Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Carrièrespecial – Dertigers volgen hun hart

Een sprong zijwaarts vergt lef. Toch zijn er genoeg dertigers die de veiligheid van een carrière verruilen voor werk waar hun hart ligt. Wat drijft ze? Vier portretten.

Wie Paul Splinter (33)
Wat adviseur externe communicatie, Ruimtelijk Planbureau
Tijdens zijn studieperiode werkte Paul Splinter (33) een half jaar bij de afdeling Voorlichting van het ministerie van Buitenlandse Zaken, in de periode van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie. Hij had iets met voorlichting en wilde daar ook in verder. Maar de carrièrestappen die hij vervolgens maakte, gingen vrijwel altijd richting commerciele functies. In de zomer van 2005, Splinter was inmiddels fondsuitgever bij een grote uitgeverij, hakte hij de knoop door: het roer gaat om. Sinds november van het afgelopen jaar werkt hij als adviseur externe communicatie bij het Ruimtelijk Planbureau (RPB). “Nadat ik twee jaar als congresontwikkelaar bij een grote uitgeverij had gewerkt, stond ik op het punt om een keuze te maken: kies ik voor een inhoudelijke functie of ga ik toch voor een managementfunctie? Ik neigde naar het eerste, met name omdat ik niet wist of management mij voldoening zou geven. Bovendien twijfelde ik aan mezelf: ben ik wel hard genoeg voor een leidinggevende functie? Ik ben iemand die goed ligt bij iedereen, en als je leiding gaat geven, verandert dat. Toch werd het een managementfunctie, ik ging als teamleider bij de congresafdeling leiding geven aan een groep van twaalf mensen. “Het leidinggeven ging me redelijk goed af, en ik ben blij dat ik die stap toen heb gemaakt. Wel had ik soms moeite met de commerciële druk. Die druk werd alleen maar groter toen ik fondsuitgever bij een uitgeefgroep werd. Na de geboorte van onze zoon was ik vier dagen per week gaan werken, net als mijn vrouw. Op mijn vrije dag zat ik toch vaak thuis te werken. Achteraf moet ik zeggen dat vier dagen per week in die commerciële functie voor mij eigenlijk niet haalbaar was.
“Als adviseur externe communicatie ben ik geen manager meer, maar een professional. Ik ben bezig met voorlichting in een politieke omgeving, kan zelfstandig werken en ben flexibel. Dat voelt allemaal heel erg goed. Ik vind het belangrijk dat ik balans vind tussen mijn zorgtaken thuis en een werksituatie waarin ik me goed voel. Sinds ik vader ben is dat nu eigenlijk voor het eerst het geval. Ik voel niet meer die commerciële druk en ben nu meer inhoudelijk bezig. Thuiswerken op mijn vrije dag doe ik soms nog wel, maar daar heb ik geen problemen mee.”

Wie Freek Padberg (29), Joost Bockwinkel (29), Gijs Groenevelt (29),
Wat oprichters van Grapedistrict
Drie vrienden kwamen na hun gezamenlijke studententijd als managementtrainee in het bedrijfsleven terecht. De klassieke carrièrestappen lagen Gijs Groenevelt en Freek Padberg bij Heineken in het verschiet, Joost Bockwinkel ging bij ING aan de slag. Maar in juli vorig jaar, zegden de drie hun baan op. Nu, een half jaar later hebben ze samen hun eerste twee winkels geopend. Grapedistrict heet hun verwezenlijkte droom, waar klanten vooral leuk en makkelijk hun eigen wijn kunnen vinden. Padberg “Ik ben voor mijn gevoel niet meer bezig met carrière maken, maar met het verwezenlijken van mijn droom. Mensen reageren ook wel verbaasd. Dan zeggen ze: je had een goede baan bij Heineken en nu sta je in een winkel! Maar dan snappen ze het toch niet helemaal. Ik sta niet in een winkel, ik sta in mijn eigen idee, een concept waar ik het afgelopen jaar dag en nacht mee bezig ben geweest, waar ik energie van krijg.” Bockwinkel “Ik heb altijd wel met de gedachte rondgelopen om ooit voor mezelf te beginnen. En niet omdat ik het bij ING niet bij naar mijn zin had. Maar op een gegeven moment valt alles samen: het juiste idee, de juiste mensen en iets waar je echt een passie voor hebt. Met deze jongens durfde ik die stap aan. Ik heb daar nooit aan getwijfeld. Niet toen ik ontslag nam en het afgelopen half jaar ook niet.” Groenevelt “Wat me nu opvalt is de luxe die je eigenlijk hebt als je bij een groot bedrijf werkt. Jij moet je werk doen, verder worden alle omstandigheden daaromheen door anderen gecreëerd Nu doen we alles zelf. Als de vloer vies is, moeten we zorgen dat hij schoon wordt, het toilet moeten we zelf schoonhouden. De dozen met wijn sjouwen we zelf naar binnen. Maar het heeft zeker zijn charme. Het is namelijk ónze wijn, onze vloer, en ons toilet.”

