Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

De resultaten van 15 jaar marktwerking

Marktwerking heeft de afgelopen 15 jaar heel wat klaargespeeld in de zorg, het openbaar vervoer en de energievoorziening, maar heeft ook geleid tot veel cynisme. Een nieuw boek laat mooi zien dat het succes van privatisering staat of valt met een slimme overheid.

De vraag ‘markt’ of ‘overheid’ is een van de klassieke vragen in de politiek. De laatste 20 jaar is die vraag overal in de wereld zo veel mogelijk GERECENSEERD:

Graaiers of redders?
Willemijn Dicke, Bauke Steenhuisen en Wijnand Veeneman
Atlas, 208 pagina'sbeantwoord met ‘meer markt’ en (dus) ‘minder overheid’. Of het nu gaat om het openbaar vervoer, de gezondheidszorg of de energievoorziening, overal werd veel heil verwacht van het afstoten van de overheidsbemoeienis en de introductie van marktwerking.

In de praktijk zijn de resultaten van al die exercities wisselend, blijkt uit het even boeiende als prikkelende boek Graaiers of redders, waarin drie wetenschappelijk onderzoekers van de TU Delft met een analytische blik boven de politieke discussie proberen te staan en de argumenten voor en tegen netjes op een rijtje zetten.

Het boek is vooral zo leuk, niet vanwege de vernieuwende feiten (de meeste daarvan kenden we al, of hadden we in elk geval kúnnen kennen), maar vanwege die niet-politiek gekleurde helikopterblik. We lezen bijvoorbeeld over het succes van het private Slotervaartziekenhuis, dat zich in een paar jaar wist op te werken tot een van de beste ziekenhuizen van het land, maar ook over de schaduwkanten van de marktwerking. En dan hebben de auteurs de liberalisering van de postmarkt zelfs nog buiten beschouwing gelaten, die ervoor heeft gezorgd dat er nu twee postbodes in onze straten de helft van de post van vroeger rondbrengen, tegen een bizar laag salaris.

Wat het boek im Grossen und Ganzen vooral duidelijk maakt is niet zozeer de zegening van de markt, maar vooral de onmacht van de overheid. De winst van de marktwerking is vooral gelegen in de toegenomen transparantie, schrijven de onderzoekers.  Maar hé, dat is gek? Waarom zouden overheden niet transparant kunnen zijn? Die hebben toch geen last van beurskoersen en concurrentiegevoelige informatie? Als er iets is dat overheden voor zouden kunnen hebben op bedrijven, zou het toch wel transparantie zijn, zou je zo zeggen.

En, ander voorbeeld: waarom lukt het overheden niet om het ziekteverzuim onder buschauffeurs aan te pakken, en geprivatiseerde bedrijven wel?

Door in te zoomen op drie sectoren laat het boek een paar vragen liggen. De grootste verklaring voor onze stijgende levensverwachting de afgelopen eeuw is bijvoorbeeld de kwaliteit van onze drinkwatervoorziening – nog steeds een honderd procent publiek goed, waar nauwelijks een private partij aan te pas komt. Maar waarom gaat daar wel goed wat in de energievoorziening een probleem is?

Of neem de infrastructuur: Schiphol is nog steeds eigendom van publieke partijen, maar manifesteert zich als private ondernemer, onder meer door buitenlandse projecten, en wordt tegelijkertijd sterk onder toezicht gehouden door de overheid, op allerlei gebied.

Of, derde sector: de afvalzorg. We maken steeds meer afval, maar betalen daar niet altijd meer  voor. Het is een sector die je niet helemaal aan de markt kunt overlaten (dan zou het vuil in de straten zich snel ophopen), maar ook niet helemaal aan de overheid: met afval is immers geld te verdienen, en dat kan een marktpartij nu eenmaal altijd beter.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Zulke vragen worden aangestipt, maar nauwelijks behandeld. Misschien logisch, want door in te zoomen op drie sectoren hebben de onderzoekers al heel wat hooi op hun vork genomen. En liever een paar dingen goed doen dan heel veel dingen half.
En die paar dingen doen ze ook goed. Vooral in het slot, waarin betoogd wordt dat overheden misschien zeggenschap verliezen, maar anderzijds aan invloed winnen, tekent zich een mooie overheid-2.0 af: niet langer als zelf willen uitvoeren, niet langer voor elke taak een (semi-)ambtenaar, maar met wet- en regelgeving en slimme prikkels sturen op de kerntaken: de borging van de publieke belangen. Zolang de overheid daarin slaagt – niet te veel, niet te weinig – is er met marktwerking helemaal niets mis, blijkt uit dit overtuigende boek. Trekt de overheid echter zomaar de handen terug, of geeft het marktpartijen juist helemaal geen centimeter speelruimte, dan is het vragen om ellende. Niet bij de markt ligt dus het probleem, maar bij de regelgevers.

Lees ook:

Management Team neemt elke vrijdag een nieuw (management)boek onder de loep. Eerdere recensies