Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

De internationale economische agenda van 2005

Nederlandse bedrijven weten nauwelijks wat voor invloed de WTO en de Europese Commissie hebben op hun bedrijfsvoering. Maar stel dat Rusland toetreedt tot de WTO? Dat betekent minder bureaucratie, waarmee het zakendoen een stuk aantrekkelijker wordt. De Europese Unie werkt aan een vrije energie- en telecommarkt, harmonisatie van de financiële sector en nieuwe regels voor jaarverslagen. Wat staat de BV Nederland over drie jaar te wachten?

Bij het Franse Usinor, het Duitse ThyssenKrupp en het Brits-Nederlandse Corus heerst de pleuris. Begin maart belastte president Bush de import van buitenlands staal met tarieven tot 30 procent. De reden was even voorspelbaar als simpel: verouderde Amerikaanse staalgiganten als US Steel en Bethlehem Steel leden te grote verliezen op hun veel te dure staal. Buitenlandse producenten veroverden de markt. En dat moest worden voorkomen. De verontwaardiging in Europa en Azië om Bush’ protectionisme was enorm. En terecht: want importtarieven opschroeven mag niet volgens de internationale handelsafspraken. Binnen een dag had de Europese Unie al een klacht gedeponeerd bij wereldhandelsorganisatie WTO.

De kans is nu groot dat Europa, mét toestemming van de WTO, voor straf de importtarieven voor Amerikaanse producten gaat opvoeren. Waarop de Amerikanen met nieuwe importtarieven reageren. Dan explodeert de staalkwestie tot een forse handelsoorlog. Het eerste Nederlandse slachtoffer is al gemaakt: het toch al noodlijdende Corus zou wel eens 10 procent van zijn afzetmarkt kunnen verliezen.



De invloed van de WTO, zo blijkt uit de dreigende staaloorlog, is verstrekkend. Het vrijhandelsbolwerk in Genève, met zijn geloofsprincipe dat vrije handel leidt tot economische groei, kan nationale wetgeving als waardeloos naar de prullenbak verwijzen en hele continenten met sancties treffen. Nog steeds actueel is de kwestie van het Amerikaanse hormoonvlees. Dat wordt door de EU tegengehouden omdat het niet veilig zou zijn. De WTO denkt daar anders over en besliste dat Europa zijn grenzen voor het Amerikaanse vlees moet openen. Omdat Europa echter blijft weigeren, veroordeelde de wereldhandelsorganisatie de EU tot het betalen van een jaarlijkse strafheffing van 117 miljoen dollar aan de VS. Een bedrag dat ook keurig wordt betaald.



Rusland

De consequenties van WTO-besluiten zijn niet gering. De WTO zelf schat dat de vorige onderhandelingsronde, de Uruguay-ronde, het wereldinkomen met 106 tot 510 miljard dollar heeft verhoogd. Toch staat de WTO amper op de agenda van het Nederlandse bedrijfsleven. Dat blijkt uit de jongste business monitor van pakjesverzender UPS. UPS hield een uitgebreide enquête onder ruim 1400 topmanagers van de grootste Europese bedrijven.

Slechts 5 procent van de Nederlandse managers noemt een succesvolle nieuwe handelsronde ‘zeer relevant’. Daarentegen hecht meer dan 60 procent geen of weinig belang aan de ronde. Daarmee staat Nederland, na Frankrijk, boven aan de lijst van landen die niet warm en koud worden van de WTO.



En dat is onbegrijpelijk, vindt Winand Quaedvlieg, secretaris internationale economische zaken bij VNO/NCW. Al kan hij zich ook wel iets bij die onverschilligheid voorstellen: “De WTO is complex en diffuus. Bij veel ondernemers ontbreekt de kennis. Maar het uiteindelijke resultaat van WTO-onderhandelingen is zéér ingrijpend.” Volgens Quaedvlieg hoeven ondernemers niet af te wachten tot WTO-maatregelen hen overvallen. Zij kunnen via VNO/NCW, hun branchevereniging of rechtstreeks via het ministerie van Economische Zaken invloed uitoefenen op de besluitvorming in Genève.