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Wie Mirella van der Heide (29)
Wat tijdelijk projectleider Vreemdelingenzaken en Integratiebeleid
Ze wilde eigenlijk altijd al de wereld redden. In 1999 begon Mirella van der Heide als trainee bij de rijksoverheid, haar eerste baan was die van junior beleidsadviseur op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Maar haar taken, waaronder het opzetten van intranet, stonden te ver af van wat zij werkelijk wilde. Na een aantal omzwervingen binnen verschillende ministeries kwam ze terecht bij de directie intergratiebeleid. Daar was ze gelukkig, maar de komst van Nawijn en het harde beleid van Balkenende II bracht daar verandering in. Een cursus in Engeland, ‘The essentials of humanitarian practice’, opende haar ogen. Daags na thuiskomst besloot ze haar baan op te zeggen. Tijdens die cursus – die oorspronkelijk bedoeld is voor mensen die meewerken aan wederopbouw in gebieden die getroffen zijn door humanitaire rampen – kwam ik in contact met een Engelse jongen die naar Uganda ging. Ik heb hem mijn twee linkerhanden aangeboden en ben in juni 2004 naar Uganda vertrokken.
In het begin heb ik voor een kleine christelijke organisatie gewerkt die een school bouwde op het platteland. Ik was onder andere bezig met het inzamelen van geld, we hebben dekens ingezameld en uitgedeeld, en een geitenproject opgezet waardoor alle inwoners uit het dorp een geit kregen. Na een half jaar heb ik met die Engelse jongen en een Ugandese man onze eigen organisatie opgezet. Ons eerste project was het aanleggen van een waterleiding waar we scholen op hebben aangesloten. Ik heb voorlichting over het belang van schoon water gegeven en ook over meer gevoelige onderwerpen als HIV/Aids. Inmiddels hebben we lokale vrouwen opgeleid om die voorlichting te kunnen geven. Ik voel me voldaan. Ik zie dat waar ik mee bezig ben, echt helpt. Nu ben ik terug in Nederland om geld te verdienen en om een stichting op te richten die de projecten in Uganda kan ondersteunen. Op 1 juni vlieg ik terug naar Uganda. Ik vind het prima om voorlopig heen en weer te reizen, maar als je me vraagt waar ik liever ben, is dat in Uganda.”

Wie Fatma Koser-Kaya (37)
Wat Tweede-Kamerlid D66
Toen een oudere Turkse vrouw wilde scheiden van haar man, maar geen recht bleek te hebben op de gezamenlijke bezittingen volgens het Turkse recht, verdedigde Fatma Koser-Kaya haar als advocaat tot de hoge raad. En ook als kamerlid voor D66 wordt ze gedreven door een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel. Wel een carrière-switch dus, maar geen andere drijfveren. “Toen ik begon als advocaat dacht ik: ‘is dit het nou?’ Ik denk dat dat tekenend is voor mijn generatie. Het aantal keuzes dat wij kunnen maken, is zo veel groter dan de keuzes die oudere generaties hadden. “Toch was die vraag uiteindelijk niet de reden van mijn carrièreswitch. Op het advocatenkantoor was ik een van de maten en dus ook verantwoordelijk voor het reilen en zeilen op kantoor. Daarnaast voelde ik de druk van de termijnen. Als je als advocaat een termijn laat verstrijken, is de zaak bij voorbaat verloren. Bovendien ben je op dat moment verantwoordelijk voor de loop van iemands leven. Dat kon behoorlijk veel stress opleveren. Ziek zijn kon eigenlijk niet; we waren een klein kantoor en jouw werk door een collega laten doen kon dus ook niet. “Ik heb bij mijn carrièreplanning nooit rekening gehouden met een overstap naar de politiek. Dus toen Bert Bakker – die ik op een vakbondscongres had ontmoet – mij vroeg om aan de verkiezingen mee te doen, overviel mij dat. Ik heb er lang over nagedacht, uiteindelijk heeft mijn man mij overgehaald.
“Ik voel me hier als een vis in het water. Het werk als kamerlid is niet minder stressvol dan dat van een advocaat, maar wel anders. Als kamerlid maak ik meer uren, maar de druk van de termijnen is er niet meer. Ik kan buiten de kamerdagen mijn eigen agenda beheren, automatisch verlicht dat de druk op de combinatie van zorg en arbeid.