Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

De smart open-up van Yoghurt Barn, De Balie en het Nationaal Militair Museum

Horecazaken en kunst- en cultuurinstellingen mogen weer open vanaf 1 juni. Toch zijn daarmee de problemen voor veel bedrijven in deze sectoren nog lang niet voorbij. Management Team spreekt met de leiders achter Yoghurt Barn, het Nationaal Militair Museum en De Balie.

corona
Je leest nu: De smart open-up van Yoghurt Barn, De Balie en het Nationaal Militair Museum

Loopt alles volgens plan, dan mogen de deuren bij bioscopen, theaters, concertzalen, musea en horeca vanaf 1 juni weer open. Wel zullen deze sectoren te maken krijgen met de regels van de anderhalvemetereconomie. Zo moeten bezoekers afstand houden en er mogen er vaak maar dertig mensen naar binnen. Weten we de verspreiding van het coronavirus in juni voldoende in te dammen, dan worden dit er honderd vanaf 1 juli.

De kunst-, cultuur- en horecabranche zal een zucht van verlichting slaken door de geleidelijke versoepelingen van de lockdown. Eindelijk kunnen ze weer een beetje omzet maken! Dat we nog een lange weg hebben te gaan, blijkt uit drie interviews die Management Team houdt met leidinggevenden in verscheidene van deze sectoren. We vragen Wouter Staal, oprichter van horecaketen Yoghurt Barn, Paul van Vlijmen, directeur van het Nationaal Militair Museum en Yoeri Albrecht, directeur van het Amsterdamse theater De Balie hoe zij hun organisaties voorbereiden op de aanstaande heropening.


Wouter Staal (Yoghurt Barn):
‘Konden we de wereld maar even op pauze zetten’


wouter staalToen Wouter Staal (foto rechts) van horecaketen Yoghurt Barn de recente persconferentie van Mark Rutte over de versoepeling van de lockdown zag, was hij opgelucht. ‘We hadden verwacht dat we vanaf juni alleen buiten open zouden mogen, maar binnen zijn er dus ook mogelijkheden. We hadden echt zoiets van “wow”.’ Met de huidige anderhalvemeterregels kan zijn keten echter ‘bij lange na niet 100 procent open’. ‘We hebben 100 vierkante meter gastruimte. Daar kun je nu zo’n vijftien man in kwijt, terwijl er normaal ruimte is voor vijftig mensen. Doordat we in kleine vestigingen subtiele schermen tussen de tafeltjes hangen, kunnen we overal tot dertig mensen komen, maar dat is natuurlijk inclusief personeel. Maar goed, we zijn blij dat er perspectief is.’

Om tijdens de lockdown toch nog iets van omzet te maken, zette Staal heeft de afgelopen weekends in op afhaal en thuisbezorgen. Als hij straks weer open mag, voorziet hij hier problemen. ‘Je kan dan niet allemaal mensen in de rij hebben staan die iets willen afhalen, dat gaat botsen met de mensen die binnen zitten. Je hebt dan al snel te veel mensen binnen of de anderhalvemeterregel kan niet worden gehandhaafd.’ Staal heeft er al wat op gevonden: hij wil buiten een minibar opzetten voor orders en thuisbezorgen, zodat de rij zich buiten de winkeldeuren vormt. Ook werkt Staal aan een nieuwe bestelwebsite, speciaal voor de afhaal.

We gaan een beetje over op het Amerikaanse wait to be seated-beleid

Van de overheid moeten horecazaken straks ook werken met een reserveringssysteem, met als doel ervoor te zorgen niet te veel gasten in de zaak te hebben. Deze aankondiging van Rutte zorgde bij Staal voor de nodige vraagtekens. ‘Je gaat toch niet elke tien minuten reserveren met een timeslot? Dat is schier onmogelijk. En hoe lang geef je mensen voor hun maaltijd? Tien minuten voor een ontbijt? Drie kwartier voor de lunch? Moet iemand straks online reserveren om vijf minuten een bakje koffie in de Starbucks te drinken? Hoe ga je dat indelen? Dat werkt niet.’ Staal zal daarom een werknemer bij de deur van iedere vestiging stationeren, iets wat Koninklijke Horeca Nederland ook aanraadt aan lunchrooms. ‘Die weet dan precies waar er nog ruimte is. Veel horeca-collega’s die ik spreek, doen dit ook. Zo proberen we de maatregelen te volgen en passanten te trekken. Het is een beetje zoals het Amerikaanse wait to be seated-beleid.’ Koninklijke Horeca Nederland heeft dit 

