Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Dead Valley

Bijna een decennium na de beruchte dotcom crash lijkt de geschiedenis zich te herhalen. De opdoemende recessie in de oude economie, raakt de nieuwe economie op gevoelige plekken. Het survivalhandboek is afgestoft. Grote vraag is: is ‘the Valley' nu beter gewapend tegen economisch onweer dan in 2000?

 

Begin oktober trekt Seqouia Capital aan de noodrem. Het investeringsbedrijf dat ruim honderd hedendaagse dotcoms in diens portfolio heeft, doet in een flinke powerpoint-presentatie een boekje open over het economische tij waarmee Silicon Valley te maken hebben. De eerste slide zegt het al: een grafsteen met opschrift R.I.P Good Times. Anders gezegd: de feestvreugde van web 2.0 mag in de koelkast. Web 2.0 staat voor het hervonden elan van internet na de dotcomcrash van 2000. Het markeert de ontwikkeling van het internet van een verzameling websites naar een platform van interactieve toepassingen. Weblogs, social networking en virtuele gemeenschappen leggen de basis voor een nieuwe hausse in Silicon Valley. Maar dat hoofdstuk lijkt nu te worden afgesloten. Het wordt een barre tijd.

Sequoia Capital drukt diens bedrijven met een harde en duidelijke boodschap op de feiten. De cijfers zijn simpel. Consumentenbestedingen dalen, waardoor zowel traditionele retail als ecommerce de pijn voelen. Online advertising holt achteruit. En ook de oprukkende mobiele markt heeft eronder te lijden. De neerwaartse economische spiraal raakt Silicon Valley hard. Ontslagen zijn meer regel dan uitzondering en durfkapitalisten trekken hun keutel meer en meer in.

Herhaling van zetten

Behalve Sequoia verzenden meer investeerders in Silicon Valley alarmboodschappen. Internetbedrijven zijn extra gevoelig. Eerst moet een gigantische gebruikersdatabase worden geworven. En dat kost geld en tijd. En precies dat is er nu niet. Wie geen product heeft dat hier en nu kan worden verkocht, gaat ten onder.

Niet voor niets zag de internetsector investeringen in het derde kwartaal van dit jaar met maar liefst 36 procent teruglopen vergeleken met het tweede, aldus cijfers van de Amerikaanse National Venture Capital Association. En dat tweede kwartaal was ook al niet om te juichen.

Ron Conway, een van de vroege top-investeerders in Google, stofte in oktober een e-mail af die hij in het voorjaar van 2000 ook de mensen in zijn investeringsportfolio stuurde. De boodschap is identiek aan die uit de vorige dotcomcrash. Schrappen, ontslaan en snijden. Ieder bedrijf moet door kostenmaatregelen op zijn minst 3 tot 6 maanden extra tijd kopen. Het is overleven geblazen. "Helaas herhaalt de geschiedenis zich. Maar ik hoop dat we hebben geleerd van de vorige keer en grotere ellende kunnen voorkomen", schrijft Conway.

Ontslagrondes

De pijn is voelbaar. Gerenommeerde dotcoms die de eerste crash met glans overleefden, zijn er nu gloeiend bij. Zoekmachine Yahoo! kondigt een ontslagronde aan van 1.500 werknemers, ongeveer 10 procent van het personeelsbestand. Internetveilinghuis eBay zegt eveneens 10 procent op straat te zetten, ook zo'n 1.500 mensen. Online computerverkoper Dell kondigt een ontslagronde aan van maar liefst 8.900 werknemers, pakweg 10 procent van diens medewerkers.

In de schaduw van de grote jongens volgen ontelbare ontslagen van kleinere dotcoms. Het weblog TechCruch.com houdt met diens Layoff Tacker de stand van de huidige misère bij. Het liegt er niet om. Per 10 november telt de lijst ontslagrondes van 164 bedrijven en 48.222 werknemers die hun baan verliezen of hebben verloren.

Een paar voorbeelden: Het zakelijke social network LinkedIn doet 10 procent de deur uit, autosite Autobytel ontslaat een derde van diens 225 werknemers tellende personeelsbestand, de filesharingtechnologie van BitTorrent blijkt ook niet recessieproof en moet met 50 procent inkrimpen en online advertentienetwerk AdBrite ontslaat maar liefst 40 van zijn 100 medewerkers.

