Voor het hoger management van Nederlandse bedrijven is er goed en slecht nieuws. Het goede nieuws: de strategie wordt over het algemeen als degelijk beoordeeld. Het slechte nieuws: de uitvoering laat te vaak te wensen over. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van MT/Sprout in samenwerking met StationOKR onder 104 Nederlandse organisaties.
De paradox is opmerkelijk. Terwijl strategische plannen gemiddeld worden beoordeeld met een ruime voldoende (7,0), hapert het bij de daadwerkelijke implementatie. ‘Een goede strategie op papier is geen garantie voor succes in de praktijk’, concluderen de onderzoekers.
Directie bepaalt, uitvoering stagneert
De meeste bedrijven hebben hun strategische koers helder geformuleerd. In 45 procent van de gevallen bepaalt de directie of ceo rechtstreeks de strategie, bij 36 procent ligt dit bij het managementteam. Saillant detail: bedrijven waar de directie de strategie bepaalt, liggen vaker op koers (36 procent) dan organisaties waar het managementteam dit doet (20 procent).
Ook de bekendheid van organisatiedoelen scoort redelijk. Bijna de helft van de respondenten (47 procent) geeft aan dat de doelen voor 2025 duidelijk zijn voor iedereen in de organisatie. Bij nog eens 36 procent zijn ze vooral bekend bij het managementteam.
Heldere infographic
Maar hier ligt meteen een eerste valkuil. Organisaties waar doelen organisatiebreed bekend zijn, hebben slechts in 4 procent van de gevallen geen goed zicht op de uitvoering. Zijn de doelen alleen bekend bij het management, dan is dit vier keer zo vaak het geval.
Vier kritieke faalfactoren
Het onderzoek identificeert vier hoofdoorzaken waarom strategische plannen mislukken:
- Gebrek aan eigenaarschap vormt de grootste barrière. Een derde van de organisaties (34 procent) ziet dat medewerkers onvoldoende eigenaarschap nemen van strategische doelstellingen. Bedrijven die dit probleem hebben, scoren 60 procent lager op het op koers liggen dan organisaties waar eigenaarschap wél aanwezig is.
‘Onvoldoende eigenaarschap leidt in de praktijk al snel tot een neerwaartse spiraal’, verklaart Heiko Bleeker, directeur van StationOKR. ‘Plannen blijven liggen, acties vertragen of het overzicht gaat verloren. Als de uitvoering eenmaal achterblijft, raken medewerkers hun motivatie kwijt en blijft de gewenste verandering uit.’ - Te weinig urgentie staat op de tweede plaats. Bijna de helft van de organisaties (46 procent) geeft aan dat urgentie ontbreekt, waarbij bedrijven te zeer opgaan in dagelijkse operationele beslommeringen. Het verschil is groot: bedrijven met urgentie liggen twee keer zo vaak op koers (36 procent) als organisaties waar deze urgentie ontbreekt (19 procent).
- Gebrek aan consequente aanpak vormt het derde struikelblok. Hoewel de helft van de organisaties voortgang bijhoudt via KPI’s of kwartaalplannen, geeft 17 procent aan nauwelijks te monitoren hoe het staat met strategische doelen. Bedrijven zonder vaste aanpak liggen minder vaak op koers (20 versus 31 procent).
- Te veel doelen en gebrek aan focus completeert de lijst. Een derde van de ondervraagde organisaties noemt dit als grootste probleem.
Methoden: van SMART tot OKR
Nederlandse bedrijven hanteren verschillende methoden om strategie te vertalen naar concrete doelen. SMART-doelen blijven het populairst (32 procent), gevolgd door projectmatige aanpakken (25 procent). Nieuwere methoden zoals OGSM (13 procent) en OKR’s (7 procent) winnen terrein, terwijl klassieke instrumenten zoals de Balanced Scorecard (6 procent) slechts beperkt worden toegepast.
Opmerkelijk is dat bijna de helft van de organisaties (45 procent) geen externe hulp inschakelt bij strategieontwikkeling. Wanneer er wel externe expertise wordt ingezet, gebeurt dit meestal voor het opstellen van de strategie (36 procent) of het vertalen naar doelen (26 procent). Slechts 14 procent vraagt externe begeleiding bij de cruciale uitvoeringsfase.
Duidelijke opdracht
Voor leiders van Nederlandse organisaties ligt volgens de onderzoekers een duidelijke opdracht klaar: niet meer strategie ontwikkelen, maar de uitvoering verbeteren.
‘Overbrug de kloof tussen strategie en uitvoering met concreet eigenaarschap, urgentie, een heldere aanpak met structurele monitoring en focus op wat echt het verschil maakt’, adviseert Bleeker. ‘Succesvolle organisaties laten zien dat het niet draait om nóg meer plannen maken, maar juist om samen het plan écht uit te voeren.’



