Voor DSM, nummer twee op de lijst, is aandacht voor milieu en veiligheid altijd noodzakelijk geweest. “Maar pas in de jaren tachtig zijn we van de nood een deugd gaan maken.”
Jan Berends, manager milieuzaken en productveiligheid bij DSM, glimlacht meewarig. Zijn bedrijf gaat de veertien emissiedoelstellingen die het zich voor 2006 gesteld heeft, niet halen. Hij gaat het rijtjeaf. De doelstelling voor de uitstoot van vluchtige organische stoffen in de lucht is niet gehaald omdat de ombouw van een fabriek in Mexico is uitgesteld. En die van zwaveldioxide omdat er vanwege orkaan Katrina in de VS een tijd lang geen laagzwavelige brandstof te verkrijgen was. Bij de lozing van fosfaten naar water schudt hij het hoofd: “Waarom hebben we dat eigenlijk opgeschreven?” Fosfaten zijn nodig om stoffen in het afvalwater van de fabrieken af te breken. Vandaar dat het niet zo slim was om te beweren dat er 25 procent minder geloosd zou worden. Het werden er vijf. Nu heeft de raad van bestuur van DSM een deel van haar variabele beloning duurzaamheidsafhankelijk gemaakt. Betekent dat dat die straks een deel van hun bonus gaan inleveren? Berends denkt van niet. “Als het over veiligheid gaat, wordt het management keihard afgerekend, maar voor de milieudoelstellingen hebben we niet de voorkeur om het via de bonussen te regelen.”
Veiligheid
Duurzaamheid is core business geworden bij het begin vorige eeuw als de De Staats Mijnen opgerichte bedrijf. De drie p’s – people, planet en profit – zijn in de gehele bedrijfsvoering aanwezig. Als het om people gaat, heeft DSM een lange traditie. Net als Philips ontwikkelde DSM vanaf de oprichting een sociaal gezicht: voor huisvesting, opleidingen, sport en andere vrijetijdsactiviteiten konden de mijnwerkers bij ‘hun’ DSM terecht. Dat heeft natuurlijk niet kunnen voorkomen dat de risico’s van het werk groot bleven. Denk aan ongelukken, stoflongen en kanker vanwege het gebruik van asbest in de mijnen. Maar juist dergelijke tragedies hebben het woord ‘veiligheid’ bij het bedrijf steeds dieper in het bewustzijn gegrift.
Explosies
Als in 1973 de laatste mijn gesloten wordt en DSM in de petrochemie een nieuwe groeimarkt heeft gevonden, komt het belang van veiligheid opnieuw naar voren. De explosies die in de jaren zeventig plaats vinden in Beek (14 doden, 106 gewonden) en Flixborough (Noord-Engeland) maken dat duidelijk.In de jaren tachtig komt daar de milieuproblematiek bij. Er worden strenge wetten ingevoerd voor water, lucht en bodem. Zo wordt de ‘gele pluim’ – de permanente uitstoot van stikstofoxide (NOx) uit een enorme schoorsteen op het petrochemisch complex in Geleen die een baken vormt voor menig thuiskomend vakantieganger – in 1989 substantieel gereduceerd. Dan een technisch hoogstandje waarmee DSM voorloopt op zijn concurrenten.
Imago
Met het imago van de chemische industrie gaat het ondertussen bergafwaarts. De Amerikaanse chemische sector opent een charmeoffensief met het Responsible Care-programma – een begin van milieurapportage. Berends: “Dat was aanvankelijk vooral imagogericht. Maar we hebben toen ook bij DSM besloten dat programma in te voeren.” De eerste versie ligt er in 1993.
