Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Empathie is gevaarlijk

MT-columnist Ron Jacobs houdt niet van empathie. Het vertroebelt het zicht, staat goed leiderschap in de weg en kan zelfs een opstapje zijn naar sadisme, schrijft hij.

Empathie gevaarlijk MT Getty Images
Je leest nu: Empathie is gevaarlijk

Ik ben allergisch voor leiders die meegezogen worden in het verdriet van hun team. Laatst sprak ik er een, Frits. ‘Vanwege een reorganisatie mét gedwongen ontslagen, is afgelopen week afscheid genomen van twee teamleden,’ fluisterde hij. Hij keek erbij alsof we in een crematorium zaten, waar net de kist werd binnengedragen – en niet in een bedrijfskantine. ‘Dus nu is iedereen vol verdriet en rouw.’ Daarna stond Frits op en verliet met gebogen hoofd de kantine. Achter een lijkkist aan die alleen hij kon zien.

Even later zag ik hem samen met zijn team in de vergaderruimte. Sippe gezichten, af en toe een traantje. Zelfs Frits had vochtige ogen. Met ergernis zag ik het aan. Alweer een leider die zichzelf onderdompelt in het verdriet van zijn mensen en net zo hard mee rouwt. Vreselijk. Het liefst zou ik Frits door elkaar schudden en roepen: ‘Blijf niet hangen in medeleven! Jouw taak is het om een plan de campagne te bedenken om je team uit de put te trekken!’

Empathie: leiders zijn er gek op. Ik niet, want empathie vertroebelt het zicht. Wie overmand is door emotie, die verliest zijn common sense. Vraag maar aan de jagers die in de Oostvaarderplassen proberen hun werk te doen. Zij kunnen al die empathische dierenliefhebbers missen als kiespijn. Hun overschot aan emotie zit een gezonde helikopterview in de weg. Iedere professional weet dat.

Daarom zijn bijvoorbeeld maar weinig artsen bereid een gevaarlijke operatie uit te voeren op een familielid. Veel beter kan een collega-arts dat doen, eentje met enige afstand tot de patiënt. Want empathie is niet alleen dodelijk vermoeiend, het maakt je ook blind voor het geheel. Kortom: jezelf onderdompelen in andermans emoties, daar schiet niemand iets mee op. Stiekem weten we dat maar al te goed. Immers: geen enkele patiënt zit te wachten op een arts die snotterend vertelt dat hij slecht nieuws heeft.

Rijst de vraag: is empathie dan überhaupt een ‘vereiste’ voor leiders? Ja en nee. Er bestaan namelijk twee vormen van empathie: cognitieve en emotionele. Bij cognitieve empathie snáp je het verdriet van die ander. Bij emotionele empathie vóél je het verdriet, laaf je jezelf eraan. ‘Emotionele incontinentie’ noem ik dat altijd. Niet iets waarvan een leider last behoort te hebben. Beter is daarom de cognitieve variant: snappen wat de ander voelt. Maar wel je hoofd erbij houden. Compassie, met gepaste afstand.

Maar zelfs bij die laatste vorm moet ik een kanttekening plaatsen. Volgens de Duitse filosofe Stangneth is cognitieve empathie namelijk een noodzakelijke voorwaarde voor sadisme. Je ziet het bij echtparen, verwikkeld in een vechtscheiding. Na zoveel jaren samen (aanvankelijk in liefde) weet elk van de echtelieden met microscopische precisie de zwakke plek van de ander te raken. Jezelf inleven in andermans gevoelens en sadisme gaan dus hand in hand.

Datzelfde geldt voor pesten op de werkvloer. De grootste treiterkonten zijn diegenen met een overvloed aan cognitieve empathie. Voor hen is empathie een trucje geworden, een handigheid die ze ook 180 graden kunnen draaien. Zij snappen als geen ander met welke opmerkingen of acties ze een collega kunnen pijnigen. Dus ja, als leider behoor je empathisch te zijn. Maar dan vooral om personeel te herkennen dat het als wapen gebruikt.