Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Start – Top – Flop

Top – Outletcenters

Groei dankzij crisis

Terwijl de hele retailbranche zucht onder de recessie, openen outletcenters dagelijks lachend de deuren. Zo gaat Het Designer Outlet Roermond uitbreiden met 35 winkels, waarmee 200 extra voltijdbanen worden gecreëerd. "We zijn volstrekt anti-cyclisch", zegt directeur Marc Bauwens daarover in NRC Handelsblad. Ook op Europees niveau zijn de centra voor goedkope merkkleding populair. Bij investeerders, zo blijkt uit onderzoek van Jones Lang LaSalle, maar ook bij de consument. Zo steeg het aantal shoppers bij de outletcenters van Value Retail, dat negen centra verspreid over heel Europa bezit, met 55 procent in het eerste half jaar van 2009, vergeleken met de eerste helft van 2008. 

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Flop – Guido Dumarey

Punch-ceo slaat door

Stel, je bent topman van een investeringsmaatschappij met de welluidende naam Punch International. En er komt een vakbondsman op bezoek. Wat doe je dan? Precies, je haalt uit. Begin juni heeft Punch-topman Guido Dumarey op die manier de Belgische vakbondssecretaris Wim Penninckx gevloerd. Bij dochterbedrijf Punch Graphix wilde Dumarey 25 van de 230 banen schrappen. Een dag na de directievergadering, waar het eerste ontslagvoorstel wordt afgeschoten, gaan de werknemers op advies van de bond gewoon aan het werk. Daarop slaan de stoppen door bij Dumarey. Na een felle discussie met Penninckx haalt hij uit en schopt zelfs nog even na als zijn slachtoffer op de grond ligt,

Must reads week 33: Nederland fietsland, de opmars van de co-ceo en hoe ver kun je gaan met AI?

De redactie heeft voor jou de beste artikelen van afgelopen week geselecteerd. Dit keer: Shein gaat naar de beurs, steeds meer bedrijven kiezen voor een co-ceo en wat blijft er over van Nederland fietsland na het faillissement van Accell?

Bijna tweederde van de taken in de zakelijke dienstverlening heeft een 'hoog automatiseringspotentieel', blijkt uit onderzoek. Foto: Getty Images

Shein gaat met kwartaalverlies naar de beurs in Hongkong

Na jaren van getouwtrek met Amerikaanse en Britse toezichthouders − vooral vanwege vermoedens van dwangarbeid − lijkt de beursgang van Shein er deze maand eindelijk te komen. Alleen niet in New York of Londen, maar in Hongkong, en tegen een fors lagere waardering dan de 100 miljard dollar die het fastfashionbedrijf op het hoogtepunt vier jaar geleden opgeplakt kreeg.

Waarom moet je dit lezen? Bij zo’n beursgang hoort ook een prospectus, waarin Shein voor het eerst zijn cijfers prijsgeeft. Met de aanvankelijk onstuitbare opmars van de modedisrupter gaat het niet meer zo hard, concludeert MT/Sprout-redacteur Philip Bueters. Is de muziek er een beetje uit?

👉 Lees hier: Shein moet het doen met een beursgang in Hongkong – en ook nog met een flinke korting

Waarom bedrijven steeds vaker kiezen voor twee ceo’s in plaats van één

Spotify, Netflix en in eigen land Brightlands en Sunny Cars: bedrijven kiezen steeds vaker voor twee ceo’s in plaats van één. Niet zo gek, want de topfunctie wordt alleen maar zwaarder en complexer. Maar hoe zorg je dat de twee kapiteins elkaar versterken in plaats van in de weg zitten?

Waarom moet je dit lezen? MT/Sprout-redacteur Karin Swiers dook in het fenomeen van de co-ceo: een duo dat de verantwoordelijkheid van de hoogste functie samen draagt. Dat blijkt in de praktijk goed te werken, mits een aantal cruciale factoren op orde zijn.

👉 Lees hier: Co-ceo’s zijn in opmars en dat is geen toeval: één paar schouders is vaak niet meer genoeg

Fietsland Nederland wordt steeds meer een doorvoerland voor fietsen

Met het faillissement van Accell, het bedrijf achter bekende fietsmerken als Batavus en Sparta, verliest onze fietsindustrie een van zijn twee grootste producenten. De vraag is wat er straks nog overblijft van Nederland fietsland. De corona-ellende is weliswaar bijna voorbij, maar nu de stofwolken optrekken, blijft alleen Pon nog over met een grote eigen fabriek.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Waarom moet je dit lezen? Eerst VanMoof, toen Stella en nu Accell: de Nederlandse fietsindustrie krijgt sinds de pandemie klap op klap te verduren. Redacteur Philip Bueters brengt in kaart hoe Nederland, ooit koploper van Europa, langzaam verschuift van fabrikant naar doorvoerland voor fietsen.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

👉 Lees hier: Nederland fietsland na Accell: de corona-ellende lijkt bijna voorbij, maar wat blijft er over?

AI zet de zakelijke dienstverlening op scherp − en dat gaat lang niet altijd goed

De zakelijke dienstverlening staat op een kantelpunt nu een groot deel van het werk door AI kan worden geautomatiseerd. Die transitie gaat niet zonder slag of stoot; zelfs bij de meest basale taken gaat nog veel mis. De vraag die daarbij te weinig wordt gesteld: waar ligt de grens? Hoe ver kun je gaan zonder in te leveren op kwaliteit en vertrouwen?

Waarom moet je dit lezen? De niet te stuiten opmars van AI maakt de zakelijke dienstverlening ook kwetsbaar. Dat blijkt wel uit de recente blunders van de Big Four-accountancykantoren, met rapporten met verkeerd geciteerde of soms compleet verzonnen bronnen. MT/Sprout-redacteur Wilke Wittebrood laat zien hoe kunstmatige intelligentie de sector verandert − niet alleen het werk zelf, maar ook het verdienmodel.

👉 Lees hier: Falende voicebots en rammelende rapporten: waar ligt voor dienstverleners de grens bij AI?

