Vanaf 2006 worden topinkomens bij de overheid en andere sectoren die uit publieke middelen worden gefinancierd, openbaar gemaakt. Het gaat om de inkomens die hoger zijn dan het gemiddelde ministerssalaris.
Dat gebeurt op grond van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (Wopt). Deze wet is op 1 maart 2006 in werking getreden. Het kabinet hoopt dat meer openheid een remmend effect heeft op de ontwikkeling van de salarissen.
Bij de openbaarmakingsplicht gaat het om topinkomens bij het rijk, provincies en gemeenten. De plicht geldt ook voor uitvoeringsorganisaties, zoals onderwijsinstellingen en woningcorporaties. De inkomens worden getoetst aan het gemiddeld belastbaar jaarloon van ministers.
In 2005 was dat 158.000 euro. Dit bedrag wordt berekend op basis van het bruto jaarsalaris van 123.565 euro. Daar komen vergoedingen bij als reis- en andere onkostenvergoedingen. De premies volksverzekeringen worden van het totale bedrag afgetrokken.
De verantwoordelijke instellingen moeten inkomens boven de 158.000 euro openbaar maken in de jaarrekening over 2005. Ook moeten zij die inkomens vóór 1 juli 2006 aan het ministerie van BZK melden. De minister informeert de Tweede Kamer elk najaar over de hoogte van de inkomens.



