Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Strategie – Philips weekt semiconductors los

De halfgeleiderdivisie van Philips wordt losgekoppeld van het
moederconcern. Als het aan directeur Frans van Houten ligt, is verzelfstandiging nog maar het begin. Hij voorziet een Europese topper in de categorie Airbus. “Er zijn ver over de 100.000 banen mee gemoeid.”

Frans van Houten is geen Ludwig Bölkow. Bölkow was de legendarische oprichter van het Duitse bedrijf Messerschmitt-Bölkow-Blohm (MBB) en de grondlegger van Airbus, de succesvolle Europese vliegtuigbouwer. Een geniale uitvinder die in Duitsland de vader van de luchtvaart wordt genoemd.
 
Groot denken
Van Houten heeft nog nooit wat uitgevonden. Hij is eigenlijk nog maar net bezig uit de schaduw van Gerard Kleisterlee te stappen.Sinds anderhalf jaar is Van Houten ceo van Philips’ halfgeleiderdivisie en sinds 1 april lid van de raad van bestuur van het Philipsconcern. In december maakte het bedrijf bekend dat de chipdivisie wordt losgekoppeld tot een aparte juridische onderneming, als mogelijke opmaat naar een verzelfstandiging of fusie. Binnenkort staat Van Houten dus voor het eerst op eigen benen.Maar wat hij wel met Bölkow gemeen heeft is ambitie. Van Houten durft groot te denken. Vanochtend staat hij op een podium in het Evoluon in Eindhoven, waar hij tijdens een chipbeurs een toespraak houdt.
 
Tegenover de zaal laat hij zijn gedachten de vrije loop. Samenwerken is in de halfgeleiderindustrie, gezien de steeds grotere investeringen, onontkoombaar. Waarom zou Philips dat niet doen met zijn Europese concurrenten, net als MBB destijds deed met het Franse Aerospatiale, waarmee Airbus ontstond? “Waarom zou zoiets niet in Nederland kunnen?”, vraagt Van Houten zich hardop af. De logica is spijkerhard. In de top-10 van de chipindustrie staan drie Europese bedrijven: het Franse STMicroelectronics, het Duitse Infineon en Philips. Maar alle drie hebben ze een bescheiden marktaandeel (minder dan vier procent). In de overnamestrijd die volgens veel sectoranalisten voor de deur staat, bestaat de kans dat de Europese industrie wordt ingelijfd door Amerikaanse en Aziatische concurrenten. Waarmee deze cruciale, zeer kennisintensieve bedrijfstak helemaal uit Europa zou verdwijnen. Van Houten tovert nog een dia op het scherm. “Vandaag is Europa toonaangevend in belangrijke markten…,” staat er dreigend. “Blijft dat zo?”

Stroomversnelling
Na de toespraak hebben we een rustig tafeltje gevonden. Van Houten is een jeugdig ogende veertiger die al bijna de helft van zijn leven voor Philips werkt. Afgelopen zomer kwam alles in een stroomversnelling toen hij van de raad van bestuur de opdracht kreeg te onderzoeken of de halfgeleiderdivisie verzelfstandigd moest worden. Dat zou, zo concludeerde Van Houtens commissie, Philips veel toegevoegde waarde opleveren.
 
De inkt van het onderzoeksrapport was nog niet droog of de aankondiging van de afsplitsing werd al wereldkundig gemaakt. “Dat moet je dan meteen doen, met het oog op de Nederlandse beurswetgeving,” zegt Van Houten boven zijn kopje koffie. Nadat de separatie (zoals het binnen Philips wordt genoemd) werd aangekondigd, vierden de beursanalisten feest. Door het afstoten van de divisie wordt het concern minder gevoelig voor conjunctuurschommelingen. Philips zou hetzelfde kunnen doen als het bedrijf deed met de productie van lcd-schermen. Voor die productie werd een joint venture met het Koreaanse LG opgezet: LG.Philips LCD. De gezamenlijke onderneming is vorig jaar naar de beurs gebracht en Philips heeft zijn belang, met veel winst, teruggebracht van 44,6 naar 39,2 procent.
 
Philips hakt overigens al veel langer met dit bijltje: ook de Veldhovense lithograaf ASML (toeleverancier van de chipindustrie) is door Philips bij stukjes en beetjes verkocht. Of het nu uitdraait op een fusie, overname of beursgang wordt in het midden gelaten. “We houden alle opties open,” zo drukte topman Gerard Kleisterlee het uit. Toch valt uit de woorden van Van Houten op te maken dat een fusie met een andere chipproducent de voorkeur zal hebben. Meer dan ooit zijn schaalgrootte en slagvaardigheid belangrijk in de halfgeleiderindustrie, zegt hij.
 
De chips die Philips maakt voor de telefoontjes van Nokia en de iPods van Apple vergen een lange ontwikkelingstijd. De intelligentie van de elektronica wordt steeds meer in de chips ‘ingebakken’. Maar het gevaar dat een producent in de zo modegevoelige sector als de elektronica met onverkoopbare chips blijft zitten, wordt groter. Een chipmaker moet diepe zakken hebben. Door samen te werken met een andere marktpartij wordt het assortiment verbreed en de financiële basis verstevigd. Van Houten: “De risico’s liggen steeds meer bij de chipproducent.”
 