Hier vind je het belangrijkste nieuws van week 33 2026:

  • Streep door belangrijke Duitse order voor Ebusco en Triodos raamt hitteschade op 180 miljard euro (maandag 10 augustus)
  • Accell (maker van Sparta, Batavus) failliet en Spotify komt met AI-label (woensdag 12 augustus)
  • Zweeds Lovable is nu $ 13,3 miljard waard en Shein eind augustus naar de beurs (vrijdag 14 augustus)

Wall Street? Londen? Shein moet het doen met een beursgang in Hongkong – en ook nog met een flinke korting

Shein gaat nog deze maand naar de beurs. In Hongkong, want op Wall Street en in Londen liep een beursnotering stuk op de controverse rond de Chinese fast fashiongigant. Inmiddels wordt het e-commercebedrijf van Chris Xu ook geplaagd door een tegenvallende groei.

Foto: Getty Images

Het is ‘Terug naar school-feest’ bij Shein, en in verband daarmee is een ‘Populaire keuzes-alert’ van kracht. Een linnen poloshirt voor 17,49 euro? Klinkt inderdaad niet slecht – wel jammer dat het 100 procent polyester is. Of laten we anders echt in stijl terugkeren, in een geruit 3-delig herenpak van Officeau. Met een prijs van 123,49 euro is dat het duurste item op de hele herenafdeling.

Verwacht geen linnen, wol of katoen; hier is 20 procent viscose toegevoegd aan het polyester, waarvan volgens onderzoek 64 procent van alle 2 miljoen-plus items op de Chinese website is gemaakt. Zelfs mensen die hun kleding nooit online kopen, weten het inmiddels: bij Shein staat kwaliteit niet op nummer één. Prijs wel, al zijn de prijzen niet meer zo schokkend laag als enkele jaren geleden.

Lees ook: Miljardenwinsten met spotgoedkope spullen: hoe Shein en Temu de e-commerce ontregelen

Dat houdt de wereldwijde opmars van de kledinggigant, die zijn hoofdkantoor inmiddels heeft verplaatst naar Singapore, niet tegen. En bij werelddominantie hoort een beursgang. Na een lange, lange aanloop lijkt die er deze maand dan eindelijk van te gaan komen. Persbureau Bloomberg heeft van ‘ingewijden’ gehoord dat de bel op 28 augustus klinkt voor het e-commercebedrijf.

Groei vertraagt, winst onder druk

Bij zo’n beursgang hoort ook een prospectus, waarin Shein voor het eerst zijn cijfers prijsgeeft. Met de aanvankelijk onstuitbare opmars van de modedisrupter gaat het niet meer zo erg hard. In 2025 groeide de omzet nog maar met 8 procent tot 41,8 miljard dollar. De omzetgroei was het jaar ervoor nog 21 procent.

De nettowinst liep in 2025 ook terug, met ruim een derde tot 2 miljard dollar. Deels komt dit door eenmalige boekhoudkundige afwaarderingen, maar Shein-watchers krijgen ook kriebels van de marketingkosten die maar blijven stijgen. In het eerste kwartaal van 2026 werd er 1,4 miljard dollar gepompt in het op gang houden van de machine, tegenover 1,1 miljard een jaar eerder.

Importtarieven in de VS, douaneheffing in de EU

In het eerste kwartaal is zelfs een verlies van 99 miljoen dollar gedraaid, waarbij in de VS de omzet daalde. Importheffingen en de oorlog in het Midden-Oosten dreven de materiaal- en consumentenprijzen op, wat de kooplust dempte.

Een kwart van zijn omzet haalt Shein uit de VS. Europa was vorig jaar goed voor een derde van de totale omzet. De kwartaalomzet steeg in Europa nog minimaal, maar EU voerde in juli een douanetarief van 3 euro in voor kleine pakketten met een waarde tot 150 euro. Dat zal omzet en winst hier de komende tijd zeker drukken.

Meer omzet buiten textiel

Is de muziek er een beetje uit? Zelf gaat Shein ervan uit dat de winst zich volgend jaar weer zal herstellen. Het bedrijf claimt 273 miljoen actieve klanten die samen meer dan een miljard bestellingen deden en ook blijven terugkomen. De onderliggende brutomarge blijft bovendien maar stijgen, van 60,2 procent in 2023, via 64,5 procent in 2024 tot 67,9 procent vorig jaar.

Dat is te danken aan een groeiend aandeel in verzorgingsproducten en huishoudelijke artikelen in de winkel. Een toiletrolhouder van 4,55 euro, bluetooth oortjes voor 12,78 euro: Shein haalt inmiddels meer dan 38 procent van zijn omzet van buiten de textiel.

Lange gang naar de beurs

Toch trekken de matige groeicijfers en marketingkosten meer aandacht. En ze komen bovenop de controverses die al spelen rond de verkoper van goedkope, snel gemaakte kleding. Dat was ook de reden voor de ellenlange gang naar de beurs, die uiteindelijk tot Hongkong leidt.

Lees ook: Shein probeert zijn imago op te krikken, maar doet dat niet erg handig

Oprichter Chris Xu – hij hanteert sinds een tijdje ‘Sky’ als voornaam – had al in 2020 plannen voor een beursnotering op Wall Street, maar moest gezien de broze betrekkingen tussen China en de VS daarvoor het juiste moment afwachten.

In 2023 volgde de officiële aanvraag, maar zijn ambitie strandde op de grote controverse rond het e-commercebedrijf.

Ophef rond dwangarbeid

Tientallen Amerikaanse parlementsleden (zowel Republikeinen als Democraten) riepen de SEC op om de IPO blokkeren totdat Shein kon aantonen dat er geen dwangarbeid in de toeleveringsketen voorkwam – specifiek in verband met katoen uit de regio  Xinjiang.

De Chinezen profiteerden destijds nog van een vrijstelling van invoerrechten voor zendingen tot 800 dollar, wat Amerikaanse concurrenten zagen als concurrentievervalsing. Die ‘de minimis’-vrijstelling is vorig jaar geschrapt.

Xu gaf zijn Amerikaanse missie op en zette het jaar erop koers naar Londen, waar zijn plan ook op weerstand stuitte. De Britse beurstoezichthouder gaf desondanks in april 2025 wel groen licht, maar dit keer weigerde de Chinese toezichthouder CSRC goedkeuring. Het prospectus bevatte verwijzingen naar de risico’s rond Oeigoerse dwangarbeid die niet door de beugel konden.

