed ga je van start, maar al snel volgt er een reality check. Investeerders happen niet, klanten geven niet thuis. In plaats van je verlies te nemen, kun je kiezen voor een strategische switch.  

Het overkwam Winanda Hendriks. In 2007 won ze een creativiteitsprijs en een plek in de Creative Factory in Rotterdam met haar businessplan voor Food Design, letterlijk vormgeven met voedsel. Al die lof voor haar creativiteit bleek in de praktijk weinig waard. Na een aantal maanden leuren met haar idee bij investeerders en potentiële klanten volgde er voor haar een zakelijke wake-up call.

 

“Er bleek te veel handenarbeid in te gaan zitten en opdrachtgevers hadden vaak maar hele kleine budgetten. Food Design zagen ze als een leuk bijdingetje, maar het voorzag niet in een duidelijke behoefte. Ik kwam er achter dat ik mijn product nooit rendabel in de markt zou kunnen zetten.”
 

Focussen

Ze deed een pijnlijke concessie. “Het nadeel van een creatief beroep is dat je steeds iets nieuws en anders wil maken, maar het is beter je te focussen op één ding en dat telkens verbeteren.”
 

De ondernemer bedacht een dienst die veel makkelijker te vermarkten is . Knutselen met eten werd branding met eten. “Co-flavoured noem ik het, campagnes ontwikkelen voor bepaalde bestaande voedselproducten waarbij de consument middels social media wordt betrokken bij het ‘op smaak brengen’, van de campagne. Een aardappel is bijvoorbeeld heel saai, maar je kan hem net zo spannend maken als je zelf wil.”
 

Het is goed gekomen. “Ik fungeer nu als schakel vóór het reclamebureau. Ik bedenk en test het concept bij de consument. Ik lever niet alleen het idee maar ook de onderzoeksresultaten. Dat eindplaatje brief ik aan het reclamebureau, die kunnen dan zelf de hele visualisatie doen.” 
 

 

Word je net als Hendriks door de markt met je neus op de feiten gedrukt?

 

Vijf tips:
 

1. Wees realistisch

Natuurlijk is het heel moeilijk om toe te geven dat jouw bedrijf, jouw kindje, niet levensvatbaar is. Dat is best even slikken. Maar in plaats van verwoede pogingen te doen een niet levensvatbaar concept in stand te houden, is het wijzer de realiteit onder ogen te zien voor het te laat is.
 

2. Focus

Doe liever een ding goed, dan verschillende dingen half half. Probeer niet krampachtig allerlei andere dingen uit, is kies liever een focus al betekent dit misschien een switch van creatief naar commercieel denken. Dat hoeft geen consessie te betekenen, maar er moet per slot van rekening wel brood op de plank komen.

 

3. Verander je businessmodel

Een switch in denken, moet je ook vertalen naar je businessmodel. Wie is je nieuwe doelgroep, hoe ga je hen aanspreken en op welke manier ga je nu wel geld aan ze verdienen?
 

4. Laat je adviseren

Staar je niet blind op je eigen wijsheid en inschattingsvermogen. Als je merkt dat je bedrijf niet lekker loopt, schakel dan derden in voor advies. Die kunnen met verrassende inzichten komen omdat ze de zaak ‘van afstand’ kunnen bekijken en mogelijkheden zien die waar jij nooit oog voor hebt gehad.


5. Durf te veranderen

Als je je wake-up call hebt gehad moet je vervolgens ook het lef hebben er iets mee te doen. Troosteloos zitten wachten tot je failliet gaat is immers geen optie. Verandering lijkt misschien eng, maar het biedt ook nieuwe kansen.

 

Lees ook het artikel Valkuilen van startups en het boek “Ik heb een idee, wat nu?”
Ook interessant het Seminar: Van passie naar professie (24-06-2010)

Alle artikelen uit de rubriek levensfasen op een rij.