De anderhalvemetereconomie zal voor het bedrijf bij lange na niet kostendekkend zijn, verwacht Staal. ‘Maar het is beter dan nu. Voor onze afhaalservice zijn we nu drie dagen per week open met slechts negen van onze dertien vestigingen. Op die paar dagen per week dat we open zijn voor afhaal, halen we zo’n 30 procent van onze normale omzet op. Onze maandomzet is hierdoor nu nog geen 5 procent van wat het normaal is. Door de maatregelen komen we uit op misschien 35 tot 50 procent, inclusief afhaal als het lekker weer is. Daar kun je de huur en personeelskosten niet volledig van betalen, alleen de inkoop.’

Staal verwacht geen horecapersoneel de deur te moeten wijzen, maar dat heeft er voornamelijk mee te maken dat hij met 0- en 4-urencontracten werkt. ‘Dat is dus wat we uitbetalen. We houden onze mensen heel graag vast en verwachten ze ooit weer nodig te hebben. Als we straks echter met 20 procent van onze gasten zitten, hebben we natuurlijk niet een volledig team nodig. Aan de andere kant: zo’n gastvrouw aan de deur is natuurlijk weer een extra functie.’

We doen straks hooguit de helft van onze omzet. We kunnen dus nooit de volle huur betalen

Overheidssteun verwacht Staal dan ook nog wel even nodig te hebben. ‘Zolang we met de anderhalvemeterbeperkingen zitten, is dit nodig. Stel dat er een vaccin komt en de beperkingen opgeheven worden, dan kunnen we weer op eigen benen staan. Je zal dan natuurlijk te maken krijgen met een recessie, maar dat valt onder het ondernemersrisico. Voor ons is de NOW-regeling belangrijk en er komt een steunfonds voor de horeca, waar we gebruik van willen maken. Bij veel van onze vestigingen wordt de huur nu opgeschort, maar dat is nog geen oplossing. Het is zo’n grote kostenpost van 10- tot wel 15 procent van je reguliere omzet, die wel 3 maanden oploopt. Daar moet iets op gevonden worden. Verhuurders moeten beseffen dat wij dan wel 1 juni open mogen, maar hooguit de helft van onze omzet doen. We kunnen dus nooit de volle huur betalen. Wanneer wel? Niemand die het weet. We hebben overheidshulp nodig of steun vanuit de verhuursector. We werken het meest samen met grote verhuurders. Die kunnen hun aflossing en rente opschorten, waardoor wij de huur ook later mogen betalen. Sommige vestigingen zijn echter in particuliere handen. Dan is opschorten weer lastig, omdat zo’n pand vaak het pensioen van de verhuurder is.’

Ook andere crediteurenposten, zoals de pensioenen en de belastingen, lopen voor Yoghurt Barn ontzettend op, zegt Staal. ‘Dit vanwege de opschortingen en leningen die we bij de bank aangaan. Dat opschorten van belastingen is leuk voor nu, maar uiteindelijk zul je moeten betalen. Hoe moet je dat doen: ga je extreme leningen aan, of smeer je de belastingen uit over 5 jaar? De marges in onze sector zijn zo dun dat dat eigenlijk onmogelijk is.’ Staal zucht: ‘Konden we de wereld tijdens de coronacrisis maar gewoon even op pauze zetten.’