Geen woord over Oeigoeren

Shein heeft dan wel in 2022 zijn hoofdkantoor verplaatst van Guangdong naar Singapore, vanwege zijn roots is het nog altijd onderworpen aan Chinees toezicht. Vorige maand kreeg het alsnog toestemming van die toezichthouder, en het zal niet verrassen dat de prospectus met geen woord rept over Oeigoeren. Die spreekt alleen heel algemeen over risico’s rond het niet naleven van arbeidswetgeving in de keten.

Lees ook: Zijn Shein en Temu nog te stoppen? ‘Europa is veel te lief geweest, of eigenlijk te traag’

Die mogelijke dwangarbeid is een van de meest naargeestige consequenties van het model waarmee Shein de lat voor het ‘fast’ in fast fashion hoger heeft gelegd dan ooit. Fast fashion stoorde zich al niet aan seizoenen en produceerde elke zes weken nieuwe collecties.

Xu ging nog een stap verder en maakte het concept van realtime mode groot.

4.700 nieuwe ontwerpen per dag

Bij Shein draait alles om het LATR-model (Lean Agile & Test and Repeat). Het bedrijf introduceert daarbij aan de lopende band nieuwe designs die het eerst test in oplages van 100 tot 200 stuks, voordat het ze op grote schaal laat produceren door de 7.500 fabrikanten die zijn aangesloten op zijn digitale keten.

Dagelijks gaat het om 4.700 ontwerpen, deels van in-house designers, deels door de ontwerpafdelingen van honderden partnerfabrieken. Ter vergelijking: bij Zara zijn dat er 40.000 – per jaar.

Shein weet onder meer dankzij TikTok precies wat bij zijn (relatief jonge) doelgroep populair is en wil zich ook nog weleens laten inspireren door ontwerpen van anderen. Modebedrijven H&M, Levi’s, Ralph Lauren en Dr. Martens sleepten Shein al voor de rechter wegens schending van hun intellectuele eigendom.

Enorme volumes, lage prijzen

Behalve voor het spotten van trends gebruikt Shein alle digitale kanalen ook meesterlijk om zijn waren te slijten. Influencers, beroemdheden, social media en gamification: alles wordt uit de kast getrokken om de kooplust – of is het koopverslaving? – bij jongere klanten aan te jagen.

De lage prijzen zijn te danken aan het feit dat Shein geen eigen winkels heeft en vrijwel alles verkoopt, met een doorloopsnelheid van de voorraad van slechts 36 dagen (bij Zara en H&M zijn dat respectievelijk 88 en 138 dagen).

Lees ook: Deze 89-jarige modemagnaat is rijker dan Bill Gates, toch kent bijna niemand zijn naam

En natuurlijk kan het door de enorme volumes zijn toeleveranciers in de strak geregisseerde toeleveringsketen behoorlijk uitknijpen. Met de eerste kleine orders spelen ze vaak net quitte of maken ze zelfs verlies, hopend op de grote bestellingen die komen zodra een item viraal gaat.

Shein begon als Sheinside

Het model van Shein is in feite de perfectionering op gigantische schaal van het model waar oprichter Xu in 2008 startte. Met twee zakenpartners begon hij een webwinkel in alles van telefoons tot theepotten, om al snel uit te komen bij kleding. Ook toen al schakelden ze kleine fabrikanten in snel in te spelen op de laatste trends waar ze online naar speurden.

In 2011 begon Xu voor zichzelf met Sheinside, een online winkel in bruidsjurken, waarvan hij het laatste deel van de naam wijselijk liet vallen toen hij die internationaal uitrolde. Inmiddels waren drie partners aan boord die nu als medeoprichters en C-level directieleden in de prospectus staan: Maggie Gu, Molly Miao en Tony Ren.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Van 100 miljard  voor 40 miljard dollar

De rest is, zoals dat heet, geschiedenis. Shein groeide tegen de klippen op en met een jaaromzet van 42 miljard dollar is het inmiddels groter dan Inditex, eigenaar van onder andere Zara (39,9 miljard euro in 2025). Inmiddels voelt het wel de hete adem in de nek van andere Chinese spelers als Temu en AliExpress. Samen met de douane- en importheffingen in de EU en de VS drukken die het groeitempo.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Met het oog daarop waardeerden investeerders het imperium van Xu in 2022 nog op 100 miljard dollar. Eind deze maand mag hij blij zijn als beleggers het 40 miljard waard vinden, de bovenkant van de bandbreedte waarvoor de aandelen worden aangeboden.

De doos van je pakketje bij het oud papier? Als het aan Boxo ligt, is dat binnenkort verleden tijd

Gemeenten luiden de noodklok: hun vuilnisbakken worden overspoeld door kartonafval van de steeds grotere pakkettenindustrie. Boxo heeft een oplossing: herbruikbare verzendverpakkingen. ‘De verwachting is dat we al zwarte cijfers kunnen schrijven met minder dan één procent marktaandeel.’

V.l.n.r.: Boxo-oprichters Marcel Kleizen, Okke de Jonge en Lucas Hullegie. Foto: Michiel de Fotograaf

In Nederland worden jaarlijks meer dan 600 miljoen pakketjes bezorgd: enkele tientallen per persoon. Vaak komen die in grote kartonnen dozen met een heleboel lege ruimte. Is de doos leeg, dan wordt die platgestampt en bij het oud papier gegooid. Klaar om te worden gerecycled tot een nieuwe doos.

Dat voelt best duurzaam. Maar dat is het niet, zegt Lucas Hullegie, medeoprichter van startup Boxo. ‘In werkelijkheid kost het recyclen van papier en karton veel water, energie en chemicaliën, en er moeten altijd nieuwe houtvezels worden toegevoegd.’

Boxo, gefinancierd door onder meer Stichting Doen en de Rabo Foundation, biedt een alternatief: herbruikbare verzendverpakkingen. Wie een pakketje bij een webwinkel bestelt en voor een herbruikbare verpakking kiest, betaalt daar 3,95 euro statiegeld voor.

Dat bedrag krijg je terug als je de verpakking weer inlevert bij één van de inzamelpunten. Ze worden dan schoongemaakt en via bestaande logistieke infrastructuur teruggestuurd naar de webwinkels. Hullegie: ‘We bouwen het statiegeldsysteem voor bierkratten, maar dan voor verzendverpakkingen van webwinkels.’

