Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Dit zijn de belangrijkste resultaten uit de Nederlandse Innovatie Monitor 2019

Waarom sociale innovatie nog wordt ondergewaardeerd, Brexit een kans biedt en we meer zouden moeten samenwerken met onze concurrenten.

Je leest nu: Dit zijn de belangrijkste resultaten uit de Nederlandse Innovatie Monitor 2019

Met de economie gaat het nog steeds goed en dat betekent volgens onderzoeker professor Henk Volberda (UvA) dat bedrijven graag budget vrijmaken voor innovatie. “Wel zijn er onderling verschillen inzake het type innovatie waar bedrijven middelen voor vrijmaken. We zien dat sociale innovatie (bijv. nieuwe organisatiemodellen – red.) bijvoorbeeld erg belangrijk is in de huidige economie omdat dit werknemers lokt. Bedrijven innoveren ook op technologisch gebied, maar laten daarbij nog te vaak na mensen en personeel mee te nemen in dit verandertraject. CEO’s tonen zich daarnaast wel bereid om te investeren in de trainingen van personeel, maar zijn blind voor de verbetermogelijkheden in hun eigen leiderschap.”

In het onderzoeksverslag worden acht belangrijkste bevindingen opgesomd:

#1. Sociale innovatie is een onderbenutte vorm van innovatie

Onterecht wordt er, wanneer het over innovatie gaat, uitgegaan van de klassieke, hardere vormen van innovatie. Denk aan investeringen in onderzoek en ontwikkeling of de aanschaf van nieuwe machines. In de Monitor blijkt dat managers in principe twee derde van hun budget zouden willen investeren in zachtere vormen van innovatie, zoals nieuwe manieren van organiseren, managen, werken en samenwerken. Oftewel sociale innovatie. Deze investeringen moeten bedrijven aantrekkelijker maken voor hoger opgeleid personeel. Desondanks wordt deze sociale innovatie in relatief beperkte mate echt gerealiseerd.  Een trend die volgens Volberda komt door het  feit dat er nog beperkt naar gehandeld kan worden.

Volberda noemt hierbij de zogenaamde Innovatie-schijf van vijf: ‘De meeste bedrijven zijn nog bezig met de zogeheten innovatie 1.0. Dat betekent dat ze flink in technologie investeren. Innovatie 2.0 betekent het investeren in sociaal kapitaal, namelijk in medewerkers. Innovatie 3.0 vraagt ook om investeringen in een nieuw soort leiderschap, namelijk dienend leiderschap. Bij Innovatie 5.0 beweeg je naar een platte organisatie en bij innovatie 6.0, uiteindelijk, gaat het om co-creëren en het samenwerken met partners.’ Steeds meer bedrijven klimmen volgens Volberda hoger op de innovatieladder en geven toe dat sociale innovatie belangrijk is, maar zijn nog wel voorzichtig. ‘Je kunt een euro maar een keer uitgeven en het rendement van sociale innovatie is meestal pas op veel langere termijn merkbaar.’

#2. Brexit is een kans. Liever een harde brexit dan langdurige onzekerheid 

Slechts 20 procent van de ondervraagde managers zegt de naderende Brexit als een bedreiging voor het eigen bedrijf. Daar tegenover staat 35 procent die de Brexit juist als een zakelijke kans ziet. Een meerderheid van de geïnterviewden (32 procent) is dan ook voor een harde Brexit en is daar ook goed op voorbereid (40 procent). Volgens Volberda is het zo dat bedrijven het liefst weten waar ze aan toe zijn. Een harde Brexit geeft meer duidelijkheid dan langdurige onzekerheid. Innovatieve bedrijven, die veranderingen omarmen en gewapend zijn om op die veranderingen in te spelen, zien de Brexit dan ook meer als een kans.

#3. De energietransitie wordt vaak als stimulans ervaren

De energietransitie houdt het bedrijfsleven bezig, zo blijkt uit de Innovatie Monitor 2019 Een kleine meerderheid ziet de energietransitie als een kans en slechts 13% blijkt de transitie als bedreiging te ervaren. Vooral organisaties die zelf in de energiesector actief zijn en grotere organisaties zijn positief ingesteld. Ongeveer 2 op de 3 bedrijven geeft aan bezig te zijn met verduurzaming van het energieverbruik. Waarom omarmen bedrijven de energietransitie als een kans? Volberda: ‘Mogelijke kostenbesparing, nieuwe inkomstenstromen en aanhoudende druk vanuit de overheid zijn een aantal argumenten.’ Het is volgens Volberda wel verrassend dat ontwrichtende gebeurtenissen vaak als een kans worden gezien.

