Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Managementboekengala

Tegelijk met het echte Boekenbal in de Stadsschouwburg vindt op 14 maart in De Rode Hoed het derde Management-boekengala plaats. Met als hoogtepunt: de bekendmaking van het Managementboek van het Jaar. Op de shortlist staan zes titels. Welke wordt het?

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

De eerste keer dat de prijs voor het Managementboek van het Jaar werd toegekend, in 2003, koos de jury voor Joep Schrijvers met Hoe word ik een rat. Zijn provocerende boek over de smerige spelletjes die mensen in organisaties spelen, werd terecht een klassieker. Bij de tweede editie in 2004 verraste de jury vriend en vijand door te kiezen voor De emotiemarkt van Susanne Piët. Een bijna cultuurfilosofische verhandeling over de toekomst van de beleveniseconomie, die tot dan toe aan de aandacht van de meeste managers was ontsnapt. En vorig jaar werd Het drama Ahold uitverkoren, van Jeroen Smit. Een journalistieke reconstructie van de geruchtmakende affaire die uiteindelijk leidde tot de val van Cees van der Hoeven.

 

De onderscheiding voor het Managementboek van het Jaar is niet de Nobelprijs voor literatuur. Het wereldje van het businessboek is maar klein. Toch – of juist daarom – gonst het er in de weken voorafgaand aan het gala van de speculaties en de geruchten. Er is een shortlist met zes titels, waaruit de jury onder voorzitterschap van Baak-directeur Harry Starren er een moet kiezen. Wordt het Thijs Homan met zijn gewichtige Organisatiedynamica? Edwin Kaats met het praktische Organiseren tussen organisaties? Gijs ten Kate met het erudiete De driehoeksprincipes van stabiel leiderschap? Marcel Metze met zijn gedegen biografie van Anton Philips? Jaap Peters en Judith Pouw met hun provocerende Intensieve menshouderij? Of toch Marike van Zanten met haar interviewbundel Mevrouw, mijne heren…?


Het zijn moeilijk te vergelijken boeken, verzuchten insiders. Geen peil op te trekken. Of toch wel? De enige houvast voor koffiedikkijkers zit hem in het lijstje met laureaten uit de voorafgaande jaren. Als de organisatoren van de verkiezing en de jury hun taak serieus nemen, zorgen ze dat er sprake is van enige consistentie. Het belang van zo’n prijs is tenslotte niet dat uitgevers, auteurs en critici een leuk feestje hebben met elkaar, maar dat de kwaliteit van het Nederlandse managementboek wordt gestimuleerd. En dat doe je nu eenmaal niet door met een blinddoek om wat onderscheidingen in het rond te strooien.

 

Verschillend

Maar wat hebben Schrijvers’ Hoe word ik een rat, Piëts Emotiemanagement en Smits’ Het drama Ahold in vredesnaam gemeen? Op het eerste gezicht lijken het totaal verschillende boeken. Toch valt er wel een lijn in te ontdekken. Het eerste wat opvalt, is dat ze niet zijn geschreven door de usual suspects. Erkende deskundigen als Manfred Kets de Vries, Fred Wiersema, Henk Volberda of Frank Schaper ontbreken in de erelijst, en dat kan niet zijn omdat ze al die jaren stil hebben gezeten. Degenen die wèl wonnen, waren eerder geïnteresseerde buitenstaanders: een columnist, een psychologe, een journalist. Hun boeken gaan niet over tijdloze en abstracte thema’s uit de bedrijfskunde of de organisatieleer, maar over actuele onderwerpen waar de meeste mensen wel wat van weten of zelf mee te maken hebben. Wat de auteurs daarover te vertellen hebben halen ze niet uit hun grote duim, maar is het resultaat van oplettend waarnemen en eigenzinnig interpreteren.

 

Nieuwe jury

En de stijl waarin ze schrijven is eerder vlot en journalistiek dan droog en wetenschappelijk. De kans is groot dat de prijs voor het Managementboek van het Jaar ook nu weer naar een titel gaat die aan dit signalement voldoet. De omstandigheid dat – op de voorzitter na – de hele jury is vernieuwd, zou roet in het eten kunnen gooien. Maar waarschijnlijk is dat niet.

 

Als je Pauline van der Meer (groepsdirecteur Human Resources bij TNT), Twan van de Kerkhof (directeur van The European Leadership Platform), Jeroen Smit (winnaar van vorig jaar) en Dominique Hajtema (verslaggever Management Team) samen neemt, heeft deze jury geen wezenlijk ander profiel dan haar voorgangers. Als dit gezelschap de lijn doortrekt die de afgelopen jaren is uitgezet, dan maakt de eerste titel die op de shortlist prijkt alvast weinig kans.

 

Thijs Homan, auteur van Organisatiedynamica, is ondanks zijn werk als consultant toch vooral een wetenschapper. Zijn boek straalt dat ook uit. Met veranderingen en de weerstand die mensen daartegen voelen heeft hij weliswaar een belangrijk onderwerp bij de kop dat veel mensen raakt, maar de manier waarop hij het behandelt blijft erg abstract. Homan gaat niet alleen te rade bij de literatuur over sociale zingeving maar legt zijn oor ook graag te luisteren bij de chaos- en complexiteitstheorie. Als hij een excursie maakt naar de praktijk levert dat best interessante observaties op, maar een pakkend verhaal wil er niet uit ontstaan. De academische kreupeltaal waarin het boek is geschreven helpt ook niet echt.