De coronamaatregelen mogen dan desastreus zijn voor zijn omzet, Staal vindt het beleid van Rutte-III tijdens de coronaweken ‘heel goed’. ‘Wel zouden ze wat sneller moeten communiceren wanneer alle economische maatregelen er komen. Als je beperkingen oplegt, moet je ze ook economisch helder communiceren. Je hebt perspectief nodig, moet kunnen plannen. Als het waait, vallen er natuurlijk takken. Faillissementen horen er dus bij, maar gezonde bedrijven, zoals die van ons, moeten hier doorheen geholpen worden.’


Paul van Vlijmen (Nationaal Militair Museum):
‘De grootte van ons museum, helpt ons’


paul van vlijmenOok bij het Nationaal Militair Museum zijn ze druk bezig met het voorbereiden van de heropening. Eén voordeel stelt directeur Paul van Vlijmen (foto rechts) hierbij wel te hebben: ‘We zijn ontzettend groot, dus het is relatief eenvoudig om op de vloer wandelroutes aan te brengen. We gaan straks open op basis van één persoon per 10 vierkante meter. Hoeveel mensen er precies tegelijkertijd naar binnen kunnen, dat moeten we nog uitrekenen. Zeker is dat het er, hoewel minder dan normaal, nog steeds heel veel zullen zijn.’

Bezoekers van het museum zullen, zoals gebruikelijk in ‘het nieuwe normaal’, vooraf online een ticket moeten kopen. Ze krijgen dan een tijdslot van 1 uur om binnen te komen, vertelt Van Vlijmen. ‘Misschien geven we bezoekers ook een vaste aanvangtijd. Dit zal afhangen van de drukte, maar ik denk dat we de coronamaatregelen heel goed klaar kunnen spelen.’ 

Ons museum is zo groot dat bezoekers niet snel zullen klitten

Hoe Van Vlijmen denkt te voorkomen dat de aanwezige bezoekers alsnog te dicht op elkaar zullen lopen? ‘We hebben een vol geautomatiseerd crowdmanagementsysteem, dat aanwezige bezoekers kan detecteren. Hoe we dat het beste kunnen inzetten, zullen we de komende tijd uitzoeken. Het is echter zo groot bij ons, dat bezoekers echt hun best zouden moeten doen om te klitten. Het loont meer om door te lopen.’

Het Nationaal Militair Museum werkt samen met een consortium, waarbij bouwbedrijf Heijmans, horecagroep Vermaat en facilitair dienstverlener HeyDay partners zijn. Het voordeel dezer dagen is dat al deze partners hun eigen expertise meebrengen, legt Van Vlijmen uit. ‘Heijmans weet bijvoorbeeld veel over veiligheid, HeyDay maakt ons sanitair corona-proof en Vermaat brengt kennis mee over catering.’ Op deze laatste tak zal de directeur wel wat moeten inleveren. De koffiebar sluit hij tijdelijk en Van Vlijmen vertelt al een ‘zware tafel- en stoelreductie’ te hebben gedaan in het restaurant. Ook evenementen buiten de deur moet Van Vlijmen conform overheidsbeleid voorlopig cancelen. Dit jaar geen tankshows in de Arena en geen Nacht van de Militaire Muziek, om maar wat te noemen.

Ik wil voorkomen dat we op medewerkers moeten bezuinigen. Het is de kurk waar je op drijft

Onder de streep zal de coronacrisis zijn museum daarom wel raken, denkt Van Vlijmen. ‘Voor dit jaar verwacht ik een reductie van 1,5- tot 1,6 miljoen euro. Deels zal ik dit moeten bezuinigen en deels zal ik dit halen uit de spaarpot. Zo moeten we het dit jaar kunnen halen zonder draconische maatregelen te hoeven doen.’ Van Vlijmen mikt in 2021 op een financiële bezuiniging van zo’n 25 procent. ‘Er komen minder tentoonstellingen, we zullen aankopen en reparaties moeten uitstellen.’ Of hij ook op personeel verwacht te moeten bezuinigen? ‘Ik wil voorkomen dat we daarop moeten bezuinigen. Het is de kurk waar je op drijft. We hebben gelukkig ook veel vrijwilligers, maar ook onze betaalde krachten blijven nodig. Stel echter dat een medewerker elders anders aan de slag gaat, dan kan ik me voorstellen dat we even wachten met het aannemen van een nieuwe werknemer.’

