Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Waarom Unilever zijn innovatiecentrum pal naast een universiteit bouwde

In Wageningen verrees twee jaar terug een wereldwijd ontwikkelingscentrum voor voedselinnovaties, pal naast de Wageningen Universiteit. De startups in de buurt helpen het concern bij de verduurzaming. 'Als je denkt dat je het alleen kan, denk je niet groot genoeg.'

Jelmer Luimstra
Je leest nu: Waarom Unilever zijn innovatiecentrum pal naast een universiteit bouwde

Het zal velen vanwege de coronacrisis zijn ontgaan, maar Unilever heeft sinds november 2019 een belangrijk innovatiecentrum op het campusterrein van de Universiteit Wageningen. Vanuit dit grotendeels glazen gebouw werkt het concern aan voedselinnovaties die een antwoord moeten geven op prangende zaken als klimaatverandering en het wereldvoedselprobleem. Denk bijvoorbeeld aan allerlei nieuwe vegetarische producten.

Die innovaties zijn hard nodig, want Unilever stelt zichzelf ten doel om rond 2025 jaarlijks 1 miljard euro omzet te maken met plantaardige voeding. Ook moet de door het bedrijf gecreëerde voedselverspilling dan met de helft verminderd zijn.

R&D-centrum

Hoe wil Unilever dit bereiken? MT/Sprout bezocht het grote R&D-centrum, nou ja, de stoep ervoor. Bij Unilever zijn de coronaregels echt ‘regels’, dus mag er nog geen bezoek naar binnen. ‘Het is een internationaal bedrijf met meer dan vijftig nationaliteiten’, verklaart directeur ecosystemen Wendy Van Herpen het wellicht on-Nederlands strikt klinkende coronaprotocol. 

Unilever-manager Wendy Van Herpen.

Ze wil graag tekst en uitleg geven over het innovatiecentrum, zij het in de buitenlucht. We staan aan de poort van wat een bijzondere biotoop van voedingsexperts genoemd mag worden. Er lopen hier liefst 500 mensen rond: ingrediënt- en verpakkingsexperts, procestechnologen, voedingsdeskundigen en chefs. Samen ontwikkelen ze voor Unilever de soepen, sauzen, ketchups, saladedressings en noem maar op.

Lees ook: Hoe Wageningen zijn suffe landbouwimago afschudde en een magneet voor startups werd

Het innovatiecentrum is in feite een samenvoeging van drie ontwikkelingscentra die Unilever al had, legt Van Herpen uit. ‘We hadden er een in Duitsland, een in Polen en een in het Nederlandse Vlaardingen’. Maar denk niet dat het simpelweg een bezuiniging betreft, want het is niet zomaar dat Unilever zijn mondiale R&D-centrum voor voedselinnovatie in Wageningen opende.

Magneet voor startups

‘Dit is de omgeving waar mensen werken aan de grote uitdagingen die er zijn binnen het voedselsysteem’, zegt ze. ‘Bijvoorbeeld op het gebied van voedselverspilling, de transformatie naar plantaardige voeding en duurzamere verpakkingen. De universiteit zit er en dat werkt als een magneet voor startups en andere bedrijven. We zijn naar deze omgeving gegaan, omdat eigenlijk al onze partners uit de Foodvalley hier zitten.’

Hier werken mensen aan de grote uitdagingen binnen het voedselsysteem

Wageningen is de afgelopen jaren uitgegroeid tot het centrum van deze zogeheten Foodvalley. Het is een regio met acht plaatsen waar menig agrotech-startup is begonnen. Wil Unilever door dicht bij het vuur te zitten sommige van die startups vroeg inlijven? Dat is een optie, erkent Van Herpen, maar ze wijst erop dat haar bedrijf juist ook vaak een samenwerking aangaat met een jong bedrijf. ‘We sluiten vaak een joint development agreement. Daarin spreken we af dat we gezamenlijk de technologie verder gaan ontwikkelen.’ Het aangaan van een minderheidsbelang behoort daarbij tot de mogelijkheden, maar is volgens de directeur geen vanzelfsprekendheid. ‘We kijken altijd wat het beste samenwerkingsverband is.’

Het Unilever-innovatiecentrum in Wageningen.

Unilever ging de afgelopen jaren samenwerkingen aan met startups die natuurlijke eiwitten leveren uit microalgen en proteïnes uit schimmels. Uiteindelijk is het de bedoeling dat daar technologieën uitrollen die weer gebruikt kunnen worden door Unilever-merken. ‘Bijvoorbeeld in producten waar je eiwitten in hebt zitten, zoals vleesvervangers of ijs’, legt de Unilever-directeur uit.

Als je denkt dat je het alleen kan, denk je niet groot genoeg

‘We hebben hier het mantra: als je denkt dat je het alleen kan, denk je niet groot genoeg. Daarmee zeggen we dus dat je niet alles zelf hoeft te kunnen. Liever gaan we bij ieder project pro-actief op zoek naar partijen om mee samen te werken. Bijvoorbeeld met startups, maar ook met bijvoorbeeld de universiteit, ngo’s of leveranciers van ingrediënten.’