Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

MT Carriere – Geld

Het één-salaris-gezin

Nog niet zo gek lang geleden was het volkomen vanzelfsprekend dat de vrouw thuisbleef. Het feministisch gedachtegoed, de krapte op de arbeidsmarkt en een noodzaak voor economische zelfstandigheid zorgden ervoor dat vrouwen de arbeidsmarkt betraden. Maar inmiddels is het hebben van twee inkomens noodzakelijk geworden om een gezin überhaupt te kunnen laten draaien.

Een zorgelijke ontwikkeling. Er heerst stress achter de voordeuren en er is nooit meer echt ergens tijd voor. De financiële luxe om daar verandering in te brengen door één partner verantwoordelijk te maken voor het reilen en zeilen van het gezin is dan ook een luxe die steeds meer mensen zich zouden willen kunnen veroorloven.

Zakelijke kilometers

Hen Snackers (48), directeur QNH Euregio bv

"De onbelaste vergoeding dient zeker omhoog te gaan. Het autorijden is veel duurder geworden, de 19 cent komt uit een niet representatief tijdperk. Andere financiële aspecten gaan ook mee met de tijd. Daarnaast is de 100 miljoen euro derving geen legitiem argument. Als we meer in de file staan, gebruiken we meer brandstof en heeft de overheid ook meer inkomsten uit accijnzen en dergelijke. De files zijn bovendien bijzonder slecht voor het milieu, en de hoge BPM belemmert de aanschaf van nieuwe, zuinige milieuvriendelijke auto's. "

Maaike Visser (32), partner BADGERgroep

"De overheid stapelt belasting op belasting als het om auto's gaat. Alles onder het mom dat duurder rijden leidt tot minder rijden. De kilometervergoeding is echter bedoeld voor zakelijke kilometers, niet voor de lol. Deze mensen moeten dus rijden voor hun werk en kunnen echt niet even de fiets pakken of verhuizen. Logischerwijs zou de kilometervergoeding dus omhoog moeten. De echte reden waarom dat niet gebeurt, is omdat het de overheid veel geld kost. Non-argumenten zoals het milieu, worden tegenwoordig voor van alles misbruikt."

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Richard Sikkel (45), algemeen directeur Athlon Car Lease Nederland

"De huidige maximale, onbelaste vergoeding is een reële grens. Beter is om de exploitatiekosten kritisch te beoordelen. Naast de inzet van alternatieven als de NS-Business Card en smart offices ter reductie van files en CO2 uitstoot, zien wij binnen ons wagenpark van ruim 126.000 een zichtbare ‘downsizing'. Vanuit dit perspectief, waarbij we als leasemaatschappij juist bezig zijn om autokosten zoveel mogelijk te reduceren, is er geen noodzaak om de kilometervergoeding voor woon-werkverkeer en zakelijk verkeer met de privé-auto te verhogen. Vanuit maatschappelijk perspectief is het zelfs ongewenst."

Het familiebedrijf naar de volgende generatie, daar komt financieel veel bij kijken

In samenwerking met ABN AMRO - Het familiebedrijf overdragen is complex. Wie krijgt welke rol, hoe verdeel je de aandelen en hoeveel zeggenschap houden ouders? Ook bedrijfswaardering en financiering spelen mee, en zakelijk en privé lopen voortdurend door elkaar. Martin en Wiebe Willig van kaasmaker Henri Willig kunnen erover meepraten.

Wiebe en Martin Willig, kaasboerderij Henri Willig

Dit verhaal begint midden jaren 70. Henri Willig en zijn vrouw Riet bouwen hun melkveehouderij om tot kaasmaker. Wat begint als een boerenbedrijf met een bijverdienste, groeit in de decennia die volgen uit tot één van de bekendste kaasconcerns van ons land. Met eigen merken als Henri Willig (bekend van de kleine wielen Goudse kaas in kleurige verpakking, met smaken als komijn, knoflook of truffel), Molenkaas, Polderkaas en de biologische kaaslijn Hooidammer. Omzet? Rond de 95 miljoen euro. De kaasboerderij in Katwoude en de ruim 40 winkels in Nederland, Duitsland en Oostenrijk trekken samen zo’n 6 miljoen bezoekers per jaar. Het zijn behoorlijk indrukwekkende cijfers.