Snel reageren

"Het is bittere noodzaak om per direct winstgevend te zijn", zegt Iggy Fanlo, ceo van AdBrite over de rigoureuze bezuiningsmaatregel. "We gaan een heel barre periode in. Ik heb de beslissing genomen om zeer snel, zeer diep in te grijpen. Zodat we het niet nog eens moeten doen".

AdBrite is een van de bedrijven waarin Sequoia geld heeft zitten. En Fanlo toont zich een vlotte leerling. Hij volgt ermee het advies van Sequoia. De financieringsclub doceert de volgende stappen: snijd in je personeelbestand, herzie salarissen, leg een zeer zware nadruk op sales door middel van een stimulerende commissiestructuur, zet zo snel mogelijk een winstgevend bedrijf neer en spendeer iedere dollar alsof het je laatste was.

De snelheid van doorvoeren van deze stappen is cruciaal. Sequoia noemt het ‘survival of the quickest'. Wie snel snijdt kan met een sterk afgeslankt team de storm uitzingen omdat de kosten de baten niet langer overschrijden. Wie te laat reageert, loopt achter de feiten aan en raakt verstrikt in de zogeheten ‘death spiral' een neerwaartse spiraal van ontslagrondes en dalende opbrengsten die in een mum van tijd leidt tot een failliete boedel.

Dotcom crash 1.0

De vergelijking tussen deze tijd en de vorige tegenwind in Silicon Valley is snel gemaakt. Hoewel treffend, is de situatie in economisch opzicht serieus anders. Een flashback.

Het is maart 2000. De internethype jubelt naar een hoogtepunt. Internetbedrijven zijn de goudmijnen op de aandelenmarkt. Hoe hoger het marketingbudget, beschikbare durfkapitaal en de burnrate, hoe hoger de toekomstverwachtingen op basis waarvan aandelen dag na dag in waarde toenemen.

Als reflectie daarvan bereikt de Nasdaq zijn historische piek op vrijdag 10 maart: 5.132.52 punten. Het is het resultaat van talloze beursgangen van bedrijven en bedrijfjes die ‘iets doen met internet'. En alleen door dat gegeven al, zag ongeveer een op de vier beursgangers hun waarde in de eerste dag verdubbelen. Op maandag 13 maart is het feest voorbij. De Nasdaq zakt naar 4.879. Het veroorzaakt een kettingreactie en dotcom-aandelen gaan en masse in de verkoop. Op 15 maart staat de stand op 4.580 en heeft de Nasdaq in zes dagen tijd ongeveer 9 procent van zijn waarde verloren. De vrije val gaat nog maanden door. Tussen maart 2000 en oktober 2002 verliest de Nasdaq 78 procent van zijn waarde, waarbij het onwaarschijnlijke kapitaal van 5 biljoen dollar – een vijf met 12 nullen – volledig verdampt.

In het kielzog van de dotcom crash worden ook andere beursnoteringen meegetrokken. Hoewel met kiespijn, lacht de oude economie om het ingestorte kaartenhuis dat men de nieuwe economie noemde. Oude wetten gelden weer. Bedrijfswaarde wordt weer bepaald door behaalde omzet, en niet om voorspelde inkomsten. Brick & mortar is ineens geen scheldwoord meer voor een bedrijf dat al voor 1995 bestond. Sterker nog: als reactie op het slagveld onder internetbedrijven, zoeken veel beleggers in de Verenigde Staten hun heil in onroerend goed.

Huizenmarkt

De speculatieve koorts lijkt niet te genezen en slaat over naar de huizenmarkt. Huizen zijn tastbaar en worden gezien als waardevast en worden meer en meer een populair beleggingsobject. De econoom Robert Shiller ziet in deze omslag de basis voor de crash in de huizenmarkt die in de Verenigde Staten het begin inluidde van de huidige economische crisis en als katalysator heeft gewerkt op de mondiale kredietcrisis.

