Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

Je leest nu: Bitterzoet

De Nederlandse economie trekt weer aan en dus heeft het kabinet op Prinsjesdag voor bijna iedereen wel een meevallertje in petto. Het is een goede Haagse traditie, vooral als er verkiezingen aankomen, maar het getuigt van weinig economisch benul.

 

De Nederlandse economie groeit volgend jaar met wel 2,25 procent, voorspelt het Centraal Planbureau. Dat betekent meer belastinggeld in de schatkist. Bovendien blijft de olieprijs maar stijgen en dat betekent nóg meer (aardgas)geld in de schatkist. Het kabinet kan de vruchten plukken van de hervormingen die het ondanks alle verzet dapper heeft doorgevoerd. Het moment dus om de burger weer een beetje lucht te geven in de vorm van lagere lasten en hogere uitkeringen en zo een welkome impuls te geven aan de stagnerende bestedingen. Na zuur komt zoet, zoals minister van Financiën Gerrit Zalm ooit beloofde. Helaas, dit verhaal klopt van geen kant. Het gaat niet echt beter met de economie, en als het wel beter zou gaan, zou dit het verkeerde moment zijn voor een economische stimulans. Maar vooral, de hervormingen waren geen echte hervormingen en gingen voorbij aan de hoofdoorzaak van de malaise: teveel overheid.

Anti-cyclisch

Eerst de conjunctuur. Na alle somberheid lijkt de nieuwe groeiraming heel wat, maar afgelopen april voorspelde het CPB ook al een groei van 2,25 procent voor 2006. Er is dus eigenlijk helemaal geen extra geld te verdelen. Erger is dat Zalm met dit potverteren de door hemzelf geformuleerde begrotingsregels met voeten treedt, net als hij dat in de nadagen van Paars II deed. Want volgens die regels moet het uitgavenbeleid anti-cyclisch zijn: als de conjunctuur tegenzit, mag het tekort wat oplopen. Maar als de economie weer aantrekt, moet je de uitgaven juist in toom houden, om te voorkomen dat je de conjunctuurschommelingen versterkt en bij de minste tegenvaller weer moet gaan snoeien. Nu was er een goede reden om de afgelopen jaren de teugels toch strak te houden: de tegenvallende groei was niet primair te wijten aan stagnerende bestedingen. Net als in onze buurlanden, is de economie verlamd door de wildgroei aan wetten en regelingen die het landschap waarin bedrijven zich moeten bewegen tot een mijnenveld maken en handenvol geld kosten. Al jarenlang wijzen het Centraal Planbureau, De Nederlandsche Bank, de OESO en het IMF erop dat vooral overregulering en de daarmee samenhangende hoge belasting- en premiedruk de groei van productie en werkgelegenheid in de weg staan. Net als zijn voorgangers heeft het kabinet-Balkenende II het terugtreden van de overheid hoog in het vaandel staan. En toegegeven, het is doortastender aan de slag gegaan met hervormingen op belangrijke gebieden als de arbeidsmarkt, sociale zekerheid, vergrijzing en immigratie. Helaas lijkt het meer bezig met symbolische gebaren en symptoombestrijding dan dat het blijk geeft van werkelijk inzicht in hoe de economie werkt. 

Arbeidsmarkt

Het favoriete instrument van het kabinet, loonmatiging, heeft een lange traditie. Minister Brinkhorst van Economische Zaken waarschuwt dat we de concurrentieslag tegen de Chinezen gaan verliezen als we niet meer uren, tot op hogere leeftijd en tegen een lagere beloning gaan werken. Het probleem is echter niet dat er banen naar China verdwijnen, maar dat er bij ons geen nieuwe banen meer ontstaan. De overheid zelf ontmoedigt het aannemen van (vooral laaggeschoold) personeel door daar torenhoge belastingen op te heffen. Overigens concurreren landen niet met elkaar, dat doen alleen bedrijven, maar als Nederlandse bedrijven internationaal willen meedoen, moeten ze vooral niet proberen een ‘race to the bottom’ met China aan te gaan. Dan moeten ze nieuwe leuke dingen op de markt brengen waar klanten goed voor willen betalen. Loonmatiging, zeggen steeds meer mensen econoom Alfred Kleinknecht na, heeft er eerder toe bijgedragen dat Nederlandse bedrijven dat veel te weinig doen. Nieuwe banen ontstaan in een klimaat waar jonge en innovatieve bedrijven niet teveel hindernissen tegenkomen en waar ze makkelijk mensen kunnen aannemen, die naar prestatie belonen en als ze niet voldoen, weer ontslaan.