Met dat concept won de startup afgelopen juni een Transition Award van duurzaamheidsplatform Change Inc., in de categorie Circulair.

Hoe is Boxo ontstaan?

‘Okke (de Jonge, red.) is ermee begonnen in 2020. Dankzij de coronalockdowns bestelden mensen ineens veel meer online. Al die pakketjes zorgden voor overvolle papiercontainers. De herbruikbare verpakkingen zijn daar een oplossing voor. Het systeem is geïnspireerd op het systeem voor bierkratjes. Dat werkt al decennialang heel goed.

Lees ook: Het begon met een vergeten iPhone, nu wil Brenger in heel Europa lege bestelbussen vullen

Ik werkte destijds bij Cycloon, een pakketbezorger per fiets. Okkes idee sprak me aan omdat het heel zichtbaar is. Iedereen bestelt weleens online, scheurt dan een doos kapot die eigenlijk nog helemaal goed is. Bovendien is de schaal gigantisch. Zelfs als je maar een paar procent van de markt voor verpakkingen hergebruikt, maak je al een grote positieve impact.’

Hoeveel consumenten kiezen voor een herbruikbare verpakking bij hun bestelling?

‘Gemiddeld zien we dat zo’n 15 à 20 procent van de consumenten die keuze maakt. Deels uit nieuwsgierigheid, maar ook omdat ze bewuster willen leven of uit ergernis over de volle papiercontainers. Gemeenten zijn ook erg blij met onze oplossing. Zij worden immers opgezadeld met steeds meer kartonafval.

De herbruikbare verpakking wordt bewust als keuze gepresenteerd. Op die manier kan niemand ertegen zijn. Voor webwinkels is het gewoon een extra service aan de klant.’

Waar staan jullie nu?

‘De afgelopen jaren hebben we flink gebouwd en getest. We hebben inmiddels verpakkingen in verschillende soorten en maten. Zelf hebben we bijvoorbeeld de Boxobag ontworpen, gemaakt van big bags die voorheen gebruikt werden in de fabrieken van FrieslandCampina. Daarnaast werken we hard aan een landelijk dekkend netwerk van inzamelpunten, bijvoorbeeld bij pakketpunten of bij lokale ondernemers. Ongeveer 50 procent van Nederland woont nu in de buurt van zo’n punt.

De ‘Boxobag’ is gemaakt van oude big bags. Foto: Michiel de Fotograaf

Het systeem wordt nu enkele honderden keer per week gebruikt. Maar we staan aan de vooravond van opschaling. Na de zomer gaat Decathlon bijvoorbeeld herbruikbare verpakkingen aanbieden in hun webshop voor thuislevering. Dat gaat veel groei opleveren.

De verwachting is dat we al zwarte cijfers kunnen schrijven met minder dan één procent marktaandeel; daar mikken we op voor 2030.’

Wat is jullie plan voor het opschalen? Zijn jullie ook al in gesprek met de Coolblues en Bols van deze wereld?

‘E-commerce is een competitieve markt waarin iedereen naar elkaar kijkt. Kijk naar Wehkamp, dat als één van de eerste grote webwinkels retourkosten invoerde; daarna durfden ook andere partijen dat aan. We zijn daarom eerst op zoek naar koplopers die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben staan, zoals Decathlon. Dat kan anderen inspireren.

Daarnaast werken we samen met verpakkingsbedrijven aan de switch van eenmalige naar herbruikbare verpakkingen. Zij hebben veel webwinkels als klant. Binnen die bestaande contracten kunnen we dan het aandeel herbruikbaar opschalen.’

Deze maand is de PPWR ingegaan: de Europese verordening voor verpakkingen en verpakkingsafval. Wat betekent dat voor jullie?

‘Kartonnen dozen zijn helaas uitgezonderd van de verplichting tot herbruikbare verpakkingen. Maar in de verordening staat ook een concreet doel: in 2030 moet 5 procent minder verpakkingsafval worden geproduceerd ten opzichte van 2018. De jaren erna loopt dat percentage op.

Lees verder op Change Inc.: Nieuwe Europese verpakkingsregels kunnen Nederlandse recyclingindustrie redden, de vraag is of ze op tijd zijn

Dat gaat zeker helpen. Bedrijven moeten dan wel meedoen om compliant te zijn. Zie het zo: je kunt als bedrijf nu beginnen met herbruikbare verpakkingen, zodat je genoeg tijd hebt om eraan te wennen en kunt profiteren van de publiciteit, of je wacht net zo lang tot je wordt gedwongen. Dan is het ook niet meer leuk.’

Wat zijn jullie grootste uitdagingen?

‘Weggooiverpakkingen zijn heel goedkoop. Ook onze marges zijn dus laag. Webwinkels betalen ons voor het gebruik van de verpakkingen en het logistieke systeem. Ons verdienmodel is daarmee gebaseerd op schaal. Het voordeel is wel dat die schaal potentieel heel groot kan zijn.

Daarbij geloven wij in een universeel, open ecosysteem. Het systeem voor bierkratten werkt zo goed omdat je ze overal in kunt leveren, of je nou Grolsch of Heineken drinkt. Je hoeft niet voor het ene krat naar het ene inleverpunt en voor het andere naar het andere punt. We moeten dus samenwerken met de hele keten: verpakkingsbedrijven, webwinkels, logistieke partijen en inleverpunten.’

Wat zijn jullie plannen voor de komende tijd?

‘Naast het opschalen testen we met Picnic om de drempel voor het inleveren van de verpakkingen nog lager te maken. Het idee is dat je je lege verzendverpakking meteen mee kunt geven als je boodschappen worden thuisbezorgd; zo hoef je niet eens ergens heen te fietsen of lopen. We hopen dat we dat op termijn met alle bezorgende supermarkten kunnen afspreken.’

Wat wil je meegeven aan andere ondernemers die impact willen maken?

‘Boxo is sinds juli officieel steward owned: we zorgen dat het economische recht en het stemrecht bij verschillende partijen ligt. Dat proces levert belangrijke gesprekken met medeoprichters op. Ik heb bij mijn vorige bedrijf meegemaakt dat ik er gedurende het bestaan van een bedrijf achterkwam dat mijn medeoprichters heel anders in de wedstrijd stonden dan ik. Als je steward owned wordt, beantwoord je meteen moeilijke vragen als: hoeveel geld krijgen de oprichters maximaal als het bedrijf succesvol wordt?

