Het aantal officiële klachten over seksuele intimidatie neemt toe, vooral omdat organisaties de klachten serieuzer nemen. Ze worden daartoe gedwongen door de veranderde regels, maar ervaren ook steeds meer de nadelige gevolgen van seksuele intimidatie: een hoog ziekteverzuim, slechte werksfeer lage productiviteit.
Een kwart van de organisaties heeft een beleid opgesteld rondom seksuele intimidatie, in 2000 was dit nog maar acht procent. Behalve een klachtenregeling en klachtencommissie, moet er een vertrouwenspersoon worden aangesteld. Volgens cijfers van het ministerie van Sociale Zaken heeft meer dan de helft van de bedrijven en instellingen dit gedaan.
Het kabinet wil over een paar maanden seksuele intimidatie onderbrengen in de wetgeving gelijke behandeling, waar een omgekeerde bewijslast geldt. De werknemer hoeft niet te bewijzen, maar slechts aannemelijk te maken dat zijn werkgever hem ongelijk heeft behandeld vanwege leeftijd, ras, geslacht of seksuele geaardheid.
Sommigen vrezen dat het rancuneuze werknemers hierdoor wel erg makkelijk wordt gemaakt om – moeilijk te weerleggen – klachten wegens seksuele intimidatie in te dienen. Maar zo eenvoudig ligt het niet.
Ten eerste is het (meestal) niet de werkgever zelf die wordt beschuldigd van seksuele intimidatie, maar een collega. De werkgever zal slechts hoeven aan te tonen dat hij alles heeft gedaan om de intimidatie te voorkomen. Maar die verplichting heeft hij thans ook al.
De Arbowet verplicht werkgevers al sinds 1994 een actief beleid te voeren ter voorkoming van seksuele intimidatie. Mocht het toch gebeuren, dan dient hij klachten zorgvuldig te behandelen. Dit betekent een deugdelijk onderzoek door een bij voorkeur onafhankelijke en deskundige klachtenbehandelaar.
Uit recent onderzoek blijkt dat 5 procent van alle werknemers wel eens slachtoffer is van seksuele intimidatie. Toch ondernemen maar weinigen juridische stappen. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de moeilijke bewijslast. Voor de positie van de slachtoffers is het dan ook een verbetering als de arbobepalingen betreffende seksuele intimidatie worden overgeheveld naar de Wet gelijke behandeling.
Als de Commissie gelijke behandeling bevoegd wordt om over dit soort klachten te oordelen, dan wordt de bewijslast immers omgedraaid. Het slachtoffer hoeft slechts aannemelijk te maken dat zij seksueel is geïntimideerd en dat de werkgever onvoldoende heeft gedaan om dit te voorkomen. Slaagt zij daar in, dan kan zij gewapend met een voor haar positief oordeel van de Commissie naar de civiele rechter stappen en een schadevergoeding eisen.
Hoewel de rechter niet is gebonden aan het oordeel van de Commissie, heeft zij daarmee een begin van bewijs dat er sprake is geweest van seksuele intimidatie en dat de werkgever een verwijt valt te maken. En dat maakt haar positie in een dergelijke procedure sterker.
(Intermediair/Planet.nl)
Gerelateerde artikelen
Hoe ga je met seksuele intimidatie om