Sociale Zekerheid

De WW en WAO zijn behoorlijk uitgekleed, maar het is wel een soort loterij geworden: op niet altijd even heldere gronden wordt voor de een levenslang het bedje gespreid terwijl de ander kreupel de bijstand wordt ingeschopt. De bijstand blijft een gegarandeerde armoedeval. Wie de euvele moed heeft te gaan werken wordt onmiddellijk afgestraft: je maakt extra kosten (zoals aan woon-werkverkeer of kinderopvang), maar raakt allerlei vrijstellingen en tegemoetkomingen voor de ‘echte’ minima kwijt. In plaats van de jungle van strijdige en overlappende inkomensregelingen met elk hun eigen criteria, papierwinkel en legers ambtenaren en inspecteurs, behoort een beschaafd land een inkomensgarantie voor iedereen te bieden, waarbij wie zelf inkomen verwerft, daar beter van wordt. Dat kan heel gemakkelijk, via de fiscus.

Vergrijzing

Het kabinet ziet gelukkig in dat een slinkend aantal jongeren niet een groeiend aantal ouderen een Zwitserleven-gevoel kan garanderen, maar het spant het paard achter de wagen door mensen te dwingen tot hun vijfenzestigste sollicitatiebrieven te blijven schrijven. Ouderen zijn niet te lui om te werken, maar werkgevers (de overheid voorop) willen alleen maar jongeren. Ook veel vutters blijken best weer een baantje te willen, maar dan met wat minder stress. En dus moeten werkgevers voor weinig geld ouderen kunnen aannemen en moeten die ouderen er ook beter van worden als ze blijven of weer gaan werken. Het is eigenlijk hetzelfde verhaal als de armoedeval. 

Immigratie

Misschien was enige ontmoediging van nieuwkomers onontkoombaar, maar nu hebben we the worst of both worlds: ondernemende, werkwillige immigranten, die we gezien de vergrijzing hard nodig hebben, worden uitgezet en geweerd en mensen die niet voor zichzelf kunnen zorgen, toegelaten. Intussen loopt de integratie van de gevestigde immigrantengroepen stuk op het feit dat er voor hen geen werk is omdat de loonkosten zoveel hoger liggen dan wat hun productiviteit zou rechtvaardigen. En zo lijkt alles wat het kabinet aanpakt zijn doel net te missen. Wat de nutsbedrijven betreft schijnt niemand in Den Haag te begrijpen dat privatisering iets anders is dan marktwerking, zodat de staatsbedrijven straks plaats hebben gemaakt voor mondiale monopolies. In het onderwijs moeten studenten meer gaan betalen als ze wat langer over hun studie doen, omdat die zwaar is of omdat ze erbij willen werken, zodat iedereen maar communicatiewetenschappen kiest. Als het over mobiliteit gaat, droomt Den Haag nog altijd van prestigeprojecten zoals een supertrein naar het Noorden en negeert het de economische noodzaak van meer wegcapaciteit en een flexibel ov-net in de Randstad. Als remedie tegen sociale achterstanden worden goedkope woningen gesloopt, terwijl die achterstanden vooral te wijten zijn aan de vastgelopen arbeidsmarkt. De rechtshandhaving blijft, voorzover er tijd over is na al die snelheidsboetes die de prestatiecontracten eisen, meer gebrand op de winkelier die een winkeldief in de lurven grijpt, dan op de winkeldief zelf. Als het kabinet nu eens in plaats van goede sier te maken met meevallers die nog gerealiseerd moeten worden, de eigen taken doelmatiger zou aanpakken. Dan zouden burgers en bedrijven echt weer lucht krijgen. 

Meer informatie

Op de site van het ministerie van Financien is vanaf dinsdag 20 september de volledige tekst van de Miljoenennota en de begroting van de ministeries te vinden. http://prinsjesdag.minfin.nl/

Over hoedjes en andere tradities: http://www.internetwijzer-bao.nl/prinsjesdag/