Lees ook: Een ‘kleine hack’ en ook jouw bedrijf is steward-owned

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Steward ownership geeft me daarnaast het vertrouwen dat ik aan een bedrijf werk dat over honderd jaar ook nog kan bestaan. Omdat het bedrijf van zichzelf is, kunnen we niet zomaar overgenomen omdat aandeelhouders dat willen. Dat past bij een neutraal systeem als het onze. We blijven ondernemen in het teken van de missie, niet voor het kortetermijnrendement.’

Dit artikel verscheen het eerst op Change Inc.

Liang Wenfeng geeft niet om winst, maar haalt voor DeepSeek wel miljarden op

Hij gelooft niet in winst najagen, geeft zijn AI-modellen voor niks weg en vindt producten voor klanten maken maar tijdverspilling. Toch weet Liang Wenfeng, de stille man achter AI-sensatie DeepSeek, investeerders te strikken voor vele miljarden.

liang-wenfeng-deepseek
Lian Wenfeng vergelijkt de huidige AI-ontwikkelingen met sesamzaadjes. Hij is uit op watermeloenen, oftewel AGI. Foto: Getty Images

Liang Wenfeng, de oprichter van het Chinese AI-bedrijf DeepSeek, zet de deur open voor extern kapitaal. De eerste financieringsronde is net achter de rug, een tweede komt eraan. Zelfs een beursgang wordt overwogen, in Shanghai, en dit op z’n vroegst in het tweede kwartaal volgend jaar.

De 41-jarige ondernemer heeft na een fundingronde in juli omgerekend 7,4 miljard dollar op zak. Dankzij investeringen van een Chinees staatsfonds voor AI, maar ook van techgigant Tencent en batterijenmaker Contemporary Amperex Technology. Het drie jaar oude DeepSeek wordt daarbij gewaardeerd op meer dan 50 miljard dollar.

Wenfeng is echter alweer in gesprek met investeerders, waarbij hij opnieuw uit is op enkele miljarden en een waardering van 71 miljard, weet The Wall Street Journal. Sinds kort wil hij namelijk ook zelf AI-chips gaan ontwikkelen, hoort Reuters van anonieme bronnen.

Daarmee volgt hij de andere grote Chinese en Amerikaanse techspelers die ook hun eigen chips willen maken. Voor DeepSeek is het doel om minder afhankelijk te worden van Nvidia- en Huawei-chips. Niet om daarmee de markt op te gaan.

Harde dobber voor investeerders

Dat klinkt op het eerste gezicht best aantrekkelijk, maar investeerders zullen een harde dobber aan hem krijgen. Zijn bedrijf is namelijk gebouwd op een visie. Wenfeng gelooft niet in het maximaliseren van de winst.

‘Als je erop uit bent om zoveel mogelijk voor jezelf te pakken, heb je al verloren’, vindt hij. Dat blijkt uit de fragmenten van een meeting met investeerders die rondzingen op Reddit. De pivot naar een commercieel bedrijf ligt nog ver in de toekomst, waarschuwt Wenfeng ze alvast.

DeepSeek heeft maar één doel: Artificial General Intelligence (AGI). Kunstmatige intelligentie ontwikkelen met de capaciteit om elke taak van de mens te evenaren of zelfs te verbeteren.

Wenfeng vindt dit niet ‘het moment om het rendement via producten te maximaliseren’. Hij wil niet ‘al te veel tijd of energie besteden’ aan het ontwikkelen van producten voor consumenten of bedrijven.

Lees ook: Falende voicebots en rammelende rapporten, waar ligt de grens voor AI?

Terughoudendheid is een strategie

Wat investeerders ook een doorn in het oog zal zijn, is dat de AI-modellen van DeepSeek open source zijn. Er hangen geen dure abonnements- of andere prijskaartjes voor het gebruik aan, zoals bij de Amerikaanse tegenhangers. Ook dat is een bewuste keuze van Wenfeng.

Voor hem is terughoudendheid een strategie. ‘Je geeft bepaalde zaken op in ruil voor meer van iets anders.’ Met open source wordt een vorm van waarde weggegeven, beseft hij, maar daar krijgt hij ook veel voor terug: medewerkers die zich voldaan voelen, meer samenhang binnen de organisatie. ‘Ook de samenleving profiteert ervan, andere bedrijven en particulieren zijn er blij mee.’

Hij rekent op de enorme commerciële waarde die AGI zal opleveren in de toekomst. Zijn prioriteit is daarin vooroplopen en succesvol worden. AI is omvangrijk genoeg, en kan goed zijn voor 10 procent van de totale waarde van goederen en diensten wereldwijd, rekent hij voor.

‘Als het AI-tijdperk veel bedrijven met een marktwaarde van biljoenen dollars voortbrengt, zou het voor DeepSeek al heel wat zijn om er daar één van te zijn’, klinkt het eerder bescheiden. Wie daarop nu al het monopolie wil claimen, redt het volgens hem niet. Dat ‘wijst de geschiedenis uit’.

Hedgefonds met AI

DeepSeek is lange tijd gefinancierd met de inkomsten van High-Flyer. Het hedgefonds dat Wenfeng in 2015 heeft opgericht. Daar zet hij AI al in om patronen in aandelenkoersen te ontcijferen. Die aanpak levert enorme winsten en een dikke portfolio op.

Tegen 2021 zit er 100 miljard yuan aan kapitaal in het fonds, omgerekend een kleine 13 miljard euro. Niet verkeerd voor een kind van twee leerkrachten uit het basisonderwijs.

Wenfeng is opgegroeid in de provincie Guangdong, in het zuiden van China. Als kind was hij geen druktemaker, schrijft de Washington Post. Al vroeg wordt duidelijk dat de jongen een wiskundeknobbel heeft.

Op de middelbare school is hij ver vooruit. Hij wordt op zijn 17de al toegelaten op een elite-universiteit, de Zhejiang Universiteit in Hangzhou, waar ook techgigant Alibaba is gevestigd. Hij behaalt er masters in elektronica, informatie- en communicatietechniek.