Begin dit jaar startte een nieuwe, brede onderhandelingsronde. De onderwerpen variëren van octrooibescherming van software en liberalisering van de telecommarkt tot het verlagen van het importtarief op hout. De agenda is zo uitgebreid en gecompliceerd, dat vrijwel niemand een totaaloverzicht heeft. Aan exacte voorspellingen over de uitkomst van de ronde waagt niemand zich. Al is één ding zeker: elk internationaal opererend Nederlands bedrijf wordt door minstens een van de voorstellen geraakt. Een concern als DSM krijgt te maken met ten minste vijf agendapunten: tariefsverlaging voor chemische producten, het versimpelen van exporttransacties, versoepeling van buitenlandse investeringen, toetreding van Rusland en wetgeving over anti-dumping.



Afgesloten wordt deze nieuwe handelsronde in 2005. Hoe groot de lobby’s uit het bedrijfsleven ook zijn, vooralsnog valt er weinig te zeggen over de uitkomsten. Stel dat Rusland toetreedt tot de WTO? Dat zou een langzame dood van de tergende Russische bureaucratie kunnen betekenen, waarmee het zakendoen voor Nederlandse bedrijven een heel stuk aantrekkelijker wordt. Gaan de importtarieven voor chemische producten naar beneden? Dat zou DSM nieuwe afzetkansen bieden in China, waar zij nu nog moeilijk kunnen concurreren met lokale producenten. Al kan dat ook heel anders uitpakken. Wellicht wordt de tariefsverlaging voor chemische producten ‘uitgeruild’ tegen verbeterde markttoegang voor banken en verzekeraars. Dan krijgt niet DSM, maar ABN Amro nieuwe kansen in Azië. Wellicht blijft Rusland nog vijf jaar langer in de wachtkamer – en met haar alle Nederlandse bedrijven die popelen om hun aandeel op de Russische markt te vergroten.



Finse telefoontikken

Mogelijk nog ingrijpender voor Nederlandse bedrijven dan de WTO, is de besluitvorming in de Europese Unie. Net als de WTO zweert ook de Europese Commissie bij zo veel mogelijk vrijhandel. Harmonisering van de Europese financiële markt, zo zegt een recent onderzoek van de Europese Financiële Ronde Tafel, levert Europa bij een economische groei van 0,5 procent zo’n 43 miljard euro op.

In tegenstelling tot de WTO, mag de Europese Unie zich wél in een redelijke belangstelling van het bedrijfsleven verheugen. Mechteld Oomen, secretaris internationale economische zaken bij VNO/NCW, noemt het kennisniveau over Europa heel redelijk: “Bedrijven waarvoor het van belang is, zijn zeer geïnteresseerd. Veel belangenorganisaties hebben een afgevaardigde in Brussel en zijn goed geïnformeerd.”



Op de agenda van de Europese Unie staat nu de grootste operatie sinds de invoering van de euro: de uitbreiding naar het oosten. Als alles volgens plan verloopt, komen er in 2004 tien landen bij. De verwachte winst voor het Nederlandse bedrijfsleven: een grotere markt, meer consumenten, meer afzetmogelijkheden.

In principe kan elke branche van de uitbreiding profiteren. Maar of het voor iedereen gunstig uitpakt, is op dit moment nog de vraag. Vooral de landbouwsector wacht onzekere tijden. De kans is groot dat de subsidies op landbouwproducten en de inkomenssteun aan boeren langzaam maar zeker wordt verminderd. Mogelijk zullen veel boeren hun bedrijf moeten sluiten. Een aantal zoekt nu al zijn heil in het buitenland. Naar verluidt, hebben de eerste entrepreneurs al lappen grond in Polen gekocht, in de hoop dat de subsidiepot daar nog even gevuld blijft. Ook de vleesverwerkende industrie kijkt met argusogen naar de uitbreiding, waardoor goedkoop rundvlees uit Oost-Europa op de Europese markt kan komen. LTO-Nederland is alvast begonnen met een lobby om Oost-Europees vlees tegen te houden: het zou niet voldoen aan de Europese normen voor voedselveiligheid.



