Zeer vereerd zijn ze bij Philips met de uitverkiezing tot duurzaamste onderneming van Nederland. Philips is al jaren bezig, het milieubeleid dateert van 1970 en de sociale zorg is nog veel ouder, dat bestond al eind negentiende eeuw. “Het zit in onze haarvaten.”
Kwikhoudende emissies
Meest in het oog springend zijn EcoVision en het leveranciersbeleid. In het nieuwe milieuplan dat afgelopen week werd aangekondigd, zijn doelstellingen opgenomen die weer een stapje verder gaan dan de vorige editie. Het gaat bijvoorbeeld om het reduceren van het energieverbruik (in 2009 vijf procent minder verbruik dan in 2005) en de uitstoot van bepaalde stoffen (verminderen van kwikhoudende emissies met 83 procent). Productontwikkeling en milieubeleid gaan hand in hand. Producten die in de winkel komen te liggen moeten goed presteren op milieugebied, zo is de interne richtlijn. Daarnaast zijn er de green flagships, apparaten die vergeleken met de concurrentie uitzonderlijk milieuvriendelijk zijn. In 2005 verschenen er ongeveer 50 van die vlaggenschepen op de markt, de doelstelling voor dit jaar is minimaal nog eens 35.
Leveranciersbeleid
Het leveranciersbeleid, tegenwoordig de heilige graal onder duurzaamheidsonderzoekers, krijgt veel aandacht in het jongste duurzaamheidsverslag van Philips. Je kunt immers zelf nog zo goed bezig zijn, als je leveranciers kinderarbeid inzetten of loodhoudende stoffen lozen, schiet de maatschappij er weinig mee op. Probleem is dat Philips duizenden toeleveranciers heeft, verspreid over tientallen landen. Veel van hen hebben een supplier declaration on sustainability ondertekend, een verklaring dat ze zich aan bepaalde gezondheidsvoorschriften houden, geen kinderarbeid gebruiken et cetera. Er is een assessment-hulpmiddel beschikbaar gesteld waarmee de leveranciers zichzelf kunnen onderzoeken. Vervolgens zijn ongeveer tweehonderd van de belangrijkste leveranciers in 2005 aan een audit onderworpen. De doelstelling voor 2006 is dat bij twintig procent van de leveranciers die de verklaring hebben ondertekend, zo’n audit zal zijn gedaan.
Philips loopt hiermee voorop, vindt Marcel Jeucken, onderzoeker bij Dutch Sustainability Research (DSR). “Het bedrijf heeft bijvoorbeeld zelf de instrumenten ontwikkeld om de leveranciers te kunnen screenen. Dat soort hulpmiddelen zijn nog geen gemeengoed. Philips is bezig om nieuw territorium te ontginnen.” De afdeling milieu is inmiddels omgedoopt in het corporate sustainability office. Het is een stafafdeling met als taak het uitdragen van de duurzaamheidsgedachte in alle geledingen van het bedrijf en onder de zakenpartners. Het beleid wordt voorbereid in een sustainability board waarin de productdivisies vertegenwoordigd zijn, naast stafdiensten zoals hrm, legal en procurement. “Ons doel is om zelf klein te blijven en de andere geledingen van het bedrijf aan te jagen, zodat het overal wordt opgepakt,” zegt Henk de Bruin, hoofd van de afdeling. Dat is dan het embedden, eveneens een modewoord in het duurzaamheidswereldje. Zorgen voor zo veel mogelijk intern draagvlak.
Spreekbeurten
Ceo Gerard Kleisterlee draagt eraan bij door de duurzaamheid regelmatig te noemen in zijn spreekbeurten. De bedoeling is dat het personeel trots als een pauw op het eigen beleid rondstapt. Daar is men bij Philips aardig in geslaagd, vindt De Bruin. “We noemen dat de engagement factor. Het gevoel dat we met zijn allen goed bezig zijn.” Het enthousiasme van het personeel kan als een bate van het duurzaamheidsbeleid worden gezien, maar wat zijn de kosten? Welke investeringen moeten worden gedaan en hoe worden ze terugverdiend? Het antwoord op deze vraag kan door niemand worden gegeven omdat, volgens De Bruin, er bij Philips niet zo over wordt gedacht. “Het wordt zo opgevat dat elke bedrijfsgeleding duurzaamheid moet zien als normaal onderdeel van zijn taken. Dan moet je het dus niet separaat gaan meten, dan zou je jezelf tegenspreken.” Duurzaamheid wordt gezien als business driver, aldus De Bruin, iets dat goed is voor de ontwikkeling van het bedrijf.
Als voorbeeld noemt hij de CosmoPolis, een lamp die 37 procent lichter is en 29 procent minder energie verbruikt dan zijn voorganger. “Als die lamp in heel Europa in de straatverlichting zou worden gebruikt,” zegt De Bruin, “zou dat een besparing van 28 miljoen ton CO2 opleveren en een kostenbesparing van 4,3 miljard euro.” In dat geval zou de engagement factor waarmee het Philips-personeel zou rondstappen, weer hoger worden. Voorwaarde is wel dat alle stadsverlichtingsbedrijven van heel Europa eerst in Eindhoven langskomen om die lampen te bestellen.
Groene stroom
Is er helemaal niets op Philips aan te merken? Jawel, vindt Jeucken van DSR. Het bedrijf rapporteert bijvoorbeeld slecht over het aantal producten dat (bijvoorbeeld om gezondheidsredenen) moet worden teruggenomen. Ook het gebruik van groene stroom is onder het gemiddelde, “wat jammer is voor zo’n energie-intensief bedrijf,” zegt Jeucken. Van Stijn van SNS Asset Management vindt dat Philips soms nog onduidelijk is over zijn doelstellingen. “Het bedrijf zou bijvoorbeeld specifieker kunnen zijn over het uitfaseren van gevaarlijke stoffen,” zegt hij. “Maar het feit dat we ons nu over dit soort dingen druk maken, geeft aan dat we ons inmiddels wel in een luxepositie bevinden.”