DeepSeek slaat in als een bom

Waarom hij dan toch in finance is gestart, met zijn eigen hedgefonds? Wellicht om zijn grote droom te financieren: AGI. Of toptalent tegen royale betaling aan te trekken voor het onderzoeksteam van DeepSeek. Of misschien wel om een voorraadje Nvidia-chips te kopen. Naar verluidt zou hij er 10.000 hebben aangeschaft nog voor het Amerikaanse exportverbod van start ging.

Maar Wenfeng is niet iemand die met zijn visie en grote dromen de publiciteit zoekt. Hij heeft amper twee interviews gegeven aan Chinese platforms. En dat terwijl de complete wereldpers begin vorig jaar achter hem aan heeft gezeten. Dat gebeurt na de lancering van het open source AI-model DeepSeek R1.

Wat inslaat als een bom, is dat het qua prestaties kan wedijveren met ChatGPT en andere Amerikaanse AI-modellen. Wat bij concurrenten en investeerders de rillingen over de rug doet lopen, is dat het ontwikkelen van dit Chinese AI-model maar een fractie van de prijs heeft gekost van de Amerikaanse.

Techaandelen worden uit paniek massaal gedumpt, want de AI-bubbel waarin al honderden miljarden dollars zijn gepompt staat op barsten. Zelfs de Amerikaanse president Donald Trump noemt de lancering een ‘wake-up call’.

Lees ook: DeepSeek legt bom onder big tech en dwingt Silicon Valley tot bezinning

Stoppen met imiteren

Wenfeng trekt met al die heisa ook de aandacht van de Chinese overheid. Hij wordt begin 2025 persoonlijk uitgenodigd op een topontmoeting met de Chinese premier Li Qiang en andere experts uit de industrie. Om mee te denken over hoe China ook in AI de dominante wereldmacht wordt.

Plots is deze nerd met bril, een jeugdig uiterlijk en sluik haar, het gezicht van de Chinese AI-toekomst. Zijn boodschap luidt: China moet stoppen met imiteren en zelf meer gaan innoveren. En die valt in de smaak.

De AI-modellen van DeepSeek zijn inmiddels wijdverspreid in het land. Lokale overheden, staatsbedrijven, banken, verzekeraars, vermogensbeheerders, technologie- en andere bedrijven maken er al gebruik van. DeepSeek zou ook winst maken, al worden daar wel kritische vragen bij gesteld.

99 procent goedkoper

Volgens Wenfeng bewijzen de gepubliceerde cijfers dat open source geen invloed heeft op zijn bedrijfsmodel, zolang het doel is dat er een ​​redelijke winst wordt gemaakt. ‘Als je een honderdvoudige winstmarge wil behalen, zal open source wel degelijk gevolgen voor je hebben.’

De concurrentie zal uiteindelijk neerkomen op kosten, tijd en gebruikerservaring, legt hij uit in zijn gesprek met investeerders. Met de prestaties blijft DeepSeek de Amerikanen op de voet volgen. Het meest recente AI-model V4 Flash is eerder gelanceerd dan Claude Opus 4.8 van Anthropic. En het is bijna even goed. Dat zijn al twee vinkjes voor de gebruikerservaring en de tijd.

Ook het enorme verschil in prijs blijft gehandhaafd, merkt Axios met verbazing op over de tarieven die worden aangerekend. Die vallen uit in het voordeel van Wenfeng, die zo nog een vinkje erbij kan zetten. DeepSeek rekent ongeveer 28 cent voor dezelfde hoeveelheid output die bij Claude Opus 4.8 25 dollar kost: dat is 99 procent goedkoper.

Lees ook: AI duurder dan personeel? Zo drukken Chinese – open – modellen de kosten

38 miljard dollar rijker

Het gebrek aan geavanceerde AI-chips heeft hij eigenlijk omgezet in een troef. ‘Wanneer de rekenkracht beperkt is, stelt een grotere rekenefficiëntie je in staat om grotere modellen te trainen. Grote bedrijven kunnen dit probleem simpelweg oplossen door meer middelen in te zetten. Wij geven prioriteit aan kostenefficiëntie.’

AI is op weg om een bulkproduct te worden, signaleert Axios, waarbij het niet langer gaat om wie het gemaakt heeft, maar om wat het kost. En op dat vlak zit DeepSeek dus goed. ‘Hoe lager de kosten, des te groter het model dat je kunt ondersteunen’, vertelt Wenfeng aan kandidaat-investeerders. ‘Wij geloven in schaalvergroting: een grotere schaal levert ongetwijfeld betere resultaten op.’

Al is de droom van AGI nog niet bereikt, zijn visie en bedrijf hebben Wenfeng geen windeieren gelegd. In de miljardairsindex van Bloomberg staat hij op de 64ste plaats van de 500 rijkste mensen van de wereld. Zijn fortuin staat op bijna 38 miljard dollar. Maar het grootste deel daarvan bestaat uit zijn belang van 80 procent in DeepSeek.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Investeerders heeft hij dus nog wel degelijk nodig om vooruit te kunnen met zijn droom. Wat hij ze nu voorspiegelt is nog altijd geen winst, maar wel watermeloenen. Zo vergelijkt hij AGI met de huidige AI-ontwikkelingen. Voor hem zijn dat maar pietluttige sesamzaadjes. ‘Sommige van die sesamzaadjes zijn natuurlijk best groot, maar dat zijn ze niet in het grote geheel.’

Lees ook: Hardnekkige misverstanden over China komen Europa duur te staan

AI duurder dan personeel? Zo helpen open – Chinese – modellen de kosten te drukken

De rekening voor het gebruik van AI door medewerkers kan oplopen tot meer dan hun maandsalaris. En wil je wel afhankelijk blijven van Amerikaanse techbedrijven die je hun prijzen kunnen opleggen? Nergens voor nodig, zeggen experts: er zijn genoeg AI-modellen. Vooral de Chinese aanbieders maken het de Amerikanen lastig - en het leven goedkoper.

Foto: Getty Images

De bedrijven achter ChatGPT, Claude, Gemini en andere grote AI-modellen smijten ook dit jaar met honderden miljarden. Alles voor een plek op het erepodium van de software die de wereld verandert. Geld dat ze voorlopig niet zullen terugverdienen, maar daar wordt duidelijk een begin mee gemaakt.