Minder zichtbaar, maar minstens zo verstrekkend is de ‘Lissabon agenda’ van de Europese Unie. Dat is het overmoedige voornemen om van Europa binnen tien jaar de meest dynamische en competitieve regio in de wereld te maken. Die ambitie is inmiddels vertaald in een woud aan plannen en voorstellen. Als ‘Lissabon’ klaar is, is de energie- en telecommarkt vrij, de financiële sector geharmoniseerd en schrijft ieder bedrijf volgens dezelfde methode zijn jaarverslag – om maar enkele van de vele voorbeelden te noemen. Dat betekent dat we in Nederland straks wellicht Duitse levensverzekeringen, Italiaanse stroom en Finse telefoontikken kunnen kopen. Omgekeerd zou Nuon zijn expansiedrift kunnen botvieren op de Franse energiesector, die nu nog volledig in handen van de staat is. Hetzelfde Nuon kan tegelijkertijd ook een kater aan Lissabon overhouden, omdat de Unie subsidies op Groene Stroom mogelijk gaat verbieden.

Ook hier is het dus de vraag of het voor iedereen gunstig uitpakt. Als de interne markt werkelijk is voltooid, dan ligt een golf van fusies en overnames voor de hand. Banken, verzekeraars en transportbedrijven zullen groter moeten worden om de Europese concurrentie aan te kunnen. Voor minder sterke bedrijven kan dat noodlottig uitpakken.



Ingeklemd

Wie pech heeft, raakt ingeklemd tussen de Europese Unie én de WTO. Dat lot staat Corus en de overige West-Europese staalbedrijven mogelijk te wachten. Voorlopig kunnen zij de domper op de Amerikaanse markt compenseren in Oost-Europa: in kandidaat-landen als Tsjechië en Polen is het ‘westerse’ kwaliteitsstaal zeer gewild. Maar de West-Europese vreugde wordt, zo vrezen kenners, getemperd door een nieuw probleem: bedrijven uit Rusland en Zuid-Korea, ook getroffen door importheffingen in de VS, staan met hun goedkope staal te trappelen aan de poort van Europa. Als de import plots oploopt, kan Europa proberen zijn markt te beschermen. Onder meer door de tarieven op Russisch en Koreaans staal fors te verhogen. Waarna de Koreanen en Russen op hun beurt de WTO zullen vragen om de Europese Unie strafheffingen op te leggen. Want de Unie kan dan wel machtig zijn, de WTO is machtiger. Ook al wordt dit door slechts een handvol Nederlandse managers onder ogen gezien.



Top 3 van de internationale handelsagenda


1. De Doha-ronde

De WTO is dit jaar gestart met een nieuwe handelsronde. De inzet is om in drie jaar tijd een groot aantal barrières voor vrijhandel te slechten. In de vergaderzalen van het secretariaat in Genève onderhandelen ministers, afgevaardigden en diplomaten onophoudelijk over een waterval aan deelonderwerpen. Traditiegetrouw staat tariefsverlaging voor goederen en diensten, intellectueel eigendom en liberalisering van de dienstensector op de agenda. In deze ronde is daar (onder voorbehoud) een rij thema’s aan toegevoegd. De belangrijkste zijn investeringen, overheidsbestedingen, handelsfacilitering en mededinging.

Met opzet hebben de Europese Unie en VS erop aangedrongen om veel onderwerpen tegelijk op de agenda te zetten. Dat maakt het mogelijk om ze in de onderhandelingen tegen elkaar uit te ruilen, wat de kans op een akkoord vergroot. De overzichtelijkheid neemt echter niet toe. Bovendien worden de besluiten alleen bij consensus genomen, wat met meer dan 140 partners niet meevalt. Om het proces te versimpelen, vinden de onderhandelingen plaats tussen blokken van landen. Zo treedt Nederland binnen de WTO altijd op via de Europese Unie. Uiterlijk 2005 moet de Doha-ronde klaar zijn, maar het is de vraag of die datum met zo’n overladen agenda wordt gehaald. De voorganger van Doha, de Uruguay-ronde, duurde uiteindelijk geen 3,5 maar 7 jaar.