Hoe dat zit? Terwijl de huizenmarkt in de Amerikaanse kuststreken al aardig aan het warmdraaien was, gooide de Federale bank nog wat olie op het vuur. Na de aanslagen van 11 september 2001 verlaagde Alan Greenspan, de voorzitter van de Amerikaanse federale bank, de rente naar een historisch laag niveau van 1 procent. Hij probeerde zo aan de dreigende recessie te ontsnappen. Als gevolg hiervan verlaagden hypotheekbanken hun voorwaarden. Hierdoor werden Amerikanen die het voordien niet konden betalen, aangemoedigd een huis te kopen. Het gemakkelijk verkrijgbare krediet wakkerde de vraag op de huizenmarkt nog verder aan met als gevolg sterk stijgende prijzen. De prijzen stegen al snel boven de reële waarde van vastgoed en er vormde zich een speculatieve bubbel die in de kern verdacht veel op het op de dotcombubble lijkt van eind jaren ‘90.

Hypotheeklast

Ondertussen cashten ook hele legers woningbezitters de overwaarde van hun huis door de hypotheek te herfinancieren tegen de extreem lage rente. Vaak werd dat geld gestoken in luxegoederen. Dat consumptiegedrag wakkerde de economie nog verder aan. De pijn kwam later. Toen de Federale bank de rente weer deed stijgen en de eerste hypotheektermijnen waarin de extreem lage rente was vastgesteld voor perioden van vijf jaar afliepen, zagen talloze huizeneigenaars zich geconfronteerd met torenhoge hypotheeklasten. Zo hoog dat velen niet langer in staat waren de hypotheeklasten op te hoesten, waardoor de huizen gedwongen in de verkoop gingen.

Dat plotselinge toegenomen aanbod op de huizenmarkt deed de waarde dalen waardoor huizeneigenaars tot op de dag van vandaag hun hele leven zien verdampen in een financieel zwart gat. De hypotheekverstrekkers visten net zo hard achter het net omdat de waarde van de huizen niet langer het verstrekte krediet dekte. De kredietcrisis begon zich af te tekenen. En terwijl de huizenprijzen verder daalden, daalden ook de overwaardes die mensen kunnen cashen. Dat had impact op de consumentenbestedingen. En doordat die daalden, begon ook de arbeidsmarkt te kraken en werden gedwongen ontslagen en werkeloosheid het gesprek van de dag.

Het is een vicieuze cirkel die afkoerst op een recessie. En dat is het moment waarop de boemerang weer terugkomt in Silicon Valley.

Shake-out

De vraag rijst nu: is Silicon Valley nu beter bestand tegen economisch onweer dan in 2000? Uit Silicon Valley klinkt het volmondig ‘ja'. Deze keer krijgt de tech-sector gewoon haar deel van een recessie om de oren en omdat er geen enorme luchtbel van overwaarde hangt boven de bedrijven zal de val ook niet zo hard en diep zijn, luidt de redenering. Ook topinvesteerder Conway is behoorlijk positief. Waar hij in 2000 zo'n 70 procent van de 200 bedrijven waarin hij ‘seedkapital' had gestoken op de fles zag gaan, signaleert hij nu dat veel van zijn 130 start-ups voor zeker zes maanden werkkapitaal in kas hebben.

Terugkijkend was de eerste crash eigenlijk een ‘normale' shake-out zoals die in iedere ‘emerging market' vroeg of laat plaatsheeft. Pakweg 50 procent van de startende internetbedrijven legde het loodje. En hoewel die shake-out via de oververhitting van de Amerikaanse huizenmarkt en de kredietcrisis nu in de vorm van een dreigende recessie de technologie-sector weer in kont bijt, heeft het Silicon Valley vooral gesterkt. De aandelen van internetbedrijven zijn nu veel lager – ofwel reëler – geprijsd dan toen en de rotte appels zijn niet meer. De dot-com crash heeft de eisen aangescherpt. Het management van de huidige generatie internetondernemingen is daardoor veel meer gedisciplineerd en stuurt meer op efficiency en revenuen dan destijds. Investeerders zijn ook een stuk kritischer geworden. Businessmodellen worden tegen het licht gehouden en durfkapitalisten zijn kieskeuriger dan ooit. En de ondernemers? Die laten in ieder geval zien dat ze het kosten snijden inmiddels onder de knie hebben.