Vader komt vier maanden niet op kantoor

In 2010 draait het bedrijf zijn beste jaar ooit. Vader Henri Willig stelt voor om de dagelijkse leiding over te dragen aan zijn middelste zoon Wiebe, die dan al diverse rollen heeft bekleed in het familiebedrijf. ‘Mijn vader is toen vier maanden niet op kantoor geweest. ‘Dat kun je gerust een motie van vertrouwen noemen’, aldus Wiebe. Het is het begin van een overnametraject dat tot 2024 zal duren, het jaar waarin de drie zonen de aandelen in handen krijgen. De oudste van het stel is Jacob, hij werkt als programmeur bij Henri Willig. Wiebe is zoals gezegd CEO en Martin regelt als financieel directeur alle geldzaken. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor de boerderij in Katwoude. Voor hen voelt werken in het bedrijf van kinds af aan al als een soort vanzelfsprekendheid. ‘Ik heb meegeholpen bij de koeien en met het landwerk en vanaf mijn 16e stond ik regelmatig in de winkel. Niet veel later hielp ik in de weekenden mee in de kaasmakerij.’

Het moment

Het moment waarop de bedrijfsopvolging voor Martin echt gaat leven, is zijn keuze voor een studie. Het wordt Voedingsmiddelentechnologie en dat duwt hem al een beetje richting het familiebedrijf. Toch gaat hij na de collegebanken eerst aan de slag bij een groenteversnijder in Noord-Holland. ‘Onze vader vond het een goed idee als we eerst buiten het familiebedrijf aan de slag zouden gaan. Om ervaring op te doen, maar vooral om te zien hoe het in een ander bedrijf aan toe gaat’, vertelt hij. Na anderhalf jaar volgt de definitieve overstap. De kaasmakerij van Willig in Heerenveen draait niet optimaal en Martin wordt gevraagd om de boel daar weer op de rit te krijgen. De ervaring die hij hier opdoet met het stroomlijnen van de bedrijfsprocessen blijkt de juiste bagage voor zijn huidige rol van financieel directeur.

 

Hulp van specialisten

Stap voor stap krijgen de broers in de jaren die volgen steeds meer zeggenschap. Ze worden tijdens dat overnameproces bijgestaan door specialisten, van ABN AMRO onder meer. Dit gaat om kwesties als de waardebepaling en het juridisch structureren van de overdracht.  ‘Zo’n traject is best complex, daar heb je ook echt een fiscalist bij nodig’, aldus Martin. ‘Bij zo’n bedrijfsoverdracht kun je bijvoorbeeld te maken krijgen met schenkbelasting, erfbelasting en inkomstenbelasting. Een fiscalist weet precies welke vrijstellingen er zijn en aan welke voorwaarden je moet voldoen om hiervoor in aanmerking te komen. Je wilt uiteindelijk toch een gunstige deal voor jezelf, je broers én je ouders.’

De overname is vormgegeven via de bedrijfsopvolgingsregeling, beter bekend als de BOR. Zo voorkom je dat het familiebedrijf bij een schenking of erfenis in de problemen komt, omdat de opvolgers een flinke belastingaanslag moeten betalen. Bij Henri Willig ging het om een schenking. ‘Zonder die regeling hadden we alle drie een enorme lening moeten aangaan. Dat was een bepaald risico geweest’, aldus Martin.

Om voor de BOR in aanmerking te komen, gelden wel voorwaarden. Zo moeten de ouders het bedrijf al een aantal jaren in bezit hebben en de volgende generatie is verplicht om de onderneming minimaal vijf jaar voort te zetten. Bovendien telt enkel het ondernemingsvermogen mee. Beleggingen en vastgoed die niet voor Henri Willig worden gebruikt, vallen niet onder de vrijstelling.

Het familieberaad als overlegmoment

Eind 2024 is de hele overdracht een feit en komt Henri Willig definitief in handen van de volgende generatie. De drie broers krijgen evenveel aandelen. ‘Onze ouders hebben nog wel stemrecht. We zitten elke maand met de hele familie om tafel tijdens het zogeheten familieberaad, waar het reilen en zeilen van het bedrijf wordt besproken. Wiebe vertelt: ‘Dit is overigens een veelgebruikte constructie bij familiebedrijven. De kinderen krijgen het economische eigendom van de aandelen, maar de ouders houden via het stemrecht invloed op belangrijke beslissingen. ‘Daarnaast is het familieberaad een vast overlegmoment waar we als familie de strategie, rolverdeling en toekomstplannen bespreken. Los van de dagelijkse leiding van het bedrijf’, aldus Martin.

