Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Hongarije is klaar voor de EU

Hongarije lijkt de meest westerse van de kandidaat-lidstaten voor de Europese Unie. De staatsbedrijven zijn geprivatiseerd, de economie geliberaliseerd, het animo voor toetreding is hoog. Alleen de zakencultuur moet zich nog aanpassen

Jaap van Staalduine van ING had er weinig vertrouwen in. Met zijn kapotte televisie stapte hij de elektronicawinkel in Boedapest binnen. Er zat nog garantie op het toestel dat was het probleem niet. Maar krijg een winkelbediende in een voormalig Oostblokland maar eens zover dat hij die garantie ook gééft. Tot zijn eigen verbazing lukte dat binnen een kwartier. Van Staalduine kreeg zonder gemor zijn geld terug. “Dat was me in Polen nóóit gelukt,” zegt hij. “Daar zou de winkel tot het eind toe hebben volgehouden dat ik bij de fabriek moest zijn. Voorschrift is immers voorschrift.”
De Hongaren zijn vriendelijker, behulpzamer en klantgerichter dan hun buren. Van Staalduine kan het weten. Hij woonde vier jaar lang in Polen, voordat hij een jaar geleden naar Boedapest verhuisde. Daar geeft hij leiding aan het Retail Service Centre, dat software ontwikkelt voor ING-vestigingen in de hele regio. “Het werkklimaat is hier prettiger. De mensen zijn opener, ze nemen sneller besluiten. En het niveau van dienstverlening is beter dan in de buurlanden.”

Hongarije doet het goed in het klasje van tien aspirant-lidstaten voor de Europese Unie. Na de val van de muur trok het land een enorme sprint. De staatsbedrijven werden in hoog tempo geprivatiseerd, de buitenlandse investeerders met open armen en fiscale douceurtjes omarmd. Een uitverkoop, mopperden sommige Hongaren. Niet ten onrechte. Zij gingen in eerste instantie gebukt onder de oplopende inflatie en de hoge werkloosheid die de omwenteling vergezelden. Maar na dertien jaar markteconomie laat Hongarije mooie cijfers zien. De inflatie zakte van ruim 20 naar minder dan 8 procent, de werkloosheid daalde naar 6 procent onder het gemiddelde van de eurolanden. Ook al is de economische terugval na elf september voelbaar, het land laat nog altijd een economische groei van ruim 3 procent zien.
Sinds hun nieuw verworven vrijheid snakken de Hongaren ernaar om bij het Westen te horen. Hun animo vóór toetreding tot de Unie is hoger dan elders in Oost-Europa. Volgend jaar houdt Hongarije een volksreferendum over dit onderwerp. Volgens de laatste peilingen kruist ruim 84 procent van de stemmers 'ja' aan. De Hongaarse toetreding, naar verwachting in 2004, lijkt inmiddels zo goed als zeker.

De openlijke pro-westerse houding legt Hongarije geen windeieren. Van de Oost-Europese landen sleept Hongarije per hoofd van de bevolking het hoogste bedrag aan buitenlandse investeringen binnen. Met 1,8 miljard euro in 2001 voert Nederland de lijst van buitenlandse investeerders in Hongarije aan. Philips heeft er fabrieken voor de productie van beeldbuizen, televisies en dvd's. Unilever maakt er Eskimo-ijsjes. VNU-dochter VICO Press geeft er het grootste damesblad uit. En Rynart Transport werkte zich van volstrekte nieuweling op tot het grootste transportbedrijf van Hongarije.

