Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

De kunst van het irriteren

Spam, defecte printers en bumperklevers. Aan de meest uiteenlopende zaken kunnen we ons mateloos irriteren. Studenten van de Christelijke Hogeschool Ede maakten er een expositie van.

Irriteren is een vaardigheid waar we allemaal talent voor hebben. Pop-ups tijdens het surfen, spamberichten, telemarketing, reclameblokken in films, mobiele bellers in de trein. Volgens studenten van de Christelijke Hogeschool Ede, die er onderzoek naar deden, behoren deze tot de grootste irritatiebronnen. In het Historisch Museum Ede richtten zij er een expositie over in. Compleet met een klevende autobumper, symbool voor de bumperklever, een van de grootste ergernissen in het verkeer.

“Met deze tentoonstelling willen we aansluiten bij het normen- en waardendebat,” zegt Klaas-Jan van Roekel, eerstejaarsstudent communicatie. “Als je irritante situaties leert herkennen, kun je ze beter voorkomen.”

De expositie laat niet alleen zien wat ons op de zenuwen werkt, maar geeft ook oplossingen. Naast een berg folders op een deurmat, symbool voor de 34 kilo reclamemate-riaal die het gemiddelde huishouden per jaar ontvangt, liggen de bekende nee/nee en nee/ja stickertjes om de bezorgers af te weren.

Met een koptelefoon kan de bezoeker luisteren naar piepende deuren en muziek bij de buren. Geluidsoverlast blijkt de grootste irritatiebron te zijn in huis. In het verkeer zijn niet alleen de bumperklevers maar ook files en flitspalen de grootste ergernissen. Er hangt een opvoedkundig bordje bij de bumper. “Negentig procent van de kop/staartbotsingen wordt veroorzaakt door bumperkleven,” staat erop. En dan, streng: “De minimumboete is 150 euro!”

Rita Verdonk
Storm loopt het nog niet in het piepkleine museum van Ede. Maar de studenten zijn meer dan tevreden met alle aandacht die ze krijgen. Vanochtend staat hun onderzoek op de voorpagina van De Telegraaf. Dat heeft vooral te maken met de vraag wie hun respondenten de meest irritante Nederlander vonden. Rita Verdonk staat bovenaan, op afstand gevolgd door Paul de Leeuw, Patty Brard en Wouter Bos.

Een van de onderdelen van de expositie is gewijd aan irritaties op het werk. Werknemers blijken zich te ergeren aan hun baas, maar ook aan koffievlekken en kapotte printers. Roken op het werk neemt met de invoering van de rookruimtes als irritatiebron af. Maar de rookpauzes die het gevolg zijn van het bezoek aan de ruimtes, komen daarvoor in de plaats. Ook privé bellen en surfen zijn volgens de studenten groter ergernissen.

Student Arjan van der Vlies moet toegeven dat er weinig onderzoeksmateriaal is over irritaties op het werk. Daar hebben de geïnterviewde studenten nu eenmaal weinig ervaring mee. “Werknemers ergeren zich soms aan de targets die hun baas opgeeft,” zegt hij, meer van horen zeggen dan uit het onderzoek. En hij weet er nog een: “Ik ben nogal lang, en toen ik een baantje had ergerde ik me aan de snoeren onder het bureau.”

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Zalig zijn de onwetenden. De studenten moeten nog aan hun loopbaan beginnen. Wat weten zij van kleverige bureaus, vastlopende computers, onredelijke chefs? Van traag opstartende pc’s, van toetsenborden die op ‘Engels’ springen tijdens het typen zodat de lees-tekens niet meer kloppen? Van in zichzelf mompelende of op de tafel trommelende collega’s? Van megalomane softwareprojecten die alle werkprocedures overhoop halen, bazen die de successen van de afdeling voor zichzelf opeisen, collega’s die luidruchtig de hele dag lollig proberen te doen?

Misschien moeten ze over veertig jaar aan het eind van hun carrière nog maar een keer een expositie organiseren. Maar dan niet in het museum van Ede, maar in het Louvre in Parijs.