Timeline

15 maart 2000 – Nasdaq zakt naar 4580 punten en daalt in 6 dagen 9% procent in waarde

11 september 2001 – New York's WTC verandert in Ground Zero

17 september 2001– Dow Jones heropent na een week en zakt 684 punten (ofwel 7,1 %).

21 september 2001 – In een week tijd verliest Dow Jones 1.369,7 punten (14,3%)

11 december 2001 – 12e renteverlaging van de Amerikaanse Federale bank in 2001 tot 1,75%

December 2001 – In 2001 zijn 537 internetbedrijven failliet gegaan

1 februari 2002 – In 1 jaar tijd is de gemiddelde huizenprijs in Amerika met 9% gestegen

9 oktober 2002 – Nasdaq bereikt historisch dieptepunt: 1114.11 punten. Officieel het einde van de dotcom crash

25 juni 2003 – Rente bereikt historisch lag punt van 1%

maart 2005 – Huizenmarkt VS vertoont eerste tekenen van oververhitting. Een huis is 47% meer waard dan in 1999.

29 juni 2006 – Na twee jaar van stelselmatige verhogingen staat de rente op 5,25 procent.

15 maart 2007 – Veel huizenbezitters kunnen hun hypotheeklasten niet meer opbrengen. Twee Amerikaanse hypotheekbanken komen in problemen.

2 oktober 2007 – Citigroup voorspelt een daling van diens kwartaalwinst van maar liefst 60%.

Juli 2008 – Twee grote hypotheekbanken worden van de ondergang gered. Ook huizeneigenaren krijgen financiële steun.

20 september 2008 – Groot Amerikaans reddingsplan voor de financiële sector, t.w.v. 700 miljard dollar.

29 september 2008 – Zwarte maandag. Aandelenkoersen kelderen wereldwijd nadat de Amerikaanse Senaat het reddingsplan afkeurt. 

1 oktober 2008 – Amerikaanse senaat bedenkt zich en het reddingsplan krijgt toch goedkeuring.

8 oktober 2008 – Wereldwijd verlagen centrale banken de rente om financiële crisis beheersbaar te houden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

31 oktober 2008 – In het derde kwartaal van 2008 is het GDP met 0,3% teruggelopen, de grootste daling sinds 2001. Afname van consumentenbestedingen van 6,4% in verbruiksgoederen (kleding en voedsel). De grootste afname sinds 1950.

 

Week van het Praatje: ook lastige onderwerpen worden steeds minder op de werkvloer besproken

Praten over koetjes en kalfjes wordt steeds meer een uitdaging. Het is nog veel lastiger om op de werkvloer over geld, fouten, macht of risico's te praten. Harvard-docent Christina Wing legt uit hoe managers de angst kunnen verkleinen, fouten bespreekbaar kunnen maken en moeilijke gesprekken goed kunnen voorbereiden en afsluiten.

moeilijke-gesprekken
Foto: Getty Images

Tot en met 16 oktober loopt de Week van het Praatje in Nederland. Daarbij ligt de focus op de kleine praatjes over het weer of over de hond. Dat spontane geklets met onbekenden blijkt al een uitdaging te worden. Scrollen op je smartphone is veel gemakkelijker, en zo weet big tech onze aandacht voortdurend te kapen.

Als we al niet meer kunnen praten over koetjes en kalfjes, hoe staat het dan met het bespreken van de veel gevoeligere onderwerpen op de werkvloer? Bijvoorbeeld geld, macht, risico’s, fouten en falen, of ontslag. De gesprekken die ongemakkelijk voelen, voorbarig, onbeleefd of opdringerig.

Ook die gesprekken worden volgens Christina Wing steeds minder gevoerd. Dat merkt ze bij haar studenten en in de boardrooms van bedrijven die ze begeleidt. Wing is universitair hoofddocent aan Harvard Business School en adviseert via haar eigen bedrijf Wingspan Legacy Partners founders en familiebedrijven. Bovendien is ze een gewild spreker over leiderschap en het aangaan van moeilijke gesprekken.