Poesta
De multinationals hebben de grote koek inmiddels nagenoeg verdeeld. Nu is het de beurt aan het midden- en kleinbedrijf om de resterende brokstukken te grijpen. Zo bouwde Rollecate uit Staphorst een fabriek voor de productie van metalen kozijnen in het dorpje Tengelic. Midden op de zinderende Hongaarse poesta. “De grond was hier waanzinnig goedkoop,” zegt vestigingsmanager Marinus Evertse, die in 1993 met Rollecate naar Hongarije trok. In zijn grote productiehal maken de machines een enorme herrie. Geroutineerd zetten Hongaarse lassers de kozijnen in elkaar. Evertse strijkt liefkozend over een kozijn met een smal profiel en een patroon van kleine ruitjes, bestemd voor een historisch gebouw ergens op de Veluwe.
Een hal verder wachten pallets met in plastic verpakte kozijnen op een vrachtwagen. Per week vertrekken bij Rollecate Hongarije vijfhonderd vierkante meter kozijn. Ze worden wereldwijd afgezet, al blijft de Nederlandse markt de belangrijkste afnemer. Kozijnen voor de gevangenis in Ter Apel, het NS-station Amersfoort en het Ohra-kantoor in Arnhem komen uit Tengelic. De afzet op de Hongaarse markt is minimaal. Evertse: “Als een Hongaar een kozijn nodig heeft, gaat hij naar de boerensmid. De kwaliteit is om te huilen. Op die markt begeef ik mij niet.”

Rollecate koos voor Hongarije op het moment dat de Hongaarse industrie uit het slop begon te klimmen. “Industriële productie was nooit een speerpunt in Hongarije,” zegt Anton van Beek, directeur van de International Trade Promotion Services in Wenen. Het ITPS steunt kleine en middelgrote bedrijven die actief zijn in Centraal-Europa. “Westerse bedrijven die de productie wilden uitbesteden, kozen in eerste instantie voor Tsjechië of Polen. Die landen beginnen nu aardig vol te lopen, terwijl er in Hongarije nog volop mogelijkheden zijn. Hongarije vangt als het ware de overloop van de buurlanden op.”
Sinds midden jaren negentig weet Hongarije een relatieve achterstand om te buigen in een voordeel. Het opleidingsniveau en de lonen zijn hier lager dan in buurland Tsjechië. Hongarije heeft zichzelf neergezet als basis voor de fabricage van onderdelen en goedkope assemblage. Het uitbesteden van laaggeschoold productiewerk is hier nog lonend al verdwijnen de eerste fabrieken alweer naar 'nóg-lagere-lonen-landen'.

Luxe
Hongarije is het meest westers georiënteerde land in Centraal-Europa. Voor de oppervlakkige bezoeker lijkt Hongarije in elk geval Boedapest dan ook behoorlijk bij de tijd. Wie rondloopt in de winkelstraten van Pest, waant zich op een promenade in Berlijn of Parijs. De ene luxe boetiek na de andere schreeuwt om aandacht.
Een buitenlands bedrijf dat in Hongarije echter een tweede West-Europa of zelfs een soort Nederland denkt te treffen, komt bedrogen uit. “Het mentaliteitsverschil is nóg groter dan tussen Slavische landen en Nederland,” zegt Anton van Beek van ITPS. “Hongaren zijn charmant en hoffelijk, maar ook sluw en slim. Weinig Nederlanders kunnen zich in die innemende mentaliteit van de Hongaren verplaatsen.”

Hoewel Hongaarse en Nederlandse zakenpartners het doorgaans goed met elkaar kunnen vinden, verschilt de zakencultuur hemelsbreed van elkaar. De Nederlandse zakenman is gewend om consensus te zoeken. Hij consulteert eerst alle betrokken, op gelijkwaardige basis, en zoekt vervolgens een redelijke oplossing waarmee iedereen kan leven. De Hongaarse instelling staat daar haaks op. Hongaren zijn gewend orders te krijgen en hun werk uit te voeren volgens vaste structuren en patronen. De baas moet duidelijk de baas zijn.
Een terrein waar deze verschillen onvermijdelijk tot uitdrukking komen is de massieve Hongaarse bureaucratie, waaraan geen enkele buitenlandse ondernemer kan ontsnappen. Die bureaucratie lijkt een overblijfsel uit het communistische verleden, al is dat maar gedeeltelijk waar. Het bureaucratisch model gaat terug tot de Habsburgse tijd, ver vóór de komst van de communisten. Ambtenaren dienen het systeem, niet de mensen. In plaats van de keizer dienen zij nu de staat. Althans, zo voelen zij dat zelf.

