Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Jonge werknemers worstelen met nieuwe verslavingen die vaak onder de radar blijven

Online gokken, sociale media, crypto en zelfs ChatGPT. Jonge werknemers kampen met veel meer verslavingen dan de klassiekers alcohol en drugs. Hoe herken je de signalen en bespreek je dit gevoelige onderwerp? 'Confronterende opmerkingen werken averechts.'

verslaving werkvloer online gokken gamen alcohol drugs
Online gokken en gamen zijn snelstgroeiende verslavingen die onder de radar blijven. Foto: Getty Images

Mark Lettinga heeft vooral in commerciële functies gewerkt. Dat komt hem ook goed uit, want zo is hij veel buiten de deur. Dat is veel makkelijker ‘manipuleren’ om zijn verslaving aan alcohol en cocaïne te verbergen, vertelt hij tegen MT/Sprout.

Op de dagen dat hij op kantoor is, ziet hij er ‘representatief’ uit. Dat betekent dat hij de nacht ervoor ‘niet doorhaalt’. Onder werktijd gebruikt hij nooit, die afspraak heeft hij met zichzelf gemaakt. Maar dat wordt dan wel ingehaald na zo’n kantoordag. ‘Honderd procent functioneren, dat is bij mij vrij weinig voorgekomen.’

Inmiddels is hij al jaren clean, ondernemer en oprichter van de Addiction Academy. Hij traint onder meer bedrijven in het omgaan met verslaafden op de werkvloer. Zijn vroegere managers hebben hem namelijk nooit over zijn verslaving aangesproken. ‘Daar rust nog een heel groot taboe op. Managers blijven er ver vandaan, omdat het hen ontbreekt aan kennis. Maar alles wat privé gebeurt, nemen mensen ook mee naar hun werk.’

70 procent van de verslaafden werkt

Dat is meteen één van de redenen van het hardnekkige misverstand dat er op de werkvloer geen verslaafden rondlopen. ‘Van de 2 miljoen Nederlanders die verslaafd zijn, heeft 70 procent een betaalde baan’, weet Daphne Althoff, manager van AnoniemeZorg.nl, onderdeel van Be-Responsible.

Meer cijfertjes waar managers niet omheen kunnen: 17 procent van de werkenden zijn ‘riskante drinkers’ en iets meer dan 10 procent van de beroepsbevolking geeft toe drugs te gebruiken. Alleen al het verzuim en de verminderde productiviteit door alcolholgebruik kost werkgevers 1,3 miljard euro per jaar.

Werkenden die ‘riskant drinken’ verzuimen 2,1 miljoen dagen per jaar. En dat is dan alleen nog maar drank. Beide experts wijzen erop dat de jongere generaties met nog veel meer verslavingen worstelen dan de klassiekers drank en drugs. ‘En die zijn wel de toekomst van Nederland’, zegt Lettinga.

Crypto en ChatGPT

Online gokken en gamen, dat zijn volgens hem de snelstgroeiende verslavingen die ‘onder de radar blijven’. Dat bevestigen is moeilijk, want hier komen de officiële cijfers niet verder dan 1 tot 3 procent van de Nederlanders die met gokken en gamen zwaar de mist ingaan. Bij de jongeren geeft 4 procent aan gamen problematisch te vinden.

Meer duidelijkheid is er over het gebruik van smartphones: 34 procent van de Nederlanders zegt verslaafd te zijn aan hun smartphone. Bij werknemers gaat het over 48 procent. Voor de jongeren (18-24 jaar) ligt dit al op 62 procent.

Datzelfde geldt voor sociale media: ruim 62 procent van de jongeren (15-35 jaar) geeft aan hieraan verslaafd te zijn. Nog nieuwer en nog amper onderzocht zijn cryptoverslavingen en verslavingen aan chatbots zoals ChatGPT.

Lees ook: Stoppen met drinken in januari, goed idee of onzinnig?

Veel sneller afhankelijk

Bovendien is er nog discussie over of die nieuwe verslavingen wel verslavingen en dus een ziekte zijn. Deskundigen spreken liever over overmatig of problematisch middelengebruik. Ze zullen snel worden ingehaald door de praktijk.

Het probleem bij gamen, online gokken, crypto of designerdrugs is namelijk dat ze veel sneller afhankelijkheid veroorzaken. Althoff: ‘De aanlooptijd naar een alcoholverslaving duurt dan weer veel langer. Mensen beginnen wel op jonge leeftijd te drinken, maar het kan wel twintig jaar duren voor ze er echt afhankelijk van zijn. Bij andere middelen ontstaat afhankelijkheid veel sneller.’

Met de steeds groter wordende tsunami van ‘verslavingen’ waar de jongere generaties mee vechten, wordt het dus alleen maar belangrijker dat managers zich hiervan bewust worden en actie ondernemen. Maar hoe dan?

Subtiele signalen

Managers vinden het ongelooflijk moeilijk om zelf dit probleem aan te kaarten, is de ervaring van Althoff. ‘Er zit veel stigma op het onderwerp. Ze zijn ontzettend bang dat ze iemand onterecht beschuldigen.’

Rode ogen, naar drank of marihuana stinken, verwijde pupillen, onsamenhangend praten, dat zijn duidelijk rode vlaggen. De meeste signalen zijn veel subtieler. Mensen melden zich bij drank- of drugsgebruik vier tot zes keer vaker ziek, ze vallen vaker even kort uit, ze verslapen zich regelmatig of ze raken in conflict op de werkvloer.