Onder de oppervlakte

Over dat laatste heeft ze net een praktisch boek geschreven: Unspeakable. Dat komt binnenkort uit. Het aantal onderwerpen dat taboe is, neemt alleen maar toe, signaleert Wing. Zo wordt het steeds stiller op de werkvloer: zwijgen is steeds vaker de veilige optie.

Alleen lost het vermijden van moeilijke gesprekken niks op. Wat onder de oppervlakte blijft, ettert namelijk door. Het beïnvloedt beslissingen en resultaten, ondermijnt vertrouwen en maakt relaties en zelfs bedrijven kapot.

Voor MT/Sprout kijken we wat managers hieraan kunnen doen. Bij het bespreken van lastige onderwerpen spelen zij namelijk een cruciale rol, vindt Wing: bij het managen van angst, het bespreken van fouten en het voorbereiden en het afsluiten van moeilijke gesprekken.

# Bij het managen van angst

Voor Wing is angst de meest onderschatte drijvende kracht achter het gedrag op de werkvloer. De angst om bestraft te worden, om minder capabel over te komen, kleur te moeten bekennen of in conflict te raken.

De signalen voor angst zijn duidelijk: mensen geven geen feedback meer, maar gaan akkoord. Ze zeggen niets over mogelijke risico’s, problemen en fouten worden weggemoffeld, informatie wordt zorgvuldig gefilterd en wat er wordt gezegd, wordt vaag gehouden. Al die zelfbescherming gaat ten koste van inzichten, innovatie, leren, verbeteren en groeien.

‘We omschrijven stilzwijgen vaak als voorzichtigheid, het uit de weg gaan van conflicten als geduld en meegaandheid als professionaliteit. Maar achter deze labels schuilt vaak angst als de werkelijke drijfveer.’

Leiderschap is dan ook niet langer management by fear, het is ‘het managen van angst’, vindt Wing. ‘Leiderschap gaat over manieren vinden om mensen zich meer op hun gemak te laten voelen in omgevingen met conflicten en onzekerheid.’

Lees ook: Fobo op de werkvloer neemt toe, en onder die angst lijdt het hele bedrijf

Stel deze vraag

Hoe help je je mensen om zich uit te spreken over lastige onderwerpen? Wat je kunt doen als leider, is na elke vergadering de vraag stellen: waar hebben we het vandaag niet over gehad, maar zouden we het eigenlijk wel over moeten hebben?

Als iemand daarop reageert, dan luister je. Je vat kort samen wat er is gezegd. Je bedankt hem of haar ten overstaan van de groep. Je reageert ook op de suggestie, bijvoorbeeld met een kleine aanpassing van een proces dat iedereen vervelend vindt.

Blijf die vraag herhalen, voorkom dat je een defensieve houding aanneemt, label die persoon niet als ‘moeilijk’ en laat je niet verleiden tot subtiele represailles, zoals iemand niet meer uitnodigen voor een vergadering.

Het kost tijd om dat vertrouwen op te bouwen, weet Wing. Maar wanneer je de persoonlijke risico’s van het uitspreken van eigen meningen vermindert, ontsluit je de collectieve intelligentie, moed en energie die je organisatie nodig heeft om te groeien.

# Bij het bespreken van fouten

Wing vraagt elke maandag aan haar medewerkers wat ze de afgelopen week fout hebben gedaan en wat ze ervan geleerd hebben. En of er iets veranderd moet worden in de processen of organisatie om te voorkomen dat het opnieuw gebeurt. Zelf probeert ze ervoor te zorgen dat ze meer fouten toegeeft dan de anderen.

Fouten veeg je het liefst onder het tapijt, en dat is menselijk. Iedereen maakt fouten, dat is het probleem niet. Het gaat erom wat je daarna doet. De grootste fout die je kunt maken, geeft Wing aan, is uitstellen.

Je geeft je fouten niet toe uit schaamte, uit angst voor barstjes in je ego. Je denkt misschien dat je niet betrapt zult worden, of dat je door je fout toe te geven je positie verzwakt. Dat is niet zo, geeft ze aan, maar je hebt wel wat moed nodig voor toegeven en excuses maken.