Waar beginnende gebruikers voldoende hebben aan een abonnementje van pakweg 25 euro per maand, bieden OpenAI, Anthropic en de rest meestal ook een wat uitgebreidere toegang tot hun LLM’s (Large Language Models) aan, met prijzen vanaf 200 euro. Maar voor de intensievere gebruikers – vaak softwareprogrammeurs – begint het daarbij pas.

De grote AI-aanbieders stappen dan over van maandprijzen naar betalen per gebruik. De stroom die de kostbare chips in hun datacenters vreten, moet immers ook worden betaald. Dat gebruik wordt bijgehouden in zogeheten tokens, waarbij een token een stukje tekst is dat het AI-model genereert of dat je invoert als onderdeel van een opdracht, vaak niet eens een compleet woord. Per miljoen token wordt daarbij afgerekend.

Dat gaat dan bijvoorbeeld om 5 dollar per miljoen tokens die je aan GPT 5.5 voert in de bekende prompts, en 30 dollar voor elke miljoen tokens die het model van OpenAI genereert als output. Anthropic blijft bij die prijzen in de buurt, Google zit er met Gemini iets onder. Dat zijn de prijzen van hun ‘topmodellen’, voor eenvoudigere, oudere modellen zijn de prijzen een stuk lager.

AI-agents laten de rekening exploderen

Het punt: het telt nogal snel op, zodra je stevig gebruikmaakt van AI. Zeker sinds de opkomst van AI agents, AI die zelf voor je aan het werk gaat. Het afgelopen jaar konden softwareontwikkelaars ervaren dat AI steeds beter wordt in het schrijven, testen en opschonen van software. Agents als Claude Code, Cursor en OpenAI Codex werden dan ook steeds vaker en intensiever aan het werk gezet. Maar ze verbranden daarbij ook tokens, als het moet 24/7.

En de werkgever betaalt, toch? De kosten voor de tokens en abonnementen waarmee werknemers aan de slag gaan, kunnen tegen 2028 zelfs oplopen tot boven het salaris van een gemiddelde programmeur in India, waarschuwt onderzoeksbureau Gartner inmiddels na onderzoek. Concreet: op dit moment geeft een kwart van de ondervraagde managers op IT-afdelingen hun programmeurs een budget van 200 tot 500 dollar per maand, maar dat bedrag kan oplopen tot 2.000 dollar. Nu al zei 6 procent van de door Gartner bevraagde techleiders aan meer dan 2.000 dollar uit te geven per developer.

De totale AI-budgetten beginnen uit de klauwen te lopen, en bedrijven vragen zich af of ze wel waar voor hun geld krijgen. Duizenden medewerkers van Microsoft moesten eind juni stoppen met Claude Code omdat de kosten te hoog opliepen. En dan zijn er nog de ongelukken bij organisaties die vergeten een limiet te stellen aan de tokens die hun mensen – en AI agents – verstoken. Zoals bij Amazon, zelf bepaald geen digibeet, waar de rekening voor een (mislukt) project opliep tot 1,8 miljoen dollar, zonder dat iemand het in de gaten had.

Grip op kosten én AI-soevereiniteit

Op dit moment subsidiëren de grote AI-spelers hun diensten nog gedeeltelijk, volgens het vertrouwde businessmodel van de heroïnedealer: de eerste shotjes zijn gratis, maar zodra je verslaafd bent, wordt er echt afgerekend. Hoe voorkom je als organisatie dat je aan de bedelstaf raakt door een AI-verslaving?

Het antwoord bevat twee elementen: voorkom dat de rekening zo hoog oploopt, en zorg tegelijkertijd dat je niet afhankelijk wordt van één groot AI-model. Met andere woorden: probeer te werken aan je AI-soevereiniteit.

De Nederlandse scaleup orq.ai heeft software ontwikkeld waarmee organisaties meer grip kunnen krijgen op het AI-gebruik door hun medewerkers. De wat grotere bedrijven werken inmiddels met tientallen AI-modellen, en niet alleen van Amerikaanse maar ook van Chinese aanbieders – waarover later meer. Medewerkers kunnen samen veilig werken aan prompts en experimenten, maar orq.ai geeft ook inzicht in de kosten ervan.

Switchen tussen AI-modellen

Kosten die je onder meer kunt sturen door je mensen een tokenbudget toe te kennen. Orq.ai-oprichter Sohrab Hosseini: ‘We verbranden zelf voor duizenden euro’s per maand, maar de productiviteit die we daarvoor terugkrijgen is enorm. Een goede developer kan tien keer zoveel opleveren, het is bijna doping.’

Daarom is het misschien nóg belangrijker om het juiste AI-model in te schakelen voor elke klus. Dat maakt de LLM-router die orq.ai dit jaar als aparte software lanceerde ook zo populair. ‘Grote bedrijven rollen tegenwoordig allemaal dat smart router concept uit: automatisch schakelen tussen modellen aan de hand van kosten en benodigde intelligentie.’

Maar inderdaad, je moet goed weten waarmee je werkt. ‘Controle houden over AI is als het temmen van een veelkoppig monster, met kosten, kwaliteit, snelheid, privacy en veiligheid als voorwaarden die je op orde moet hebben. In feite is veel een kwestie van control en governance.’ Hosseini’s software geeft alerts af als de kosten uit de klauwen lopen of een datalek dreigt.

Eerst een budget, dan pas experimenteren

Bepaal liefst vooraf een AI-budget en geef bijvoorbeeld niet iedereen toegang tot de zwaarste en duurste modellen, tipt Hosseini. ‘De afdeling marketing heeft geen bleeding edge model nodig voor wat testjes, maar de R&D mag er misschien best miljoenen per maand aan uitgeven.’ Inmiddels worden taken ook uitgesplitst in subtaken die worden belegd bij een kleiner en goedkoper AI-model en complexer werk voor de zwaarste modellen.

Vaak genoeg ziet hij dat bedrijven het strakker aansturen nadat ze een ‘bloedneus’ hebben opgelopen met AI. ‘Dan blijkt iemand tijdens het weekend 80.000 dollar te hebben verbrand met een agent, iets waar je pas op maandag achterkomt. Of heeft een agent data lopen lekken.’

Ook als je het AI-monster weet te temmen, zullen de tarieven oplopen, schat Hosseini in. ‘Ik vergelijk het met Uber. Daarmee kon je in het begin ook voor 15 euro naar Schiphol vanuit Amsterdam. De eerste jaren subsidiëren die bedrijven hun diensten, maar de miljarden moeten een keer worden terugverdiend.’