In de jaren daarop neemt de milieutechnologie een hoge vlucht. De overheid legt strenge eisen op aan de uitstoot van vervuilende stoffen en de industrie moet fors investeren om die doelstellingen te halen. Met de benoeming van Peter Elverding tot bestuursvoorzitter in 1999 breekt een nieuw tijdperk aan. Hij zet een transformatie in gang van bulk- naar fijnchemie. Hoofdmoot: de petrochemische business wordt in 2002 verkocht en in 2003 wordt de vitaminen- en fijnchemiedivisie van het Zwitserse Roche overgenomen. DSM heeft zich dan ontwikkeld tot producent van hoogwaardige, specialistische materialen, harsen en coatings die hun toepassing vinden in vele industrieën.
Vitamine A
Door de omschakeling van petrochemie naar fijnchemie vermindert het gebruik van aardolie als grondstof aanzienlijk ten gunste van natuurlijke grondstoffen. Elverding neemt duurzaamheid serieus. In 2002 verschijnt het eerste duurzaamheidsverslag dat door duurzaamheidsanalisten wordt geroemd als voorbeeld voor hoe het hoort. In 2003 wordt een website gelanceerd waarop het duurzaamheidsbeleid inzichtelijk wordt gemaakt. Ondertussen slaat DSM een goed figuur met zijn projecten in opkomende economieën als China en India, waar vitamine A aan voedsel wordt toegevoegd om blindheid tegen te gaan. Een en ander resulteert in 2004 én in 2005 in de uitroeping tot wereldwijde nummer één voor de chemische sector in de Dow Jones Sustainability Index.
Voeden
Elverding blijft het duurzaamheidsbeleid voeden, bijvoorbeeld als hij afgelopen oktober Vision 2010, de nieuwe groeistrategie van het bedrijf, uit de doeken doet. De toekomst, zo blijkt, ligt niet alleen in de fijnchemie, maar vooral ook in de biotechnologie. Zo is DSM in de wereld van de biomedischematerialen, de gepersonaliseerde voeding, de geavanceerde verpakkingsmaterialen en de white biotech gestapt. Vooral die laatste categorie – het gebruik van biotechnologische processen om basismaterialen voor allerhande industrieën te produceren – lijkt veelbelovend. DSM produceert bijvoorbeeld antibiotica met behulp van enzymen, wat sneller en goedkoper gaat, een kwalitatief beter product oplevert en – jawel – ook minder emissies. Duurzaamheid wordt daarmee niet zozeer iets waarmee de impact van vervuilende activiteiten wordt gecompenseerd, maar een eigenschap in het hart van de strategie van het bedrijf.
Papierwinkel
Denk nu niet dat alles koek en ei is tussen DSM en het broeikaseffect. Het energieverbruik ligt op een niveau van circa 77 petajoules, wat gelijk staat aan het jaarverbruik van zo’n 1 miljoen West-Europese huishoudens. En de uitstoot van CO2 correspondeert daar naadloos mee. De doelstelling om per ton product in 2006 5 procent vermindering te bereiken ten opzichte van 2000, werd al in 2004 bereikt. Per 2010 moet er weer minstens 5 procent vanaf, maar over de vraag wat het daarna moet worden, durft DSM zich nu nog niet uit te laten. Dát het verder omlaag moet, staat vast. Wat betreft materiaalgebruik en het gebruik van gevaarlijke stoffen – twee focusgebieden voor DSM – zijn er nog geen langetermijndoelstellingen geformuleerd. Berends: “Bij gevaarlijke stoffen zijn we aan het inventariseren wat we nou precies gebruiken wereldwijd. Pas als we daar meer helderheid over hebben, kunnen we gaan kijken naar kwantificeerbare doelstellingen. Dat zou wel eens met een jaar of twee kunnen zijn.”
Portemonnee
Ondertussen is de periode van de emissiedoelstellingen voor 2006 afgesloten en is er een serie nieuwe – ambitieuze – doelstellingen geformuleerd voor 2010. Het roept een vraag op: als straks in 2010 weer een aantal van die doelstellingen niet gehaald wordt, zal het management dat dan wél in de portemonnee voelen? Berends, diplomatiek: “Misschien een goed idee, we zullen het nog eens aan de orde stellen.”