Waarom juist innovatieve bedrijven deze gebeurtenissen als een stimulans zien? Zij zien kansen waar anderen bedreigingen zien. Een conservatief bedrijf houdt onder druk vast aan bestaande competenties. Innovatieve bedrijven gaan in soortgelijke situaties juist experimenteren.

#4. Noord-Holland is koploper als het gaat om introductie van sleuteltechnologieën

Innovatieve bedrijven zijn beoordeeld op vijf sleuteltechnologieën. Te weten: Robotica, Internet of Things, Kunstmatige intelligentie, Big data en 3D-printing.

Innovatieve bedrijven zijn overal in Nederland te vinden, al lopen sommige regio’s voor de troepen uit.  In Noord-Holland zijn de meeste organisaties gevestigd die op alle vijf de sleuteltechnologieën vooruitstrevend zijn. “De regio Noord-Holland en in het bijzonder de regio groot Amsterdam wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van relatief veel startups en ICT-bedrijven in combinatie met verschillende hoofdkantoren en een goede IT-infrastructuur. De regio lijkt daarmee een prominent Nederlands centrum te zijn voor technologieën als robotica en kunstmatige intelligentie.”

#5. De ICT-sector is de meest innovatieve sector van Nederland; de vervoers- en logistieke sector scoort behoorlijk lager.

Dat de ICT-sector de meest innovatieve sector is van Nederland, is volgens Volberda ontstaan uit pure noodzaak om te kunnen overleven. ‘Er gebeurt ook veel in de ICT. Het is een beweeglijke sector en het zijn vaak ook platte organisaties. Bij innovaties die in de ICT-sector vaak voorkomen valt te denken aan radicaal nieuwe product- en dienstinnovaties, businessmodel-innovatie, incrementeel vernieuwende product- en dienstinnovaties, en de snelheid van productontwikkeling.’

De logistiek is volgens Volberda en zeer conservatieve sector. De marges zijn er zeer klein, wat investeren lastig maakt. Hierdoor worden bedrijven snel ingehaald door spelers die radicaler durven te innoveren.

#6. Lokale spelers zijn minder innovatief

Organisaties die vooral lokaal actief zijn scoren relatief laag op meerdere innovatie-indicatoren ten opzichte van andere organisaties.  Volgens Volberda is de reden hiervoor dat lokale bedrijven vaak in een niche opereren. Het zijn bedrijven die niet echt openstaan voor verandering en minder in aanraking komen met concurrenten, die ze scherp kunnen houden. Volberda: ‘Dit maakt deze bedrijven kwetsbaar. De meest innovatieve bedrijven zijn toch wel de genetwerkte bedrijven, die internationaal opereren.’

Hoe kunnen lokale bedrijven deze tendens dan tegengaan? Volgens Volberda dienen zij ten eerste goed te beseffen dat ze in een niche zitten en dat hun product snel achterhaald kan raken. ‘Wees niet bang om juist te kijken naar wat de concurrent goed doet en daarvan te leren.’

#7. Nederlandse bedrijven zijn minder gericht op opschaling van bestaande markten

Nederlandse bedrijven blijken het afgelopen jaar een 5,7% minder gericht te zijn op het opschalen en verfijnen van het bestaande aanbod.

#8. Samenwerking met concurrenten is nog eng

Samenwerken doen Nederlandse bedrijven vooral met klanten (73%), partijen met aanvullende oplossingen (63%) en leveranciers (64%). Voor samenwerken met bestaande concurrenten en nieuwe toetreders (24%) is men volgens Volberda nog huiverig.  Terwijl hier vanuit een innovatieoogpunt juist veel te behalen valt.

Deze en andere resultaten van de Nederlandse Innovatie Monitor 2019 werden op 26 juni 2019 gepresenteerd door het Amsterdam Centre for Business Innovation van de Amsterdam Business School, Universiteit van Amsterdam. Voor de Monitor hebben, onder regie van UvA-hoogleraar strategisch management en innovatie Henk Volberda, 800 senior managers een vragenlijst ingevuld. In de uitzending van De Wereld van Morgen werd op basis van dit onderzoek het meest innovatieve bedrijf van Nederland uitgeroepen.