2. Uitbreiding van de Europese Unie

In 2004, zo is het plan, telt de Europese Unie tien nieuwe leden: Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Estland, Letland, Litouwen, Slovenië, Cyprus en Malta. Maar er liggen nog heel wat beren op de weg voor het zo ver is. Een gevoelige kwestie is de matig functionerende overheid in veel aspirant-lidstaten. De landen passen weliswaar keurig hun wetgeving aan ‘Europa’ aan, maar de instituties die de wetgeving moeten uitvoeren en handhaven zijn nog bij lange na niet op niveau. Ook de hervorming van structuurfondsen is een belangrijk punt. De fondsen geven steun aan achterstandsgroepen en -regio’s. Na de uitbreiding zou nagenoeg al het geld naar ‘het oosten’ vloeien.

Nog ingrijpender is echter de subsidie op landbouwproducten en de inkomenssteun aan boeren Als de toekenning daarvan op de oude voet doorgaat, dreigt de uitbreiding een onbetaalbare grap te worden. Maar nieuwe lidstaten uitsluiten van subsidies zou oneerlijke concurrentie betekenen. Over de structuurfondsen en hervormingen in de landbouwsector wordt druk onderhandeld – maar het lijkt onwaarschijnlijk dat er vóór 2004 overeenstemming wordt bereikt. Gaat de uitbreiding desondanks door, dan zullen jaren volgen met veel overgangsregelingen, gedoogbeleid en nog moeizamere vergaderingen.



3. De Lissabon-agenda

Europa moet binnen tien jaar de meest concurrerende en meest dynamische kenniseconomie ter wereld zijn. Dat ambitieuze plan lanceerden de Europese leiders twee jaar geleden tijdens de top in Lissabon. Want Europa bleef te ver achter bij de VS. Het Lissabon-proces moet een nieuwe impuls geven aan de voltooiing van de interne markt, om zo voor de nodige economische slagkracht te zorgen. De plannen hiervoor zijn vertaald in tientallen kleine deelagenda’s, met elk een eigen deadline. De agenda is overzichtelijker dan die van de WTO, maar ook voor wat Lissabon betreft waagt niemand zich aan concrete toekomstvoorspellingen. In elk geval wachten onderwerpen als de liberalisering van de energiemarkt, het harmoniseren van de financiële markt en het verbeteren van de transport- en telecominfrastructuur op een akkoord. Twee jaar na de start is er echter nog weinig resultaat geboekt. Over de meest onbenullige details worden de lidstaten het maar niet eens. Schrijnend is bijvoorbeeld het gesteggel over het Europese octrooi. Het is de bedoeling dat bedrijven straks één Europees octrooi kunnen aanvragen, in plaats van vijftien afzonderlijke. Na jaren onderhandelen zijn ze echter nog niet verder gekomen dan de vraag in welke taal of talen zo’n Europees octrooi moet worden opgesteld.



Verhoging dieselaccijns pakt slecht uit voor Nestlé

Twee miljoen ton Maggi, Nescafé, Kitkat en andere voedingsmiddelen. Die immense hoeveelheid stuurt Nestlé, het grootste food concern ter wereld, per vrachtauto, spoor en schip naar zijn klanten. Hoeveel ton de Nederlandse poot van Nestlé laat vervoeren, wil hoofd logistiek Daan Los niet zeggen. Want het concern heeft toch al het imago dat het heel veel auto’s de weg op stuurt. En dat is met name in groene ogen geen compliment. Los wil wel kwijt, graag zelfs, dat milieu bij zijn onderneming hoog op de agenda staat.

Nu is het precies die combinatie van vrachtauto’s en milieu waar het bij de Europese Commissie om gaat. Die publiceerde afgelopen najaar een ‘witboek’ over het Europese vervoersbeleid en legde daarmee haar koers vast voor de komende tien jaar. Die koers bepaalt het lot van elke verlader en vervoerder van goederen, of dat nu per vrachtauto, trein of schip is. De Europese Commissie wil minder vrachtwagens op de weg en méér vervoer per schip of trein, want dat komt het milieu ten goede.