Het is het waard, want daarvoor word je ook beloond. ‘Met authentieke momenten die vertrouwen opbouwen en de band tussen mensen versterken.’

Zo zeg je echt sorry

Hoe langer je wacht met je verontschuldiging, hoe minder waarde je woorden zullen hebben. Doe je het snel en uit eigen beweging, dan wordt dat als veel oprechter beschouwd. ‘Dat is het moment waarop mensen geloven dat het je iets kan schelen.’ Blijf je het maar uitstellen, dan ondermijn je het vertrouwen en wordt het alleen maar moeilijker om dat weer op te bouwen.

Sorry zeggen is niet genoeg. Een oprecht excuus bestaat uit drie onderdelen: benoemen wat je verkeerd hebt gedaan, erkennen dat je de ander schade hebt toegebracht en uitleggen hoe je de fout rechtzet en herhaling voorkomt. ‘Als je een van deze onderdelen overslaat, ben je je niet aan het verontschuldigen, dan ben je behendig aan het schipperen.’

Lees ook: Leiders falen niet door weerstand, maar door bevestiging

# Bij de voorbereiding

Je kunt niet alles in de groep gooien. Je zult individueel ook lastige gesprekken moeten voeren. Je kunt niet iedereen promotie geven, je zult mensen moeten ontslaan, je krijgt te maken met conflicten, verslavingen, discriminatie, grensoverschrijdend gedrag, noem maar op.

Vergis je niet: een gesprek met iemand voeren over een gevoelig onderwerp is een vaardigheid op zich. Je kunt dat wel degelijk leren.

Eén van de eerste stappen die Wing aanraadt, is een goede voorbereiding. Je moet weten wat voor gesprek je wilt voeren. Wil je in dialoog gaan, of wordt het een monoloog waarin een al genomen beslissing wordt meegedeeld. Zoek je overeenstemming, een compromis of een gezamenlijke oplossing?

Oefen scenario’s

Als je weet wat het doel is, overval mensen dan niet met zo’n gesprek. Begin er niet over bij de koffieautomaat of op de gang. Maak een afspraak, laat de ander weten waar het over zal gaan, zonder al te veel in details te gaan. Dat vastleggen heeft nog een ander voordeel: je wordt gedwongen om dit gesprek door te zetten.

Oefen het gesprek van tevoren met een rollenspel. Je loopt er vast al een tijdje mee rond, geeft Wing aan. Je hebt ongetwijfeld het script in je hoofd en allerlei aannames gemaakt over hoe de ander zal reageren. Als het gesprek toch heel anders verloopt, sta je zo met je mond vol tanden.

Dankzij dat oefenen krijg je meer reacties en scenario’s aangereikt. Bovendien kom je erachter hoe en wanneer je eigen emoties naar boven komen. Ook daar kun je je dan op voorbereiden. Zo maak je het uiteindelijke gesprek gemakkelijker voor jezelf.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

# Bij het afsluiten

Lastige onderwerpen verdwijnen meestal niet na één gesprek. Als leider zorg je ook voor een vervolg. ‘Het zal je verbazen hoe vaak de meningen over wat er besproken is achteraf verschillen’, schrijft Wing. Daarom raadt ze aan om toch het een en ander op papier te zetten: een korte samenvatting en de volgende stappen.

Het onderwerp waarover jullie praten is per definitie voor een van jullie of voor jullie beiden ongemakkelijk. ‘Zelfs als het openlijk bespreken de situatie heeft verbeterd, is het menselijk om te willen dat de bron van dat ongemak op magische wijze verdwijnt.’ Geen vervolgafspraken maken, is ook een manier om dat te doen.

Lukt dat allemaal niet omdat de emoties te hoog op zijn gelopen, probeer dan in ieder geval samen een nieuwe datum te prikken. Zijn de gesprekken afgerond, bekijk dan toch na een maand hoe het gaat. Welke afspraken lopen goed, wat is er nog niet opgelost?

Genoeg over de theorie nu. Knoop dat gesprek aan, want ‘als je niets zegt, verandert er niets’.

Lees ook: AI verandert meer dan de manier van werken: ook de relaties met collega’s gaan eraan