Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Laptops, virtuele servers en steeds meer data

De meest zichtbare verandering in de hardwaremarkt is te zien in de Nederlandse kantoren. Daar verdwijnen de bureau-pc’s, die worden vervangen door laptops. Servers daarentegen worden onzichtbaar, omgezet in virtuele machines. De behoefte aan opslagcapaciteit blijft maar toenemen.

De laptop wint het van de pc. Belangrijkste argumenten voor de mobiele computer zijn de toegang tot de bedrijfsapplicaties en de data. Een laptop biedt dat overal en altijd en dit weegt op tegen de hogere aanschaf- en onderhoudskosten. Op dat laatste valt nog te beknibbelen, weet IBM-specialist Frank van der Wal. Het is een kwestie van strak de regels handhaven. “Kost het de ict-afdeling meer dan vijf minuten om een softwareprobleem op te lossen, dan wordt zonder omwegen de oorspronkelijk geïnstalleerde software teruggezet.”

De laptopeigenaar is zelf verantwoordelijk voor de privé-data en spelletjessoftware die dan verloren gaat. Zo’n laptop bevat geen kritische bedrijfsgegevens; die zitten tenslotte in de bedrijfsapplicaties. In Noord-Amerika bereikte de verhouding pc’s versus laptops het omslagpunt twee jaar geleden; in 2005 werden daar net iets meer laptops dan desktops verkocht. Nederland nadert het omslagpunt. Neem bijvoorbeeld DSM, ontwikkelaar en producent van hoogwaardige materialen en ingrediënten voor voedingsmiddelen en medicijnen. Volgens Jo van den Hanenberg, corporate vicepresident en chief information officer, werkt nu 40 procent van de 22.156 medewerkers met een laptop. In 2010 is dat 100 procent. “Het prijsverschil is nu nog te groot. Het onderhoud van een laptop is twee keer zo duur als een pc.” Van den Hanenberg’s hoofdargument is het verstrekken van toegang tot data en applicaties. “De mobiele toegang is overal nodig, op enkele plaatsen na, zoals bij sommige secretaresses en in de regelkamers.”

Energierekening
De opmars van de laptop illustreert tevens de komende specialisatiegolf in processors. Om zoveel mogelijk uit de batterijen te halen, moeten de processor om te beginnen energiezuinig zijn. De compacte laptops hebben tegelijkertijd meer moeite hitte kwijt te raken. Anderzijds zijn er voor bijvoorbeeld spelletjescomputers zoals de Playstation en de WII juist processors vereist die snel en veel multimedia kunnen verstouwen.

Een forse SAP-installatie opbouwen met onder meer allemaal standaard-processors, dat klinkt weliswaar goedkoop, maar handig is anders. Aan de voorkant worden deze cpu’s gebruikt voor nauwelijks meer dan gereken aan xml, aan de achterkant echter zijn de krachtigste processors vereist voor het werk met de database.
Onderbenutting maakt zelfs de goedkoopste standaard-cpu te duur. De algemeen toepasbare processor heeft daarom zijn langste tijd gehad. Een tweede reden hiervoor is de elektriciteitsrekening, een in belang opkomend argument bij ict-aankopen.

IBM’s Van der Wal schat dat 30 procent van een ict-budget aan de energierekening op kan gaan. Reductie van het stroomverbruik is dan ook één van de redenen dat Sara, het Amsterdamse universitair rekencentrum en dienstenleverancier van superrekenkracht, visualisatie en snelle netwerken, afgelopen maart koos voor een supercomputer van Big Blue. “Onze Powerprocessors zijn energiezuiniger en leveren meer rekenkracht. Daar is geen additionele gebouw of koeling voor nodig.”

Temperatuurbeheersing en elektriciteit zijn de nijpendste hardwareproblemen, bevestigt Verne Brownell, oprichter van bladeserverfabrikant Egenera. “Daarom bouwt Google zijn rekencentra direct naast de energiecentrale.” Brownell was tot een paar jaar terug de toptechneut bij Goldman Sachs, een van de grootste bank- en verzekeraars ter wereld. Hij was er onder meer betrokken bij een van de allereerste commerciële installaties van Sun Unix-servers en zag in de loop der jaren de ict van de bankverzekeraar uitgroeien tot iets ’ongelofelijk ingewikkelds, opgebouwd uit duizenden servers en onderhouden door veel te veel beheerders’. “Ondanks alle voorzorgen en ondanks afspraken over aansprakelijkheid hadden we nog steeds te vaak storingen en ging teveel mis.”