Daar kan Marinus Evertse van Rollecate over meepraten. “Aan overheidsinstanties kun je geen advies vragen, zoals in Nederland wel het geval is. Als het contact met een ambtenaar goed is, komt dat door persoonlijke omstandigheden bijvoorbeeld omdat er iets onder tafel is geschoven.” Het is de vurige hoop van Marinus Evertse van Rollecate dat de toetreding van Hongarije tot de Europese Unie ervoor zorgt dat de contacten met de overheid soepeler gaan verlopen. “Als wij goederen importeren, is het altijd de vraag of het door de douane komt. Als wij inspectie krijgen van de arbo-instantie, meldt men bij voorbaat dat men komt bekeuren. Daar kan ik wel eens gigantisch geïrriteerd door raken.”
Hoe massief de bureaucratie ook is, de regels en procedures blijken echter, meer dan in Nederland, onderhandelbaar. Zo vroeg de gemeente Tengelic aanvankelijk enorme bedragen aan Rollecate voor de aanleg van water en stroom in de fabriek. Evertse: “Toen puntje bij paaltje kwam, bleek het bedrag lang zo hard niet te zijn als aanvankelijk werd gesteld. Al pratend kwamen we op een prijs van minder dan de helft van het aanvankelijke bedrag.”
Terwijl Nederlanders zich nogal eens ergeren aan de massieve procedures die, als het erop aankomt, vaak weer te omzeilen zijn, noemen Hongaren hun Nederlandse zakenpartners nogal eens besluiteloos. Hollanders blijven maar rondvragen, consensus zoeken en onderhandelen, in plaats van een knoop door te hakken.

Hol van de leeuw
In dit spel van cultuurverschillen lijkt het advies- en ingenieursbureau DHV zich in het hol van de leeuw te begeven. Niet alleen heeft DHV de door-en-door verambtelijkte Hongaarse overheid als klant. Bovendien is het poldermodel een van de belangrijkste overlegmethodes van DHV.
Aan de muur van de werkkamer van Nandor Bognar hangt een fraai ingelijste poster van de Amsterdamse grachtengordel. Bognar bestiert sinds tien jaar het Hongaarse kantoor van DHV in Boedapest. De kwaliteit van het Amsterdamse grachtenwater zou in Hongarije voor een schoonheidsprijs in aanmerking komen. “Wist je dat in Boedapest 60 tot 70 procent van het afvalwater ongezuiverd in de Donau verdwijnt?” vraagt Nandor. In de rest van het land is het niet veel beter. Op grote schaal lozen huishoudens en fabrieken hun afvalwater in beken en rivieren. Rioleringen en zuiveringsinstallaties zijn schaars.

De kwaliteit van het grondwater is een van de milieuproblemen in Hongarije. Het land moet dat verbeteren, conform de voorschriften van de Europese Unie. En daar is geld voor. Naar verwachting krijgt Hongarije de komende 10 jaar 10 miljard euro subsidie om de milieukwaliteit tot EU-niveau op te krikken. Advies- en ingenieursbureau DHV spint daar garen bij. Het is als consultant betrokken bij tientallen lokale en regionale waterprojecten.
“In 2015 moet het probleem van het afvalwater zijn opgelost,” zegt Nandor. “Dat betekent dat alle dorpen en steden een riool én een zuiveringsinstallatie moeten hebben.” DHV is inmiddels betrokken bij zo'n dertig gemeentelijke projecten. De EU vereist ook dat er waterschappen komen voor het oplossen van waterproblematiek op regionaal niveau. Op dit moment werkt DHV aan een pilot voor het oprichten van een waterschap in het zwaar vervuilde stroomgebied van de rivier Által-ér.

De Europese Unie geeft hier niet alleen geld voor, het schrijft ook de werkmethode voor. Dat betekent dat de lokale bestuurders zélf plannen moeten maken voor verbetering van milieukwaliteit in hun omgeving. Het oprichten van het waterschap gaat via een open planningmethode: alle stakeholders doen mee in een dialoog. Kortom, een polderoverlegmodel in optima forma. “Dat was wennen,” zegt Jeroen Kool, een Nederlandse collega van Bognar. “Met name deze niet-technische aspecten van open planning waren voor de Hongaren nieuw. Bijvoorbeeld een mening geven in een open forum, terwijl je van tevoren niet weet of iedereen het er mee eens is. En hoe ga je om met het resultaat daarvan? En wat is de status van een consensusvoorstel? Vooral mensen met diepe wortels in het oude regime hebben daar nog moeite mee. De jongeren wennen sneller aan deze nieuwe manier van werken. Toch gaat het de Europese Unie daarom. Hongaren moeten niet alleen betere waterzuiveringsinstallaties krijgen. Ze moeten ook leren zich van nieuwe werkmethodes te bedienen.”