De juichende beursanalisten hebben tot nu toe verrassend weinig oog voor de gevolgen van de separatie. Die zijn verstrekkend. Met het afsplitsen van één van de huidige vijf divisies wordt het bedrijf een kopje kleiner. Vooral in het nog immer wereldberoemde Natlab, zenuwcentrum van Philips’ technische vondsten, zullen ze dat gaan merken. Niet alleen in dvd-spelers en scheerapparaten maar ook in de medische apparaten en lampen die Philips verkoopt spelen chips een hoofdrol. Als de twee bedrijven uit elkaar gaan, moet dat wel ten koste gaan van de samenwerking in de laboratoria. Een overkomelijk probleem, vindt Van Houten. “Deels zal het nieuwe bedrijf een eigen researchorganisatie opzetten, verder komt er een langetermijn-samenwerkingsverband met Philips. De manier van werken past in de Open Innovatie-filosofie van Philips, die al jaren uitstekend werkt. Innovatie laat zich nu eenmaal niet weerhouden door juridische structuren. Innovatie gebeurt waar getalenteerde mensen bij elkaar zijn. Bijvoorbeeld op de High Tech Campus in Eindhoven.”

Nederland trouw
Duidelijk is in ieder geval dat het nieuwe bedrijf, na de eventuele echtscheiding van Philips, niet van plan is om zijn biezen te pakken. De ongeveer 6.000 mensen die de divisie nu in Nederland aan het werk heeft, zijn geconcentreerd in Eindhoven en Nijmegen. Ze blijven Nederland trouw, sterker, als het aan Kleisterlee en Van Houten ligt wordt nanotechnologie en dan vooral de chipproductie een van de belangrijkste kerncompetenties van de Nederlandse economie.
Achter de schermen is druk overleg gevoerd met met ministerie van Economische Zaken.
 
In Den Haag is gewerkt aan een nieuw innovatiebeleid, zo maakte topambtenaar Willem Zwalve afgelopen november bekend bij de presentatie van een stimulerings-programma voor de chipindustrie. Het programma heeft de onuitsprekelijke naam Pôle de Compétitivité gekregen, de Franse term voor regionale ontwikkeling. Naast Philips moeten in deze ‘Pôle’ de krachten van ASML, ASM-I, verschillende universiteiten en onderzoeksinstellingen en talloze kleinere bedrijven worden gebundeld. Het nieuwe beleid van EZ is een opmerkelijke breuk met het verleden. Voorheen werd subsidiegeld toegekend aan uiteenlopende kansrijke sectoren, in de hoop dat de ‘kasplantjes’ groter gingen groeien. Vanaf nu wordt er vooral ingezet op sleutelgebieden waar Nederland een voorsprong kan opbouwen. Watermanagement en agro-voeding zijn voor de hand liggende sectoren.
 
Maar ook nanotechnologie, embedded systems (apparaten met ingebouwde software) en chips zijn speerpunten.
Is het voor een machtig concern als Philips nodig om een beroep te doen op subsidiestromen? “Er zijn nog meer clusters voor halfgeleidertechnologie in de wereld, waar wij mee concurreren,” zegt Van Houten. “Ook in Azië en de VS speelt de overheid een rol bij het ontwikkelen van de industrie. Er is in Nederland veel werkgelegenheid mee gemoeid. Als we de toeleveranciers erbij optellen zitten we ver over de 100.000 banen.” Bovendien stuk voor stuk banen in de categorie ‘high tot zeer high tech’. Nederland moet zijn technologische kennis koesteren, vindt Van Houten. “We moeten niet onderschatten wat we in huis hebben. We hebben mondiaal écht iets te bieden.”
 
Philips is onder meer gespecialiseerd in chips voor mobiele telefoons en auto’s. Het bedrijf maakt relatief ‘eenvoudige’ geheugenchips maar begeeft zich ook op spannende nieuwe gebieden zoals biosensoren die in het bloed rondzwemmen om lichaamsfuncties te meten. Een paar straten verderop, in Veldhoven, zit bovendien ASML, een van de grootste producenten van chipdrukpersen ter wereld. Ook de buren doen mee: over de grens in Leuven is Imec, ’s werelds grootste chiponderzoekscentrum, te vinden. Of het idee van de Pôle de Compétitivité echt zo nieuw is staat te bezien. Hadden we immers niet al de ‘High Tech Corridor’ (van Nijmegen via Eindhoven naar Leuven) en niet te vergeten de ‘Knowledge Delta’ (de driehoek Aaken-Leuven-Eindhoven)? Daar valt de Pôle dan grotendeels weer mee samen. Hooguit kun je zeggen dat nóg meer partijen samenwerken dan voorheen en dat de focus nu uitsluitend op halfgeleiders is gericht. Het initiatief lijkt niet alleen gericht te zijn op krachtenbundeling, maar ook op de steun voor de halfgeleiderindustrie vanuit Brussel.
 