Toch is Van Vlijmen vooral optimistisch. Zo verwacht hij veel van de zomer, die voor de deur staat. ‘Het toerisme gaat helemaal kantelen de komende jaren. Veel mensen willen het liefst naar het buitenland op vakantie, maar wat als die landen ons vanwege de coronacrisis even niet willen hebben? Lekker weg in eigen land, zal het dus de komende tijd zijn. In je eigen land moet je dan ook een aantal dingen hebben waar je naartoe kan. Daar hopen we als museum onze rol in te kunnen spelen. Wij zijn een kindvriendelijk en benaderbaar museum, midden in de natuur.’

Ook al heeft de lockdown een gat geslagen in de inkomsten van zijn museum, Van Vlijmen is erg tevreden met het overheidsbeleid rondom de coronacrisis. ‘Het kabinet heeft het van grof naar fijn heel goed vormgegeven, denk ik. In het begin was het beleid grof, dus huppakee, thuiswerken en niet zeuren. Dat is heel goed gegaan, daar ben ik content mee. Nu komt de fijnmazige periode eraan en moet je kijken wat je wanneer weer opent. Of er nu voorrang wordt gegeven aan kappers, masseurs of sportscholen, dat vind ik een detailkwestie. Laten we in hemelsnaam zorgen dat we er allemaal weer bovenop komen, denk ik dan.’ Wel denkt Van Vlijmen dat de economische gevolgen groot zullen zijn. ‘Wat ik bezuinig is een fractie van wat er überhaupt allemaal wordt bezuinigd. Het wordt de komende tijd voor veel bedrijven wonden likken, ben ik bang.’


Yoeri Albrecht (De Balie):
‘Dat de ticketprijzen omhoog moeten, vind ik heel onwenselijk’


Yoeri AlbrechtOok in de theaterwereld kunnen de deuren vanaf 1 juni weer open. Er mogen dan dertig mensen naar binnen en vanaf 1 juli worden dat er zelfs honderd. Yoeri Albrecht (foto rechts) van het Amsterdamse theater De Balie is momenteel druk in de weer met het klaarstomen van zijn theater op de anderhalvemetereconomie. ‘Die dertig man waar Rutte het over heeft, riep bij ons aanvankelijk onduidelijkheden op. Mogen er dertig mensen in het gebouw, of in iedere zaal? We hebben er drie. De bioscoopbranche zat met hetzelfde probleem en daar zijn ze iets beter georganiseerd dan in een hoop kunstensectoren. Zij hebben dit dus meteen nagevraagd. Gelukkig blijkt het dertig man per zaal te zijn. Ook in ons horecagedeelte mogen we straks dertig mensen ontvangen.

Dat ze echter de eerste maand voorstellingen voor dertig in plaats van honderd mensen moeten geven, vindt Albrecht ietwat ‘warrig’ geregeld van de overheid. ‘Het is moeilijk om je daar binnen zo’n korte tijd op aan te passen. We zullen verschillende ingangen gebruiken om gasten naar binnen en buiten te begeleiden. Op sommige plekken zullen we daarnaast geen zitruimte bieden, om de anderhalvemeterregels na te leven.’ 

Voorstellingen voor dertig mensen? Daar leg je geld op toe

Voor dertig mensen een voorstelling houden, is verre van rendabel, stelt Albrecht. ‘Dat is dus inclusief je technicus, personeel en mensen op het podium. je kunt dan maar 24 tot 25 kaartjes verkopen. Daar leg je geld op toe.’ In De Balie worden veel lezingen en discussies gehouden, met doorgaans verscheidene podiumgasten. Aangezien een vol podium nu minder ticketverkopen betekent, vertelt Albrecht te werken aan ‘simpelere formats’, met één tot twee gasten.

