De middenmanager-oude-stijl ligt overal onder vuur. Afschaffen dan maar? Nee, veranderen is beter, aldus consultant en auteur Norbert Greveling. Want creatieve, ondernemende managers zijn volgens hem nog steeds onmisbaar om waarde te creëren.
Hoe dat moet, dat veranderen naar die manager-nieuwe-stijl, dat heeft Greveling opgeschreven in het recent verschenen De Ondernemende GERECENSEERD:
De Ondernemende Manager
Auteur: Norbert Greveling
Uitgever: Academic Service
Pagina's: 172Manager. Hij leunt daarbij zwaar op het hier al eerder beschreven en uitstekende werk van Henry Mintzberg, Managing.
Het verschil is vooral dat Greveling zijn boek praktischer heeft willen maken, meer how-to, en dat hij minder analytisch is, maar meer aandacht besteedt aan een hoopgevende en troostende boodschap. Manager zijn is nu misschien niet altijd leuk, schrijft hij bijvoorbeeld, maar wie zich minder als beheersende en meer als ondernemende manager weet te gedragen, zal de kritiek doen verstommen en succes oogsten, zo is zijn belofte. En dan wordt managen vanzelf weer een erebaan.
Of die hoop terecht is, is koffiedik kijken, zeker is wel dat Greveling de omslag in het denken over managers bondig en accuraat heeft weten te treffen. Managen gaat tegenwoordig niet alleen om het opbouwen van leiderschap of het uitzetten van een strategie, zo laat hij zien, maar veel meer om het faciliteren van processen: zorgen dat anderen kunnen excelleren, leren waar de pijnpunten in de organisatie zitten, kijken waar business en cultuur elkaar raken en kunnen versterken, nieuwe uitzichten creëren, vanuit inzicht.
Het gaat er ook om toekomstgericht te werken, gericht op vier r’en: richting, ruimte, relaties en realisatie. Greveling hanteert daarvoor een U-model, dat hij leent van Peter Senge, zoals die dat in zijn boek Presence had opgeschreven, waarin je linksboven begint met processen waar te nemen en te begrijpen, en dan vervolgens via het geven van betekenis en het bepalen van de ambitie rechtsboven in de U belandt, waar veranderingen tot stand kunnen komen. Niet heel hands-on, zo’n model, maar wel verhelderend over waar de manager zijn toegevoegde waarde kan laten blijken. Niet dus door bijvoorbeeld zélf op baanbrekende ideeën te gaan zitten broeden, wel door dicht bij de dagelijkse praktijk te blijven en anderen de ruimte te geven hun ideeën verder uit te werken en te realiseren.
Grevelings boek is daarmee een welkome aanvulling op de bestaande managementliteratuur, en zeker een fijn tegengif voor iedereen die de manager al heeft dood- of overbodig verklaard. Het enige probleem is nog die term ‘ondernemende manager’, alsof het erom gaat ondernemertje te spelen, om uit niets iets op te bouwen, om eigenhandig kansen te verzilveren. En dat terwijl een deel van de essentie van de manager 2.0 nu juist gelegen zit in het aanboren van het al aanwezige potentieel, om te sturen vanuit het bestaande, en om met alle zittende stakeholders goed om te gaan. En dat is toch echt iets wezenlijk anders.
Maar goed, een betere term is voorlopig niet voorhanden. En ja, als kritiek op de terminologie het enige kritiekpunt is, dan zal Greveling die waarschijnlijk met een gerust hart in z’n zak steken. Want hij heeft een boek op de markt gebracht dat het verdient om breed gelezen te worden. Met veel dank dus aan Mintzberg, dat mag wel benadrukt worden.
Lees ook:
- De 5 beste Nederlandse managementboeken van 2010
- De 5 beste internationale managementboeken van 2010
Management Team neemt elke vrijdag een nieuw (management)boek onder de loep. > eerdere recensies