Adressen
Economische Voorlichtingsdienst: www.evd.nl
Nederlandse Kamer van Koophandel in Boedapest: www.nlchamber.hu
International Trade Promotion Services ITPS: 070-3474568, [email protected], www.nlchamber.info.”


Westers mkb drijft Hongaarse collega’s in het nauw

Maar liefst 39 procent van de Hongaarse zakenmensen denkt dat de toetreding tot de Europese Unie geen enkele impact op hen zal hebben. Dat meldde de Boedapest Business Journal (BBJ) onlangs. Hongarije telt een half miljoen bedrijven. Het merendeel daarvan zijn kleine en eenmanszaakjes. Volgens het BBJ wachten de doorsnee Hongaarse mkb'ers met apathie en desinteresse op de uitbreiding van de Unie. Als zij al een gevaar vrezen, dan denken zij aan de komst van meer grote buitenlandse bedrijven. Ten onrechte: dankzij de open economie in Hongarije zijn deze multinationals er al jaren. De komende jaren komt de belangrijkste bedreiging juist van kleine bedrijven uit de huidige EU-lidstaten. Het Hongaarse mkb zal de strijd moeten uitvechten met het westerse mkb, op basis van kennis, concurrentievermogen en niveau van dienstverlening.
“De uitloop onder retailers is al begonnen,” zegt Nandor Bognar van DHV. “Kijk maar naar de stad, daar is elke tiende winkel dicht. Dat is begonnen nadat de buitenlandse multinationals een jaar of zes geleden hun eerste big shopping malls hebben geopend. Na de toetreding verwacht ik een nieuwe investeringsgolf. Kleine en middelgrote ondernemingen lopen dan het grootste risico. Zij weten weinig van de nieuwe regels, van prijzen en van concurreren. Bovendien missen ze geld voor nieuwe investeringen.”
Volgens Marinus Evertse van Rollecate is een verdere uitloop van het mkb onvermijdelijk. “Het mkb gaat een noodzakelijke sanering doormaken,” verwacht hij. “Als je het aantal bedrijven in Hongarije vergelijkt met het aantal in West Europa, dan moet nog ongeveer 50 procent over de kop gaan.”

Do’s and don’ts

> Maak je planning niet te strak. Hongaren vinden Nederlanders vaak weinig flexibel. Klaag niet te veel als de Hongaarse partner tijdens de uitvoering de plannen nog verandert.
> Neem de Hongaarse uitdrukking 'Nem lehet' ('Het is niet mogelijk') niet te letterlijk. Het heeft een scala aan betekenissen, waaronder 'dat is een moeilijke vraag'. Tussen de regels door luisteren en letten op non-verbale signalen helpt te ontdekken waar het werkelijke probleem ligt.
> Investeer in netwerken en het opbouwen van relaties. Op termijn loont het zich om als 'een van ons' te worden beschouwd.
> Neem lokaal personeel aan. Vertrouwen speelt een enorme rol in het zakelijke verkeer. Voor projecten in de provincies kan het zelfs raadzaam zijn om met 'lokaal-lokale' mensen te werken.
> Neem een betrouwbare tolk mee. Zorg dat hij of zij deel uitmaakt van je team. Een verhaal wordt soms heel anders vertaald dan je denkt.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Landengegevens

Aantal inwoners: – 10 miljoen
Werkloosheid: – 6% (2001)
BNP: – 52,5 miljard euro (2000)
Groei BNP: – 3,8 % in 2001
Buitenlandse investeringen: – 2,75 miljard euro (2000)
Nederlandse investeringen: – 1,8 miljard euro (1999)

(bron: Economische Voorlichtingsdienst)