Sociëteiten zijn allang niet meer het domein van sigaarrokende heren. De moderne sociëteit is voor geballoteerde heren én dames de plek om gelijkgestemden te ontmoeten en kennis op te doen. Maar de ouderwetse herensociëteit is zeker nog niet uitgestorven.
Jan Bos is voorzitter van de Hanze Sociëteit Groningen (HSG). Met enige regelmaat moet hij mensen corrigeren die zijn sociëteit als pure herenaangelegenheid bestempelen. “Wij hebben vanaf het begin gesteld dat vrouwen de mogelijkheid moeten krijgen om bij ons lid te worden. Het zou niet meer van deze tijd zijn om ze van het lidmaatschap uit te sluiten. Wij zoeken onze leden binnen het het bedrijfsleven in Noord-Nederland. Daar zitten ook vrouwen tussen. Maar daarmee is niet gezegd dat het eenvoudig is om ze te vinden. Ruim 95 procent van ons ledenbestand bestaat uit mannen.”
Het totale ledenbestand telt om en nabij de 230 leden. Niet veel zo lijkt het, maar HSG is misschien wel de jongste sociëteit van Nederland. Op 4 januari van dit jaar gingen de deuren voor het eerst open. Na drie drukke jaren van voorbereiding voor Bos, op wiens initiatief de sociëteit er is gekomen. “Het ontbrak hier in Groningen aan een vaste plek met een duidelijke netwerkfunctie. Er zijn wel verschillende clubjes, maar die hebben geen vast honk. En ik wilde juist een thuisgevoel creëren. Toen heb ik een paar vriendjes gepolst en die bleken wel in voor het idee van een sociëteit.” Daarvoor was alleen veel geld nodig. Dat leek een lastige klus te worden, maar in korte tijd sprokkelde Bos bij vijftig bedrijven 1,25 miljoen euro bij elkaar in de vorm van een achtergestelde lening. “Ik heb er meteen bijgezegd dat ze er maar vanuit moesten gaan dat ze hun geld voorlopig niet zouden terugzien.”
Met het geld werd de aankoop van een pand in de Groningse binnenstad gefinancierd. Het gebouw, in neogotische stijl, werd met een lening van de bank volledig verbouwd, aangepast aan de nieuwe functie en van de laatste technische snufjes voorzien. Maar het pand is slechts een kostbaar en fraai omhulsel. De werkelijke waarde van de sociëteit moet komen te liggen in de lijn van het motto dat Bos en zijn mede-initiatiefnemers hebben opgesteld: ‘dienstbaar aan de kracht en dynamiek van Noord-Nederland’. “Wij vinden dat daarmee meer gedaan moet worden. In het noorden dragen wij onze kwaliteiten te weinig uit waardoor ze ook onzichtbaar blijven voor buitenstaanders.”
De leden van de sociëteit moeten hierin gezamenlijk verandering kunnen brengen, HSG moet een platform worden voor nieuwe ontwikkelingen. Bos: “Om de sociëteit echt tot een succes te maken, zullen we, naast een gezellig onderkomen, iets extra’s moeten bieden. Alleen een gezelligheidsclub werkt niet meer, de wereld is veranderd. Daarom hebben we de lat om lid te mogen worden ook hoog gelegd. Je moet op zijn minst een decisionmaker zijn op de universiteit, in het ziekenhuis, het bedrijfsleven of bij de overheid. Groningen zal vanuit de sociëteit bestuurd gaan worden.”
Amsterdamse dynamiek model
Een van de bekendste sociëteiten in Nederland is De Industrieele Groote Club (IGC) in Amsterdam. Met bijna 1900 leden en een geschiedenis die teruggaat tot 1788 weliswaar van een andere statuur dan de Groningers, maar net zo goed een plek waar business and pleasure hand in hand gaan. Directeur Henny Klinkhamer: “Voor onze leden speelt netwerken een belangrijke rol, maar het is zeker geen doel op zich. Als dat zo zou zijn, hadden we dit gebouw niet nodig gehad. In die zin zijn wij uniek. Wij zijn een instituut dat beklijft, dat staat voor continuïteit. Het besloten karakter maakt ons elitair, maar intern is de omgang open en laagdrempelig. Dat is erg prettig.”