Van Houten vindt dat de Europese Unie maar eens de daad bij het woord moet voegen. “Volgens de Lissabon Agenda moet Europa de meest dynamische en concurrerende economie ter wereld worden. Deze industrie biedt een uitgelezen kans om dat te verwezenlijken.” Maar de regio staat in dat opzicht niet alleen. Naast de Pôle van Philips zijn er nog enkele chipclusters in Europa, met name in Grenoble en Crolles (Frankrijk) rond de fabrieken van STMicroelectronics en in Dresden bij Infineon. Het lijkt alsof elke grote chipmaker er zijn eigen cluster op na houdt, als een privé-tuintje dat ze zo mooi mogelijk maken om het geld van Europa aan te lokken. Toch liggen de concurrentieverhoudingen niet zo rigide. De bedrijven vertonen zich ook op ‘andermans’ territorium en werken samen. In Crolles heeft Philips bijvoorbeeld een hypermoderne fabriek opgezet samen met STMicroelectronics en het Amerikaanse Freescale.Gezien de ontwikkelingen in de industrie zal de onderlinge samenwerking naar verwachting alleen maar sterker worden. Het Airbus-scenario en het ontstaan van één Frans-Duits-Nederlandse chipindustrie lijkt vanuit dit oogpunt zo gek nog niet. “Het zou een grote kans zijn voor Nederland én Europa,” zegt Van Houten.

Concrete gesprekken
Op papier is het een mooi plan, maar dat wil niet zeggen dat het in het leven roepen van één hecht samenwerkende Europese chipindustrie haalbaar is. Op de vraag of er al concrete gesprekken zijn met de top van de Franse en Duitse concurrenten, reageert Van Houten ontwijkend. “De Europese chipproducenten werken samen in de industrievereniging de European Semiconductor Industry Association. Samen hebben we een rapport uitgebracht over de noodzaak van een sterke halfgeleiderindustrie in Europa.”
De eerste reacties op de plannen zijn positief. Een krachten-bundeling zou een goede zaak zijn, aldus Iris, het onderzoeksbureau van Rabo en Robeco, geciteerd in het Financieele Dagblad.
 
“Europese chipproductie wordt ook door de politiek strategisch zeer belangrijk gevonden en de industrie zal dan ook alle steun van deze kant kunnen verwachten. Een combinatie van Philips Semiconductors, STMicroelectronics en Infineon zou een groot concern opleveren met vooral een sterke positie in automotive en mobiele communicatie.” Ook hoogleraar Dany Jacobs, gespecialiseerd in onder meer economische clusters en de kenniseconomie, heeft er wel oren naar. “Clusters kunnen goed werken, mits er ook daadwerkelijk bijzondere activiteiten zijn. Dat lijkt me hier het geval.” Toch vindt hij het ook wel ‘een grappig verhaal’. Het argument van het belang van de Europese industrie komt goed van pas om steun van de EU te vragen. Maar Philips en de
andere Europese producenten zijn ook actief in de VS. Als ze daar, met andere argumenten, subsidie kunnen krijgen, zouden ze het zeker niet laten. Jacobs: “Ik wil maar zeggen, elk argument
dat kan worden gebruikt, wordt aangegrepen.” Maar nogmaals, zegt Jacobs, op zich is het helemaal geen gek idee.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Verwevenheden
Een onderneming ter grootte van een Aex-bedrijf losschroeven van een van de grootste multinationals van Europa, dat is de opdracht van Frans van Houten en de ongeveer 400 medewerkers die hij fulltime op het project heeft gezet. Doel van de operatie is de activiteiten van Philips Halfgeleiders in een aparte juridische vorm onder te brengen. Dat maakt het vervolgens makkelijker om tot een fusie of verzelfstandiging te komen. In omvang is het bedrijf vergelijkbaar met KPN of VNU, met ongeveer 35.000 werknemers en een omzet van bijna 5 miljard euro. “Het is veel werk,” zegt Van Houten monter. “Er zijn nogal wat verwevenheden.” Hij noemt er een paar. De it, accounting, research, intellectueel eigendom, pensioenen, landenorganisaties, shared services. “We moeten eerst in kaart brengen wat we hebben, daarna hoe we het in de toekomst willen doen.” De boekhouding draait, om een voorbeeld te noemen, op SAP-software. De juiste cijfers moeten eruit worden gevist en een nieuwe administratie moet worden opgetuigd, zodat een externe
accountant de boeken kan controleren. “Het klinkt simpel,” zegt Van Houten. “Maar dat valt behoorlijk tegen.”
 
Philips heeft zichzelf negen maanden de tijd gegeven. Ergens in de tweede helft van dit jaar moet Philips Halfgeleiders van een divisie in een dochteronderneming zijn veranderd.

Top- 10
Halfgeleiderfabrikanten 2005 marktaandeel (%)

1. Intel 15,0%

2. Samsung Electronics 7,3%

3. Texas Instruments 4,5%

4. Toshiba 3,8%

5. STMicroelectronics 3,7%

6. Infineon Technologies 3,5%

7. Renesas Technology 3,5%

8. NEC Electronics 2,4%

9. Philips Halfgeleiders 2,4%

10. Freescale Semiconductor 2,4%

Bron: iSuppli