Leiderschap is een heilig vertrouwen dat is gebaseerd op het respect van anderen.
Dat heeft een wijze Canadees mij een keer toevertrouwd. Henry Mintzberg om precies te zijn. Het spreekt voor zich dat we iemand die we niet vertrouwen niet zullen volgen. Einde oefening. Zoals zo veel adviezen uit managementland lijkt ook deze uitspraak voor de hand liggend, maar vertelt de praktijk een geheel ander verhaal.
Vertrouwen moet je verdienen. En dat gaat niet van de ene op de andere dag. Wij vertrouwen alleen mensen die hebben bewezen ons vertrouwen waard te zijn. Wantrouwen is een stuk makkelijker. Zo willen medewerkers best bezuinigen als het slechter gaat met het bedrijf of de economie. Maar als de topbestuurder zichzelf vervolgens een riante bonus toebedeelt, is het gedaan met het vertrouwen. Er is bijna geen betere manier te bedenken om in één keer honderden medewerkers te demotiveren. Je kan simpelweg niet iets van je mensen vragen als je zelf niet bereid bent het goede voorbeeld te geven. En hoe moeten klanten je bedrijf vertrouwen als je bestuursvoorzitter openlijk verklaart dat hij zijn best zal doen voor de aandeelhouders (Anders Moberg van Ahold) of zegt dat de bank bestaande klanten verder moet uitmelken (Ewald Kist, voormalig bestuursvoorzitter ING). Of neem ABN Amro die de eigen medewerkers als ‘misbaar’ bestempelde en zijn klanten onderverdeelde in cows (melkpotentieel) en dogs (tijdverspillers).
Om de zaak nog ingewikkelder te maken: een leider moet ook anderen kunnen vertrouwen. Een frauderende medewerker kan tenslotte de integriteit en geloofwaardigheid van een bedrijf onderuithalen. Als bestuursvoorzitter moet je volgens Peter Bakker van TNT tegenwoordig vooral opletten dat je bedrijf niet door angst wordt geregeerd. De hoeveelheid tijd die je moet stoppen in het controleren dat er niets verkeerd gaat is gigantisch toegenomen. En wat zeggen de deskundigen? Controle is goed, vertrouwen is beter.
Deze column heeft in MT 04, 2006 gestaan