Het is daar dat hij het idee krijgt om servers te versimpelen, door er zoveel onderdelen te vervangen door software. De Egenera-blades die hij sinds een jaar ook in Europa aan de man brengt, bestaan dan ook alleen uit cpu’s en geheugen. Alle andere hardware, waaronder netwerkinterfaces, disks en bedieningsinstrumenten zijn vervangen door software. Zijn aanpak reduceert het aantal componenten in een serverpark fors en dat maakt het makkelijker te koelen, schroeft het stroomverbruik terug en is makkelijker in beheer.

Krachtig
Kansen genoeg voor IBM, Egenera en de andere serverfabrikanten. Europese bedrijven kopen dit jaar voor zo’n 10 miljard euro aan servers, ofwel 1,3 procent meer dan een jaar geleden, verwacht IDC, een ict-onderzoeksbureau. Het stelt daarnaast dat servers uitgerust met x86-processors steeds meer taken overnemen die voordien waren voorbehouden aan krachtiger machines. Grote veranderingen verwachten de ict-onderzoekers ten derde met de opmars van virtualisatie, een truuk voor het vervangen van fysieke servers door de hardware ervan in software na te bootsen. Eén fysieke machine kan zo plaats bieden aan meerdere servers. Deze techniek is in de mainframe-wereld heel gewoon, maar breekt nu ook door tot de veel goedkopere x86-servers. Het zorgt in eerste instantie voor hogere verkoopbedragen en hogere prijzen daarvan, omdat dergelijke systemen meer vereisen van cpu en geheugen. Op de lange termijn, zegt IDC, heeft virtualisatie een negatieve invloed op deze servermarkt.

Een praktisch voorbeeld van virtualisatie op x86-servers biedt het Nederlandse accountants- en adviesbureau KPMG. Het begon eind 2005 met een grote schoonmaak van de servers in de datacentra in Amstelveen en Schiphol. Het verving 110 Windows-servers, voor applicaties, bestanden en databases, die samen 193 fysieke machines benutten, door slechts acht fysieke servers, waarop nu inmiddels 180 Windows-servers virtueel draaien. Het zijn wel krachtige apparaten, met ieder vier processors en 20 GB geheugen.

De adviseurs besparen meer dan alleen hardware en licenties. Het meest interessant zijn volgens cio Hans Zwart de besparingen in beheer. Het bedrijf bracht het aantal systeembeheerders terug van 24 naar 6. De virtualisatie scheelt volgens Zwart daarnaast fors op de kosten voor beveiliging, koeling, noodaggregaten, brandblusapparaten en elektriciteit. “We besparen 6 procent op de technische infrastructuur.” Virtualisatie is een zeer zichtbare trend, in groeicijfers maar vooral letterlijk. Het scheelde KMPG kostbare kantoorruimte: “Je gelooft het niet, maar er staan echt nog maar acht machines.” De vrijgekomen kamers zijn inmiddels ingenomen door de consultants.

Miljarden aan opslag
Veel lastiger om te zien, maar wel in cijfers te vangen, is de immer groeiende behoefte aan opslag. Net als vorig jaar is uitbreiding van opslagcapaciteit het belangrijkste argument voor bedrijven om hierin te investeren. Die is nodig voor het bewaren van e-mails en bestanden, voor het maken van reservekopieën en voor het kunnen terugvinden van gegevens, aldus IDC analist Eric Sheppard tijdens een recente bijeenkomst van opslagfabrikant Netapp.
De wereldwijde opslagmarkt groeide in 2006 met 4 procent, tot 11,2 miljard euro, zeggen de cijfers van Gartner, een ict-onderzoeksbureau. De cijfers van IDC’s Sheppard zijn nog hoger. Hij stelt dat in de eerste negen maanden van 2006 wereldwijd 14 miljard euro is opgemaakt aan opslagmedia. Dat is evenveel als de nettowinst van alle Nederlandse banken in dat gehele jaar.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.