Eén van de plannen van de Commissie is de harmonisering van de dieselaccijns, waardoor de prijs van diesel mogelijk omhoog gaat. Daar is verlader Nestlé niet blij mee. In januari protesteerde verladersorganisatie EVO al tegen deze accijnsverhoging. Nu al zijn transportkosten in Europa 13 procent hoger dan in de VS en met hogere dieselprijzen komen de verhoudingen nog meer uit het lood te liggen. Wat de hogere dieselaccijnzen voor Nestlé gaan betekenen, daar kan het concern nog geen peil op trekken. Het is nog onduidelijk hoeveel de accijns omhoog gaat en wanneer er een besluit gaat vallen.

Nestlé probeert intussen wel met zijn vervoerders mee te denken over alternatieven die beter zijn voor het milieu. Bijvoorbeeld door te zorgen dat vrachtauto’s met Nestlé-producten zo weinig mogelijk leeg rondrijden. Wanneer ‘s ochtends vers fruit naar de Duitse markt moet worden vervoerd, probeert het foodconcern de vrachtwagen ‘s middags met Duitse koffie weer terug te laten rijden. Ook overlegt Nestlé over het gebruik van trein en boot. Inmiddels gaat al lading van Nestlé per spoor naar Milaan.

Dat de dieselaccijns desondanks hoger dreigt te worden, noemt Los “vervelend. Je probeert het goed te doen, denkt mee over alternatieven, en dan is het niet aangenaam in een bepaalde richting te worden gedwongen.” Volgens Los is het bovendien volstrekt onmogelijk om het leeuwendeel van zijn goederen via spoor of waterweg te vervoeren. “Er zijn nog veel te weinig railorganisaties die ons vervoerstechnisch vooruit kunnen helpen.”



DSM wenst Russische toetreding

Duizenden tonnen plastics, coatings en chemische producten rollen er dagelijks uit de tweehonderd wereldwijd verspreide fabrieken van DSM. Het vergroten van markttoegang voor deze producten is prioriteit nummer één voor DSM. Het concern is dan ook nauw betrokken bij de WTO-onderhandelingen in Genève. “Onze branche streeft ernaar om alle importbeperkingen vóór 2010 te elimineren,” zegt Jeroen Jochems, manager subsidiezaken en handelspolitiek bij DSM. Jochems is ook lid van het ‘trade policy committee’ van Cefic, de Europese brancheorganisatie voor de chemische industrie.

Vooral Aziatische landen als India en China beschermen hun eigen markt nog fanatiek, met importheffingen tot 28 procent. Zonder dat tarief zouden DSM-producten als polymeren, voedings- en farma-ingrediënten en chemicaliën beter kunnen concurreren met de lokale producten. Maar ook alle non-tarifaire belemmeringen, zoals quota en vergunningenstelsels, zijn een hinderpaal voor DSM. Een lastpak is India. Grondstoffen voor medicijnen, bijvoorbeeld antibiotica, mogen alleen het land in als zij ook weer worden uitgevoerd. Verkopen ín India mag dus niet, waarmee de producenten een belangrijke markt mislopen. Een aantal bedrijven staat op het punt om via Brussel bij de WTO een klacht tegen India in te dienen.

En dan is er Rusland, dat op de lijst staat van potentiële kandidaten voor de WTO. DSM wacht daar met smart op, want handelen met Rusland is nu een lijdensweg. “Rusland heeft veel bureaucratie,” zegt Jochems. “Het is het bekende twintig stempeltjes halen, voordat je je spullen kunt verkopen.”

Jochems heeft inmiddels een ‘kast vol papier’, over de WTO. “En ik probeer het allemaal te lezen.” Het onderhouden van contacten met ambtenaren en politici is een belangrijk deel van zijn werk. “Je zult aan Economische Zaken en Buitenlandse Zaken moeten uitleggen waarom je een bepaald streven hebt. Als wij deze belangenbehartiging niet zouden doen, zou het onvoldoende gebeuren.”

