Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Bedrijfssport is een populair middel om ziekteverzuim te bestrijden, maar is het ook financieel gezond?

Bedrijven richten trainingsruimten in omdat werknemers die sporten minder vaak ziek en meer gemotiveerd zijn. Maar verdienen die investeringen zich wel terug? “Je moet ervan uitgaan dat slechts 10 procent van de werknemers meedoet.”

Ton Soetekouw was in 1989 de eerste topmanager van ING die stond te springen in een bedrijfsfitnessruimte. Een niet-geventileerd zaaltje zonder ramen in de oostelijke vleugel van het hoofdkantoor van ING. Soetekouw had in de jaren tachtig in de Verenigde Staten kennis gemaakt met bedrijfsfitness en dat wenste hij thuis ook. Inmiddels is de trainingsruimte een van de best geoutilleerde bedrijfssportzalen van Nederland. Wekelijks verschijnen hier zelfs de directeuren in T-shirt en korte broek. ING geldt als voorloper in bedrijfsfitness. De bankverzekeraar stelt op zes locaties fitnessruimten en -apparatuur ter beschikking aan de werknemers.

Sinds het begin van de jaren negentig is bedrijfsfitness in Nederland in zwang. Verkennend onderzoek van TNO Arbeid wees uit dat 41 procent van de grote bedrijven en 9 procent van de kleine bedrijven beweging van werknemers stimuleert; in totaal 14 procent van alle bedrijven. “Maar hoe actief de bedrijven daarin precies zijn, weten we niet,” zegt onderzoeker Vincent Hildebrandt van TNO Arbeid. “Het varieert van het organiseren van een jaarlijkse sportdag tot dagelijks bedrijfsfitness.”
Werkgevers nemen de term bedrijfsfitness overigens liever niet in de mond. Het riekt te veel naar krachttraining, bodybuilding en spierballen. De associatie zien ze niet als een compliment. Bij voorkeur spreken ze van bedrijfsbewegingsprogramma's of zelfs gezondheidsbeleid. Het gaat immers niet om sterke maar fitte werknemers, zo propageren de bedrijven.

De laatste jaren is dat een steeds duidelijker thema geworden. Zelfs de koningin wijdde in haar troonrede een zin aan het verband tussen sport en reductie van ziekteverzuim. Zij was duidelijk geïnspireerd door de kabinetsnota van het ministerie van VWS, waarin wordt gesteld dat betere beweging de gezondheid bevordert en het ziekteverzuim vermindert. De overheid roept daarvoor de sociale partners te hulp teneinde een actieve leefstijl met succes te propageren.
Raden van bestuur en directies blijken hier gevoelig voor en dus heeft bedrijfsfitness de wind in de rug. Vooral nu het volledig fiscaal aftrekbaar is, mits fitness beschikbaar is voor nagenoeg alle werknemers en in werktijd wordt beoefend. Dat laatste blijkt ingewikkeld, want werktijd is niet nader gedefinieerd en veel werknemers moeten de tijd die ze in de sportzaal doorbrengen weer compenseren. De fiscus heeft nog geen besluit genomen hoe hiermee om te gaan.

Geen honkbal
“De markt voor bedrijfsfitness groeit, hoewel niet explosief,” zegt Chris Buitelaar, directeur van Fitvak, de werkgeversorganisatie van fitnesscentra. “Je ziet een toename in het aantal werkgevers dat bedrijfslidmaatschappen aanschaft voor het personeel.”
Anders dan een paar jaar geleden hebben werkgevers nu een duidelijk doel. Het inmiddels peperdure ziekteverzuim moet omlaag. De vraag wat bedrijfsfitness oplevert, is prangend geworden. “Werkgevers worden zich bewust van het belang van gezondheid,” probeert Buitelaar. “Gezonde werknemers verzuimen minder vaak op het werk en zijn meer gemotiveerd.”

Over de effecten van bedrijfsfitness is echter nog niet veel bekend. “Het is de hamvraag,” zegt Hildebrandt van TNO Arbeid. “Onderzoek dat hiernaar wordt verricht, is veelal niet wetenschappelijk.” Onderzoekers speuren nu naarstig naar de werkelijke in plaats van de vermeende effecten van fitness.
Enkele jaren geleden fulmineerden werkgevers dat sportblessures een bron van ziekteverzuim zijn. Zij deden destijds een poging de kosten van verzuim waarvan de oorzaak buiten het werk ligt, te verhalen op werknemers. Sportblessures kosten volgens onderzoek van de Universiteit van Amsterdam jaarlijks 375 miljoen gulden. In de Verenigde Staten ligt sport al langer onder vuur. Daar presteren werkgevers het hun personeel te verbieden gevaarlijke sporten te beoefenen, zoals honkbal of boksen. Een doorgeslagen reactie, menen deskundigen. Het verband tussen gezondheid en bewegen is al lang wetenschappelijk bewezen.

Jaren geleden liet ING uitrekenen of fitness op de werkvloer loont. Toen winst werd aangetoond, ging de loper uit. “Op het hoofdkantoor levert het een besparing op van jaarlijks één miljoen gulden,” weet Mariëtte Boekhoff, hoofd ING bedrijfsfitness en fysiotherapie. “Vestigingen met een externe fitnessruimte besparen zes ton per jaar. We hebben onderzocht welk effect fitness heeft op werknemers met een medische indicatie. Het verzuim onder deze groep daalde met 27 dagen per werknemer. Werknemers zonder medische indicatie hebben drie verzuimdagen minder.”

Dat effect treedt echter niet spontaan op. Het aantal deelnemers moet groot genoeg zijn om investeringen in ruimte, tijd en apparatuur terug te verdienen. Op het hoofdkantoor van ING bedragen de investeringen acht ton per jaar. De verantwoorde ondergrens van het aantal deelnemers is daar 150. In totaal trainen er vijfhonderd medewerkers. “Je moet ervan uitgaan dat slechts 10 procent van de werknemers meedoet aan een bewegingsprogramma,” zegt Boekhoff. “In het begin zijn velen enthousiast, maar bekend is dat de motivatie gaandeweg afneemt. Verder is het belangrijk ervoor te zorgen dat minstens 30 procent van de deelnemers een medische indicatie heeft. Bekend is dat zich bij deze groep de grootste besparing voordoet.”


Verder rendeert bedrijfsfitness alleen onder deskundige begeleiding, een goede registratie, steun van het management en bij samenhang met andere gezondheidsbevorderende maatregelen. Zonder voorbereidend onderzoek is fitness een schot in het duister. Een bedrijf moet op de hoogte zijn van wat het verband is tussen verzuim en gezondheid van werknemers. Iedere andere manier om bedrijfsfitness te organiseren is verspilde moeite, meent Boekhoff. “Je kunt je werknemers wel naar de sportschool sturen, maar dat heeft geen zin. Dat kun je geen bedrijfsfitness noemen.”

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.