Dat De Balie vanaf juli weer honderd mensen per zaal mag ontvangen, betekent overigens niet dat het podium dan uit de financiële zorgen is. In de grote zaal passen bijvoorbeeld 280 gasten en het zijn juist de grote avonden met een volle bezetting waar De Balie het financieel van moet hebben. ‘Er blijft hierdoor een plafond op onze verdiencapaciteit’, zegt Albrecht. ‘We werken altijd met goedkope tickets, omdat we willen dat iedereen kan komen. Hierdoor verdienen we vaak meer aan wat iemand in ons horecagedeelte betaalt dan aan de tickets. Tweederde minder bezoekers betekent echter al gauw tweederde minder horeca-omzet.’

Dat de prijs van tickets omhoog moet, vind ik onwenselijk. Ik wil ook graag dat minder vermogenden ons kunnen bezoeken

Albrecht vreest dan ook dat hij de prijs van de tickets omhoog moet doen. ‘Het zal niet anders kunnen en het publiek zal begrijpen dat dit gedurende de crisis de enige oplossing is. Ik vind het wel heel onwenselijk, want we zijn een instelling voor gedachtevorming. Ik wil ook graag dat studenten en minder vermogenden ons kunnen bezoeken. Stel dat je bijvoorbeeld een avond over armoede hebt, dan wil je ook mensen met een kleine beurs erbij hebben.’

Mensen met een kleine beurs kunnen gedurende de crisis in ieder geval wel de voorstellingen online bekijken. De Balie livestreamt al enige tijd al zijn voorstellingen en zette dit tijdens de lockdown voort. De Balie toverde zijn drie zalen tijdelijk om tot opnamestudio’s en ging een samenwerking aan met enkele ngo’s, die op er speciale programma’s maakten. Het aantal kijkers groeide tijdens de coronacrisis exponentieel. We bereiken in sommige weken op YouTube alleen al 170.000 mensen, zegt Albrecht. ‘Dit is een geheel nieuwe tak van sport voor ons. Doordat we de studio’s verhuren en geld verdienen aan online advertenties kunnen we er iets van onze kosten als podium mee compenseren.’ Zodra hij weer publiek mag ontvangen in De Balie, zullen de studio’s moeten wijken. ‘Wel denken we erover na om ons kleinste zaaltje de komende tijd als studio te blijven gebruiken.’

Ook zal De Balie zich de komende tijd in toenemende mate richten op zaalverhuur voor feesten. ‘Doe je dat voor dertig man in combinatie met een goed diner en een lezing, dan wordt het bedrijfsmatig interessant als je zoiets twee keer per avond doet in één van de zalen. We kunnen de tribunes er dan tijdelijk uithalen.’

Zaalverhuur voor feesten houden, is natuurlijk niet de opdracht van onze subsidiegever

Albrecht weet: erg inhoudelijk is zoiets niet. De Balie krijgt 14 procent van zijn inkomsten uit subsidies, juist bedoeld voor inhoudelijke activiteiten. ‘Dit is natuurlijk niet de opdracht die we van de subsidiegever hebben gekregen, maar we kunnen erdoor wel makkelijker richting break-even komen. Bovendien loont het erdoor om de keuken open te doen. Daardoor kunnen er alweer vijf mensen aan het werk.’ De tijdelijke aanpassing van het businessmodel zal geen ellenlange discussies met de subsidiegever opleveren, stelt Albrecht. ‘We hoeven dit niet te overleggen. Gezien de crisis, zal dit een tijdlang een gedeelte van de oplossing zijn. De gemeente zal misschien ook moeten helpen. Het kost nu eenmaal geld om een programma te maken.’

Het zal geen verrassing zijn dat De Balie dezer dagen gebruikmaakt van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW), waarmee een groot deel van de loonkosten van het personeel wordt vergoed. Albrecht verwacht echter de komende periode niet zijn voltallige personeel werk te kunnen blijven verschaffen. Dat de ontslagboete uit de verlenging van de NOW-maatregel wordt geschrapt, vindt Albrecht dan ook een goede zaak. ‘Er komt een enorme economische neergang aan. Iedereen die de tweede regeling ontvangt, zal zijn bedrijfsplan moeten aanpassen op de crisis.’