Ze reageren agressiever of dwalen net wat vaker even af. Gokkers vragen dan weer een voorschot op hun loon of ze lenen geld van hun collega’s. ‘Het gaat zelden om één dingetje’, weet Althoff. ‘Maar als het gedrag van een goede medewerker die al een tijdje bij je werkt verandert, dan moeten je alarmbellen wel gaan rinkelen.’

Mensen klappen dicht

Wie vervolgens in gesprek gaat over het functioneren van zo’n verslaafde medewerker, heeft de neiging om meteen het probleem te benoemen. Dat kunnen leidinggevenden beter niet doen, geeft Lettinga aan. ‘Daarmee creëer je als manager juist meer afstand.’

‘Als ze tegen mij gezegd hadden dat ik naar alcohol stonk, dan zou dat bij mij heel hard zijn binnengekomen. Dan ga je meteen in de ontkenning en de verdediging. Dat je net een trouwerij hebt gehad en al die andere loze opmerkingen die ik allemaal heb gebruikt.’

Zo’n ‘confronterende opmerking werkt averechts’, dan klappen mensen die misschien wel open staan voor een gesprek en voor hulp dicht. Ze schamen zich, zijn bang dat hun baan hierdoor op de tocht komt te staan. ‘Als ik naar mezelf kijk, dan zou ik zo’n gesprek misschien wel gewaardeerd hebben, maar ik weet niet of ik mijn verslaving zou hebben toegegeven.’

Lees ook: Gen Z is te snel afgeleid en niemand durft het te bespreken

De boot afhouden

Althoff raadt managers aan om zich goed voor te bereiden op zo’n gesprek. ‘Noteer alle feiten die ertoe leiden dat je je zorgen maakt. De dagen waarop de medewerker te laat komt, de conflicten met collega’s met wie normaal geen conflicten zijn.’

Leg die feiten voor en leg uit dat je je zorgen maakt. Formuleer je vragen ook op die manier. ‘Vanuit mijn rol als manager moet ik iets doen met mijn zorgen, begrijp jij dat? Kun je mij dan uitleggen waar dit veranderende gedrag vandaan komt? Want dit past niet bij de persoon die wij kennen.’

De reactie die een manager kan verwachten is bagatelliseren of de boot afhouden. ‘Ik heb een beetje problemen thuis, ik slaap slecht. Dan is het je taak om daar doorheen te prikken. Speelt er misschien nog meer? Collega’s praten er in de wandelgangen over dat je naar alcohol ruikt. We vermoeden dat er meer is dan wat je nu zegt. Kun je daarover mijn zorgen wegnemen?’

Grijs gebied

Het is belangrijk dat managers steeds blijven benoemen dat ze zich zorgen maken. Niet gaan beschuldigen, want dan kruipt iemand in zijn schulp. Ook geen diagnose stellen, want dat is alleen weggelegd voor de professionals in de zorg. Het probleem even snel willen fixen, werkt ook niet, want ‘een verslaving wordt alleen maar erger’.

Bewijzen dat een werknemer kampt met een verslaving, is sowieso lastig. De privacy van een werknemer is wettelijk beschermd via de AVG. Hij of zij hoeft daar zelf ‘richting de werkgever niets over te zeggen’, weet Richard Ouwerling van LVH Advocaten. Hij is als advocaat gespecialiseerd in personeelszaken en conflicten.

Managers die in gesprek gaan, belanden al snel ‘in een grijs gebied’, zegt hij. ‘Je kunt in zijn algemeenheid vragen stellen, of je ergens mee kan helpen bijvoorbeeld. Of aangeven dat je de productiviteit achteruit ziet gaan of dat je een bepaalde lucht ruikt.’ Zet de signalen en het gedrag van de werknemer op een rijtje en maak dit zo spoedig mogelijk bespreekbaar, raadt hij aan.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Testen bij vermoedens

‘Maar op het moment dat je medewerker zegt dat er een verslavingsprobleem is, dan moet je die doorverwijzen naar de bedrijfsarts. Dan mag je niet te veel doorvragen, omdat er bij verslaving veelal sprake is van een ziekte. Vormt die collega een gevaar voor de werkomgeving en voor collega’s, dan stuur je die beter meteen ziek naar huis en laat je hem of haar contact opnemen met de arbodienst.’

Mag er bij vermoedens worden getest op drugs, alcohol of andere middelen? Alleen in bepaalde sectoren, zoals de spoorwegen, de luchtvaart en scheepvaart. Denk bijvoorbeeld aan controles bij piloten en machinisten. Een wetsvoorstel om dat uit te breiden naar een 400-tal bedrijven waar het risico bestaat op zware ongevallen zit al enkele jaren vast in de politieke pijplijn.

‘Bij bedrijven waar het risico op ongevallen groot is, zie je dat testen op alcohol en drugs wel gebeuren, maar ook dat is dan weer een grijs gebied. Het zijn werkgevers die soms de mogelijkheid tot testen in hun ADM-beleid (alcohol, drugs, medicijngebruik, red.) hebben opgenomen. Dat zijn dan de kleine lettertjes in het personeelshandboek.’

Zij beroepen zich op het instructierecht, omdat ze vinden dat de veiligheid op het werk op zo’n moment zwaarder telt dan de privacy van een werknemer. Werkgevers zitten echt in hun maag met verslaafde werknemers, geeft Ouwerling nog mee. ‘Maar het advies van mijn kant is altijd dat managers toch eerst het goede gesprek moeten aangaan. En dat ze niet te snel naar een zwaar middel als ontslag op staande voet moeten grijpen.’

Lees ook: Jointje tijdens online meeting kost directeur zijn baan