Ook de IGC is, in tegenstelling tot wat sommige mensen nog altijd denken, géén herensociëteit. Pr-manager Anneke de Jong meent zelfs te weten dat vrouwen altijd welkom zijn geweest. “Alleen waren ze vroeger gewoon niet in de positie om lid te worden. Maar als Amsterdamse club zouden wij het ook niet niet kunnen maken om vrouwen als lid te weigeren. In traditionele steden als Londen of Washington kan dat wel.”
Het aantal vrouwelijke leden schommelt in de hoofdstad rond de 15 procent. De meesten van hen zijn werkzaam in jonge branches. Een groot verschil ten opzichte van pakweg vijftien jaar geleden, toen De Jong bij de IGC kwam werken. “In die tijd waren veel van onze leden afkomstig uit de industrie of de financiële wereld. De beurzen en banken zaten hier op de hoek. Tegenwoordig zie je steeds meer mensen uit de ict-sector, de gezondheidszorg of de hoek van marketing en communicatie.” Het is niet het enige verschil met vroeger dat de Jong constateert. “Het ledenbestand is in de loop der jaren jonger geworden. Dat heeft de club dynamischer gemaakt. Nu organiseren we ongeveer 130 activiteiten per jaar, toen drie à vier per maand. Bovendien zijn de huidige activiteiten steeds vaker gericht op kennis en inhoud.”
Het aantal activiteiten staat op dit moment echter niet in verhouding tot de omvang van het ledenbestand. Het streven is dan ook om door te groeien naar 2500 leden. “Qua faciliteiten kunnen we dat prima aan, de leden komen namelijk nooit allemaal tegelijk. Nu hebben we thema-avonden met veertig bezoekers, dat kunnen
er makkelijk negentig zijn,” meent directeur Klinkhamer, die veel vertrouwen heeft in de groeikansen van zijn club. “De sociale cohesie staat op instorten, waardoor de behoefte aan dit soort instituten toeneemt. Op het werk wordt, in hun rol van baas, vaak toch naar onze leden opgekeken. Hier zijn ze gewoon een van de velen en kunnen ze ongestoord een biertje drinken. Dat clubgevoel moeten we zien te behouden, de boel moet niet té strak georganiseerd worden.”
Hilversumse heren
Bij De Unie in Hilversum draait het, in tegenstelling tot Groningen en Amsterdam, helemaal niet om zaken. Sterker nog, de sociëteit heeft louter een sociale functie. “Voor veel van onze leden is de sociëteit een tweede huis geworden. Dat uit de onderlinge contacten toevallig een keer een zakelijke afspraak voortkomt, sluit ik niet uit. Maar dat is niet het doel waarvoor onze vereniging is opgericht”, vertelt voorzitter Hans Leemhuis.
De Unie is een ouderwetse herensociëteit. De bijna vierhonderd mannelijke leden leggen een biljartje, kegelen wat, spelen een spelletje bridge of lezen de krant onder het genot van een kopje koffie. Dit alles in de eigen sociëteitsvilla. Leemhuis: “Dit is een gezonde vereniging met een sluitende begroting. Bruisend is wellicht een te groot woord, maar wij zijn een levendige sociëteit. De gemiddelde leeftijd valt ook best mee, die begint zelfs te dalen. Wij hebben, meen ik, zo’n 150 leden onder de 60 jaar.”
Leemhuis is sinds mei voorzitter. Als
55-jarige staat hij tussen de generaties in. En dat zou wel eens van pas kunnen komen, want er staat het een en ander op stapel. “Stilstand betekent voor dit soort instituten altijd achteruitgang. En ik vind dat De Unie bewaard moet blijven, zonder dat ik behoefte voel om het concept te veranderen.” Het belangrijkste agendapunt is een grondige opknapbeurt van de grote zaal en de biljartzaal. “Dat is waarschijnlijk 25 jaar geleden voor het laatst gebeurd. En ik vind dat we moeten blijven voldoen aan de eisen van deze tijd. Daarmee wordt de sociëteit aantrekkelijker voor jongere heren. Want als die een keer langskomen tussen hun werkzaamheden door, verwachten ze wel dat het goed is.”