Hoe helder de inzet van DSM en Cefic ook is, toch is het voor hen ongewis hoe de Doha-ronde uitvalt. “Als landen hun heffingen verlagen, kunnen wij misschien onder de prijs van lokale concurrenten blijven. Maar als grote exporteurs meer toegang krijgen tot onze markt, dan kan het onze positie verslechteren.” Jochems is desondanks optimistisch: “Ik zie de WTO als een voordeel, gezien de marktposities die wij nu al hebben. Met diverse producten zijn we wereldmarktleider, of staan we in de top 3.”

Anticiperen op de WTO-besluiten is er echter niet bij voor DSM. “Het WTO-beleid is ontzettend verspreid en versnipperd. Kleine en grote dingen lopen door elkaar en hebben raakvlakken met elkaar. Daarnaast hangen er veel zwaarden van Damocles boven het hoofd. Denk aan de staaloorlog tussen Europa en de VS. Je bent nooit zeker hoe iets uitpakt.”



Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Eén beursaandeel voor Nederlands-Belgische Fortis

De invoering van de euro mag dan geslaagd zijn, van één financiële Europese markt is nog lang geen sprake. Een Nederlandse bank of verzekeraar die rechtstreeks Deense of Italiaanse klanten bedient, is een zeldzaamheid. Het mag wel, maar de hindernissen zijn zo groot, dat je beter een buitenlandse bank kunt overnemen. En dat is al niet eenvoudig.

Als het aan de Europese Commissie ligt, zijn alle obstakels binnen enkele jaren helemaal verdwenen. Uiterlijk in 2005 moeten in heel Europa dezelfde regels gelden voor beleggen, handelen op de effectenbeurzen en het opstellen van beursprospectussen. Ook moet er één Europees toezicht op het bank- en effectenwezen komen, in plaats van vijftien nationale toezichthouders.

In oktober vorig jaar kwam een belangrijk succes: na dertig jaar werd ‘Europa’ het eens over de Europese vennootschap. Bedrijven die in twee landen zijn gevestigd, kunnen zich omvormen tot één vennootschap die onderworpen is aan één juridisch en fiscaal regime. Voor banken en verzekeraars betekent dat het einde van een ingewikkeld netwerk van filialen dat onder vele nationale wetgevingen valt.

Nederland moet zijn nationale wetgeving nog op de Europees vennootschap aanpassen, maar voor het Nederlands-Belgische Fortis zal het een opluchting zijn als dat is gebeurd. Het jongleren met twee nationale wet- en regelgevingen “kost onze bedrijfsjuristen nu veel tijd,” zegt woordvoerder Jan-Willem ter Avest. Zo heeft Fortis te maken met twee Nederlandse en twee Belgische toezichthouders, die met Fortis samen een overeenkomst hebben gesloten.

De Belgisch-Nederlandse bankverzekeraar loopt nu al op de Europese vennootschap vooruit: het Belgische en Nederlandse aandeel is alvast samengevoegd. “Het staat nu genoteerd aan Euronext Brussel én Euronext Amsterdam,” zegt Ter Avest. “Daardoor heeft het aandeel een veel grotere marktkapitalisatie, weegt het zwaarder in de verschillende indices en neemt de verhandelbaarheid toe. De aandeelhouder kan bovendien kiezen of hij in België of in Nederland zijn dividend laat uitbetalen.”


Het verminderen van administratieve en juridische rompslomp is niet het enige waar Fortis op hoopt. Eén Europese markt geeft banken en verzekeraars nieuwe kansen om uit te breiden. Ter Avest: “De bank- en verzekeringswereld in Nederland is zo langzamerhand uitgefuseerd. Gelukkig beziet de NMa overnames steeds vaker in een Europees perspectief. Een fusiegolf op Europees niveau staat voor de deur, dat is zeker. En Fortis wil in dat proces een voorloper zijn.”