En hun kinderen, lopen die zich al warm voor het bedrijf? ‘Er zijn al wel neefjes en nichtjes die in de winkels werken. En een aantal van hen schuift soms aan bij het familieberaad’, vertelt hij. Toch zijn er nog geen concrete plannen voor een volgende overdracht. ‘Mijn kinderen zijn bijvoorbeeld nog maar 10 en 8. Toch moeten we hier wel over gaan nadenken’, zegt hij. ‘Zo’n bedrijfsoverdracht vraagt nu eenmaal jaren aan voorbereiding.’

Blik van ABN AMRO


Jeroen van Beveren, business banker bij ABN AMROWat komt er allemaal bij bedrijfsopvolging kijken, en hoe zorg je ervoor dat je op tijd begint? ‘Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met de opvolging van het familiebedrijf’, stelt  Jeroen van Beveren, Business Banker bij ABN AMRO. ‘We zien nog regelmatig dat ondernemers vrij laat starten met dit proces. Daardoor blijft er te weinig voorbereidingstijd over om het bedrijf echt goed over te dragen. Een persoonlijk gesprek met een van onze experts is zo gepland.’

Financieel wordt zo’n bedrijfsoverdracht vaak uit meerdere bronnen opgebouwd. Jeroen staat nu een familie bij waarbij twee zoons via een hun eigen holding ieder 40 procent van de aandelen overnemen. Vader behoudt 20 procent van het bedrijf. ‘Een deel van de overdracht financieren we met een 5-jarige lening van ABN AMRO. Daarnaast leent de vader een deel van de koopsom aan zijn zonen. De BOR vult de rest op. Zakelijk en privé lopen daarbij voortdurend door elkaar’, aldus Jeroen. Ook voor kinderen die niet in het bedrijf stappen, moet een eerlijke regeling komen, benadrukt hij. Vaak worden die afspraken bij de notaris vastgelegd.

Bekijk ook

Zo zette ondernemer Jacqueline haar vermogen in om eerder te kunnen stoppen met werken

Paul Honout (Microsoft): ‘AI creëert tijd, maar mensen creëren waarde’

In samenwerking met Microsoft - Paul Honout werkt al 23 jaar bij Microsoft, tegenwoordig als director solution engineering manager. Tijdens Amsterdam Business Forum 2026 ging hij tijdens een break-out in gesprek over wat er van mensen blijft nu AI steeds meer werk overneemt. ‘Ik denk dat we de AI-balans nog met elkaar moeten blijven zoeken.’

Wat Honout na 23 jaar nog altijd verrast, is het tempo waarin de techniek verandert. ‘De snelheid van innovatie, dat is wat mij altijd bijblijft. In mijn 23 jaar heb ik niet meegemaakt hoe snel het nu gaat. Vroeger konden we een plan maken voor drie jaar. Toen ik net begon hadden we Office 2010, daar deden we jaren mee. Later werd het Microsoft 365, dat elk jaar veranderde. Nu veranderen we elke maand. Elke maand is er weer een nieuw model, weer een nieuwe manier om erover na te denken.’

Dat tempo is volgens hem intern al lastig bij te houden, laat staan voor klanten. ‘Dus het draait mij om: hoe maken we die vertaalslag, hoe nemen we klanten zo goed mogelijk mee zonder ze compleet te verliezen? Dat kun je doen door te beginnen bij de uitdaging of het doel, niet bij de technologie. Zo houd je innovatie menselijk en doelgericht.’

Wat maakt je werk mooi?

Honout stelt bedrijven en teams steevast dezelfde vraag: wat is jullie eigen inbreng, wat maakt jullie werk uniek? ‘Aan elke organisatie vraag ik: wat is jullie IP? Waarom ga je naar je werk? Wat maakt het uniek, wat maakt het mooi? En waar zie je eigen toegevoegde waarde?’

Voor hemzelf is dat het contact met zijn team. ‘Ik heb een team van vijftien en de helft van mijn tijd ben ik bezig met mensen. Dat zal ik nooit laten vervangen door AI. Dat zijn de functioneringsgesprekken, maar ook het kritisch meedenken over hoe iemand kan groeien, welke stappen iemand kan zetten.’

Zijn observatie sluit aan bij het 2026 Work Trend Index-onderzoek van Microsoft. Gevraagd welke menselijke vaardigheden belangrijker worden nu AI meer werk overneemt, noemen gebruikers in Nederland kwaliteitscontrole op AI-output (50 procent) en kritisch denken (47 procent) als belangrijkste.