 

Minder afstandelijk en veel praktischer is Organiseren tussen organisaties. Het werd geschreven door drie mannen van Twynstra Gudde: Edwin Kaats, Philip van Klaveren en Wilfrid Opheij. Hun onderwerp – de samenwerking tussen organisaties – staat momenteel volop in de belangstelling. In de zorgsector bijvoorbeeld hoopt men door ketenintegratie betere resultaten voor patiënten en cliënten te realiseren en tegelijk kosten te besparen. Dit boek laat zien dat het succes van zo’n onderneming afhangt van een aantal welomschreven vaardigheden van mensen èn organisaties. De auteurs behandelen er tien. Daarvan is het vermogen om te denken en te werken vanuit samenwerkingsrelaties misschien wel de belangrijkste. Een buitengewoon nuttig en helder boek, maar een beetje te braaf om er echt uit te springen.

 

Dan lijkt Stabiel leiderschap van Gijs ten Kate een betere kandidaat. De directeur strategie van adviesbureau inc-21 vraagt zich af aan welke eisen de hedendaagse leider moet voldoen om authentiek, respectvol en evenwichtig genoemd te kunnen worden. Een hot issue, zeker in het licht van de onverkwikkelijke affaires die de laatste jaren het imago van het zakenleven hebben geschaad en die aanleiding zijn geweest tot fundamentele discussies over leadership en corporate governance. Ten Kate’s achtergrond als marketingman is te herkennen in de aansprekende manier waarop hij zijn inzichten presenteert. Daarbij refereert hij even gemakkelijk aan de actualiteit als aan de grote werken uit de wereldliteratuur.

 

Concurrentie heeft Ten Kate te duchten van zijn vakgenoot Jaap Peters, partner bij Overmars Organisatie Adviseurs. Peters schreef samen met Judith Pouw (“beroep: jobhopper”) het populaire Intensieve menshouderij. Veel lezers herkenden zich in hun stelling dat mensen niet ziek worden van hun werk maar van de manier waarop dat werk is georganiseerd. Processen worden steeds verder gestandaardiseerd en geformaliseerd. Professionals houden geen vrijheid meer over om naar bevind van zaken te handelen. Ze voelen zich als kippen in een legbatterij en worden steeds ongelukkiger totdat ze afhaken. In het laatste hoofdstuk van hun als eye opener bedoelde boek ontwikkelen Peters en Pouw het lonkende perspectief van de “ongeneeslijk gezonde organisatie” die duurzaam is in sociaal, ecologisch èn economisch opzicht.

 

Ook een goede kanshebber lijkt onderzoeksjournalist Marcel Metze, die met Anton Philips 1874 – 1951 een voorbeeldige biografie schreef over de oprichter van Philips’ Gloeilampenfabrieken. “Mijnheer Anton” komt eruit naar voren als de geboren ondernemer: een gezond ver-stand maar geen studiebol, voor de duvel niet bang, en behept met de onbedwingbare behoefte zichzelf te bewijzen. Psychologisch valt er aan hem niet veel te beleven, maar het gebrek aan persoonlijk drama wordt gecompenseerd door de opwinding over de onstuitbare opkomst van het bedrijf. De boeiendste verhaallijn in het boek is die over de verhou-ding tussen Anton Philips en zijn broer Gerard. De botsing tussen hun karakters speelt het elektronicaconcern nog steeds parten. Anton was de marketeer die de wereld over reisde en spectaculaire orders binnensleepte, Gerard de uitvinder die de producten verbeterde en de efficiency verhoogde: Sense and simplicity tegenover Let’s make things better. Een boeiende paradox, die aan deze gedegen historische studie een onverwachte actualiteitswaarde verleent. V

 

an de laatste titel op de shortlist kun je afvragen wat die daar eigenlijk doet. De financieel-economisch journaliste Marike van Zanten interviewde vijfentwintig vrouwen uit de top van het bedrijfsleven en de overheid over hun loopbaan. De resultaten van die gesprekken interpreteert zij in het licht van alles wat er de afgelopen jaren is gezegd en geschreven over het probleem dat het in Nederland alsmaar niet lukt om meer vrouwen op hoge functies te krijgen. Verrassingen blijven uit, en nergens krijg je het gevoel van urgentie dat bij het onderwerp zou passen. Van Zantens Mevrouw, mijne heren… is eerder een gemiste kans dan een geheide winnaar. Nee, dan liever Ten Kate, Peters en Pouw of Metze. We zouden niet gek opkijken als een van hen zich vanaf 14 maart auteur mocht noemen van het Managementboek van het Jaar. Een flesje wijn? Een fles champagne. Twee flessen champagne? Nee…. dan weten we wat beters!

ORGANISATIEDYNAMICA
Thijs Homan
Academic Service, Den Haag
ISBN 90 5261 504 7
€ 34,95

ORGANISEREN TUSSEN ORGANISATIES
Edwin Kaats e.a.
Scriptum, Schiedam
ISBN 90 5594 420 3
€ 22,50

DE DRIEHOEKSPRINCIPES VAN STABIEL LEIDERSCHAP
Gijs ten Kate
Pearson Prentice Hall, Amsterdam
ISBN 90 430 0958 X
€ 24,95

ANTON PHILIPS (1874-1951)
Marcel Metze
Balans, Amsterdam
ISBN 90 5018 612 2
€ 35,00

INTENSIEVE MENSHOUDERIJ
Jaap Peters en Judith Pouw
Scriptum, Schiedam
ISBN 90 5594 328 2
€ 19,95

“MEVROUW, MIJNE HEREN…”
Marike van Zanten
Archipel, Amsterdam
ISBN 90 6305 190 5
€ 18,50

www.managementboekengala.nl