China zet de markt op scherp

Maar nu de olifant in de kamer: de Chinese modellen. Sinds DeepSeek begin 2025 met een taalmodel kwam dat bijna net zo goed werkt als dat van de Amerikanen, maar veel minder rekenkracht nodig had en daardoor goedkoper werkte, zijn de spelregels veranderd. Qwen van Alibaba, MiMo van Xiaomi, GLM van Z.ai: Chinese aanbieders brengen het ene model na het andere uit, en de prestaties komen zeker de afgelopen maanden verbluffend dicht bij die van de snelste Amerikaanse AI.

De populairste taalmodellen bij OpenRouter.

Sterker nog: de Chinezen gaan de AI-race winnen als het zo doorgaat. Dat zei Clément Delangue deze week, ceo van platform voor AI-ontwikkelaars Hugging Face. Dat komt vooral doordat de Chinese AI-software als ‘open weight’ wordt aangeboden: een soort open source-light, waarbij de gebruiker het model mag downloaden om er kleine aanpassingen aan te doen en inzicht krijgt in de manier waarop het is getraind. Die open aanpak is volgens hem de winnende, zeker als de Amerikanen blijven werken in gesloten silo’s.

Lees ook: DeepSeek legt bom onder big tech: zuinig AI-model uit China dwingt Silicon Valley tot herbezinning

Rekenkracht blijft duur

Kosten spelen daarin een cruciale rol. Nog steeds kost rekenkracht geld: de gpu’s in al die AI datacenters zijn duur en vreten stroom. ‘Maar de tokens van Chinese modellen kosten soms een honderdste van wat je bij de Amerikanen kwijt bent’, zegt Hosseini.

Bij OpenRouter, ook een service waarmee gebruikers toegang krijgen tot LLM’s, wordt de top 10 van populairste modellen gedomineerd door Chinezen. Alleen voor OpenAI’s GPT 5.6 is nog een plekje – Claude verdween uit de top.

David Schrooten is cto van Akela Hub, dat toepassingen bouwt voor recruiters en business development, en gaat in de AI-wereld al veel langer terug dan de opkomst van ChatGPT. Ook hij houdt de Chinese aanbieders in de gaten. ‘Het speelveld is totaal veranderd. Ik was eerder sceptisch, maar sinds dit jaar programmeren we ook met AI en ik test regelmatig ook de Chinese modellen die uitkomen.’

Dan blijkt wel: ‘gratis’ gebruik van die software op je eigen of gehuurde hardware kan flink in de papieren lopen. ‘Dan blijkt ook wel waarom die grote bedrijven megaverliezen maken. Het kost mij 110 dollar per uur om bijvoorbeeld GLM 5.2 te draaien. Dat doe ik alleen als ik heel zware taken te doen heb.’

Soevereiniteit als verkoopargument

Inmiddels beperkt de Chinese opmars de ruimte voor OpenAI en Anthropic om hun prijzen al te drastisch te blijven verhogen. Maar dat is te weinig aanleiding om zaken te blijven doen met (alleen) Amerikanen. Je wilt zoals bij alle leveranciers een lock-in voorkomen. Vanwege hun prijszettingsmacht, maar helaas ook om voorbereid te zijn op het moment dat ‘de stekker eruit gaat’ voor Europese klanten van de Amerikaanse big tech.

Lees ook: Afas-ceo Bas van der Veldt vraagt zich af: hoe word je digitaal soeverein?

Het is precies waarmee Daan Witte tegenwoordig klanten wint: zijn bedrijf belooft soevereine oplossingen voor Nederland. Dat begon als Gradient voor ministeries en andere organisaties in de publieke sector, maar nu is er met Soev.ai ook een dochter die bedrijven bedient. Vaak lift het daarbij mee met aanbieders van Nederlandse clouddiensten. ‘We bouwden eerst toepassingen die lokaal draaiden, met open modellen, puur vanwege de veiligheid. Dat was voordat het echt uit de hand liep met Trump.’  

Kosten en lock-in als verkoopargument

Inmiddels zijn kosten en lock-in ook verkoopargumenten voor Soev.ai. ‘Soms zijn klanten geschrokken van de rekening die ze krijgen van Microsoft Azure.’ Maar het moet niet alleen draaien om de kosten, zegt Witte. Stel dat je over een paar jaar bij 30-40 procent van je processen AI inzet, wil je dan afhankelijk zijn van één externe leverancier?

‘Het gevaar van geen controle hebben is niet eens zozeer dat Amerika zijn diensten uitzet’, zegt hij. ‘Wel dat de prijs straks keer 5 en keer 10 gaat.’

Soev.ai rekent op dit moment 35 euro per gebruiker. ‘Je wilt controle hebben over je data en software, over de functionaliteit van de AI en ook over de prijs. Uitgangspunt is dat we iets neerzetten wat net zo makkelijk werkt als de bekende Amerikaanse AI-diensten en hun agents, maar je kunt zelf kiezen waar het draait én je kunt naar een andere partij verhuizen zonder schade. We geven je alle handvaten om je data mee te nemen. Het reduceren van afhankelijkheid is namelijk de kern van de oplossing.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Ook Chinese modellen in de mix

Daarbij zet Soev.ai voor elke taak het meest geschikte LLM in. ‘Voor het klaarzetten van een wekelijkse agenda heb je geen Claude Opus 4.8 nodig.’ En Chinese modellen? Zeker, zegt Witte. ‘Ze bieden ontzettend krachtige modellen, maar ook veel kleinere, die als ze op grote schaal ergens draaien veel goedkoper zijn. Met name bedrijven zijn daarin vrij pragmatisch, die willen efficiency en waar voor hun geld. Google en Nvidia bieden ook open weight modellen, maar andere Amerikaanse spelers weten dat ze met een antwoord moeten komen op de Chinese spelers.’

Cto Schrooten noemt het model K3 dat het Chinese Kimi vorige maand uitbracht, een ‘kaakslag voor de Amerikaanse techbedrijven’. ‘Met vergelijkbare prestaties als Claude Fable, terwijl iedereen het zelf kan draaien. Het verdienmodel van de Amerikanen was gebaseerd op dominantie waarmee ze de prijzen konden afdwingen. Er gaat de komende tijd veel veranderen.’