Leiderschap als sleutel

Wat Honout bij klanten steeds terugziet, is dat succesvolle invoering van AI begint bij leiderschap. ‘Een leider moet zeggen: dit gaan we omarmen, hier gaan we mee aan de slag. Zo was ik recent bij een grote organisatie op bezoek waar de leider zei: het op een goede manier toepassen van AI is essentieel voor ons voortbestaan. Als een leider dat zegt, gaat de hele organisatie denken: oké, hier moeten we iets mee.’

Daarna komt het aan op structuur, stelt hij: een klein team dat ontwikkelingen volgt, gevolgd door brede adoptie. ‘Je kunt niet zomaar licenties geven en zeggen: succes. Dan ga je het waarschijnlijk niet of onvoldoende gebruiken. Daarom is die adoptielaag daaronder zo belangrijk, evenals de basis waarop je AI gaat toevoegen. Is je data op orde, is je beveiliging op orde? Zodat mensen ook het vertrouwen hebben dat het goed gaat.’

Ook Microsoft moest het leren

Microsoft doorliep die weg zelf ook, aldus Honout. ‘We begonnen heel simpel met prompttests: hoe maak je een goede prompt en hoe krijg je daar een goede uitkomst uit? Per afdeling werd een ambassadeur aangewezen die collega’s meenam. Dat was stap één. De echte omslag kwam toen de kwaliteit van de modellen beter werd en mensen zagen: dit helpt me écht in mijn dagelijkse werk.’

Volgens het Work Trend Index-rapport stelt 58% van AI-gebruikers nu (door AI) werk te kunnen leveren dat voorheen niet altijd mogelijk was. Bij de meest gevorderde gebruikers, door Microsoft ‘Frontier Professionals’ genoemd, loopt dat op tot 80 procent. 

Over de vraag hoeveel tijd AI daadwerkelijk oplevert, is Honout kritischer. ‘In plaats van kijken hoeveel minuten tijdwinst iets oplevert, denk na over de volgende vragen: wat levert je die tijdwinst op? Ben je blij dat je deze taak niet meer hoeft te doen, of heb je nu meer ruimte voor complexere of creatievere zaken. Effectiviteit is naar mijn idee belangrijker dan efficiëntie.’

Balans tussen mens en machine

Honout ziet ook de risico’s van verkeerd AI-gebruik. ‘Die voorbeelden zijn er helaas best wel veel inmiddels. Op sociale media is intussen misschien wel zestig procent van de beelden gegenereerd. Het is vaak lastig om te onderscheiden wat echt is en wat niet.’

‘Maar diezelfde soort onrust hebben we ook gezien bij andere technologische omslagen’, stelt hij. ‘Tijdens de industriële revolutie en later bij IT, ook toen dachten mensen dat banen of rollen zouden verdwijnen. Dat is niet gebeurd. Ik geloof dat er ook nu weer een balans komt. AI creëert tijd, maar mensen creëren waarde.’

Straks agents in het organogram

Vooruitkijkend verwacht Honout dat AI-agents een vaste plek krijgen naast medewerkers. ‘Ik geloof dat we straks een heel team aan agents krijgen dat ons helpt’, stelt hij. ‘Agents doen het gestandaardiseerde werk en geven de signalen waarop ik als medewerker moet reageren. Dat wordt de volgende stap: dat er in het organogram ook agents aan ons rapporteren.’

Toch trekt hij zelf ook een grens. Hij geeft toe dat hij intern weleens van de ene AI-agent naar de andere werd doorverwezen omdat hij met een uitzondering op de regel zat. ‘Het draait om human in the loop. Je moet uiteindelijk wel ook met een mens kunnen communiceren.’

Nog steeds op zoek naar de balans

Honout heeft in 23 jaar meer technologische omwentelingen zien voorbijkomen, maar noemt AI toch anders, vooral vanwege het tempo. ‘Ik kan me heel goed herinneren dat ik voor het eerst in het Microsoft-hoofdkantoor in Seattle de hoogste baas hoorde praten over cloud. Ik dacht: hoe kom je erbij, iedereen houdt toch gewoon zijn eigen laptop en zijn eigen servertje onder het bureau. Kijk hoe snel dat gegaan is.’

Die ervaring, ooit zelf twijfelen aan iets dat sneller ging dan hij voor mogelijk hield, maakt hem terughoudend met stellige uitspraken over waar AI de mens straks wel of niet vervangt. ‘Waar moet de mens in de lead blijven en waar laten we AI in de lead? Ik denk dat we die balans nog met elkaar moeten blijven zoeken.’